Gepubliceerd op - Paul Briottet

The Centre for the Less Good Idea

Een gesprek met Bronwyn Lace en Neo Muyanga

The Centre for the Less Good Idea, in de Maboneng-wijk in het Zuid-Afrikaanse Johannesburg, is in 2016 opgericht door Bronwyn Lace en William Kentridge. Het is een ruimte die het experiment en de ontwikkeling van nieuwe vormen aanmoedigt en ondersteunt door middel van samenwerkingsgerichte en interdisciplinaire praktijken. Het richt zich tot jonge, veelal Afrikaanse kunstenaars – muzikanten, dansers, toneelschrijvers, choreografen, regisseurs, componisten … – uit de lokale en de internationale scene.

Paul Briottet: Ik heb voor het eerst van het bestaan van The Centre gehoord toen ik in 2022 in Londen de expo van William Kentridge in de Royal Academy of Arts bezocht. Een van de installaties heette Waiting for the Sybil en werd omschreven als gemaakt “met kunstenaars van The Centre for the Less Good Idea”. Die naam trok meteen mijn aandacht … 
Bronwyn Lace:Sybil was een van de eerste grote opera’s in opdracht waaraan William heeft gewerkt. Het grootste deel van de cast bestond uit kunstenaars van The Centre. Hij had hen leren kennen in workshops en processen die gelinkt waren aan hun eigen werk en aan het toenmalige reilen en zeilen van het Centre. 

Maar het centrum heeft inderdaad een aansprekende naam. Hij is schatplichtig aan een spreekwoord in het Tswana: “Kan de goede dokter je niet genezen, zoek dan de minder goede dokter op”. Er zit humor in, en tegelijkertijd geeft hij heel treffend weer hoe wij, creatievelingen, ons vaak voelen. Het maakproces in de studio verloopt vaak klunzig en durft weleens idioot en repetitief te worden. Maar je moet het lang genoeg volhouden, tot er iets onverwachts opduikt. Eerst vonden we de naam belachelijk klinken. We dachten dat niemand ‘m zou kunnen onthouden. Maar net omdat de mensen hem niet kunnen onthouden en hem vaak verhaspelen, is hij zo gaan leven en kreeg hij die dynamiek. Als mensen zeggen “Ik hou van je ruimte voor artiesten die niet zo goed kunst kunnen maken”, dan vind ik dat geweldig. 

Neo Muyanga:  Het klinkt als een plek waar je volop kunt experimenteren. Ik vind het ook fijn dat de naam zo stuntelig klinkt dat je meteen weet dat hij bedacht is door iemand die niet het Engels als moedertaal heeft. Het zegt heel veel over wie we zijn als Zuid-Afrikanen. We kunnen ons uitdrukken in het Engels, maar we bekijken de wereld niet door een westerse bril. We werken en wonen binnen het kader van de westerse denkbeelden, en we begrijpen die ook, maar hoe we de wereld ervaren, en er bijgevolg mee in interactie treden, is niet westers. Er lijkt een glimlach uit te gaan van de naam, alsof iedereen welkom is. Hij roept ook vragen op: wat bedoel je? Wat zijn minder goede ideeën? Is mijn idee ook goed genoeg als het níét minder goed is? 

Precies. De naam valt op in een wereld die, op zowel het individuele als het collectieve vlak, zelfverbetering en concurrentie voorstaat. Kunnen we er dan iets uit afleiden wat betreft de geest, de artistieke praktijken of de methodologie van The Centre? 
Lace: Onze focus ligt op het doen, door middel van gebaren en fysieke en belichaamde handelingen. Maar daarom zijn we nog niet anti-intellectueel. We willen het idee van het intellectuele opentrekken door er aspecten in op te nemen die je maar heel moeilijk kunt uiten of naar tekst kunt vertalen. Daar komt onze menselijkheid vaak naar de oppervlakte: in ons vermogen om op diepgaande interdisciplinaire manieren gezamenlijk te denken en te werken. Neo heeft het vaak over een soort telepathie die plaatsvindt tussen kunstenaars die lang genoeg in een ruimte gebleven zijn en aandachtig geluisterd hebben en zich vragen hebben gesteld, in plaats van zich te laten horen en antwoorden te geven. In het begin mag je best onzeker zijn, en het is in elk geval beter om naar elkaar te luisteren dan om te proberen de ander te overtuigen van wat op dat moment de na te streven benadering zou zijn. 

