© Archief BOZAR
RADAR

Architecturale parel vecht tegen de vlammen

Op 18 januari raakte het Paleis voor Schone Kunsten zwaar beschadigd door een brand die uitbrak op het dak. Wij zijn vastbesloten om het prachtige gebouw van Victor Horta zo snel mogelijk te restaureren, en willen alles in het werk stellen opdat het zijn verdiende plaats in het culturele leven van ons land kan behouden. Dit is een unieke plek met een lange, rijke geschiedenis.

De beste kunst, toegankelijk voor iedereen! Die leuze, of beter nog, die maatschappelijke missie zit in het DNA van BOZAR. Ze blijft niet beperkt tot de programmering, maar staat gebeiteld in de stenen van ons gebouw. Het Paleis voor Schone Kunsten heeft de ambitie om kunst en cultuur toegankelijk te maken voor een breed publiek. Een ambitie die ook wordt weerspiegeld in de architectuur van het gebouw.

Bouw van de toekomstige Grote Zaal Henry Le Boeuf © Archief van het Hortamuseum, Sint-Gillis
Bouw van de toekomstige Grote Zaal Henry Le Boeuf © Archief van het Hortamuseum, Sint-Gillis
“Ik volg Horta’s werk nu al haast een jaar van nabij. Hij zet zich met hart en ziel in en de wijzigingen die hij in de plannen aanbrengt zijn het interessantst. Ze getuigen van zijn grote talent.”
Fragment (vert.) uit een brief van Henry Le Bœuf aan Adolphe Max, gedateerd 16 november 1923

Van idee tot realiteit

Het idee om een kunsttempel te realiseren gaat terug tot het midden van de 19e eeuw. In 1865 ging Adolphe Samuel van start met de “Concerts populaires”. Samuel wilde iedereen laten genieten van concerten van een artistieke kwaliteit die tot dan toe alleen was voorbehouden voor ingewijden. Enkele jaren later ontstond de wens om in Brussel een gebouw op te trekken dat onderdak zou bieden aan het artistieke leven in al zijn vormen. Maar het zou duren tot 1913 vooraleer Brussels burgemeester Adolphe Max, op verzoek van Albert I en Elisabeth, concrete plannen begon te maken voor de bouw van “een tempel gewijd aan muziek en de beeldende kunsten” tussen de Koningsstraat en de Ravensteinstraat. De Eerste Wereldoorlog gooide echter roet in het eten, en het project zou pas in 1919 weer worden opgenomen. De beroemdste architect van het land, Victor Horta, werd door toenmalig minister van Openbare Werken Edward Anseele uitgekozen om het gebouw te ontwerpen.

Bouw van de Sculpturenzaal, nu Hortahal, 1927 © Archief Horta-museum, Sint-Gillis
Bouw van de Sculpturenzaal, nu Hortahal, 1927 © Archief Horta-museum, Sint-Gillis

Een architectuur die op twee manieren verbindt

Na de weigering van de senaat om de door de regering gevraagde financiering te steunen, deden de voorvechters van het project, onder leiding van Adolphe Max, een beroep op enkele belangrijke figuren uit de burgermaatschappij, met name Henry Le Bœuf, bankier en melomaan, om het initiatief tot een goed einde te brengen. De gloednieuwe “Société du Palais des Beaux-Arts” nam het project van de staat over. Deze uitzonderlijke combinatie van particuliere engagementen en overheidsinstanties ten behoeve van het algemeen belang werd vanaf dat moment de leidende hand achter het “Palais des Beaux-Arts”. Het gebouw zelf zou van dat alles de meest in het oog springende uiting worden: het moest verrijzen op een onregelmatig perceel van ongeveer 8.000 m2, als een fysieke verbinding tussen de “bovenstad” en de “benedenstad”. Verder moest het aan de kant van de Ravensteinstraat ook winkels integreren, om de groei van de plaatselijke economie te bevorderen. Wegens de vele fysieke, erfgoedgebonden, sociale en politieke beperkingen zou Horta zijn project diverse malen moeten herzien.

