Kinderopvang en voedselbedeling aan het actiefront.
RADAR

‘Mannen mogen meedoen, als vrouwen de leiding nemen’

In mei ‘68 sprongen progressieve jongeren op de barricades voor meer inspraak en minder bevestiging van de status quo. “In Vlaanderen is de strijd zelfs vroeger begonnen, wij waren voor op de rest van de wereld”, zegt voormalig ‘Dolle Mina’ Chantal De Smet.

“Het was een moment waarop jonge mensen zeiden: “Wij zijn verantwoordelijk! Jullie vinden dat iets niet mag? Akkoord. Maar leg het ons dan uit.”
Interview met Chantal De Smet

Tot vandaag wordt mei 1968 er nog regelmatig bijgehaald als afzetpunt én inspiratiebron. Die woelige tijd aan het einde van de jaren zestig heeft een historische indruk achtergelaten.
Het was dan ook de eerste keer dat de jongere generatie actievoerde. Tot dan kwamen de grote stakingen en acties vooral uit de arbeiderskringen. Het was de eerste keer dat jongeren in opstand kwamen met iets anders dan een politiek programma. Gaandeweg is de strijd gepolitiseerd, maar oorspronkelijk was het dat niet. Althans niet wat je normaal gezien onder 'politiek' verstaat.
We zeggen altijd ‘mei ‘68’ maar in Vlaanderen is de strijd zelfs vroeger begonnen, wij waren voor op de rest van de wereld. Op 13 mei 1966 beslisten de bisschoppen, de toenmalige bazen van de katholieke universiteit, dat de universiteit van Leuven één en ondeelbaar zou zijn en dat de Franstalige faculteiten in Leuven zouden blijven. Daar is reactie op gekomen door studenten, en die studentenbeweging maakte een politiek proces door dat samenviel met mei ‘68. Maar toen wij in opstand kwamen in België en in Vlaanderen, waren de studenten in Frankrijk nog blij en zonder zorgen, bij wijze van spreken. Het protest vond ook niet alleen in Frankrijk of in België plaats, het was een wereldwijd fenomeen dat zich voltrok van Berkeley en andere universiteiten in de States over Mexico, Berlijn, Londen en Joegoslavië. Het oversteeg het communeachtige protest van de soixante-huitards in Parijs, dat een fantastisch maar tijdelijk gebeuren was.

Herinnert u zich nog de leuzen van toen?
Ik herinner me voornamelijk de leuze die je het minst kunt scanderen: “antikapitalistische structuurhervormingen”. [lacht] Maar er zijn natuurlijk nog zoveel andere, vooral in Frankrijk was men creatief met bijvoorbeeld sous les pavés,la plage, il est interdit d'interdire, cours camarade le vieux monde est derrière toi ... En natuurlijk ook het onnavolgbare l'imagination au pouvoir!

Hoe is het protest begonnen?
Dat was in 1966 in Leuven, tegen het establishment dat geen rekening hield met de stem van de studenten of het volk. Dat de Franstalige faculteiten van de universiteit in Leuven bleven, eventueel tot daaraantoe, ware het niet dat zij een eigen bubbel vormden met eigen kranten, winkels, scholen et cetera. Er was een soort van vreemd lichaam binnen de stad. Dat was niet leefbaar en daar reageerden de studenten tegen.
Pas in maart 1969 kwamen de studenten van Gent in opstand. In essentie ijverden zij voor een andere manier van lesgegeven en omgaan met elkaar. Tot dan toe hadden de studenten geen inspraak, geen medezeggenschap, niets. Vandaag hebben studenten voor elk examen drie à vier dagen studietijd. In mijn eerste jaar aan de universiteit had ik dertien vakken op vijf dagen tijd. Dat was het systeem. En dan waren er ook professoren, vooral mannen want ik heb geen enkele vrouwelijke professor gehad, die meenden dat ze zich alles konden veroorloven omdat ze prof waren, en die te laat kwamen of niet kwamen opdagen of de lessen verzetten zonder dat je het wist. Het was een totaal andere verhouding tussen docent en student dan nu. Er was zo goed als geen dialoog. Gaandeweg hebben de studenten hun eisen dus naar voren gebracht, en zo is ook het medezeggenschap gegroeid.

