19

Als bescheiden werknemer in een New Yorkse kruidenierszaak heeft Menashe het moeilijk om de eindjes aan elkaar te knopen. Bovendien vecht hij voor het hoederecht over zijn zoon Rieven. Het chassidisme verbiedt hem immers zijn kind alleen op te voeden na het verlies van zijn vrouw. De opperrabbijn gunt hem echter een week met zijn zoon. Het is voor Menashe de ultieme kans om te bewijzen dat hij een goede vader kan zijn én aan de regels van zijn gemeenschap kan voldoen.