Volksvergadering in de centrale hall met achteraan de spandoeken van de bezetters © Jean Guyaux
RADAR

Cultural workers of the world unite

Mei ’68 sloeg ook toe in het Paleis voor Schone Kunsten. Op 28 mei ’s avonds hadden kunstenaars en schrijvers verzamelen geblazen in een Brussels café. Er moest iets collectiefs gebeuren.

En wel nu! Ze besloten om, diezelfde avond nog, het Paleis voor Schone Kunsten te gaan bezetten. En wat blijft daar vijftig jaar later van hangen?

 

Een echt plan lag niet op tafel. De Vlamingen in het gezelschap wisten wel dat er een cultuurfestival plaatsvond, ‘De Nederlandse Dagen’. De dichter Marcel van Maele zou optreden in Clito, ‘een mobiel plastisch gebeuren’ van de conceptuele kunstenaar Roland van den Berghe. De bezetters in spe wisten dat het Paleis die dagen progressief uit de hoek kwam. De centrale hall was heringericht tot een relax- en ontmoetingsruimte. Die plek zouden ze dus gaan inpalmen. Het was de gedroomde setting voor een cultureel verantwoord samenzijn. Er waren kartonnen zetels, een podium, een muurkrant, ja, zelfs een stencilmachine. Een bouwfirma had met een stelling een podium gemaakt aan de trappen naar de tentoonstellingen. Aan die buizen hingen de bezetters die eerste nacht drie spandoeken op: ‘Neen aan de klassencultuur’ (in het Frans en het Nederlands) en ‘contestatie van de culturele politiek van het land’.

De eerste dag werd er een persbericht uitgedeeld met vier moties:

  • solidariteit met de studenten, de professoren, de onderzoekers, de arbeiders en bedienden van de vrije vergadering van de ULB.
  • totale contestatie van het huidige cultuursysteem en zijn verspreiding
  • permanente bezetting van het Paleis voor Schone Kunsten van Brussel
  • de vrije vergadering is er zich van bewust dat alle contestatie op het culturele vlak uitloopt op de contestatie van de volledige samenleving.

Boven de ingang hingen er nog twee spandoeken: VOLKSVERGADERING - BEZETTING – OPEN aan ALLEN. Tot zover zat alles op schema.

 

Het culturele systeem

De eerste ochtend wierp Marcel Broodthaers zich op als voorzitter van de ‘vrije vergadering’ en als bemiddelaar met de directeur en de voorzitter van het Paleis voor Schone Kunsten. Hij liet zich langs alle kanten fotograferen. Het leek wel een verbale boksmatch. Maar Broodthaers maakte niet het proces van het Paleis voor Schone Kunsten. Hij maakte een vuist voor het hoger kunstonderwijs en de hoge nood aan een museum voor moderne kunst in Brussel. Na acht jaar was er zelfs nog geen beslissing over de bouwgrond. Het museum kwam er wel degelijk, zestien (!) jaar later. In 2012 belandde de collectie moderne en hedendaagse kunst in de reserve, in afwachting van een nieuw onderkomen. Zover is het nog niet gekomen. Vandaag popt er wel een project op van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest: Kanal in een Citroën-garage uit de jaren 1930, een samenwerking met het Centre Pompidou.

De cultuurpolitiek in België speelt zich vandaag af in een heel andere, federale context. Na zes staatshervormingen hebben niet minder dan acht (!) ministers in België culturele verantwoordelijkheid. Daarbij komt nog eens de Europese uitstraling van de stad en de superdiverse samenstelling van de bevolking. Kunstenaars die vandaag het culturele systeem willen contesteren, kunnen zich maar best even bijscholen.

Marcel Broodthaers, oog in oog met Paul Willems, toenmalig directeur-generaal van het Paleis voor Schone Kunsten
Marcel Broodthaers, oog in oog met Paul Willems, toenmalig directeur-generaal van het Paleis voor Schone Kunsten

 

Culturele actie

Radicale actie of een open dialoog? Een echte bezetting is het nooit geworden. De kunstenaars en de beheerders van het Paleis voor Schone Kunsten wisten het prima met elkaar te vinden. Paul Willems was pas directeur-generaal geworden. Hij was zelf schrijver en wilde samen met zijn collega’s programmatoren een frisse wind laten waaien. Je kunt de bezetting nog het best een gedoogde bijeenkomst noemen. De artistieke interventies in en rond de hall waren geprogrammeerd door het Kunst- en Cultuurverbond, de vereniging die instond voor de Nederlandse Dagen. Het was de ideale testcase voor de geplande verbouwing tot een Animatiehall.