Het roer omgooien was in de jaren zestig een mogelijkheid omdat de welvaart er met sprongen op vooruit ging: het aantal studenten aan de universiteiten verdrievoudigde, de anticonceptiepil op recept werd beschikbaar en, in navolging van de Verenigde Staten, deed de consumptiemaatschappij in West-Europa haar intrede.
Maar het was ook een reactie tégen de consumptiemaatschappij. Het aantal studenten mag je trouwens niet overdrijven. Sinds de oorlog waren er meer studenten ingeschreven, maar al bij al maar zo’n 10.000 in Gent. Vandaag zijn dat er 41.000 - 75.000 als je ook die van de hogescholen erbij rekent. En het aantal meisjes was nog altijd een absolute minderheid, rond de 17% - hun aandeel steeg tussen 1960 en 2000 met 10% per decennium en sindsdien zijn de vrouwelijke studenten met 57% in de meerderheid. Studenten uit arbeidersmilieus kwamen minder op straat en verzetten zich ook minder dan studenten uit de burgerij. Dat komt ook omdat het onderwijssysteem anders was dan nu. Eén herexamen en je moest je jaar volledig overdoen. Daarenboven verloor je ook je beurs. Voor velen gold toen, net als voor mij trouwens: het eerste jaar unief er niet door et c’est fini. Terwijl je nu studenten ziet die in hun derde bachelor nog vakken van het eerste jaar meenemen.

Kan het zijn dat jongeren uit de middenklasse uit verveling op de barricades sprongen?
Ik denk niet dat je uit verveling in opstand komt. Waarom zou het vandaag dan zoveel boeiender zijn? Het was een generatie die op het einde van de oorlog, een jaar of vijf, zes na de bevrijding geboren is. Vijf voor en vijf na, zoals we zeggen. Een generatie die is opgegroeid binnen een strikt regime waar weinig was. Toen kwamen de mogelijkheden, en de eerste telefoon, de eerste auto, Les Trente Glorieuses. Met de mogelijkheden kwamen ook de kritische stemmen tegen de autoriteiten. Omgekeerd geldt dat ook: zolang je onder de knoet zit, is er minder bloei. “Laat honderd bloemen bloeien”, zei Mao Zhedong.
De studenten van Leuven reageerden fel omdat het establishment zei: “Het is zo en niet anders, punt”, zonder te luisteren naar andere argumenten. In Gent was er op een bepaald moment een colloquium over pornografie. De studenten wilden illustraties tonen, maar dat kon niet volgens de rector. Daarop hebben de jongeren gereageerd met een bezetting van het rectoraat. Maar in plaats van het gesprek aan te gaan met de studenten, knuppelde de politie ze buiten. Daardoor is er weer een reactie ontstaan en werd de faculteit Letteren en Wijsbegeerte op de Blandijnberg bezet. Studenten reageerden niet om te reageren maar omdat ze zich verantwoordelijk gedroegen en dus kwam er een moment waarop jongeren zeiden: “Wij zijn verantwoordelijk! Jullie vinden dat iets niet mag? Akkoord. Maar leg het ons dan uit.”
In de loop van de contestatie zijn de jongeren dieper beginnen nadenken, en hebben ze ook vastgesteld dat heel wat van hun problemen politieke wortels hadden en hebben ze contact gezocht met de arbeiders. In Frankrijk hadden die het land platgelegd met stakingen, maar zover is het in België niet gekomen. Bij ons hebben de reacties wel geleid tot de oprichting van de Partij van de Arbeid (PVDA), Geneeskunde voor het Volk en later ook de groene beweging en de emancipatiebewegingen.

Als we nu terugkijken naar de acties van onder andere de Dolle Mina’s, ziet u dan welke langetermijngevolgen ze hebben gehad op de samenleving van nu?
Dolle Mina heeft een belangrijke rol gespeeld, omdat het op een nogal stoute manier de aandacht vestigde op problemen die zich ook elders en in andere hoofden afspeelden. Ook vrouwen van klassieke partijen en organisaties zeiden plots: “Die zotte wijven hebben gelijk, maar wij gaan het op ónze manier doen”. Mannen én vrouwen op verkiezingslijsten, het huwelijksrecht, abortus, … al die veranderingen die vandaag een grote impact hebben op het leven van vrouwen, zijn toen in gang gezet. De kinderkribbe die gedeeltelijk wordt terugbetaald ... al die zaken zijn het gevolg, niet van de Dolle mina-acties maar wél van de bewegingen die zich ook hebben laten inspireren door de acties van Dolle Mina. De mix van, wat je vroeger noemde, ‘parlementaire en buiten-parlementaire acties’ heeft veel effect gehad.

