RADAR

‘Mensenrechten kunnen niet zonder sociale rechtvaardigheid’

‘Niet Trump, maar hysterie is een bedreiging voor de democratie’. Dat was de titel die Samuel Moyn boven het opiniestuk plaatste dat hij een jaar na de inauguratie van de nieuwe Amerikaanse president in The New York Times liet verschijnen. Vergis u niet, Moyn is geen fan van The Donald.

Karl van den Broeck (BOZAR) over het werk van Samuel Moyn

Cultureel verantwoorde happening. De reus – symbool voor terreur - is van de Nederlandse kunstenaar Herman IJsebaert.
Cultureel verantwoorde happening. De reus – symbool voor terreur - is van de Nederlandse kunstenaar Herman IJsebaert.

Samuel Moyn (°1972) is professor in de rechten en geschiedenis aan de Yale University en was daarvoor vooral in Harvard aan de slag. Als Amerikaan heeft hij een opvallende interesse in Europese denkers over mensenrechten. Zo deed hij onderzoek naar het werk van Emmanuel Levinas en Pierre Rosanvallon. Hij wordt algemeen beschouwd als een van de belangrijkste autoriteiten op het vlak van de studie van de mensenrechten.

In 2012 liet hij zich opmerken door zijn boek The Last Utopia. Volgens Moyn is het geloof in de mensenrechten de ‘laatste’ utopie die overblijft nadat van het communisme en het nationalisme enkel nog ruïnes overbleven. Mensenrechten vormen de kern van de Westerse beschaving, maar ze kregen een universeel karakter na 1945 en zeker na 1968. Maar is het ‘geloof’ in de mensenrechten voldoende om de wereld te ‘redden’.

“De mensenrechten, ontsproten uit het verlangen om de politiek te overstijgen, zijn uitgegroeid tot de essentie in een politiek van menswaardigheid die de eeuwenoude ideologische twist tussen links en rechts zijn kracht ontnam. Talloze hervormingen, verordeningen en bestuursmaatregelen wereldwijd meten zich aan elkaar, gedreven door de promotie van mensenrechten. Toch hebben de voorvechters dat feit in de voorbije dertig jaar, na de doorbraak van de rechten in de jaren 1970, op hun pad van moraliteit naar politiek niet altijd openlijk erkend. Als resultaat van ‘de toekenning van macht aan de machtelozen’ raakten de mensenrechten onlosmakelijk verbonden met ‘de macht van de machtigen’.” schrijft hij aan het slot van het boek.

En nog: “Hoewel mensenrechten een aantal waarden oproepen die om bescherming vragen, kunnen ze niet voor alle mensen alles betekenen. Anders gezegd: de laatste utopie kan niet van morele aard zijn. Of de mensenrechten aan de grondslag van het utopisme mogen liggen, blijft dus nog de vraag.”

In zijn virulente opiniestuk in The New York Times vat Moyn het kernachtig samen. “Het is gemakkelijker te geloven dat de democratie in gevaar is dan te erkennen dat de democratie Mr. Trump aan de macht heeft gebracht en dat alleen meer economische billijkheid en solidariteit populisten zoals hem buiten kunnen houden.”

Moyn stoort zich aan de hysterie die toesloeg na de verkiezing van Trump. Hij huivert van de grote woorden als zou de democratie in gevaar zijn, dat de waarheid onder vuur ligt en dat totalitarisme op de loer ligt.

Hij begrijpt dat Trump iedereen aan het schrikken heeft gebracht. Zijn radicale voorstellen zouden – indien ze worden uitgevoerd – de democratie in gevaar kunnen brengen, de allerarmsten helemaal in de miserie storten en de internationale relaties van de VS ernstige schade kunnen berokkenen. 

Maar volgens Moyn bleek na enkele maanden al dat de dreigementen van Trump leeg waren en dat hij uiteindelijk makkelijk in het gareel zal kunnen worden gehouden. “Er is geen reden te denken dat Trump op een ongrondwettelijke manier de macht wil grijpen en er is geen reden te om aan te nemen dat hij daar ook in zou slagen.”

