RADAR

Estland: een bruisend filmlandschap

In de marge van het Estse voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie tot eind dit jaar, zetten we tijdens Focus on Estonia op 6 en 7 december de Estse film in de schijnwerpers.

Sigade Revolutsioon, Revolution of Pigs (2004)
Sigade Revolutsioon, Revolution of Pigs (2004)

Op het raakvlak tussen vier culturele werelden – Rusland, Scandinavië, Duitsland en Polen – en ondanks de Duitse en de Sovjetbezetting, slaagde de Estse school erin een geheel eigen pad te bewandelen. Een originaliteit die toe te schrijven valt aan het tumultueuze verleden en de strijd voor ontvoogding van het land.

Estland wordt omringd door grote filmlanden. We zijn enigszins vertrouwd met de Russische Sovjetfilms van Eisenstein, Vertov, Tarkovski of Pavel Lungin, en ook de Zweedse klassiekers van Victor Sjöström, Ingmar Bergman of Lasse Hallström zijn ons niet geheel onbekend en zetten wereldwijd de toon. Deense films klinken ons evenzeer bekend in de oren, dankzij figuren als Gabriel Axel, Lars von Trier of Thomas Vinterberg, die de Europese filmwereld nieuw leven inbliezen. We mogen echter ook de Poolse school van Łódź niet vergeten, die tal van beroemde regisseurs voortbracht, van Jerzy Skolimowski over Roman Polanski of Andrzej Wajda tot Krzysztof Kieślowski. En dan is er uiteraard nog Duitsland, heimat van menig filmkunstgenie in het begin van de 20e eeuw – met Ernst Lubitsch, Friedrich Wilhelm Murnau of Fritz Lang –, maar net zozeer vandaag, met visionaire figuren als Volker Schlöndorff, Werner Herzog, Rainer Werner Fassbinder en, niet te vergeten, Wim Wenders. Het is dus beslist geen sinecure om in de schaduw van zo veel talent de eigenheid te bewaren. Toch is Estland erin geslaagd in het oog te springen en een bijzondere plaats in te palmen in een filmlandschap waarvan de oorsprong en beweegredenen slechts te doorgronden zijn als de artistieke productie wordt getoetst aan het verleden van het land.

 

De taal als symbool van nationaal bewustzijn?

Estonia's declaration of independence in 1918
Estonia's declaration of independence in 1918

Estland werd vrij laat tot het christendom bekeerd. Aan het einde van de 12e eeuw werden kruisridders van de Duitse Orde door het hertogdom Mazovië uitgestuurd om de heidense Baltische Pruisen tot de Duitse Orde te bekeren. In de 14e eeuw kwam het gebied uiteindelijk volledig onder het bewind van de Duitse Orde te staan. Tegen die achtergrond ontstond een sterk tweeledige 'klassenmaatschappij', of toch voor zover dat anachronisme hier opgaat: de van oorsprong Duitse minderheid als gewapend machthebber, autoriteit op het vlak van wetenschap, filosofie, religie, grondbezit en handel, tegenover het Fins-Oegrische volk dat als horigen het land moest bewerken. Die tweedracht werd eeuwenlang in stand gehouden en blijkt bepalend om het moderne Estland te begrijpen. Ook nadat het Estse grondgebied eind 16e eeuw onder Zweeds en begin 18e eeuw onder Russisch bewind kwam te staan werden de privileges en voorrechten van de Duitstalige Pruisen niet in twijfel getrokken.

Na de afschaffing van de horigheid en met de toenemende emancipatie van de opkomende middenklasse werd de legitimiteit van het volkserfgoed echter steeds sterker ervaren, zo ook van de waarde van de taal en overlevering. Toen in Estland – net als in de rest van Europa – een nationaal bewustzijn ontkiemde, won die met de taal en het culturele erfgoed als voedingsbodem gestaag aan kracht, tot in 1918 de onafhankelijkheid eenzijdig werd uitgeroepen en een jaar later door de internationale gemeenschap werd erkend. De rol van de taal was niet onbelangrijk. Het Ests is immers geen Slavische of Scandinavische taal. Het is een Finnische taal, zoals het Fins of Karelisch, wat het nationale bewustzijn, net als de culturele productie in het algemeen en de filmproductie in het bijzonder, zo uniek maakt, vooral sinds de opkomst van de film met gesproken tekst.

