Philipp Mainz © Paavo Blåfield
RADAR

"Zonder kunst worden we gek"

Een gesprek met componist Philipp Maintz

De Duitse componist Philipp Maintz hoorde zijn composities al op de grootste festivals van Europa. Op vraag van BOZAR componeerde hij een nieuw orgelconcerto, de figuris, met steun van de Ernst von Siemens Musikstiftung. Op 17 september brengen organist László Fassang en het Orchestre Philharmonique Royal de Liège onder leiding van Gergely Madaras dat orgelconcerto in BOZAR, de dag erna in La Salle Philharmonique in Luik. Wij spraken met Philipp Maintz over zijn nieuwe werk en zijn liefde voor het orgel.

Philipp Maintz © Roselyne Titaud
Philipp Maintz © Roselyne Titaud

Je kent België en vooral Luik goed, want je studeerde er. Kan je je band met de stad en het Orchestre Philharmonique Royal de Liège wat toelichten?

Tijdens mijn studietijd in Maastricht werd ik door het Centre Henri Pousseur uitgenodigd om er te studeren. Meer bepaald volgde ik er cursussen elektronisch componeren. Daarna heb ik er nog verschillende keren gewerkt. Ik had al langer de droom om te kunnen samenwerken met het Orchestre Philharmonique Royal de Liège, maar het was er dusver nog niet van gekomen. Ik was dan ook bijzonder vereerd toen Ulrich Hauschild (directeur BOZAR MUSIC) me vroeg een orgelconcerto te componeren dat in première zou gaan met het OPRL.

Je componeerde al meerdere werken voor orgel, maar dit is je eerste concerto voor dat instrument. Waarom?

Ik liep al lang rond met het idee een concert voor orgel en orkest te componeren, maar dat bleek een pak lastiger te zijn dan een piano- of celloconcerto. Wanneer je voor orgel componeert, moet je abstracter denken en erop vertrouwen dat de organist in staat is de orgelpartituur in te kleuren en aan te passen.

L'orgue du Palais des Beaux-Arts dessiné par Victor Horta © Denis Erroyaux
L'orgue du Palais des Beaux-Arts dessiné par Victor Horta © Denis Erroyaux

Elk orgel is uniek. Heb je rekening gehouden dat het werk gespeeld kan worden op meerdere orgels?

Ik heb de technische beschrijving van het orgel van BOZAR en dat in Luik doorgelezen en zo heb ik, zonder ze te horen, me een beeld kunnen vormen van hoe die twee instrumenten klinken. Daarnaast werkte ik nauw samen met organist László Fassang, de solist tijdens de première. Het is belangrijk dat je vertrouwen hebt in de uitvoerder en je moet ook tijd hebben, vooral de weken voor de première, om de partituur af te toetsen aan de instrumenten.

László Fassang © Müpa Budapest Szilivia Csibi
László Fassang © Müpa Budapest Szilivia Csibi

Is het orgel een belangrijk instrument voor je?

Absoluut. Ik was vijf of zes jaar toen ik met mijn vader naar de mis ging. Ik had hem gevraagd me mee te nemen en boven naar het orgel te gaan kijken, want ik was gefascineerd door dat gigantische instrument! Toen ik op het oksaal stond en de organist me liet kennismaken met de wereld van het orgel, hoorde ik het van dichtbij en was ik op slag verliefd. Toch moest ik wachten tot mijn twaalfde vooraleer ik orgellessen mocht volgen.

Wanneer componeerde je je eerste orgelwerken?

Ik startte van meet af aan met het schrijven voor dit instrument. Ik speelde voornamelijk zelf toen muziek van de romantische Franse school, wat de invloed van Widor, Franck en Dupré in mijn werk verklaart. Later ben ik in een modernere stijl beginnen te componeren, dankzij de lessen van Robert H.P. Platz – een leerling van Stockhausen. De kennismaking met Jean Guillou, de organist van de Église Saint-Eustache, in 2007 in Parijs was bepalend. Ik woonde toen in de Franse hoofdstad en kreeg de opdracht een werk voor orgel solo te componeren, in kader van documenta in Kassel. Ik worstelde enorm met het compositieproces, maar Jean Guillou gaf me uitstekende tips in verband met de combinatie van registers en zo heeft hij me echt plezier doen krijgen in het schrijven voor orgel.

Jean Guillou © DR
Jean Guillou © DR

Vandaar de verwijzing naar Jean Guillou (1930-2019) in de inleiding van de concertpartituur…

Ja, dat is een knipoog.

