Antwerp Symphony Orchestra, Albrecht & Lehmkuhl
1 Okt.'26
- 20:00
Henry Le Boeufzaal
Gustav Mahler (1860-1911)
Symfonie nr. 3 in d (1895-1896)
I. Erste Abteilung
- Kräftig. Entschieden
II. Zweite Abteilung
- Tempo di Menuetto. Sehr mässig
- Comodo. Scherzando. Ohne Hast
- Sehr langsam. Misterioso (Alt-solo: „O Mensch! Gib acht!“ – Worte von Nietzsche)
- Lustig im Tempo und keck im Ausdruck (Alt-solo, Knabenchor, Frauenchor: „Bimm bamm – Es sungen drei Engel einen süßen Gesang“ – Worte aus des „Knaben Wunderhorn“)
- Langsam. Ruhevoll. Empfunden
Duur: 100 min.
De kosmos in klanken
Wie Mahler zegt, zegt grootse symfonische structuren die flirten met de grens van het theatrale. In zijn Derde symfonie bereikt Mahlers expansiedrang een eerste hoogtepunt. Aan de vooravond van de twintigste eeuw leverde hij een monumentaal orkestwerk af, met de blazers en strijkers zowat verdubbeld in aantal, een heel arsenaal aan slagwerk, een kinderkoor, vrouwenkoor en een altsolo. Enkel Mahlers beruchte Achtste gaat nog verder. Geen betere rode loper om Marc Albrecht formeel voor te stellen als de nieuwe chef-dirigent van het Antwerp Symphony Orchestra.
Mahlers tetralogie
Hoewel hij in de eerste plaats een wereldberoemd dirigent was, wordt de Oostenrijkse componist Gustav Mahler (1860-1911) vandaag beschouwd als een van de grootste symfonische componisten uit de geschiedenis. Zijn oeuvre bestaat nagenoeg uitsluitend uit symfonieën, waarin hij de negentiende-eeuwse toonspraak op zijn spankracht testte. Zo overbrugde hij zowel muzikaal als conceptueel het scharnierpunt tussen romantiek en modernisme.
Mahler vatte zijn eerste vier symfonieën, die samen zijn vroege periode omspannen, op als een soort tetralogie. De Eerste symfonie staat in het teken van het overwinnen van de aardse beslommeringen. In de Tweede symfonie staat de thematiek van dood en vergankelijkheid centraal. Met haar kosmische proporties behandelt de Derde symfonie de plaats van de mens binnen het universum, en Mahlers Vierde kan worden begrepen als een meditatie op het leven na de dood. In alle vier deze symfonieën ontleende de componist een groot deel van zijn materiaal aan zijn eigen liedcyclus Des Knaben Wunderhorn, die hij quasi parallel met deze vier symfonieën componeerde. De teksten van Mahlers liedbundel zijn gebaseerd op een gelijknamige verzameling Duitse volkspoëzie die in de vroege negentiende eeuw was uitgegeven door Achim von Arnim en Clemens Brentano. Zowat alle grote romantici uit de Duitstalige regio, waaronder Weber, Mendelssohn, Schumann en Brahms, putten inspiratie uit deze diep symbolische teksten. Door thema’s uit zijn liedbundel te hernemen in zijn symfonieën, geeft Mahler onrechtstreeks inhoud en context aan zijn symfonische werken.
Kosmologische hiërarchie
Van Mahlers symfonieën wordt vaak gezegd dat ze “de ganse wereld verklanken”. Het is een ietwat grotesk klinkend cliché waar al eens mee geschermd wordt, maar voor de Derde gaat die boutade wel op. De reusachtige symfonie is immers zonder twijfel een van de meest volkomen muzikale verklankingen van Mahlers filosofie. Het werk valt uiteen in twee grote onderdelen, waarvan het tweede onderdeel vijf afzonderlijke bewegingen bevat. Uit zijn briefwisseling blijkt dat Mahler in de zomer van 1895 het grootste deel van zijn Derde symfonie had afgewerkt. Enkel het lange openingsdeel componeerde hij de zomer nadien. In diezelfde brieven gaf Mahler enkele sleutels mee om zijn zesdelige symfonie te ontsluiten. De titels die hij aan de delen gaf (maar in de uiteindelijke partituur weer verwijderde), leggen een structuur bloot: ze getuigen van een soort evolutionaire, Darwinistische doelmatigheid waarin de zes delen de opeenvolgende stadia van bewustzijn verklanken. Over de delen heen klimt Mahlers muziek op van de oerprincipes van de natuur (in het eerste deel), over de schoonheid van de natuur en de complexiteit van de mens, tot de erkenning van de liefde als hoogste kracht van het universum (in het slotdeel). Op die manier verklankt Mahler inderdaad de wereld, zij het op een metafysisch niveau. In de filosofische traditie van Schopenhauer en Nietzsche zoekt de componist betekenis en zingeving binnen het pessimistische wereldbeeld dat de omschakeling van romantiek naar modernisme karakteriseert. Mahler tekent als het ware een kosmologische hiërarchie uit, waarbinnen hij de plaats van de mens zoekt.
