Gepubliceerd op - Cedric Feys & Guillaume De Grieve

Pavel Kolesnikov

Interview

Vergelijk pianist Pavel Kolesnikov gerust met een beeldhouwer: uit een blok repertoire beitelt hij behoedzaam een eigen visie. De prijzenwinnaar boetseert zijn weg van de vroege barok tot hedendaagse muziek en voelt zich het meest aangetrokken tot verhalende programma’s. Dit seizoen hoor je hem maar liefst viermaal in Bozar.

Op 7 november speel je alle Nocturnes van Chopin. Wat spreekt je zo aan in deze werken?

Kolesnikov: "Ik denk dat ze het hoogtepunt vormen van alles wat Chopin heeft geschreven. Voor mij zijn ze een soort Mount Everest van de pianoliteratuur en het wordt dan ook de meest veeleisende avond. De Nocturnes vormen een omvangrijke verzameling stukken, die stuk voor stuk ongelooflijk complex zijn. Het zijn Chopins meest originele composities, waarin zijn verbeeldingskracht het sterkst tot uiting komt. Ze zijn mysterieus en worden vaak verkeerd begrepen, omdat we eigenlijk niet goed weten wat ze zijn. Zodra je je in de Nocturnes begint te verdiepen, verdwijnt het idee van een romantisch ‘nachtstuk’ al snel naar de achtergrond ... De composities zijn zoveel meer dan dat. Wanneer ze worden uitgevoerd – en het gebeurt eigenlijk maar heel zelden dat ze als volledige cyclus worden gespeeld – is dat meestal in chronologische volgorde. Maar ik ga een andere logica volgen, die ik heb ontdekt nadat ik me intensief met deze stukken had beziggehouden."

Welke logica heb je ontdekt?

Kolesnikov: "Toen ik de stukken probeerde in te delen, besefte ik dat er, althans volgens mij, drie heel verschillende benaderingen zijn. Om te beginnen zijn er de stukken die terugblikken: ze gaan over een soort herinnering aan het verleden, iets vaags en soms schitterends, maar ver weg. Daarnaast zijn er stukken die helemaal in het hier en nu geworteld zijn. Daarin draait alles om de intensiteit van de ervaring in het moment zelf. Ze voeren je op een heel krachtige manier mee naar een soort magische wereld. En ten slotte zijn er de stukken die zich iets voorstellen wat niet bestaat. Het zijn stukken die naar de toekomst kijken, verbeeldingen van iets onvoorstelbaars. Het zijn ook de stukken waarin Chopin het meest experimenteert. Ik beschouw hem altijd als een soort avant-gardistische architect van de klank, omdat de structuren die hij creëerde – vooral tegen het einde van zijn leven – zo buitengewoon en fantasierijk zijn, maar tegelijk ook zo verfijnd in evenwicht."

Die vooruitstrevende, avant-gardistische benadering associeer ik bijvoorbeeld ook met Liszt, vooral in zijn latere werken.

Kolesnikov: "Ook Liszt was een bijzonder interessante avant-gardistische componist. Bij Chopin zit dat avant-gardistische veel meer verborgen. Op het eerste gezicht zien zijn stukken er heel gewoon uit, maar zodra je er wat dieper in graaft, besef je hoe buitengewoon en hoe volstrekt onwaarschijnlijk het is om zoiets te schrijven. Er bestaat eigenlijk niets wat erop lijkt. Wat het dichtst in de buurt komt van de late Chopin, is waarschijnlijk de muziek van Wagner en Skrjabin. Maar ik denk dat Chopin in zekere zin, binnen veel kleinere vormen, beter is geslaagd in wat Wagner probeerde te bereiken. Een van Chopins late Nocturnes duurt vijf of zes minuten, maar de diepgang en de gelaagdheid van de gevoelens zijn vergelijkbaar met die van een Wagneropera."

Het klinkt alsof we de Nocturnes met nieuwe oren zullen kunnen beluisteren.

Kolesnikov: "Door mijn indeling van de stukken verandert de onderlinge wisselwerking volledig. Hopelijk krijgt het publiek daardoor ook de kans om ze te herontdekken, want het is heel interessant om met bekend materiaal te werken. Onder de Nocturnes bevinden zich een aantal bijzonder bekende stukken. Die zijn voor het publiek altijd moeilijk om onbevangen naar te luisteren, omdat je onvermijdelijk vertrekt vanuit je verwachtingen van het stuk."