23

Belgian National OrchestraStanislav Kochanovsky leiding – Vilde Frang viool

Programma

Concerto voor viool en orkest Benjamin Britten
Romeo en Julia, op. 64 Sergej Prokofjev


Hope dies last

“Het nieuws uit Spanje maakt me ziek. De rebellerende fascisten lijken aan de winnende hand (…) Toni [Antonio] en Peggy Brosa verblijven daar ook! Laten we bidden dat de dag van morgen beter nieuws zal brengen,” zo lezen we in  Brittens dagboek in juli 1936. Vier jaar later zou zijn vriend Antonio Brosa  — een gevierd Spaans violist — de wereldpremière van Brittens Vioolconcert in New York spelen. Het Vioolconcert is het antwoord van de componist op de verschrikkingen van de Spaanse Burgeroorlog (1936-39). De weeklacht van een vioolsolo wordt gewelddadig onderbroken door een militaristisch thema van het orkest. Britten maakte zich ernstig zorgen over de opkomst van totalitaire systemen in Europa. De pacifistische componist vluchtte naar Noord-Amerika waar hij een veilige thuishaven vond net voor in het oorlogszuchtige Europa de Tweede Wereldoorlog uitbrak.

De tragische confrontatie van de twee strijdende partijen in de Spaanse Burgeroorlog — de Nationalisten en de Republikeinen — doet denken aan de clash tussen het Huis van de Capulets en de Montagues, de twee rivaliserende families in het verhaal van Romeo en Julia. Onvermijdelijk volgt een tragedie op de botsing tussen geradicaliseerde antagonistische krachten. Tegen het gebruikelijke, eindige Prokofiev zijn ballet Romeo et Juliette (1938) met een happy end waarin het iconische koppel een beloftevolle toekomst tegenmoet danst. “De levenden kunnen dansen, de doden niet meer.” Ondanks het herziene einde — ook Prokofiev moest zich voegen naar de originele vertelling — is het ballet optimistisch van toon waarin de liefde ook na de dood blijft voortleven. Datzelfde optimisme horen we terug in Brittens Vioolconcert waar het idealisme opbloeit als een bloem op een platgebrand slagveld.