Muyanga: Voor mij is het ook een bespiegeling over de geschiedenis van het Zuid-Afrikaanse muziektheater dat focust op de ontwikkeling van conventies. We starten niet vanaf een onveranderlijk script. We gaan samen op zoek naar de tekst. Het idee, welk idee ook, dat uit dit collaboratieve proces tussen al dan niet andersvalide kunstenaars naar voren komt, wordt uiteindelijk het idee dat ons allen vertegenwoordigt. Wordt het dan het minder goede idee omdat het niet één iemand, maar ons allemaal samen vertegenwoordigt? Het lijkt minder goed te zijn, omdat het niet perfect is en het niet meteen goed zat. Maar in werkelijkheid is het nauwgezetter, diepgravender en flexibeler omdat het verschillende stemmen aan bod laat komen en naast elkaar laat bestaan, en zo wordt het robuuster. 

Neo Muyanga & Bronwyn Lace (The Centre for the Less Good Idea) © Oliver Killig

Jullie zijn op een verschillend moment bij The Centre betrokken geraakt. Hoe ben je bij dit project terechtgekomen, en welke bagage bracht je met je mee? 
Lace: Ik beschouw mezelf als een beeldend kunstenaar, maar ik heb altijd gewerkt binnen beeldendekunstomgevingen waar er ook vaak een soort performatieve handeling plaatsvindt. Toen William me in 2016 opbelde, vond ik het een geweldig idee om aandacht en middelen te besteden aan een heus centrum voor multidisciplinaire praktijk in Johannesburg, een plek waar er toen een gebrek aan experimentele praktijken was. 

Tijdens de eerste workshop stond ik tussen veertig kunstenaars. Ik leek wel boven mezelf uit te zweven: ik zag percussionisten op dozen roffelen, dansers, beeldend kunstenaars die gelijktijdig aan het tekenen waren … Het hoefde niet uitgevonden te worden, er was alleen maar ruimte nodig. Het had zijn eigen momentum al, alsof we ernaast holden in plaats van het voort te stuwen. 

Muyanga: Ik ben componist en muzikant. Mijn praktijk is gegroeid binnen een multidisciplinaire context die focust op het muziektheater. Maar in de eerste plaats ben ik een verhalenverteller en maak ik gebruik van muziek en theatraliteit om na te gaan wat onze plek in deze wereld is, hoe we ons verhouden tot het heden, en tot welke mogelijke soorten toekomst dat kan leiden. 

Ik kom uit Soweto. De collectieve stem – de koorstem – was het prisma waardoor ik de wereld kon vatten. Ik ben opgegroeid op een plek waar iedereen samen zingt: om aan politiek te doen, uit vreugde, voor de familie, om vreemdelingen te verwelkomen, om behoeften, verlies, verdriet, woede en zelfs verveling te uiten. 

Soweto werd de lens waardoor ik, overal waar ik kwam, de geluidscontext kon lezen. Ik ben al op heel jonge leeftijd beginnen te reizen omdat we door de apartheid moesten verhuizen. Ik raakte het gewend om, zowel letterlijk als figuurlijk, grenzen over te steken. 

Telkens als ik in een nieuwe omgeving terechtkwam, zocht ik mijn toevlucht in het koor. Vooral op plekken waar ik de taal niet kende, was dat de manier waarop ik mezelf kon uitdrukken. Ik zong, en zo bracht ik mijn verhaal, en kon ik uiting geven aan wie ik ben en aan waar ik vandaan kom. Het werd een manier om mezelf en mijn praktijk te begrijpen. 