 

De eerste films

Theodor Luts
Theodor Luts

Het ontstaan van de film laat niemand onberoerd. Afgezien van het vermakelijke aspect zagen de eerste regisseurs al snel de kracht van het nieuwe medium in. In 1908 werd Estland voor het eerst op beeld vastgelegd, meer bepaald toen de Zweedse vorst op diens doortocht naar Sint-Petersburg de Estse hoofdstad Tallinn aandeed. Het duurde echter nog tot 1912 – een twintigtal jaar nadat de eerste films door Edison werden ontwikkeld – voor er in Estland een eerste echte film werd gedraaid. Utotshkini lendamised Tartu kohal werd de eerste in een hele reeks documentaires die verschenen sinds La Sortie de l'usine Lumière à Lyon, de allereerste film en pseudodocumentaire van de gebroeders Lumière. Het werk, geregisseerd door Johannes Pääsuke, die wordt beschouwd als de vader van de Estse film, vertelt over de vlucht van de Russische piloot Sergei Utotschkin boven Tartu, de tweede grootste stad van Estland en een mekka voor Estse intellectuelen. Het duurde niet lang voor de film uitgroeide tot een ideologisch strijdmiddel ten dienste van de nationale belangen. Zo draaide Johannes Pääsuke in 1914 Karujaht Pärnumaal (Berenjacht in de streek van Pärnu), een politieke satire die door de Russische machthebber werd gecensureerd en wordt beschouwd als de allereerste Estse fictiefilm. Tijdens de Eerste Wereldoorlog zag het Estse volk in de confrontatie met het Duitse keizerrijk zijn kans om wraak te nemen op de Duitstaligen. De nationalisten van hun kant profiteerden van het verval van het tsaristische regime, de burgeroorlog en de heersende chaos om in 1918 de onafhankelijkheid van hun land uit te roepen. Nadat ze het Duitse leger verdreven en het rode leger een halt toeriepen, werd de soevereiniteit van Estland in 1920 door de Sovjets erkend.

De eerste in het Ests gesproken films doken begin jaren 1930 op in uiteenlopende genres (fictie, documentaire, animatie enz.), onder impuls van regisseurs als Theodor Luts, Voldemar Päts en Konstantin Märska.

 

Onder Sovjetbewind

Estonia's declaration of independence in 1918
Estonia's declaration of independence in 1918

Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog vielen de Sovjets Estland binnen om het land vervolgens aan nazi-Duitsland over te dragen na de ondertekening van het niet-aanvalsverdrag tussen Duitsland en de USSR. Het rode leger haalde in 1944 opnieuw de bovenhand in Estland, dat werd ingelijfd door de Sovjet-Unie en pas na de val van het regime in 1991 opnieuw onafhankelijk werd. Onder communistisch bewind zakten heel wat Russische regisseurs naar Estland af om er in eerste instantie propagandafilms te draaien over de zege van het socialisme, zoals in Valgus Koordis van Gerbert Rappaport, de allereerste kleurenfilm die in Estland verscheen in 1951. Na de dood van Stalin in 1953 versoepelde de Sovjet-Unie enigszins haar beleid inzake artistieke creatie. De Estse regisseur Grigori Kromanov studeerde in Moskou en draaide verscheidene kaskrakers als Viimne Reliikvia (het laatste relikwie), over de heldhaftige boerenopstand in Estland. De film lokte bijna 45 miljoen kijkers naar de zalen en verscheen in een zestigtal landen. Arvo Kruusement verfilmde eveneens klassiekers uit de Estse literatuur. Denk maar aan Kevade (lente) van Oskar Luts, waarvan de verfilming zowel in Estland als in de rest van de Sovjet-Unie veel succes oogstte en werd aangevuld met de adaptaties van Zomer en Herfst. In de jaren 1980 draaide Kaljo Kiisk, de ster uit Kevade, een aantal opmerkelijke films, zoals Nipernaadi, een adaptatie van de gelijknamige novelle van August Gailit over een welbespraakt schrijver die als toonbeeld van de Estse avonturier anoniem een zomerse reis maakt. In dezelfde periode bracht de cineaste Leida Laius het erg opmerkelijke Naerata ometi uit, een film over een adolescente in een Sovjetweeshuis. De artistieke blik ging een almaar eigenzinniger koers varen, zoals in Ideaalmaastik van Peeter Simm, waarin de gedwongen collectivisatie aan de kaak werd gesteld. Na de val van de Sovjet-Unie zou hij uitgroeien tot een van de grootste cineasten.

