RADAR

De schaar van Stalin

Of hoe de sovjet-dictatuur een meesterlijke film eerst creëerde, dan verminkte, en uiteindelijk vermoordde.

Het is oktober 2017, en de 100ste verjaardag van de Oktoberrevolutie wordt uitbundiger herdacht in de rest van de wereld dan in het Rusland van Putin zelf. BOZAR doet dat onder andere met een vertoning van Oktober van Sergei Eisenstein.

 

De opdracht

In 1926 was Eisenstein aan het werk aan een andere film (een experimentele film over de transformatie van de landbouw) toen de opdracht kwam van de regering: maak een film voor de tiende verjaardag van de Oktoberrevolutie. De landbouwfilm werd aan de kant geschoven, en Eisentein kreeg het volledige Rode Leger én de marine ter zijner beschikking. Maar daar eindigde de goodwill van Moskou blijkbaar ook meteen.

Eisenstein zelf plande immers een groots historisch overzicht van alle militaire overwinningen van het Rode Leger onder leiding van Lenin en Trotski. Maar dat was niet naar de zin van de regering, die strikte instructies gaf om zich te beperken tot de gebeurtenissen in Petrograd in 1917. Het scenario van Eisenstein en zijn assistent, Grigori Alexandrov, werd daarna nog drastisch aangepast. Toen een Amerikaanse journalist later vroeg aan Eisenstein wie het scenario voor de film had geschreven, antwoordde Eisenstein droogjes: “de Partij”.

De censuur

De allereerste vertoning van de film was gepland voor 7 november 1927 in het Bolsjojtheater. Diezelfde dag komt er plots een nieuwe richtlijn van hogerhand: Trotski moest uit de film worden weggeknipt – het gevolg van de betogingen van de Trotskistische oppositie diezelfde ochtend in Moskou en Leningrad. In zijn memoires vertelt Alexandrov dat Stalin in hoogsteigen persoon naar de montagekamer kwam om de scenes over Trotski te bekijken.

De hevige censuur zette de schaar in de film, maar ook in de geschiedenis. De afwezigheid van Trotski wordt bijzonder klungelig opgevangen door zijn acties in andere schoenen te schuiven. Zelfs zijn beroemde uitspraak dat “woorden moeten worden gevolgd door daden”, komt in de film uit de mond van een ander personage.

Uiteindelijk mochten maar drie spoelen van de film getoond worden die avond – het evenement was ondertussen ook verbannen naar een naburig klein experimenteel theatertje. Na nog een hoop vezranderingen ging de film uiteindelijk in première op 14 maart 1928, in het Bolsjoj. Het is geen succes.

De gevolgen

De volgende dag al komt een speciale partijraad samen om zich te buigen over de film. Oktober zal de start worden in de strijd tegen het zogenaamde ‘formalisme’ in de kunst. Voor een groot deel van het publiek kwam de film zo levendig over, dat velen dachten dat het om echte reportagebeelden ging van de revolutie, in plaats van reconstructies voor de camera. Het Sovjetregime zag iets anders: een nodeloos ingewikkeld, over-esthetisch experiment vol symboliek.

Eisenstein gebruikte de film om zijn theorieën over film en structuur te ontwikkelen. Zo is er zijn concept van ‘intellectuele montage’: een opeenvolging van shots van objecten die ogenschijnlijk niks met elkaar te maken hebben, om de kijker aan te zetten tot het leggen van intellectuele verbanden.

Hoe baanbrekend en invloedrijk de technieken van Eisenstein ook waren, voor de Partij was het allemaal onpatriottisch formalisme. Oktober werd in de ban geslagen. Ironisch genoeg gebruikte datzelfde regime wel beelden uit de film als propaganda. Stills van Eisensteins bestorming van het Winterpaleis (een reconstructie die veel indrukwekkender en grootser was dan de echte bestorming) werden in musea in de hele USSR verspreid als historische foto’s van het echte evenement.

The final attack of the Red Guard to the Winter Palace form movie October by Sergey Ezeinstein

De film was wel te zien in het buitenland – weliswaar in nog maar eens een andere cut. En met een andere titel: Ten Days That Shook The World, naar het populaire, gelijknamige boek uit 1919 van de Amerikaanse journalist John Reed, die de revolutie van dichtbij had meegemaakt.

De muziek

Sergei Prokofiev was altijd vol lof over zijn uitgebreide samenwerking met Eisenstein. Hij loofde het respect dat de regisseur toonde voor zijn muziek – soms paste Eisenstein zelfs zijn montage aan om de muziek beter tot haar recht te laten komen. Sjostakovitsj, die tijdens zijn jeugdjaren nog op een piano had gehamerd als begeleider van stille films om extra geld te verdienen, had niet zo’n hoge pet op van Eisenstein. De componist opperde luidop dat hij niet begreep waar het ‘genie’ van Eisenstein dan wel precies zou liggen.

Ook de Oktober Opus 131 van Sjostakovitsj was een opdracht van de overheid voor de verjaardag van de Oktoberrevolutie, deze keer de 50ste, in 1967. Het stuk duurt amper 13 minuten maar wordt vaak omschreven als een ‘symfonie in miniatuur’. Het werd het uitgangspunt van een nieuwe soundtrack voor Eisensteins film, weliswaar samengesteld door een collega met Sjostakovitsj’s goedkeuring.

Deze muziek vormt het uitgangspunt voor de livemuziek van de broers Bert en Stijn Cools, oprichters van het muziekplatform Granvat, samen met bassist Nathan Wouters. Sjostakovitsj vormt zo het startpunt voor hun improvisaties, die elektronica vermengen met live-instrumenten.