© Philippe Gontier
RADAR

PORTRET DUSAPIN: 3 PARELTJES UIT ZIJN INSTRUMENTALE WERK

Na de succesvolle première van zijn opera Macbeth Underworld in de Munt blijft componist Pascal Dusapin een centraal punt van dit muzikale seizoen. In februari kan je genieten van drie van zijn verbluffendste instrumentale werken ... en meteen ook een Belgische première meepikken.

1. Aufgang, concerto voor viool en orkest (2011)

Pascal Dusapin : "Aufgang", concerto pour violon et orchestre interprété par Renaud Capuçon

De compositie van een concerto voor viool is niet niks. Wanneer een dergelijk project zich aandient, ziet Pascal Dusapin zich steeds weer geconfronteerd met een torenhoog probleem: een solist vinden die zijn ambities kan waarmaken. Dusapin heeft lang geduld moeten oefenen en het project is zelfs even stopgezet ...

Tot de componist op een dag kennismaakte met Renaud Capuçon. Hun ontmoeting leidde tot een vruchtbare kruisbestuiving, waardoor de hervatting van de compositie van het concerto haast een vanzelfsprekendheid werd. Uiteindelijk zag Aufgang het levenslicht, een werk dat aan de beroemde violist is opgedragen.

Renaud Capuçon interprète « Aufgang » de Pascal Dusapin

Al vanaf de eerste noten ademt de partituur contrasten en sfeer. Geleidelijk aan wint de fragiele melodie van de viool aan kracht, zoals een fijne lichtstraal die door het donker priemt. Zonder Renaud Capuçon en de zuiverheid van zijn spel zou er waarschijnlijk nooit sprake geweest zijn van die kristalheldere lijn ...

Dusapin en Capuçon vergasten ons in het gezelschap van het Belgian National Orchestra in BOZAR op de Belgische première van Aufgang. En het wordt nog beter: het concert zal worden voorafgegaan door een gesprek tussen Dusapin en Hugh Wolff, muzikaal directeur van het orkest.

2. Strijkkwartet nr. 4 (1996-1997)

Dusapin omschrijft zichzelf als een ‘schrijver van muziek’. De literatuur vormt dan ook een van zijn voornaamste inspiratiebronnen, liet hij ooit optekenen in dit interview:

Une journée avec Pascal Dusapin / A day spent with Pascal Dusapin

Het Strijkkwartet nr. 4 van Dusapin is de vrucht van een grote passie voor de lectuur. Zo is onder aan de partituur een fragment uit Murphy, de eerste roman van Samuel Beckett, opgenomen:

“The rock got faster and faster, shorter and shorter, the iridescence was gone, the cry in the mew was gone, soon his body would be quiet. Most things under the moon got slower and slower and then stopped, a rock got faster and faster and then stopped. Soon his body would be quiet, soon he would be free.”

Dusapin liet zich inspireren door de heen-en-weerbeweging die aanwezig is in het werk van Beckett en probeerde die literaire figuur, die op zich al muzikaal is, op muziek te zetten. De pendelbewegingen worden belichaamd door de opeenvolgende ritmes van de vier stemmen van de instrumentale polyfonie.

Quatuor à cordes No. 4 (1997)

Van dit werk heeft Quatuor Danel ook een sublieme versie op plaat gezet, en die zal het Franse ensemble in februari brengen op het podium van het Koninklijk Conservatorium in Brussel …

3. Extenso, solo nr. 2 voor orkest (1993-1994)

In het begin van de jaren 1990 wou Pascal Dusapin breken met het relatief korte, gebruikelijke format van de werken in opdracht voor orkest. Zo kwam hij op het idee om gespreid over een aantal jaar een cyclus van werken te componeren. De verschillende stukken zouden zowel op zichzelf staan als ontwikkeld worden op basis van hun voorgangers. Dit scheppingsproces mondde uit in zijn Sept solos pour orchestres, die hij tussen 1991 en 2008 schreef.

Pascal Dusapin - Extenso (Solo No. 2 for Orchestra)

Extenso, zijn tweede solo voor orkest, ontleent zijn melodische substantie aan de eerste solo, die Dusapin Go gedoopt heeft. De componist speelt hier een spelletje met het woord ‘extensie’ en de Latijnse uitdrukking ‘in extenso’. “De materie van Go, aldus Dusapin, “wordt eerst opengevouwen en daarna omgebogen om ten slotte opnieuw verschillende keren dichtgevouwen te worden. Zo worden haar oorspronkelijke kenmerken volledig getransformeerd. (…) De vorm draait zich om. Het is net een driedimensionaal voorwerp dat bij elke omkering een nieuwe richting en identiteit aanneemt. (…) Op het einde van Extenso lijkt de muziek wel aan apneu te lijden. Het is een vraag waarop geen antwoord mogelijk is.”

Zie ook