Welke componisten beïnvloedden je werk?

Ik koester grote bewondering voor de Franse romantische orgelmuziek. Ik denk dat mijn muziektaal daar mijlenver vandaan staat, maar ze is er wel schatplichtig aan. Voor dit concerto is de orkestratie beïnvloed door Ravel, met name door zijn Daphnis et Chloé. Ik ben ook weg van Witold Lutosławski’s gevoel voor dramaturgie, de vlotte instrumentatie van Richard Strauss en de manier waarop Sergej Prokofiev overdrijft met zijn harmonieën en ritmes. Mijn esthetiek is niet bepaald Duits geïnspireerd.

philipp maintz: orchesterwerke by philipp maintz

Het concert heet de figuris en is geïnspireerd op houtsneden van Albrecht Dürer. Hoe kwam je op dat idee?

Toen ik in Oostenrijk studeerde, bezocht ik in het Albertina in Wenen een tentoonstelling over de houtsneden van Dürer. Ik was gefascineerd door die werken, ze waren zo klein en gedetailleerd. Ik kocht er toen enkele van de serie houtsneden over de Apocalyps zodat ik die lang en grondig kon bestuderen.

Albrecht Dürer, Apocalypse (1496-1498)
Albrecht Dürer, Apocalypse (1496-1498)

Een hele tijd later vroeg organist Bernhard Buttmann of ik voor hem een werk voor orgel solo wou componeren. Toevallig is Buttmann de organist van de Sebalduskirche in Nürnberg, de kerk waar Dürer gedoopt is. Toen leek het opeens heel voor de hand te liggen. Ik wilde een symfonisch gedicht maken over de Apocalyps van Dürer, maar me ook niet louter beperken tot de houtsneden. Daarom bundelde ik de veertien houtsneden tot een zevendelig werk met de titel septimus angelus.

Voor de nieuwe compositie, de figuris, putte ik inspiratie uit het muzikale materiaal van septimus angelus en zit het verspreid over het hele concerto zodat ik nog dieper inga op Dürers Apocalyps.

Hoe kun je beelden omzetten in muziek?

Een gedicht lezen, een kunstwerk aandachtig bekijken, dat maakt emoties los, een smaak, een geur… Wat mij voor de figuris beïnvloedde, is de aandacht voor detail en de diepzinnigheid van die houtsneden.

Philipp Maintz | Interview | BOZAR

Kan je beschrijven hoe de muziek in de figuris evolueert en hoe het orgel en het orkest zich tot elkaar verhouden?

de figuris is een driedelig concerto waarin het orgel en orkest in elk deel zich anders tot elkaar verhouden. In het begin speelt het orkest alleen, waarna het orgel er op kousenvoeten bij komt en geleidelijk zijn rol van solist inneemt. In het tweede deel is er de wisselwerking tussen het orgel en het orkest om het gevoel te creëren van een orgel dat in een kathedraal wordt bespeeld. Het orkest fungeert als de nagalm, maar daarna ontwikkelt het zijn eigen stem. Het derde deel is een finale zonder geïmproviseerde cadans. De virtuositeit schuilt niet in de noten, maar in de bediening van het orgel: de organist speelt lange akkoorden en wisselt heel snel van register. Voor dat deel vroeg organist László Fassang hoe hij de registratie moest programmeren. Ik heb hem gezegd dat het er net om ging die niet te programmeren maar te improviseren door de registers te gebruiken die op het instrument zijn opgeslagen door organisten die het orgel eerder hebben bespeeld.

Je componeerde de figuris grotendeels tijdens de lockdown. Heeft die opsluiting invloed gehad op je?

Veel vrienden van me klaagden over hun situatie: telewerken, weinig sociaal contact… Persoonlijk vond ik de rust heel aangenaam, een leven zonder concerten, repetities… Ik kon me uitsluitend concentreren op het componeren, en dat is nu eenmaal een proces van lange adem.

Je concerto zal in wereldpremière gaan voor een beperkt publiek, maar wel worden uitgezonden door de tv-zender Mezzo. Wat vind je daar van?

Dat er nauwelijks publiek zal zijn, vind ik natuurlijk bijzonder spijtig. Maar ik kan ermee leven, omdat het concert later op tv zal worden uitgezonden. In de huidige situatie is dat nog altijd beter dan het hele concert afzeggen. Ik denk dat de mensen nood hebben aan kunst. Kunst is immers voedsel voor de ziel en de geest. Zonder kunst zouden we gek worden.

Interview afgenomen door Luc Vermeulen

Zie ook