New York City, 1978 © Alex Razbash
RADAR

Steven Zultanski

Poëzie voor Keith Haring

We vroegen aan New Yorker Chris Kraus (I Love Dick) om vijf dichters de opdracht te geven een tekst te schrijven als reactie op kunstenaar Keith Haring en zijn tentoonstelling bij BOZAR. Het resultaat kan je lezen in de gratis bezoekersgids van de expo. Of gewoon hier...


Steven Zultanski
Loop voor Keith Haring

Het werk van Keith Haring is rechttoe rechtaan, en daar houd ik van: als hij de aandacht wil vestigen op de AIDS-crisis, doet hij dat gewoon; als hij Apartheid wil afkeuren, doet hij dat gewoon; als hij Reagan wil afbeelden als een moordzuchtig varken, doet hij dat gewoon. Je kunt je moeilijk voorstellen dat iemand in de war zou zijn over zijn politieke ideeën: de schilderijen zijn overduidelijk boos over raciaal en seksueel onrecht. Maar zijn boosheid wordt tegelijk overschaduwd door een uitbundige vreugde, die in de onophoudelijke beweging van zijn werk zit – een ode aan het vuur van het leven, collectieve ecstase, en de gloed van de liefde.

Het werk van Keith Haring is rechttoe rechtaan, en daar houd ik van: als hij het vuur van het leven wil bezingen, doet hij dat gewoon; als hij de collectieve ecstase van het dansen wil uitbeelden, doet hij dat gewoon; als hij de gloed van de liefde wil opwekken, doet hij dat gewoon. Je kunt je moeilijk voorstellen dat iemand zijn enthousiasme niet zou opmerken: de schilderijen barsten overduidelijk van de vitalistische vrolijkheid. Maar die vitaliteit wordt tegelijk overschaduwd door een onderliggende angst, die in de onophoudelijke beweging van zijn werk zit – een erkenning van existentiële angst, de instabiliteit van het lichaam, psychische onzekerheid.

Het werk van Keith Haring is rechttoe rechtaan, en daar houd ik van: als hij iets wil laten doorschemeren van existentiële angst, doet hij dat gewoon; als hij de instabiliteit van het lichaam wil illustreren, doet hij dat gewoon; als hij het wankelen van psychische onzekerheid wil opwekken, doet hij dat gewoon. Je kunt je moeilijk voorstellen dat iemand die angst niet zou zien: de schilderijen zitten overduidelijk vol van de trillende lichamen, harten die ieder moment zullen barsten, en figuren gevangen in ondoorgrondelijke landschappen als doolhoven. Maar dat angstgevoel wordt tegelijk overschaduwd door een geloof in fantasie, dat in de onophoudelijke beweging van zijn werk zit – een idealiseren van de verbeeldingskracht, het vermengen van lichamen, en de onmogelijke schittering van de wereld.

Het werk van Keith Haring is rechttoe rechtaan, en daar houd ik van: als hij vreemde schepsels wil uitvinden, doet hij dat gewoon; als hij het vermengen van lichamen wil romantiseren, doet hij dat gewoon; als hij een onmogelijk schitterende wereld wil schilderen, doet hij dat gewoon. Je kunt je moeilijk voorstellen dat iemand zijn ronde lijnen voor saaie beschrijving zou nemen: de schilderijen komen overduidelijk voort uit fantasie; ze ontspringen aan intuïtie en droom. Maar dat omarmen van het fantastische wordt tegelijk overschaduwd door een politieke strijdbaarheid, die zit in —

Ik voel me als een uitgeperste tomaat—
vol hart, slechte slaap, hoofd dat bengelt aan een gebroken nek—
geen woorden voor hoe ik me voel—
hoofd lekt sap, spuitend sap, sap
dat langs mijn arm loopt—
glibberige kleine gele zaadjes die aan mijn vingers kleven.



Steven Zultanski © Rights reserved
Steven Zultanski © Rights reserved

 

Zie ook