 

Een herwonnen onafhankelijkheid

60 Seconds of Solitude in Year Zero screeningPhotography by Tallinn 2011 and Jelena Rudi
60 Seconds of Solitude in Year Zero screeningPhotography by Tallinn 2011 and Jelena Rudi

In 1991 werd Estland voor de tweede maal onafhankelijk. Met de val van de USSR en de vlotte toetreding tot de Europese Unie hervond de artistieke wereld opnieuw de totale vrijheid van uitdrukking en stijl. Toch duurde het enige tijd voor een nieuwe economische structuur voor filmproducties – voorheen gesubsidieerd door de Sovjets – vorm kreeg. Om die situatie te verhelpen richtte het Estse ministerie van Cultuur in 1997 een instantie op om het nationale budget dat werd toegekend aan filmproducties te beheren en te verdelen. Die instantie zou later vervangen worden door het Estse filminstituut (Eesti Filmi Instituut), dat niet alleen instaat voor de financiering van de producties, maar ook onderzoek en erfgoedbeheer steunt.

Het nationale bewustzijn van het jonge Estland is uiteraard een geliefd thema, zo ook in Nimed marmortahvlil (in het marmer gegrift) van Elmo Nüganen. De film vertelt het waargebeurde verhaal van een groep studenten die in 1918 hun leven waagden voor de onafhankelijkheid van hun land. De Estse film werpt ook een kritische blik op het Sovjettijdperk, zoals in Sigade revolutsioon (de varkensrevolutie) van Jaak Kilmi en Rene Reinumagi, waarin jonge studenten voor opschudding zorgen tijdens het eerbetoon aan de Sovjet-Unie.

De traditie van de documentaire en de animatiefilm gaat, zoals we eerder al zagen, terug tot de beginjaren van de Estse film en wordt ook vandaag nog in stand gehouden. Ter bevordering van de integratie van Estland in Europa werden samenwerkingsverbanden ontwikkeld, kwamen internationale coproducties tot stand en doken nieuwe namen op, zoals Veiko Õunpuu, die in zijn film 60 Seconds of Solitude in Year Zero 60 cineasten uit alle hoeken van de wereld samenbrengt, elk met een kortfilm van één minuut rond het thema dood in de film. Het resultaat werd in 2011 vertoond in de haven van de toenmalige Europese culturele hoofdstad Tallinn.

 

Op het programma

Aan de hand van vier films van hedendaagse regisseurs laat BOZAR je proeven van de actuele rijkdom van het Estse filmlandschap. Sterk uiteenlopende sferen en genres belichten de originaliteit van een bloeiende kunst. Op de affiche staan:

  • November. Rainer Sarnet nodigt je uit om de Estse christelijke en heidense mythes te herontdekken in een verhaal van geesten en weerwolven.
  • Soviet Hippies. Terje Toomistu dompelt ons opnieuw onder in het hippiemilieu uit de Sovjet-Unie van de jaren 70 en vertelt het verhaal van een groep Estse hippies die jaren later naar Moskou trekt.
  • The Days that Confused. Triin Ruumet keert terug naar de jaren 1990 en toont het verhaal van een jongeman die de dertig nadert. Hij gaat op zoek naar een doel in zijn schijnbaar chaotische leven.
  • Pretenders. Een beklemmende film van Vallo Toomla over de al dan niet uitgesproken ontwrichting van een gedesillusioneerd koppel.

 

Zie ook