© Senne Van der Ven
RADAR

Portret: Reinoud Van Mechelen

De jonge Belgische tenor Reinoud Van Mechelen heeft de wind in de zeilen. Met zijn lichte timbre, expressiviteit en uitstekende articulatie laat de zanger een frisse wind waaien door de barokmuziek. Een gesprek naar aanleiding van het ‘portret’ dat BOZAR dit seizoen aan hem wijdt.

We krijgen je dit seizoen vijf keer te horen in BOZAR. Je verwent ons!
Het oorspronkelijke idee was de ontwikkeling te volgen van mijn jonge ensemble a nocte temporis tot een meer orkestraal geheel. En dus kunnen we twee keer optreden, in een kleine en in een grotere bezetting. Aangezien ik in residence ben, wou ik ook graag een recital inplannen. En natuurlijk is het altijd fijn om samen te werken met het ensemble Vox Luminis, voor een programma dat we goed kennen: de Bachcantates die we samen voor het album Actus Tragicus hebben opgenomen. En dan komt op het einde van het seizoen ook nog Le Concert Spirituel naar BOZAR, met Armide van Lully, maar het is puur toeval dat dat concert samenvalt met dit ‘portret’.

CLERAMBAULT // Cantates françaises by Reinoud van Mechelen, A Nocte Temporis

Ben je blij als je in Brussel mag zingen?
Ik hou van Brussel. Ik ben opgegroeid in Leuven, maar ik heb wel een paar jaar in Brussel gewoond, en ook in Parijs. Deze residence in BOZAR is een unieke kans om mijn band met het Brusselse publiek te hernieuwen. Ik hoop ook dat het het begin zal zijn van een lange band tussen a nocte temporis en het publiek.

Waarom heb je dat ensemble opgericht?
Om verschillende redenen. Ten eerste was er nood aan. Ik wou artistieke projecten uitwerken die ik alleen, als zanger, nooit zou kunnen realiseren. Daarom heb ik me omringd met collega’s muzikanten met wie ik graag samenwerk. Met mijn vrouw, fluitiste Anna Besson, wou ik ook een gemeenschappelijk project opzetten. En daarom hebben we een ensemble opgericht met een wisselende bezetting en een kern van vaste muzikanten. We wagen ons aan een heel uitgebreid repertoire, maar volgens mij is er wel altijd een logisch verband, omdat we de muziek op dezelfde manier benaderen en ik mijn visie op het ensemble probeer over te dragen.

© Senne Van der Ven
© Senne Van der Ven

Het ensemble brengt historisch verantwoorde uitvoeringen. Hoe ga je dan te werk?
Ik wil niet doen alsof ik een musicoloog ben, maar ik informeer me over de manier waarop de muziek gespeeld werd in de periode waarin ze geschreven is. Dat soort informatie verzamelen is nuttig, zeker als ze je kan inspireren. Ik hecht bijvoorbeeld veel belang aan het instrumentarium. Vóór de jaren 1970 werd de instrumentale kleur vaak veralgemeend – en nu is dat nog altijd een beetje zo. Ik heb er niks op tegen dat iemand Bach op een modern instrument speelt, maar als je historische instrumenten gebruikt, heb je meer klankkleuren om mee te werken.

Maar je moet ook kritisch ingesteld zijn. Onze generatie moet ervoor oppassen dat ze de meesters niet mechanisch gaat imiteren. We moeten de oude partituren zelf lezen en onze eigen keuzes maken. Muzikanten zoals William Christie en Sigiswald Kuijken hebben me enorm beïnvloed, maar je mag ze niet zomaar kopiëren. Als je een concert geeft, doe je niet aan archeologie, je brengt emoties over in het hier en nu.