Inwijding van de tentoonstellingszalen, 4 mei 1928 © Archief BOZAR
Inwijding van de tentoonstellingszalen, 4 mei 1928 © Archief BOZAR
“Al meteen bij binnenkomst wachten de bezoeker verrassing en verwondering. Verrassing, want nauwelijks heeft men de gebogen trappen van de Koningsstraat naar de tentoonstellingszalen genomen, of voor het oog van de bezoeker openbaren er zich perspectieven die stralen van het licht en die de verbeelding in vervoering brengen, als brede lanen die ons wegleiden uit een heilig bos waar de muzen bijeenkomen. Verwondering, want de architectonische verhoudingen en de decoratieve versiering van deze tempel, waar na de schilder- en beeldhouwkunst straks alle kunsten hun eigen altaar zullen hebben, dragen bij tot het gewenste doel, en dit met een bewuste en bewonderenswaardige trefzekerheid, smaak en grandeur.”
Fragment (vert.) uit een verslag over de inhuldiging van het Paleis voor Schone Kunsten op 4 mei 1928, gepubliceerd in “Le Palais des Beaux-Arts”, La Flandre libérale, 5 mei 1928

Een monument met een rijke geschiedenis

Op 4 mei 1928 werd het gebouw ingehuldigd. Het jaar daarop was het helemaal voltooid. Dit gebouw, ontworpen in een sobere en geraffineerde stijl, legde de nadruk op ruimten met geometrische vormen, met onder meer een grote concertzaal waarvan de architectonische lijnen rigoureus onderworpen waren aan de wetten van de akoestiek. Op de benedenverdieping kwamen een kamermuziekzaal en een vergaderzaal; op het niveau van de Ravensteinstraat een vestibule met toegang tot een monumentale zaal, bedoeld voor beeldhouwwerken, en nog een andere zaal, bestemd voor decoratieve kunsten. Op de bovenverdieping, toegankelijk via de Koningsstraat, bevonden zich verschillende zalen voor schilderijententoonstellingen, via een majestueuze trap verbonden met de zaal voor beeldhouwwerken. Die multidisciplinariteit – al snel uitgebreid met theater en film – was als het ware onlosmakelijk verbonden met de totstandkoming van het Paleis.

Modigliani Tentoonstelling, 1933 © Archief BOZAR
Modigliani Tentoonstelling, 1933 © Archief BOZAR

Van Toscanini (1930) tot Boulez, van Lotte Lehmann (1931) tot Cecilia Bartoli, van de schilderijen van Braque (1936) tot die van Gilbert en George (2010-2011), van de beeldhouwwerken van Bourdelle (1928) tot die van Picasso (2016-2017): door het publiek te laten kennismaken met belangrijke werken van talloze grote kunstenaars, verwierf het Paleis door de jaren heen een internationale reputatie. Ook grote culturele evenementen vinden hier plaats, zoals de Koningin Elisabethwedstrijd (sinds 1937, aanvankelijk onder de naam Eugène Ysaÿewedstrijd), of Europalia, sinds 1969.

Thelonious Monk, 1963 © Archief BOZAR
Thelonious Monk, 1963 © Archief BOZAR
“Deze prachtige instelling, uniek in haar soort (…), heeft het intellectuele klimaat van een ooit provinciaal milieu helemaal veranderd en heeft van Brussel een belangrijke plek voor de geest gemaakt. Het lijdt geen twijfel dat er sedert haar oprichting een diepgaande verandering in de maatschappij en de moraal heeft plaatsgevonden.”
Charles Bernard, kunstcriticus, 1953

Een getuige van de geschiedenis

Het Paleis voor Schone Kunsten speelt een belangrijke rol in het leven van de stad en is de voorbije eeuw een bevoorrechte getuige geweest van de belangrijkste gebeurtenissen, zowel de goede als de slechte. Denken we bijvoorbeeld aan de Tweede Wereldoorlog, toen het gebouw door de bezetter werd gebruikt voor propagandadoeleinden. Maar ook aan de hoop op vernieuwing, belichaamd door de kunstenaars en studenten die het Paleis in mei ‘68 inpalmden. Of, recenter, aan het engagement van het Paleis voor de nieuwe narratieve dynamiek van de Europese Unie.