Volgens Moyn brengt de hysterie ons niet dichter bij het antwoord op de vraag hoe het populisme kan worden teruggedrongen. “Er is maar een les uit de twintigste eeuw die het waard is om te onthouden, en dat is dat de exclusieve focus op de liberale grondslagen tegen een totalitaire dreiging, het sociale en internationale conflict dat moet worden bestreden alleen maar erger maakt. De grote kloof tussen liberale groepen en hun tegenstanders dreigt alleen maar groter te worden terwijl de aandacht wordt afgeleid van de diepere kracht die de rechtse populisten wind in de zeilen blijft geven; de economische ongelijkheid.”

“Een slecht functionerende economie, niet de tirannie die op de loer ligt, heeft al onze aandacht nodig als je de recente keuzes van de kiezer wil verklaren en het stemgedrag in de toekomst wil wijzigen.”

In zijn nieuwste boek Not Enough: Human Rights in an Unequal World werkt Moyn dat idee in detail uit. Volgens hem is ‘het tijdperk van de mensenrechten’ vooral mild geweest voor de rijken. Schendingen van mensenrechten krijgen massaal veel aandacht, maar de bekommernis om materiële gelijkheid is verdwenen. “In plaats daarvan is marktfundamentalisme de dominante kracht geworden in de nationale en internationale economie.” Moyn legt haarfijn uit hoe en waarom we ervoor gekozen hebben om van mensenrechten ons hoogste ideaal te maken terwijl we tegelijkertijd de eisen voor meer sociale en economische rechtvaardigheid hebben verwaarloosd.

Moyn vertelt in zijn boek de geschiedenis van de mensenrechten. Hij gaat daarvoor terug tot de Bijbel, maar de focus ligt vooral op de welvaartstaten van de twintigste eeuw die zowel bekommerd waren om de bittere armoede als om de exorbitante rijkdom. Ze wilden de basisnoden van hun burgers lenigen en er tegelijk zorg voor dragen dat de rijksten niet te hoog boven de rest zouden torenen. Na twee wereldoorlogen en het ineenstorten van wereldrijken, probeerden ze het model te exporteren buiten Europa en Amerika. Hun plan om ongelijkheid op wereldschaal aan te pakken mislukte en het neoliberale geloof in de markten triomfeerde.

Not Enough is een oproep naar meer ambitieuze idealen en bewegingen om een humanere en gelijkere wereld te bereiken.

 

In 2018 vieren we de 70ste verjaardag van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. 1968 jaar was officieel het ‘Jaar van de Mensenrechten’, ook al werd ongeveer elk mensenrecht dat in de boeken staat, geschonden. De oorlog in Vietnam, de moorden op Martin Luther King en Robert Kennedy, de rassenrellen in de Verenigde Staten, de inval van de Sovjetunie in Praag, het zijn maar een paar zwarte bladzijden uit het jaarboek ’68.

Die gebeurtenissen zorgden er wel voor dat mensenrechten een centrale rol kregen. De mensenrechtenbeweging zag het licht. Moyn betreurt dat die vooral de nadruk legden op de mensenrechten van de slachtoffers van brutale regimes maar vergaten het te hebben over sociaal burgerschap. De belangrijkste organisatie die toen ontstond, Amnesty International, focuste zich op onrechtmatige detentie en op foltering. Ook Human Rights Watch weigerde om economische en sociale rechten te promoten.

Anno 2018 is de aandacht voor ongelijkheid terug van weggeweest. Het werk van Thomas Piketty werkte als een eyeopener. Toch gaat het vandaag slechter dan ooit met de mensenrechten én met de sociale gelijkheid.

Dat zoiets uiteindelijk ook de democratie in gevaar zal brengen is zelfs multimiljonair en filantroop George Soros niet ontgaan. Op de achterflap van Pikkety’s boek schrijft hij: “Als we het stijgende wereldwijde fenomeen van de economische ongelijkheid niet aanpakken, zal de mensenrechtenbeweging zoals we die nu kennen niet overleven of tot bloei komen.”

Samuel Moyn vertelt een onaangename waarheid op een moment dat steeds meer mensen in actie komen tegen populisme en nationalisme. Hij confronteert ons ook met het besef dat de oude tegenstelling tussen ‘links’ en ‘rechts’, tussen de ‘markt’ en ‘de staat’ nog lang niet voorbijgestreefd is. Ze is hier, with a vengeance.

Zie ook