20

Twee jonge schrijvers groeiden op vlak voor en na de val van het IJzeren Gordijn. Hun landen  maakten de twintigste eeuw voor een stuk gemeenschappelijk mee, maar houden zich vandaag toch vooral vast aan hun eigen identiteit en soevereiniteit. Ook de schrijvers? Bestaat er zoiets als IJzeren-Gordijnliteratuur?

Jacek Dehnel (Gdańsk, 1980) is een van de grote vertellers van de nieuwe generatie Poolse schrijvers. Hij brak internationaal door met Saturnus, een roman over de Spaanse schilder Goya. Zijn werk is in Polen onderscheiden met de belangrijkste literaire prijzen: Zijn recent vertaalde roman Krivoklat handelt over een gek die grote kunstwerken wil vernietigen en Lala, over een sterke, maar dementerende vrouw die haar leven aan haar kleinzoon vertelt.
Jaroslav Rudiš (Turnov, 1972) is de new man de hedendaagse Tsjechische literatuur. Hij is de eerste buitenlandse auteur die de prestigieuze prijs van de Leipziger Buchmesse kreeg.  Zijn veel vertaalde roman Het einde van de punk in Helsinki handelt over de punkcultuur in het voormalige Oostblok van de jaren tachtig. Naast auteur is Rudiš ook actief als muzikant.  Zijn jongste project is de Kafka band, een audiovisuele voorstelling geïnspireerd op de grootmeester van de Tsjechische literatuur.

Het gesprek wordt geleid door Peter Vermeersch, auteur en professor European Studies aan de KULeuven.