Het narratief dat Mahler in zijn Derde symfonie wil ontvouwen, is extreem veelomvattend. Het doel heiligt dan ook zijn grote middelen. Hij verkent niet alleen alle mogelijkheden van een groot orkest met koor, met eindeloze klankkleuren en combinaties, maar hij speelt ook met verschillende stijlidiomen: volksmuziek en traditionelere ‘klassieke’ muziek worden met elkaar geconfronteerd, net als kerkmuziek, kinderliedjes en militaire muziek. Het slotdeel, waar de liefde centraal staat, brengt een mengvorm van dit alles. Hier houdt Mahlers provocatieve spel met contrasterende stijlen op, en verkondigt hij zijn boodschap in bloedmooie ernst: liefde overwint alles. De contrasten uit de voorgaande delen worden hier begrepen als twee kanten van eenzelfde medaille; als krachten die elkaar in evenwicht houden. Daarom valt Mahlers muziek, ondanks de veelheid aan stijlen, niet eclectisch te noemen. Hij brengt een muzikaal homogene stijl, als een taal met vele dialecten die elk hun eigen associaties oproepen. Dankzij de omvang en veelzijdigheid van het werk brengt Mahler een overtuigende reflectie op de progressieve stadia van levensvormen, en van de plaats van de mens binnen het universum. Als ooit één symfonie de volledige kosmos heeft verklankt, is het Mahlers Derde.
Zes onderdelen, een veelvoud aan stijlen
In de monumentale openingsbeweging van zijn Derde symfonie evoceert Mahler de creatie van leven uit dode materie. Een groot deel van deze beweging bestaat dan ook uit disparate brokstukken, waarbij een heel arsenaal aan typisch Mahleriaanse ingrediënten de revue passeert: de dodenmars, een instrumentale recitatieven, een koraalmelodie, imitaties van natuurgeluiden, en muziek die klinkt alsof ze vanuit de verte komt. Een assertieve openingsmars vervelt al snel tot een zoekende en dreigende passage, waarin de hoorn, trombone en trompet de donkere klanktextuur bepalen. Af en toe brengen de houtblazers, samen met de violen, enkele zonnestralen in het tafereel, met een vluchtig motiefje dat echter nooit dominant wordt. Telkens wanneer de muziek een bevrijdende climax lijkt te bereiken, wordt die echter gesmoord door het zware koper. Een langverwachte overwinningspassage spaart Mahler op tot aan het einde van het openingsdeel. Hier kantelt de donkere en mysterieuze atmosfeer om in een triomfantelijke, alsof een lange winter ten langen leste wordt afgelost door een stralende zomer.
De tweede beweging (meteen de opening van het tweede grote onderdeel van de symfonie) is van een heel andere orde. Een delicate hobomelodie trekt een beschaafd menuet op gang, en een magische eruptie in de strijkers vertelt dat het hier inderdaad gaat over de pracht van de natuur in bloei. Zo zet Mahler de doelmatige beweging van de symfonie verder, door een variatievorm te gebruiken waarbij elke nieuwe variatie rijker wordt. Toch zit ook hier een angel: het sierlijke menuet flirt meer dan eens met de grenzen van een veel scherper scherzo.
Ook het derde deel staat bol van de contrasten. Een volkse en opgewekte melodie in de houtblazers wekt aanvankelijk de indruk van een rustig landelijk tafereel. Opnieuw varieert Mahler eindeloos, waardoor een spel ontstaat tussen de lieflijkheid en een rauwe, soms diabolische tegenkracht. In een contrasterend middendeel gaat een bugel vanuit de coulissen in dialoog met de fluiten. In deze haast pastorale scene klimt Mahler weliswaar op naar een hogere levensvorm, tegelijk is het een afdaling in het donker. De beweging eindigt met een soort existentiële schreeuw die een onheilspellende coda aankondigt.