Tijdens BOZAR Occupied laat een tentoonstelling in de Raadzaal (de ruimte vlak naast de hall) zien hoe de bezetting en de setting van de Nederlandse Dagen de blauwdruk vormden voor de verbouwing van de centrale hall tot een ‘Centrum voor informatie, reflectie en culturele actie’. Dat was de exacte slotsom van de bezetting (persbericht van 15 september ’68, toen de laatste culturele werkers het Paleis voor Schone Kunsten verlieten).

 

Blote happening

De slothappening op 8  juni ’68 was een hechte samenwerking tussen de bezetters en het Paleis voor Schone Kunsten. Op het podium verscheen een blote vrouw. Twee mannen lieten hun broek zakken. Hugo Claus had de zaak mee in gang gezet. Hij riep op om naaktheid te gebruiken als wapen tegen terreur en fascisme. De heisa rond de naaktloperij kwam ’s maandags meteen op de Brusselse gemeenteraad. Moesten er geen juridische stappen worden gezet nu een schrijver (Claus dus) voor gelijkaardige feiten was veroordeeld? De persaandacht was mooi meegenomen. Claus was net veroordeeld wegens openbare zedenschennis. Tijdens EXPRMNTL in Knokke, een festival voor experimentele film en kunst, had hij de Heilige Drievuldigheid ten tonele gevoerd als drie naakte mannen. Zijn veroordeling op 5 juni viel samen met de moord op Bobby Kennedy, waardoor zijn zaak nauwelijks de krant haalde. De foto’s van de blote happening haalden wel de pers, tot het weekblad Kwik toe.

 

Tussen gevestigd en opkomend

Uiteindelijk trok Broodthaers zich openlijk terug: ‘Ik neem mijn persoonlijke houding weer aan. Ik schrik terug voor het anonieme,’ schreef hij op 7 juni in een open brief. De bezetting zou de rechtstreeks inspiratiebron worden voor zijn Musée d’Art Moderne, Département des Aigles, Section XIXème Siècle.

Zeggen kunstenaars vandaag ‘ik’? Of nemen ze als culturele werkers de ‘wij’ stem op? Kunstenaarscollectieven zijn talrijker dan ooit. Heel wat gevestigde kunstenaars steken hun nek uit voor de publieke zaak. Dat doen ze niet tegen maar samen met de cultuurhuizen. Met recuperatie heeft dit niets te maken, wel met verspreiding en dus zichtbaar maken. Zo maakte Wolfgang  Tillmans tijdens de Brexit-polls een campagne voor Europa. Zijn affiches zijn tijdens de Summer of Photography te zien in Resist! The 1960s Protests, Photography and Visual Legacy. Samen met Luc Tuymans schaarde Tillmans zich ook achter de campagne culturalworkersforeurope.eu. Voor zichzelf hoeven ze het niet meer te doen. Ze trekken mee aan de kar om een open klimaat te vrijwaren. Cultuur valt moeilijk te rijmen met dictatuur. Kunstenaars gaan de vaak moeizame dialoog aan met beleidsmakers en de spelers op de markt.

BOZAR biedt hiervoor mee een podium. In samenspraak met kunstenaars en tal van organisaties laten we ons graag ‘bezetten’. Het programma BOZAR Occupied. 50 Years of Cultural Protest gaat deze zomer volop voort, met naast Resist! het expoproject Somewhere in Between. Contemporary Art Scenes in Europe. Het wordt een collectieve onderneming met de inbreng van 25 curatoren, werk van 74 kunstenaars en een netwerk van 31 steden in 20 landen. Drie Brusselse kunstruimtes (Établissement d’en face, Komplot en La Loge), de studenten van de opleiding ‘Curatorial Studies’ aan het KASK en jongeren van het project Next Generation, Please! nemen elke een deel voor hun rekening.

Sinds mei ’68 hebben de kunstscholen hun achterstand ruimschoots ingehaald. Er broeit heel wat in Brussel en Europa, ergens tussen gevestigd en opkomend in. En Broodthaers zag dat het goed was. 

Kurt De Boodt

 

Een uitgebreide reconstructie van de bezetting van het Paleis voor Schone Kunsten verschijnt in de catalogus bij Resist! The 1960s Protests, Photography and Visual Legacy, BOZAR BOOKS & Lannoo, 2018

Zie ook