RADAR

Voorvechters van de nieuwe Belgische improvisatiescene

Fred Van Hove wordt tachtig. De éminence grise van de Belgische free jazz, brengt met pianist en organist Seppe Gebruers en saxofonist Joachim Badenhorst een avond vol vrije improvisaties, norse klanken en hoekige wendingen voor avontuurlijke oren.

Gebruers & Badenhorst © Geert Vandepoele - Dries Segers
Gebruers & Badenhorst © Geert Vandepoele - Dries Segers

Joachim Badenhorst en Seppe Gebruers, op 13 december krijgen we de kans om jullie als duo te ontdekken tijdens het eerste deel van het concert van Fred Van Hove. Vanwaar deze samenwerking?
Seppe Gebruers:
Sound in Motion (naast BOZAR de co-organisator van het concert) nam contact op met mij omdat ik organist ben en het nieuwe orgel van het Paleis voor Schone Kunsten voor dit project bespeeld moet worden. Samen met Joachim speelde ik onlangs in een kerk in de Vlaamse Ardennen waar een renaissance-orgel staat. Dat was zo een positieve ervaring dat ik dacht dat het wel interessant zou zijn om samen op een podium te staan.

Maar dan wel in een heel andere setting …
Seppe:
Inderdaad. In de kerk speelde ik vanop de tribune en zat Joachim aan de voet van het altaar; in het Paleis voor Schone Kunsten zitten we allebei op het podium en zal ik verder van de pijpen kunnen zitten dankzij de elektronische console. Bovendien speelde ik in de kerk op een instrument met een heel andere klank en intonatie dan het moderne orgel in het Paleis. Ik kreeg de kans om te spelen op een van de orgels van het Orgelpark in Amsterdam. Dat benadert dit orgel, toch wat de klank betreft: de fluitklanken klinken als echte fluiten, alles klinkt veel helderder. Ik heb echter nog nooit op een orgel met zo veel registers en mogelijkheden gespeeld. Hoe dan ook, ik zal waarschijnlijk geen tijd hebben om ze allemaal te ontdekken!

Hoe voel je je bij het idee om deze feestelijke avond te openen?
Joachim Badenhorst:
Het is voor ons uiteraard een grote eer. Fred Van Hove is een groot man en een belangrijke figuur binnen de improvisatiemuziek in België.
Seppe: Absoluut, en ik zou zelfs zeggen: in Europa. Een vriend van me vertelde dat Fred Van Hove in Zweden tijdens de lessen jazzgeschiedenis wordt genoemd naast de grote muzikanten van de free jazz. In België hebben we soms de neiging om te bescheiden te zijn als het om onze artiesten gaat.
Joachim: Dat is waar. Fred katapulteerde ons land naar de voorgrond van de internationale scene. Hij timmerde mee aan de creatie van de hele improvisatiescene naast Duitse, Nederlandse en Engelse artiesten.

Kan je spreken over een ‘Belgische school’ van de improvisatie?
Joachim:
België is al enkele generaties actief binnen dit domein. Eerst was er de generatie van Fred, dan de volgende en nu is er een nieuwe generatie jonge muzikanten in Gent en Brussel die graag experimenteren en nieuwe types projecten opzetten.

Wat fascineert je zo bij Fred Van Hove?
Seppe:
Het geluid dat hij kan produceren aan de piano. Zijn pianospel kan heel zacht zijn, met een romantische frasering. Tegelijk zitten er ook scherpe klanken in. Maar ruimer zijn het de geest en het engagement van Fred die ons inspireren: zijn betrokkenheid bij de WIM (Werkgroep Improviserende Musici, nvdr), zijn samenwerkingen met amateurmuzikanten en fanfares die improviseren … Hij heeft er alles aan gedaan om zijn doel te bereiken en daar is hij in geslaagd.

Fred Van Hove © Geert Vandepoele
Fred Van Hove © Geert Vandepoele

Heb je al met hem samengewerkt?
Joachim:
Ik heb één keer aan zijn zijde gestaan, in La Resistenza in Gent. Dat was in een trio met saxofonist Mikko Innanen. Ik heb er een heel mooie herinnering aan overgehouden.

