RADAR

De Zingende revolutie van Estland: 1987-1991

Het verbluffende verhaal van een muzikale natie en hoe die zich letterlijk een weg richting vrijheid zong.

© flickr/erikprozes
© flickr/erikprozes

Ter gelegenheid van het Estse voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie en de 100e verjaardag van de Republiek Estland brengt BOZAR de Baltische staat en zijn “Zingende revolutie” onder de aandacht.

Hoe kan zang een revolutie ontketenen? Het recente verleden van de Baltische regio is een sprekend voorbeeld van de verenigende, vreedzame en bevrijdende kracht van zang. Dat zo’n revolutie door zang mogelijk was, valt te verklaren door het feit dat koorzang een centrale plaats inneemt in de plaatselijke cultuur.

Al in de 19e eeuw werd de zangpraktijk in de marge van de nationale bewustwording geïnstitutionaliseerd in de vorm van een vijfjaarlijks zangfestival. Tijdens de Sovjetbezetting kwam de traditie op losse schroeven te staan, maar het festival leidde sinds 1987 niettemin tot een collectieve bewustwording in Estland: duizenden inwoners zongen vanaf dat moment samen de liederen die bij hen in het DNA zitten. De revolutie was in gang gezet.

Onafhankelijksverklaring op 23 februari 1918 in Pärnu (© Sõjamuuseum)
Onafhankelijksverklaring op 23 februari 1918 in Pärnu (© Sõjamuuseum)

Het verhaal van Estland is getekend door opeenvolgende periodes van buitenlandse bezetting. Bijna zeven eeuwen lang leefde het Estse volk onder buitenlands bewind, van onder meer Denemarken, Zweden, Duitsland en Rusland. Als gevolg van een nationale bewustwording, die in de 19e eeuw zijn oorsprong vond, kondigde Estland op 23 februari 1918 zijn onafhankelijkheid aan. Die werd echter pas in 1919 officieel erkend.

Na een periode van economische, culturele en educatieve bloei, volgde een periode van onderdrukking door de Sovjet-Unie als gevolg van de annexatie van Estland in 1939. De artistieke wereld werd ‘gezuiverd’ en de mond gesnoerd, en kunst stond in dienst van de Sovjetpropaganda. De bezetting was dus zowel politiek als cultureel.

Overwinningskolom van de Onafhankelijkheidsoorlog op het Vrijheidsplein in Tallinn (© flickr/tovio)
Overwinningskolom van de Onafhankelijkheidsoorlog op het Vrijheidsplein in Tallinn (© flickr/tovio)
 

De bewustwording van een natie

Hoe kon een hele bevolking weerwerk bieden aan die onderdrukking? Waar hebben de inwoners de kracht uit geput om hun identiteit te vrijwaren? Het antwoord: hun cultuur.

In de 19e eeuw ontsproot in Estland een nationale bewustwording onder impuls van figuren als Jakob Hurt. De Duitse theoloog en taalkundige riep op tot het verzamelen en neerschrijven van mondeling overgeleverde Estse verhalen en legendes.

De reus Kalevipoeg, nationale en hoofdrolspeler in het gelijknamige epische heldengedicht.
De reus Kalevipoeg, nationale en hoofdrolspeler in het gelijknamige epische heldengedicht.

Ests folklorist, taalkundige en schrijver van nationale mythes Friedrich Robert Faehlmann richtte in 1838 dan weer het Õpetatud Eesti Selts in Tartu op, een gezelschap van geleerden dat zich over de inheemse taal en cultuur bekommert. Lydia Koidula, groot literair figuur en boegbeeld van het Estse theater, schreef op haar beurt beroemde vaderlandse hymnes.

Naast de literaire traditie kan Estland net als de omliggende Baltische staten bovendien bogen op een traditie van koorzang, die is gegroeid uit de Duitse polyfone zangpraktijk. Die traditie werd verrijkt door de opkomst van koren met zowel kinderen als volwassenen in tal van landelijke scholen.

Tegen die bruisende achtergrond zag Vamuinnee, de eerste officiële Estse koorvereniging, het levenslicht in Tartu in 1865. Vier jaar later werd in dezelfde stad het eerste zangfestival Laulupidu georganiseerd door Johann Voldermar Jannsen, Lydia Koidula’s vader. Zijn opzet was eerder cultureel dan politiek. Hij wilde het Ests promoten als officiële landstaal, maar wilde ook wijzen op het belang van onderwijs voor de ontwikkeling van de natie.

Schrijfster Lydia Koidula prijkt op het biljet van 100 kronen
Schrijfster Lydia Koidula prijkt op het biljet van 100 kronen

Het festival was meteen een groot succes: een vijftigtal koren, goed voor meer dan 800 Estse zangers, deelden hun muziek met meer dan 10.000 toeschouwers. Voor de zesde editie in Tallinn zakten in 1896 zo’n 5.000 zangers en muzikanten af naar het festival om samen de vaderlandslievende liederen aan te heffen. Zo ging de bal aan het rollen.