Vrouwengilde bezet het Paleis voor Schone Kunsten.
Vrouwengilde bezet het Paleis voor Schone Kunsten.

Bent u vandaag nog steeds voorstander voor quota?
Absoluut. Ik ben principieel tegen quota, maar je kan er niet van uit. Zonder quota zouden er minder vrouwen op politieke lijsten staan. In mijn eigen hogeschool [Chantal De Smet was directrice van de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten (K.A.S.K.), onderdeel van de Hogeschool Gent] heb ik dikwijls discussies gehad met de toenmalige voorzitter. “Hoe komt het dat wij meer dan 50% vrouwelijk personeel hebben, meer dan 50% vrouwelijke studenten hebben, maar dat in het bestuurscollege geen enkele vrouw zit?”, zei ik dan. Waarop hij antwoordde: “Je hebt gelijk, Chantal. Volgende keer gaan we daarvoor zorgen.” Maar de volgende keer was het identiek hetzelfde! Dus gaf ik hem een lijst met twintig namen van vrouwelijke rechters en advocaten en professoren enzovoort. Hij zei weer: “De vólgende keer gaan we daarvoor zorgen.” Uiteindelijk heeft hij er pas voor gezorgd toen er een decreet kwam dat verplichtte om vrouwen op te nemen in de bestuursorganen van het hoger onderwijs. Mocht het mogelijk zijn dat meer vrouwen worden betrokken omdat men het gezond verstand gebruikt, dan zouden quota niet nodig zijn. Maar de realiteit bewijst het tegenovergestelde, en ook vandaag nog zijn er mannen (en ook ja, zelfs vrouwen), die beweren dat er onvoldoende gekwalificeerde vrouwen bestaan. Dus ja, ik ben voor quota. Tegen, maar ook voor.

Terwijl de regering vandaag vooral focust op streefcijfers.
Streefcijfers voldoen niet. Je kan je je de keren niet voorstellen dat ik in de school heb gezegd: “Dat kan toch niet!”. Al is het alleen maar omdat je een slecht beeld geeft aan de studentes. Iedereen met macht zijn mannen. Dan zeg je eigenlijk tegen vrouwen: “Maar meiske, je moet niet studeren, want als puntje bij paaltje komt, zal het toch een vent zijn.” Waarop mijn voorzitter zei: “Oh, Chantal, je hebt echt gelijk, het is waar. De volgende keer ...” et cetera.

Dat is ook een punt van kritiek van mensen van kleur: wit kiest altijd voor wit.
Natuurlijk. Ik heb jaren met Stefan Hertmans projecten binnen het Studium Generale van de Hogeschool Gent georganiseerd. In onze zoektocht naar specialisten kwamen we in de eerste denkfase altijd uit bij mannen. Dan moet je stilstaan, teruggaan en kijken. In de media worden voortdurend mannelijke experts opgevoerd, automatisch en quasi onbewust blijven die namen circuleren. Terwijl er net zo goed vrouwelijke specialisten zijn. In de jaren 1990 heeft de VRT tweemaal een boek uitgegeven onder de titel ‘Zeg niet te gauw, d'r is geen vrouw ...’ Voor alle deelgebieden stonden daar coördinaten van meer dan duizend vrouwen in zodat je als organisatie bij wijze van spreken kon zeggen: “Ik ga iets opzetten over koloniale plantenbouw, de geschiedenis van de vijftiende eeuw in Brugge of de betekenis van de stad Brasilia" en daar dan vrouwelijke experten kon over aanschrijven.

Parijse jongeren in de jaren 1960 wilden hun seksuele problemen aanpakken door in opstand te komen tegen het verbod om de kamers van de vrouwelijke studenten te betreden. Maar zestig procent van de meisjes in die studentenflats waren minderjarig. Bovendien mochten de meisjes wel altijd naar de jongens toe, een ideale situatie lijkt me toch.
Belangrijk is niet te vergeten dat je in ‘68 pas op 21 meerderjarig was, een heel groot deel van de studentenbevolking was dus minderjarig. En ook dat het gemengd onderwijs ook pas echt doorgebroken is vanaf de jaren 1980 – dus de meeste studenten van ‘68 kwamen uit niet-gemengde scholen. Verder verschilde de regelgeving ook van universiteit tot universiteit. In Gent was het zeker losser dan in Leuven, er waren ook minder homes. Als die er waren mochten de jongens wel in de meisjeshomes, maar om 22 uur moesten ze buiten, wat natuurlijk hypocriet was. Daar hebben de studenten, ook in Gent, acties tegen gevoerd. Oh, de evolutie van de zeden! Zo heb ik een kennis die midden jaren 1960 samenwoonde met haar vriend. Haar moeder was daar zeer beschaamd over, dat deed men niet. Dus vertelde ze aan iedereen dat haar dochter met een vriendin samenwoonden. Twintig jaar later is die dochter lesbisch en woont ze effectief samen met een vriendin. Nu vertelt de moeder dat ze samenwoont met een vriend. Hoe de zeden veranderen. [lacht] “Ik ben het kind niet meer dat ik ooit geweest ben, ik ben een ander mens”, zei György Konrád eens. De tijden van toen zijn absoluut niet meer de tijden van vandaag. Je kan enkel omzien en je verwonderen: “Jezus, heb ik dat allemaal meegemaakt?”

