21

De Krim lag volgens Euripides “buiten de grenzen van Europa en de Europese zeeën” in “de bevreemdende wildernis van Azië” en werd lange tijd beschouwd als de uiterste grens van de Europese cultuur. Het gebied werd in veel culturen als een grensland voorgesteld, zowel in Europa als Azië, door Grieken, Turken of Tataren, en van Genua tot Rusland. Het heersende beeld van de Krim als exotisch oord werd vooral duidelijk na de verovering van de Krim door Catharina II van Rusland (bijgenaamd Catharina de Grote) in 1783, toen almaar meer Europeanen naar het gebied reisden. Menig avontuurlijk Europeaan pende in zijn reisverslagen neer hoe ‘anders’ de Krim wel is in vergelijking met Europa of Rusland.
De nadruk die de reizigers legden op dat ‘anders zijn’ van de Krim – zowel op geografisch vlak (landschap, klimaat) als wat de bevolking betreft (voornamelijk de Moslim-Tataren) – toonde aan dat Rusland in essentie een Europese macht was. Deze lezing buigt zich voornamelijk over de vaak problematische perceptie van reizigers over concrete ontmoetingen met de ‘andere’ Krim. Zoals bekend, steunt onze perceptie van ‘de ander’ deels op opvattingen over onszelf, maar ook op onze ideeën over welk soort eigenschappen of kenmerken bepalend zijn, en over de manieren waarop we verschillen ervaren en inschatten. Vanuit die gedachte zullen we het ‘exotisme’ van de Krim onder de loep nemen door de ogen van twee westerse vrouwen: de eerste, Britse vrouw bezocht de Krim in 1786, aan de vooravond van Catharina's bezoek aan haar nieuw veroverde grondgebied; de tweede, Russische vrouw bezocht het gebied in 1852-1853, net voor de Krimoorlog. We belichten meer specifiek hoe deze vrouwen hun eigen privéontmoetingen met Moslim-Tataarse vrouwen hebben beschreven.

Sara Dickinson is professor Russische literatuur en cultuur aan de universiteit van Genua (Italië). Ze behaalde diploma’s Slavische Taal en Literatuur aan de universiteit van Chicago (bachelor), Indiana (master) en Harvard (doctoraat). Ze gaf verscheidene jaren les aan de Ohio State University. Haar onderzoek belicht voornamelijk de 18e- en 19e-eeuwse Russische literatuur en cultuur, en benadert thema's die verband houden met reisverslagen (vooral de denkbeeldige geografie en identiteit); teksten van Russische vrouwen (tot midden 19e eeuw); de evolutie van bepaalde emoties in de Russische literaire traditie - met name toska (smart), toska po rodine (heimwee naar het vaderland) en nostalgie.