25

Reusachtig maar onzichtbaar. Een baken in de stad maar grotendeels ondergronds. Veelzijdig maar ook een eenheid. Prestigieus maar open voor iedereen. Zo zag Victor Horta het eerste Kunstenhuis in Europa voor zich, het Paleis voor Schone Kunsten. Zijn ambitieus project beantwoordde aan heel wat uitdagingen.

Stedenbouwkundig: als een verbinding tussen de hoge en de lage stad. Architecturaal: een gebouw dat zich ten dienste stelt van diverse disciplines zonder zijn architecturale kracht te verliezen. 
Artistiek: het kruim van alle kunsten ontvangen in de best denkbare omstandigheden. 
Cultureel: kunst toegankelijk maken voor een zo breed mogelijk publiek, niet voor een elite maar ook zonder water in de wijn te doen. 

Het Paleis voor Schone Kunsten opende in 1928 zijn deuren. Horta ruilde de kronkelende lijnen van de art nouveau in voor de geometrische vormentaal van de art deco. Maar de lichtinval in de tentoonstellingszalen en de ingenieuze schikking van de verschillende ruimtes verraden de hand van de meester. In zijn Memoires noemt Horta het Paleis voor Schone Kunsten een hoogtepunt in zijn carrière. 

Ondergrondse kunstberg
In het Paleis voor Schone Kunsten komen alle kunsten samen. Horta puzzelde de drie concertzalen, de tentoonstellingszalen en de conferentieruimten in elkaar tot een harmonisch geheel. Van meet af aan leven muziek en tentoonstellingen op gelijke voet. Een staalskelet voor dakspanten en het gebruik van gewapend beton maakten het open plan mogelijk. 

Wie dwars door het gebouw loopt, beklimt zonder het goed en wel te beseffen een berg: de Kunstberg. In totaal telt Horta’s Paleis maar liefst acht niveaus. Het is knap lastig om al de verdiepingen en tussenniveaus in één overzichtelijk plannetje weer te geven. Om je te oriënteren neem je het best de hoofdingang aan de Ravensteinstraat als oriëntatiepunt.