En dat beïnvloedt nu The Centre … 
Muyanga: In The Centre willen we niet alleen een luisterend oor bieden aan individuele kunstenaars die onder woorden brengen waarover ze dromen, maar ook een kader creëren waarin verschillende stemmen samen een droom tot uiting kunnen brengen. 

We gaan op zoek naar een gedeelde structuur waarin elke individuele droom in een collectieve ruimte wordt weerspiegeld. 

Het besef groeit dat de bestaansonzekerheid die lange tijd met bepaalde delen van Afrika werd geassocieerd een wereldwijd fenomeen aan het worden is. Voor denkers als Achille Mbembe wordt de wereld zwart, terwijl Duke Ellington al in 1972 in Chinoiserie liet doorschemeren dat de wereld bruin wordt. 

De onzekerheid is wijdverbreid, ongeacht of je een baan, een gezin, een eigen zaak, of een toekomst hebt. Er zit dan ook niks anders op dan te improviseren. Je moet aandachtig luisteren, oog blijven hebben voor je context, en aanreiken wat daarna komt. Dat zijn de ruimten waar de choreografie van de toekomst vorm krijgt. 

Dat sluit nauw aan bij de bijtitel van dit nieuwe seizoen in Bozar, waarin het woord “reassembling” zit … 
Lace: De focus ligt echt op de “re”, want het draait om een handeling, om een herhaalde handeling. We hebben het ook over reassembly en reaction, en over unhappening en undoing. Dat zijn manieren waarop je een probleem vanuit een ander fysiek perspectief kunt gaan benaderen. In reassembling komt de logica van de collage naar voren: fragmenten uit verschillende ruimten worden, soms willekeurig, bij elkaar geplaatst en gaan zo met elkaar contrasteren. En ineens ontstaat er een verhaal tussen de verschillende elementen en vertellen ze niet alleen meer enkel hun eigen verhaal. We vieren het voordeel van het perifere zicht. Aan de rand heb je een ruimer perspectief dan in het midden, want je kijkt naar jezelf. Als je kleine fragmenten, korte formules, kiemen van ideeën combineert, begrijp je de context op een rijkere, dynamischere en complexere manier. In plaats van de complexiteit terug te dringen, ga je erop steunen. 

In November wordt Bozar bijna een week lang jullie nieuwe Centre-ruimte … 
Muyanga: Het gaat erom dat we geen product brengen, maar wel een manier van zijn, een manier van weten, een manier van ontdekken. Met Sounding Pictures nodigen we een live ensemble uit om samen naar een stomme film te kijken. Dat wordt dan een soort spel van vraag en antwoord tussen film en ensemble. De film is geen gesloten entiteit, maar blijft een levend document. Het ensemble luistert, anticipeert, zit er nu eens naast en heeft het dan weer goed, en pakt soms in real time uit met onverwachte replieken. Het publiek merkt dat deze onzekerheid deel uitmaakt van de performance. 

Lace: In een statig marmeren gebouw dat zichzelf al zo lang kent, proberen we een vloeibare, zachte, levende, ademende, zingende entiteit binnen te brengen, zodat die erin kan doordringen en een spoor kan achterlaten. In Bozar brengen we niet alleen Sounding Pictures, maar ook A Defence of the Less Good Idea, een collectieve lezing die nooit twee keer hetzelfde is. William hanteert de stijl van de academische verdediging, en de filosofie van The Centre voegt daar een muzikale cadens en catastrofe aan toe. De “Bozar all over the P(a)lace”-avond zet die geest voort via ontmoetingen door verschillende ruimten heen en illustreert dat de vorm – indien die gebaseerd is op aandachtig luisteren – op zich volstaat als demonstratie van wat kunst maken voor ons betekent. Het is een humoristische manier om de logica, het marmer en de monumentaliteit de draak met zichzelf te laten steken