17

In aanwezigheid van Jean-Marie Vervisch, Richard Kalisz en Denise Vindevogel.

In 1967 worden drie studenten van het Brusselse INSAS (Institut national supérieur des arts du spectacle et des techniques de diffusion) weggestuurd wegens onbeschoftheid en protest. De reactie van de medestudenten blijft niet uit. Hun solidariteitsgevoel zet hen ertoe aan – als eindwerk – een gezamenlijke film te draaien over de gebeurtenissen op school.

“Deze film, gedraaid tussen oktober 1967 en maart 1968 vertoont twee belangrijke merkwaardigheden. De film is in de eerste plaats het resultaat van een collectief creatief proces. De studenten gaan daarmee in tegen de gebruikelijke reeks individuele sketches bijeengebracht onder een gemeenschappelijke titel. In hun werk is het onmogelijk na te gaan wie wat voor zijn rekening heeft genomen, zowel op het vlak van voorbereiding van het scenario, de découpage of de regie. Het hele proces verliep vanuit een volkomen gemeenschappelijke benadering. Daarbij komt dat het werk een fictieverhaal vertelt dat in wezen de problematiek van de filmmakers in beeld brengt. Het is verbazingwekkend om te zien hoe de turbulente gebeurtenissen die in mei 68 een schokgolf veroorzaakten, maanden voordien al sluimerden in studentenkringen, en niet alleen het intellectuele discours beroerden, maar zich ook uitten onder de vorm van acties. Toen al was er de breuk met het aangeboden onderwijs, de weigering om in het opgedrongen maatschappelijk model te stappen, de hardere aanpak ten aanzien van alle pogingen tot inkapseling, het uiteindelijke geweld, de vereenzaming en mislukking ... Het zijn de omstandigheden waarin de film werd gedraaid, als getuigenis over de revolte zoals die werd beleefd van binnenuit, die dit werk zo bijzonder maken ...” (Annie Goldmann, Cinéma et Société Moderne, 1971) 

Wist je dat?