Een rockband bereidt zich voor tijdens de Nederlandse Dagen happening, 8 juni 1968 © Archief BOZAR
Een rockband bereidt zich voor tijdens de Nederlandse Dagen happening, 8 juni 1968 © Archief BOZAR

Helemaal in overeenstemming met de morfologie van een wijk waar de grote openbare, culturele en financiële instellingen van het land thuis zijn, biedt het gebouw van BOZAR zowel aan de plaatselijke inwoners als aan toeristen een unieke plek om stil te staan bij kunst, na te denken over de samenleving, vooruit te kijken naar de toekomst en culturele ontmoetingen of uitwisselingen te beleven.

“Horta doet ostentatief een beroep op een klassiek vormvocabularium vermengd met een vloeiende sculpturale kracht. Vooral de predominantie van kubische elementen verleent het geheel zowel modernistische als archaïsche en exotische connotaties. Hierdoor beantwoordt het Paleis voor Schone Kunsten volledig aan de geest van de art deco”.
Steven Jacobs, historicus, professor aan de Universiteit Gent, “Horta's Megastructure. Het Paleis voor Schone Kunsten als stedelijk knooppunt”, in BOZAR LXXX, BOZAR BOOKS

Hoewel we weten dat de recente brand sowieso een zware tol zal eisen, zal de aangerichte schade slechts een kortstondige onderbreking vormen in de geschiedenis van het Paleis voor Schone Kunsten, dat vastberaden is om zijn divers publiek nog zeer veel te verwonderen.

Singing Brussels, 2018 © Wim Gelders
Singing Brussels, 2018 © Wim Gelders

#TOGETHERBOZAR

Geef je om de toekomst van BOZAR? Als je wil, kan je BOZAR steunen met een donatie.

 

Zie ook

  • Een bewogen geschiedenis

    Zal het orgel opnieuw moeten zwijgen?

    Maandag 18 januari 2021, er breekt brand uit op het dak van het Paleis voor Schone Kunsten. Het vuur richt geen al te grote schade aan, maar het water waarmee de brand geblust wordt wel. Het orgel – de muzikale en architecturale parel van de Grote Zaal Henry Le Bœuf – is het zwaarst getroffen. Een nieuwe mokerslag voor dit instrument. Zijn bewogen geschiedenis en de verschillende herrijzenissen bieden meer dan genoeg stof voor een tv-serie. In 1967 werd het door brand beschadigd en daarna bleef het een halve eeuw stil. Tot het in 2017 weer volledig gerestaureerd was. Een terugblik op de spannende geschiedenis van dit belangrijke instrument van ons muzikaal erfgoed.

    — gepubliceerd op
  • De Grote Zaal Henry Le Bœuf en haar geschiedenis

    De Grote Zaal Henry Le Bœuf is een architecturaal pronkstuk van Victor Horta. De zaal werd ingehuldigd op 19 oktober 1929, en werd later vernoemd naar zakenman en bankier Henry Le Bœuf, die actief bijdroeg aan het Brusselse muziekleven, en in dit geval ook aan de ontwikkeling van deze muziektempel. Al 90 jaar lang mag de zaal de allerbeste muzikanten verwelkomen, die het unaniem eens zijn over zijn uitzonderlijke visuele harmonie en akoestische kwaliteiten. Hier volgt een kort portret van deze mythische plek, die door de brand van 18 januari 2021 helaas beschadigd raakte.

    — gepubliceerd op