12

Meer dan veertig jaar terug ontwikkelde Claudio Parmiggiani (in 1943 geboren in Italië) een procedé dat hij ‘Delocazione’ doopte. Dit houdt in dat hij op een plek een installatie, in dit geval een bibliotheek, opstelt die hij vervolgens in brand steekt. Eens de brand uitgewoed is, neemt de kunstenaar de boeken weg, waarna de sporen van rook en roet een reeks silhouetten onthullen en zo een spoor of herinnering weergeven van wat verdwenen is.

De kunstenaar beschrijft die schaduwbeeldhouwwerken als ‘gemodelleerd door het vuur en de tijd, geboren uit het vuur en zijn as’. Door vernieling te ensceneren - een symbolische vernieling, want de boeken worden niet echt verbrand, alleen met rook overspoten - wordt het geheugen aangepord en zo het leven zelf. De afdrukken die de verwijderde boeken nalaten en het roet zijn symbolen van een aanwezigheid die verdwenen is. Boeken zijn de overblijfselen en bewaarders van ons geheugen. Wat blijft er van het geheugen over als alle boeken verdwenen zullen zijn?

Parmiggiani maakt het afwezige aanwezig; hij geeft wat er niet (meer) is zijn plaats in het zichtbare. Op die manier kaart hij een fundamentele vraag in de kunst aan: hoe weergeven wat niet weergegeven kan worden?

“Sommige plekken hebben een bijzondere energie; ze bonzen letterlijk, andere niet. Als je in de muur van een middeleeuwse kathedraal een gat maakt, komt er bloed uit, maar als je in de muur van een museum een gat maakt, komt er niets uit. Als er niets is, moet je de plek herscheppen, hem een paar klappen geven en door elkaar schudden, in die plek zonder geheugen een nieuw geheugen instellen, namelijk dat van jezelf. Ik heb een steeds sterker verlangen, niet om objecten te maken, hoe verfijnd ook, niet om objecten zomaar in een ruimte neer te planten, maar om psychologische ruimten te scheppen, suggestieve plekken die je zintuigen een schok geven. Plekken die een stem hebben, een hart dat klopt in de dikke muren. Het onzichtbare waarneembaar maken.”