Denkt u dat we preutser zijn geworden?
Neen. Als ik naar de jongeren van vandaag kijk, dan zie ik dat ze langs de ene kant veel zelfstandiger zijn en langs de andere kant veel meer aangewezen zijn op hun ouders. Toen ik vroeger als studentenjob de inschrijvingen deed van medestudenten, moesten we altijd lachen als iemand met zijn ouders aankwam, dat deed men niet. Vandaag gebeurt het omgekeerde: niemand komt zich nog inschrijven zonder ouders. Ouders willen vriend zijn met hun kinderen. In mijn tijd had je je ouders met wie je al dan niet goed overeenkwam, en je had je eigen leven. Maar veel dingen waren ook anders. Wij hadden geen telefoon op kot, geen computer, er was geen nieuws. Dat betekende dat je perfect aan de universiteit kon studeren en volledig verstoken zijn van informatie over wat elders in de wereld gaande was.

‘Deze happening, waarbij de podiumplanken aan het blozen gingen, heette een protest te zijn tegen de in België geldende fatsoenlijkheidsnormen. Zo bekeken, was dit protest vlammend genoeg.’ Onderschrift in het weekblad Kwik, nr. 321, week van 13 tot 19 juni 1968 – in het artikel zelf werden op strategische plaatsen zwarte balkjes aangebracht.
‘Deze happening, waarbij de podiumplanken aan het blozen gingen, heette een protest te zijn tegen de in België geldende fatsoenlijkheidsnormen. Zo bekeken, was dit protest vlammend genoeg.’ Onderschrift in het weekblad Kwik, nr. 321, week van 13 tot 19 juni 1968 – in het artikel zelf werden op strategische plaatsen zwarte balkjes aangebracht.

Ouders beschermen meer, maar moeten jongeren ook meer beschermd worden?
Het is geen gemakkelijke wereld om in jong te zijn. Met een smartphone kan je de wereld in huis halen, kopen, bestellen. Alles was anders. Soms vragen mensen me: “Waarom deden jullie niets voor de vrouwen van de Derde Wereld?” Omdat er gewoonweg geen waren en als er al waren, ze nauwelijks zichtbaar waren. Misschien keken we ook niet goed maar er waren in mijn buurt toen geen Turken, geen Afrikanen… De enkele studenten van vreemde origine, die overigens meestal specialiseerden en weinig in de kandidaturen te vinden waren,  waren met hooguit vijftig, dat was het. Uiteindelijk is de grote migratiegolf pas in de jaren zeventig gestart (België tekende een overeenkomst met Marokko m.b.t. het inzetten van Marokkaanse arbeiders in 1968). Je kan in elk geval niet met de ogen van vandaag kijken naar wat er toen is gebeurd. Iedereen doet dat wel, omdat het zo gemakkelijk is.

Het was niet aan u om de strijd te voeren van de vrouwen van de Derde Wereld.
Precies. Ik zou ook niet hebben gewild dat mannen vochten voor mijn bevrijding. Ze mogen meedoen, als vrouwen de leiding nemen. Bij andermans strijd kan je zeggen: “Fantastisch”, en je kan steunen en helpen in de mate van het mogelijke, maar je moet een ander zijn strijd niet uit handen nemen.

En het steeds opnieuw onder de aandacht brengen.
Inderdaad. Op voorwaarde dat je blijft luisteren naar de anderen. Je mag vinden dat alles zwart is of alles wit, maar het is ook goed om je oren eens open te zetten: misschien is een beetje grijs ook mogelijk. Of zoals Leonard Cohen zingt: There is a crack in everything, that’s how the light gets in.

Zie ook