 

Een officieus volkslied

In 1938 vond het laatste echte Estse festival in die eerste periode van onafhankelijkheid plaats. Het jaar daarop kwam het land immers onder Sovjetcontrole te staan, en daarmee ook de Estse kunstwereld (literatuur, theater en muziek).

Het zangfestival werd in een nieuwe vorm gegoten en moest voortaan de stalinistische visie en propaganda hoog houden. Tal van bedrijven kwamen in handen van Russische inwijkelingen die zich vestigden in het land, en de landbouw werd genationaliseerd.

De laatste ‘vrije’ editie van het festival in 1938
De laatste ‘vrije’ editie van het festival in 1938

Het klimaat van onderdrukking en de verdrukking van Estse dissidenten dreef tal van inwoners in ballingschap. Anderen zagen geen uitweg en bleven geduldig wachten op verandering. Enkel zingen gaf zij die bleven nog hoop. Het Estse volk verviel niet in pessimisme, maar liet zijn stem horen.

“150 miljoen Russen trotseren, bleek net zo onrealistisch als 1 miljoen Esten de mond snoeren.” (Keeley Wood, Revolution by Song: Choral Singing and Political Change in Estonia).

In 1947 kreeg Estland de toestemming om het zangfestival opnieuw te organiseren, zij het nog steeds onder duidelijke Sovjetinvloed. Door in de nasleep van de Tweede Wereldoorlog het festival nieuw leven in te blazen, wilde de Sovjet-Unie het Estse volk geruststellen, de overwinning van de Unie op Duitsland vieren, maar ook de economische en sociale vooruitgang die door Moskou werd geboekt in de kijker plaatsen.

Op de editie in 2014 zongen 30.000 mensen voor 80.000 toeschouwers (© flickr/jaako)
Op de editie in 2014 zongen 30.000 mensen voor 80.000 toeschouwers (© flickr/jaako)

Dat was echter buiten het Estse patriottisme gerekend! Vanaf het eerste festival dat sinds 1938 werd georganiseerd, werden aan communistische propagandaliederen immers verborgen boodschappen toegevoegd die alleen door het Estse volk ontcijferd konden worden.

Twee dagen lang zongen zo’n 28.000 koorzangers en 100.000 toeschouwers liederen doordrenkt van de communistische ideologie, maar het samenhorigheidsgevoel dat uit de samenzang voortvloeide, was uiteindelijk sterker dan de boodschap van de teksten.

Gustav Ernesaks – sinds 2004 prijkt er een standbeeld van hem op het domein van het songfestival
Gustav Ernesaks – sinds 2004 prijkt er een standbeeld van hem op het domein van het songfestival

Het evenement bereikte een hoogtepunt toen koorleider Gustav Ernesaks – tot dan toe als collaborateur met het Sovietregime bestempeld – een arrangement dirigeerde van het beroemde Mu isamaa on minu arm van de Estse dichteres Koidula (“Land van mijn voorvaderen / Geliefde land / Ik gaf het mijn hart / Mijn opperste geluk / Mijn bloeiende Estland!”).

Ernesaks werd op slag uitgeroepen tot nationale held en het lied werd tien jaar lang verboden op het festival.

 

Een muzikale revolutie

Tot in de jaren 1980 bracht het festival steevast een mix van Sovjetliederen en Estse stukken. In 1987 stak een reeks protesten de kop op bij verschillende lagen van de bevolking, tegen de exploitatie van nieuwe fosfaatmijnen.

Een van de vele zingende menselijke kettingen, 1989
Een van de vele zingende menselijke kettingen, 1989

Die onvrede leidde tot een opstand van studenten en vervolgens tot een heuse politieke revolutie. Het werd een vreedzame revolutie. In juni 1988 trokken 100.000 betogers al zingend langs een parcours van vier kilometer dat eindigde op de plaats waar doorgaans het zangfestival van Tallinn plaatsvond. De menigte zwaaide met vlaggen in de kleuren van Estland.

In september van datzelfde jaar kwamen zowat 300.000 personen op die locatie samen om vaderlandslievende liederen te zingen. De Zingende revolutie was een feit.

Balti kett (Baltic way) 1989

In heel Estland, maar ook in Litouwen en Letland, vonden gelijkaardige vreedzame betogingen plaats tot 1991, het jaar waarin de Sovjet-Unie uiteenviel. Geen enkele vorm van onderdrukking kon het volk het zwijgen opleggen en de strijd om onafhankelijkheid stoppen, zo bleek.

 

 

Naar Keeley Wood, Revolution by Song: Choral Singing and Political Change in Estonia & Ea Jansen, Le Réveil national estonien (1860-1905)