© Erich Maier
RADAR

Interview: Sergey Khachatryan

De belachelijk getalenteerde violist praat over zijn familie, zijn roots, zijn droomdirigent , en een wedstrijd waar je misschien al eens van gehoord hebt.

Waar komt de liefde voor de viool vandaan?
Sergey Khachatryan
: ‘Nou, laat ik maar meteen zeggen: die liefde voor de viool is er zeker nu wel, maar eigenlijk kwam ze pas laat – pas nadat ik al vele jaren met het instrument bezig was! Eerlijk? De keuze voor de viool was er een van mijn ouders. Mijn oudere zus, Lusine, speelde al piano, net als mijn ouders, en ze dachten dat vier pianisten in één huis simpelweg te veel zou zijn (lacht). Dus werd het de viool. Weet je, in Armenië was en is het de traditie dat kinderen al heel jong met muziek bezig zijn, muziek maakt er deel uit van hun ontwikkeling. Dus ik was gewoon al heel vroeg met muziek bezig.’
‘Wat er bij mij als kind wel duidelijk in zat: de passie om op te treden! Al als kind hield ik enorm van de sfeer die hangt rond een voorstelling; op een podium staan, een applaudisserend publiek. Fantastisch!’
‘De grote liefde voor de viool, maar eigenlijk zelfs muziek in het algemeen, kwam dan pas veel later, toen ik reeds concerteerde. Op een bepaald moment viel ik echt voor de schoonheid van muziek. En intussen is de viool ook mijn stem geworden, de manier waarmee ik mijn gevoelens het beste kan uitdrukken. Maar waarschijnlijk had ik dezelfde passie voor muziek uiteindelijk ook via een ander instrument kunnen vinden.’

Je bent afkomstig van Armenië, en dat brengt u graag onder de aandacht: op je concerten speel je geregeld Armeense muziek en jouw meeste recente album, met uw zus Lusine, heeft een titel en onderwerp dat voor zichzelf spreekt: My Armenia. Wat betekent je geboorteland voor jou als muzikant?
SK
: ‘Het is bijzonder moeilijk om mijn band met mijn vaderland onder woorden te brengen. Dat die band – niet alleen met Armeense muziek trouwens, maar met Armenië in het algemeen – intens is, is duidelijk. Nochtans is dat misschien verrassend – tot dusver bracht ik veel meer jaren door in Duitsland dan in Armenië!’
‘Maar elke keer dat ik terug voet zet in Armenië, gaat er een onbeschrijfelijke sensatie door me heen. Dan voel ik: “dit is mijn land”. Eerder dan met de steden, heb ik vooral voeling met de Armeense natuur, ook al is die nogal droog een rotsachtig.’
‘Ook specifiek wat muziek betreft, heb ik een bijzondere connectie met Armenië. Ik zei het al, muziek is erg aanwezig in onze cultuur, zeker de volksmuziek, die bij ons erg rijk is. Muziek is in Armenië ook een vehikel om de vaak tragische geschiedenis van het land een plaats te geven. Over Armeense volksmuziek hangt bijgevolg veelal een zweem van nostalgie. Die nostalgische ondertoon zet zich zelfs door in hedendaagse Armeense klassieke muziek, die vaak ook geïnspireerd is op die volksmuziek.’

In 2005 won je de Koningin Elisabethwedstrijd hier in Brussel. Wat doet het met jou als je nu, intussen meer dan 10 jaar later, opnieuw op de planken staat van het podium van de Grote Zaal Henry Le Bœuf?
SK
: ‘Terugkeren naar Brussel, is altijd speciaal. Het voelt zelfs een beetje als tussenkomen, telkens ik hier ben. De warmte die ik krijg van het publiek heeft daar ook veel te mee te maken. Sinds de wedstrijd heb ik erg veel gespeeld in Brussel, en altijd weer is het een plezier.’
‘De zaal op zich is natuurlijk ook erg speciaal. Het is een enorme zaal, maar tegelijk is ze toch erg geschikt voor intieme kamermuziek. Dat is erg uniek voor een zaal van die omvang.’

Uw vaste partner in crime is jouw zus Lusine, waarmee je vele recitals speelt. Hoe makkelijk – of net moeilijk – is het om met familie te musiceren?
SK
: ‘Inderdaad, muziekspelen met familie heeft een volledig eigen dynamiek en uitdagingen. Maar in het geval van Lusine en mij is het zonder twijfel een voordeel. We hebben een erg nauwe muzikale band, ook al lopen onze persoonlijkheden sterk uiteen. Ondanks onze verschillen bestaat er een unieke harmonie tussen ons beiden. En die is onontbeerlijk in kamermuziek. Dankzij die chemie zijn we in staat om méér uit de muziek halen.’
‘Met andere muzikanten, die geen familie zijn, kan je uiteraard ook wel hetzelfde resultaat bereiken. Maar het vergt gewoon veel meer tijd. In dergelijk nauw samenspel moet je elkaar immers niet alleen als muzikant kennen, maar ook als mens. En dan helpt het als je samen bent opgegroeid…’

Met wie wilt je ooit nog absoluut samenspelen?
SK
: ‘Pfff, onmogelijk te zeggen… Ik zou bijzonder graag samenwerken met Carlos Kleiber. Die kans is jammer genoeg eerder klein… (lacht). Nee, voor mij doet de naam of de status er echt niet toe. Dat soort idolatrie heeft er bij nooit ingezeten, ook vroeger niet. Ik wil even goed – liever zelfs – samenwerken met een dirigent die niemand kent, maar waarmee ik wel een klik heb.’

Zie ook