20

Jaap van Zweden zet zijn verkenning van het ijzeren orkestrepertoire voort. Brahms, Strauss en Mahler staan bij hem centraal. Philippe Herreweghe breidt zijn horizon uit tot Tsjajkovski, en zet zo zijn eerste balletpassen. Maar hij vergeet ook zijn grote liefde Beethoven niet en werkt verder aan de integrale van zijn symfonieën.