18

Een filmverslag met een komische insteek, dat het midden houdt tussen intimiteit en openbaarheid. De film schetst een eigenzinnig beeld van een haast onbeschrijfelijk land en enkele van zijn bewoners. Het beeld is dat van De val van Icarus, een schilderij van Pieter Breughel uit 1555. Het land in kwestie is België. Samen vormen ze het decor waartegen een regisseur, werklozen, psychoanalisten, filosofen, partijvoorzitters en een premier zich vol toewijding buigen over de vraag “wat houdt ‘kijken’ nu eigenlijk in?”. Een prangende en complexe vraag waarop de film een antwoord zoekt, bijgestaan door een bijzondere eregast: niemand minder dan Icarus zelf.