17

De Belgische architect Victor Horta (1861-1947) liep kort na de Eerste Wereldoorlog rond met plannen voor een Paleis voor Schone Kunsten. Het gebouw maakte deel uit van zijn stedenbouwkundige projecten voor de Kunstberg.

Horta is vooral bekend om zijn herenhuizen in onvervalste art nouveau stijl uit het einde van de negentiende eeuw. In het Victor Horta Museum - Horta’s voormalige privéwoning annex atelier - kan u een kijkje nemen achter de schermen. Architectuur en binnenhuisinrichting zijn bij Horta onlosmakelijk met elkaar verbonden. Glas-in-lood-ramen, gietijzeren leuningen, florale decoratie op vloeren en wanden en zelf ontworpen meubelen laten een onvergetelijke totaalindruk na.
www.hortamuseum.be

Een wild plan 
Met zijn wild plan moest Horta eerst heel wat watertjes doorzwemmen. Edward Anseele, de minister van openbare werken, had onmiddellijk oren naar Horta’s plannen. Maar in 1920 weigerde het parlement de kredieten goed te keuren. Tot in 1922 de Société du Palais des Beaux-Arts het licht zag en het project definitief uit de startblokken kwam. 

De stad Brussel stelde een onregelmatig perceel van 8000 m2 ter beschikking. In ruil moesten er aan de straatkant winkeltjes komen. Dit ontlokte Horta in zijn Memoires volgende oprisping: ‘Paleis? Zo denk ik er niet over: gewoon kunsthuis, want ik zou een constructie, waarvan de belangrijkste gevel wordt ingenomen door winkels, nooit die naam kunnen geven.’ 

Aan de hogergelegen Koningstraat mocht het Paleis voor Schone Kunsten het zicht van de koning op de benedenstad niet bederven. De bouwhoogte werd dus strikt aan banden gelegd en het Paleis ging grotendeels ondergronds.