"Eclatez fières trompettes"- Castor et Pollux (Reinoud van Mechelen)

Welk ideaal streef je na?
Ik probeer de emoties van een tekst correct en oprecht over te brengen. Het begint ermee dat je je uitspraak verzorgt, zodat het publiek de tekst kan verstaan. Vervolgens is er het samenspel van verschillende elementen: de dynamiek, het timbre, de aard van het stuk… Moet de muziek dansend, zingend, ontroerend, bombastisch zijn? De context, de emotie die de tekst suggereert en de zangmelodie geven ons aanwijzingen over hoe je een werk kunt zingen.

Wat is je favoriete repertoire?
Met a nocte temporis wijden we ons vooral aan Franse barokmuziek, want in België is er bijna geen barokmuziek gemaakt. Voor alle duidelijkheid, op het einde van de 17de eeuw werd de muziek van Lully en zijn opvolgers gespeeld in de Muntschouwburg en in de opera aan de Hooikaai (het eerste publieke theater in Brussel, nvdr). Die muziek maakt dus deel uit van ons cultureel patrimonium. Maar we zijn ook geïnteresseerd in andere repertoires, bijvoorbeeld de Ierse muziek, die Anne Besson nauw aan het hart ligt. We willen een evenwicht bewaren tussen kamermuziek en ambitieuzere projecten met orkestrale muziek of koren. We dromen er zelfs van een opera op touw te zetten!

G.F. SANCES — Chi nel regno almo d'amore | Reinoud Van Mechelen, Nicolas Achten & Scherzi Musicali

Voor het recital breng je Liszt. Is dat nieuw voor jou?
Ja en nee. Ik zal Liszt zingen, maar ook Schumann, een componist van wie ik al werken zing sinds mijn eerste jaren aan het conservatorium. Eerlijk gezegd wist ik niet dat Liszt zo’n grote liedcomponist was. Op een dag hoorde een collega hoe ik me warm zong en hij zei: ‘Als je zulke hoge tonen aankunt, zou je Sonetti di Petrarca eens moeten proberen.’ Ik heb me erop gestort en zo heb ik ontdekt dat het fantastische liederen zijn. En dan heb ik het nog niet eens over de teksten van Petrarca, teksten van een ontwapenende eenvoud en... vol liefde! Het is ongelofelijk dat je zo verliefd kunt zijn! (lacht) Het leek me logisch om naar dat soort muziek op te schuiven, want ze vereist dat je je op je gemak voelt in het hoge register, vergelijkbaar met de hoge tenor in de Franse barok. Het lyrische aspect van die liederen is inderdaad wel een element dat nieuw is voor mij.

Je stemt klinkt ongelofelijk natuurlijk. Wat is je geheim?
Elke stem is uniek. Als kind zong ik al heel graag, omdat ik merkte dat ik het wel goed kon. Daarna heb ik moeten werken om tot die ‘natuurlijke stem’ te komen. Ik heb heel hard gewerkt om in het hoge register verfijnder en lichter te klinken. Maar die zoektocht was het logische gevolg van mijn type stem. Elke soort stem vereist een specifieke training. En het is belangrijk dat je goed naar je stem luistert en respect hebt voor je instrument.

Lakmé (Gérald) l Reinoud Van Mechelen

We zullen je ook als dirigent aan het werk zien, in het concert met werken van Charpentier. Hoe ga je dat aanpakken?
Ik zal de solopartij zingen. Marc-Antoine Charpentier zong die partij ook zelf. Bij bepaalde instrumentale passages zal ik het ensemble dirigeren, maar enkel als dat echt nodig is.

Wat is volgens jou het belangrijkste aspect van muziek?

Emoties voelen en doorgeven aan het publiek, maar ook aan de muzikanten die mee op het podium staan. Niets maakt een artiest gelukkiger dan gedeelde emoties.

Wat brengt de toekomst?
Over een paar jaar wil ik romantische opera’s zingen. Ik vind het een leuk idee dat mijn repertoire breder wordt, maar ik zal wel altijd barokmuziek blijven zingen. Er zijn nog zoveel dingen die ik wil uitdrukken!

Zie ook