Is er een opname van Fred Van Hove die je in het bijzonder raakt?
Seppe:
Ik heb veel geluisterd naar het trio dat hij vormde met Peter Brötzmann en Han Bennink: twee bijzonder sterke en ietwat dominante persoonlijkheden met een heel sterk klinkend spel. Ik hou van de functie die Fred in het trio had: hij slaagde erin een band te creëren tussen zijn twee partners.

Brötzmann / van Hove / Bennink - The End (1974/02/04) (Part 2/2)

Wanneer heb je zijn muziek ontdekt?
Seppe:
Bij mij was dat tijdens een concert in Gent of Antwerpen … Ik moet ongeveer twaalf jaar geweest zijn. Ik denk dat Fred solo speelde. Ik herinner me dat ik onder de indruk was van de gesluierde klank van zijn pianospel. 
Joachim: Ik hoorde Fred voor het eerst in de Bourla in Antwerpen. Hij speelde met een groot ensemble. Ik moet een jaar of 10 geweest zijn en ik kende zo goed als niets van improvisatie. Ik werd geraakt door de energie die van het podium spatte.

Deze eerste ervaring gaat dus terug naar je kindertijd.
Seppe:
Ja. Dat we vandaag over een zo rijke scene beschikken, hebben we volgens mij te danken aan het feit dat geïmproviseerde muziek nu toegankelijker is geworden. Wij konden jazz leren aan de muziekschool waar ook instrumenten ter beschikking werden gesteld van de leerlingen. In het kader van de lessen konden we ook naar concerten gaan om de muziek live te ontdekken.

Heeft dat een invloed gehad op de muzikant die je vandaag bent?
Joachim:
Alles wat we tijdens onze jeugd leren kennen, verrijkt ons. In dit geval leerde deze ervaring me hoeveel openheid er kan bestaan in de muziek.

Fred Van Hove at BOZAR © Koen Vandenhoudt
Fred Van Hove at BOZAR © Koen Vandenhoudt

Waar ben je naar op zoek als je muziek speelt?
Joachim:
Ik wil iets oprechts brengen. Ik hou van de spontaneïteit in de muziek: wanneer een gebeurtenis ontstaat uit een welbepaald moment. Daarom doe ik aan improvisatie; ik heb niets tegen composities, zolang ze maar een gevoel of een persoonlijke emotie vertalen.
Seppe: Dat geldt ook voor mij. Ik werk soms wel aan complexe stukken, omdat ik dat interessant vind, maar ik maak de dingen niet graag ingewikkeld wanneer ik speel.

Welke elementen kunnen een muzikant beïnvloeden wanneer hij improviseert?
Joachim:
De zaal, de akoestiek, de muzikale partner, het instrument – in dit geval belooft de aanwezigheid van het orgel een heel speciale sfeer … Maar het publiek, de energie en de interactie die ontstaan tussen het publiek en de muzikant zijn zeker even belangrijk.

Is er sprake van een structuur in dit type van improvisatie?
Seppe:
Er is altijd een structuur. Die verschijnt zodra er een eerste klank wordt geproduceerd en er een tweede op volgt. Het gebeurt ook dat we heel duidelijke structuren gebruiken, zoals de liedvorm (ABA) bijvoorbeeld.
Joachim: Bij een duo wordt de structuur gezamenlijk opgebouwd door de twee muzikanten. We kunnen het dan zelfs hebben over een instant-compositie. Maar je moet dan wel echt openstaan voor de gebeurtenissen van het moment zelf …
Seppe: Alles hangt ook af van de muzikanten. Sommigen hebben een heel goed geheugen en vinden het leuk om te verwijzen naar eerder gespeelde motieven of thema’s.

Joachim: Tijdens ons concert in BOZAR zullen we echter ook enkele composities van Seppe spelen ...
Seppe: Het zijn stukken die geïnspireerd zijn op de renaissancemuziek, vooral die van Guillaume de Machaut en Carlo Gesualdo. Vroeger speelde ik die muziek vaak en ik luisterde er ook veel naar. Ik ben er intussen wel van afgeweken, maar ik stel vast dat die invloed soms weer de kop opsteekt, vandaar de inspiratie.

Waar mogen we ons aan verwachten?
Joachim:
Dat zullen we samen ontdekken …

Zie ook