18

Symfonieorkest en koor van de MuntKooracademie van de MuntOctopus Symfonisch KoorHartmut Haenchen leiding – Martino Faggiani koorleiding – Tineke Van Ingelgem sopraan – Natascha Petrinsky alt – Nicky Spence tenor – Alexander Vassiliev bas

Programma

Symfonie nr. 2 (versie 1877) Anton Bruckner
Te Deum Anton Bruckner


“Als de goede God mij tot zich roept en vraagt ‘Wat deed je met de talenten die ik je gaf?’, dan toon ik hem de partituur van mijn Te Deum, en dan zal hij een genadevolle rechter voor mij zijn.” Met het Te Deum, “de trots van [z]ijn leven”, schreef Bruckner een groots opgevat werk “voor koor, soli en orkest, met orgel ad libitum”. Gustav Mahler doorstreept deze laatste aanduiding in zijn persoonlijke partituur en verving die met een vleugje humor door “voor engelentongen, Godzoekers, gekwelde harten en in vuur gereinigde zielen”. Bruckners extatische lofprijzing van God vindt een waardige evenknie in de zelden uitgevoerde Tweede symfonie. Een uiterst complex werk met grote diepgang en thematische rijkdom, die hijzelf als de voor het publiek meest toegankelijke beschouwde en waarin hij voor het eerst zijn “epische breedte” bereikte. Hartmut Haenchen voegt hiermee een nieuw luik toe aan de Bruckner-cyclus van de Munt.