Culturele actie = politiek! Knipselwand in de hall, met artikels over de bezetting, de veroordeling van Hugo Claus en de moord op Bobby Kennedy.
RADAR

"U heeft het doosje, maar wij hebben de lucifers"

Anekdote over Collectif C4

Een manifest op de muren van het onderwijs
8 regels die de school op haar grondvesten deden schudden
Een schorsing door haar rechtbank
Met fascistische wetten
Een doosje lucifers als tegenreactie
Symbool van het vuur.
Nadien verering door de cinema
Een film in de geest van de tijd
Naderhand bevestigd door mei 68.
Een relevant scenario
Een parabel
Een collectieve verwezenlijking
Ondanks alles.
Maar vandaag?
Sommigen zingen
Ontsteek het vuur
Om wijken in vlammen te doen opgaan
Zonder enig ander idee.
Blije helden van de barricaden
De permanente revolutie imiterend met als doel een utopie
Terwijl vandaag de helden van de massamoorden
Met hun wagens als stormram
Enkel streven naar het paradijs van het niets.

– Richard Kalisz (mei 2018)

Tijdens het schooljaar 1966-67 hingen drie studenten van het INSAS (Institut national supérieur des arts du spectacle et des techniques de diffusion, opgericht in Brussel in 1962) op het mededelingenbord van de school een situationistische tekst van enkele regels omhoog die de spektakelmaatschappij op de korrel neemt. Richard Kalisz (verwoed lezer van de teksten van Guy Debord), Jean-Paul Tréfois (navolger van het Belgisch surrealisme) en Dimitri Dimitriadis (erkende Griekse auteur) werden op initiatief van de directie verhoord door een groep docenten en van de school weggestuurd wegens brutaliteit, tegenspraak en grof taalgebruik. De klas was solidair met de studenten en kwam in opstand. De drie studenten stuurden Raymond Ravar, directeur van de school, nog een leeg luciferdoosje met een begeleidend briefje: “U heeft het doosje, maar wij hebben de lucifers”. Er werd voor brandstichting gevreesd. Hoewel de drie samenzweerders bezorgden hun vrienden die wel nog aan het INSAS studeerden het scenario voor Collectif C4, een collectieve film die tijdens het volgende schooljaar als eindproef zou dienen.

“De film, die gemaakt werd tussen oktober 1967 en maart 1968, vertoont twee belangrijke bijzonderheden”, aldus Annie Goldmann, die als docente aan het INSAS het project van het Collectif opvolgt. “Ten eerste gaat het om een collectieve creatie, en daarmee bedoel ik geen reeks individuele sketches verzameld onder een gemeenschappelijke titel, zoals meestal het geval is. Het is een werk waarbij het onmogelijk te bepalen valt wat de impact van elke deelnemer was, of het nu gaat om de voorbereiding van het scenario, het draaiboek of de productie. Alles werd gezamenlijk gemaakt. Bovendien gaat het hier om fictie die de problemen van de regisseurs zelf in scène zet. Het is verrassend om te zien hoe de problemen die op de grote dag tot uitbarsting kwamen al enkele maanden vóór mei 1968 latent aanwezig waren in het studentenmilieu, niet enkel op intellectueel niveau maar eveneens in de vorm van acties. We vinden er al de volgende thema’s in terug: de breuk met het geboden onderwijs, de weigering om te integreren in de maatschappij, de verharding ten opzichte van elke poging tot recuperatie, het uiteindelijke geweld, de eenzaamheid en de mislukking … De omstandigheden waaronder de film werd gemaakt en de blik van binnenuit op het protest maken volgens ons van deze film een buitengewoon document …” (Annie Goldmann, Cinéma et Société Moderne, Éditions Anthropos, Parijs, 1971).

Om de volledige anonimiteit te bewaren, heeft Collectif C4 geen aftiteling gekregen. De film werd geregisseerd door Jean-François Breton, Paul Paquay, Michel Perin en Jean-Marie Vervisch, naar een scenario van Richard Kalisz en gemonteerd door Denise Vindevogel. Éliane Dubois, Grace Winter en Daniel De Valck, vanaf de jaren 1970 de protagonisten van de Brusselse productie- en distributiestructuren van geëngageerde filmhuizen, droegen ook hun steentje bij. Collectif C4 illustreert wat er toen op school gebeurde en de rollen werden vertolkt zowel door studenten van verschillende afdelingen van het INSAS als door een aantal docenten (die dus de rol van docent op zich namen). Het is een fictief werk dat aanleunt bij een documentaire. We kunnen zowel gewag maken van de invloed van Jean-Luc Godard als van elementen die later ook aan de basis zullen liggen van de experimenten van de filmcollectieven uit die periode. Chris Marker, die aan het INSAS had onderwezen, startte een cursus op aan het IAD (Institut des arts de diffusion). In het kielzog van die lessen werden groepen zoals La Ligne Générale (aan het INSAS) en Cinélibre (aan het IAD) opgericht. Collectif C4 werd gedraaid, geproduceerd en gemonteerd op school. Het is een hybride en zelfs incoherent project in de geest van de tijd dat de verschillende profielen, politieke overtuigingen en artistieke ambities van de makers weergeeft. Terwijl Kalisz, Paquay en Vervisch zich later hebben ontpopt tot lezers van Raoul Vaneighem en van l'Internationale Situationniste, legde Michel Perin zich toe op de regie en de productie van amusementsprogramma’s. Jean-François Breton op zijn beurt richtte zich op een carrière in de industriële cinema. Jean-Marie Vervisch werd dan weer eerst scenarist voor de televisie en nadien antiekhandelaar, technisch directeur in het theater en lichtkunstenaar. Richard Kalisz schreef tal van theaterstukken en maakte radio voor de RTBF en France Culture. Hij zou ook samen met Thierry Génicot het Atelier de Création Sonore et Radiophonique de Bruxelles oprichten. Jean-Paul Tréfois richtte in de jaren 1970 met Robert Stéphane Vidéographie op, het eerste televisieprogramma in Europa dat volledig in het teken stond van video.

Collectif C4 is zelden op het scherm vertoond en was slechts beperkt in omloop. Een enkele projectie in 2012, ter ere van het 50-jarige bestaan van het INSAS tijdens het festival Cinéma du Réel in Parijs, heeft de film uit de vergetelheid gehaald.

Xavier García Bardón, gebaseerd op een interview met Jean-Marie Vervisch (maart 2018) en een e-mailconversatie met Richard Kalisz (april 2018).

Zie ook