© Charlélie Marangé
RADAR

Rachid Taha, Rebel With a Cause

Hij doet aan Arno denken, Rachid Taha (°1957, Algerije). Beiden dragen hun woeste haardos en occasionele stoppelbaard als een signatuur.

Beiden cultiveerden de voorbije dertig jaar een scruffypunk imago op minutieuze wijze. Beiden lappen regels aan hun laars en wonnen net daarom al onnoemelijk veel muziekprijzen.

Om een handvol redenen gaat de vergelijking niet op. Vooral Taha moest meer borden afwassen voor hij van zijn muziek kon leven. Rachid Taha groeide op in Algerije en verhuisde op tienjarige leeftijd met zijn familie naar Frankrijk. Zijn vader werkte “als een hedendaagse slaaf” in een textielfabriek, hijzelf ging als zeventienjarige travakken in een elektriciteitscentrale. En hij haatte het. ’s Nachts draaide hij plaatjes in undergroundclubs en mixte hij Arabische muziek, rap, salsa en funk door elkaar. Hij schreef poëzie en boze, boze liederen. Hij schaarde een stel gelijkgestemden rond zich en richtte de rockgroep ‘Carte de Séjour’ op, aangevuurd door de liedteksten van the Clash en het werk van Linton Kwesi Johnson.

Linton Kwesi Johnson - Bass Culture

Het was knokken. Ze hadden geen geld en geen vrienden bij de Franse muzieklabels, die bovenal geen Arabieren in huis wilden. En dus zakten ze af naar de banlieues waar ze razende, Arabische punksongs schreven over schandalige werkomstandigheden en de manier waarop immigranten worden behandeld. Even haalden ze het voorpaginanieuws met hun ironisch-oriëntaalse interpretatie van de klassieker Douce France. Rachid Taha verfde zijn haar ‘Arisch blond’ en trok naar het Frans parlement om zijn songteksten uit te delen “opdat elk van de volksvertegenwoordigers in aanraking zou komen met het perspectief van de migrant.” Kort daarna werd het lied uit de ether gehaald.

Carte de Séjour werd nooit een succes, net zomin als Taha’s eerste cd onder eigen naam, Barbès. Ten tijde van de Golfoorlog werd wat meewarig gekeken naar Arabische poprock. Taha bleef bijgevolg werken in de electriciteitscentrale, en daarna als huisschilder, afwasser en deur-aan-deurverkoper van encyclopedia. Pas wanneer hij in Parijs zijn nummers liet producen door hippieheld Steve Hillage, kwam zijn carrière van de grond.

Hij backte klassieke nummers uit Algerije, Marokko en Egypte met traditionele instrumenten als de oed, drums en Arabische strijkers, gemixt met hedendaagse samples en westerse pop- en rocknummers. ‘Ya Rayah werd een van de eerste Arabische nummers dat werd gedraaid door Europese dj’s en een bestseller van Turkije tot Colombia. Migra werd opgenomen en uitgebracht door Carlos Santana, die er 25 miljoen exemplaren van verkocht. En Taha’s semicover ‘Rock El Casbah werd al veelvuldig opgevoerd door The Clash-gitarist Mick Jones.

رشيد طه - يا رايح وين مسافر \ rachid taha- ya rayeh

Verder werd hij de pionier van de rock-’n-rai, een muziekstijl geworteld in de traditionele rai van de bedoeïenen en gedraaid door melodieën uit de westerse pop- en rock. Een bloemlezing uit zijn repertoire kan je op 25 november meemaken in het Paleis voor Schone Kunsten. Tijdens Moussem Sounds brengt hij er een hommage aan Umm Kulthum en Elvis Presley, voorafgegaan door een concert van de Marokkaanse singer-songwriter Nabyla Maan. Zijn popmelodieën en tranceachtige soundscapes zal je horen overvloeien in chaabi, een Algerijnse muziekstijl die “teruggaat op dezelfde muzikale fundamenten als de blues en de rock. Deze keer geen rai, deze keer ben ik Rai Cooder, en mix ik mijn invloeden zoals Asian Dub Foundation”, aldus Taha.

Zie ook