11

Tegenover het zwarte scherm, weerklinken de eerste woorden als een profetie: “Ik heb een enorme epidemie gezien. Een chaos. Ik zou schreeuwen, mensen, het gaat niet goed, verschrikkelijke armoede staat ons te wachten!” Maar dit is geen voorspelling meer voor de herders in de bergen van West-Griekenland. Verborgen in hun groezelige, aftandse woningen, overwegen ze hun laatste euro’s te spenderen aan sigaretten of bier, lijsten hun schulden op en zoeken naar nieuwe kredietverleners, terwijl ze de uitzichtloosheid van hun situatie verzuchten. De diepe groeven die hun afgeleefde gezichten tekenen, herinneren aan de schrale buitenwereld, waar elektriciteitspalen de rotsige valleien doorkruisen, gehuld in een niet aflatende mist. Hoewel de dieren hun bestaan verzekeren, dragen zij de last van de frustraties van hun eigenaars, een terloops, dagelijks geweld wachtend op uitbarsting.
In een ingenieuze vervlechting van documentaire en fictie, toont Sto Lyko beelden van een woeste schoonheid, van plaatselijke niet-professionele acteurs en verraadt een scherp oog voor alledaagse details. Zo wordt een prangend beeld geschetst van de wanhoop op het platteland die verbijstert door haar ambiguïteit: een combinatie van een schokkende momentopname van het provinciale Griekenland getroffen door crisis en een allegorisch drama van elementaire, apocalyptische kracht.

“Een ontmoeting tussen Béla Tarr en Theo Angelopouos, een visionair gesmeed juweel van bijna non-fictie” – Filmmaker Magazine

“Door een ingenieuze vervlechting van documentaire en fictie, werd ‘To the Wolf’ een allegorisch drama van elementaire, apocalyptische kracht” - Berlinale