Het vierde deel is dan ook het meest donkere. De alt-solo zingt een tekst van Nietzsche (“Oh Mensch, gib acht!” uit diens Also sprach Zarathustra) waarin de mens gekarakteriseerd wordt als een wezen dat zich weliswaar dominant weet op te stellen in het universum, maar tegelijk een voortdurende angst ervaart omdat hij zich bewust is van zijn eigen vergankelijkheid. Mahler voorziet ontheemde muziek, zonder aflijnbaar thema en zonder veel ritmische of metrische houvast. De orkestbegeleiding is haast volledig opgebouwd uit de afwisseling van twee tonen, die bijna akelig wordt bijgekleurd met onder meer een ongebruikelijke glissando in de hobo, en eenzaam zwervende solo’s in de viool en de hoorn.
Het vijfde deel is een zonnige verademing. Mahler baseerde deze humoresque op het Wunderhorn-gedicht “Es sungen drei Engel einen süssen Gesang”. Tegen de achtergrond van een engelachtig kinderkoor (symbool bij uitstek van de onschuld), bezingen vrouwenkoor en altsolo de complexe verhouding tussen vreugde en de dood. Ook hier wisselt Mahler ongebreideld optimistische klanken, zoals de speelse melodieën en het feestelijke klokkengelui, af met dreigende passages, zoals de harmonisch wringende interludes van het orkest.
Anders dan het leeuwendeel van Mahlers werken, eindigt zijn Derde symfonie niet met een triomfantelijke finale. De componist zette een zesdelig traject uit, dat eindigt in een ode aan de liefde, die daarmee meteen wordt bevestigd als de drijvende kracht (en dus ook de sterkste) van het universum. In het enige deel waarin contrast en disruptie achterwege blijft, koppelt Mahler orkestrale kracht aan sereniteit. De intense slotbeweging wordt gedragen door een koraalachtige melodie, die zich met het nochtans reusachtige orkestapparaat op een delicate wijze ontplooit richting een verlossend slotakkoord, bekrachtigd door enkele ontzaglijke paukenslagen die de symfonie een haast eeuwige nagalm lijken te bieden. Mahlers boezemvriend en dirigent Bruno Walter schreef over de finale: “In het laatste deel zijn de woorden verstomd, want welke taal kan de hemelse liefde krachtiger en krachtiger uitdrukken dan de muziek zelf? Het Adagio, met zijn brede, plechtige melodische lijn, is als geheel – en ondanks passages van brandende pijn – overvloedig van troost en genade. Het is een enkele klank van oprechte en verheven gevoelens, waarin de hele reusachtige structuur zijn hoogtepunt vindt.”
Arne Herman
Marc Albrecht
dirigent
Marc Albrecht, afkomstig uit Hannover, is wereldwijd een veelgevraagde dirigent gespecialiseerd in het Duitse en Oostenrijkse laat-romantische repertoire en hedendaagse muziek. Zijn aanpak combineert de transparantie van kamermuziek met de intensiteit van symfonisch werk. In de afgelopen seizoenen dirigeerde hij onder meer bij operahuizen in Berlijn, Tokio en Genève. Recente symfonische optredens brachten hem naar prestigieuze orkesten zoals het Oslo Philharmonic Orchestra, het Orquestra Gulbenkian in Lissabon en het Konzerthausorchester Berlin. Albrecht ontving vele onderscheidingen, waaronder twee maal ‘Dirigent van het Jaar’ (International Opera Awards in 2019 en OPUS KLASSIK in 2021). Zijn opnames werden meermaals bekroond, zoals de OPUS KLASSIK voor Zemlinsky’s Die Seejungfrau en Korngolds Das Wunder der Heliane. Zijn carrière werd sterk beïnvloed door Claudio Abbado, met wie hij samenwerkte bij het Gustav Mahler Jugendorchester. Na studies in Wenen en engagementen bij operahuizen in Wenen en Hamburg, werd hij Generalmusikdirektor in Darmstadt. Later leidde hij het Orchestre Philharmonique de Strasbourg en was hij tien jaar lang chef-dirigent van De Nationale Opera van Nederland, het Nederlands Philharmonisch Orkest en het Nederlands Kamerorkest.
Wiebe Lehmkuhl
alt
Wiebke Lehmkuhl, alt uit Oldenburg, studeerde in Hamburg bij Ulla Groenewold en Hanna Schwarz en trad al tijdens haar studie in dienst bij de Opera van Zürich. Haar internationale doorbraak kwam in 2012 tijdens de Salzburger Festspiele onder leiding van Nikolaus Harnoncourt. Ze voelt zich evenzeer thuis op het opera- als op het concertpodium en werkt samen met dirigenten als Kirill Petrenko, Yannick Nézet-Séguin, Daniel Harding, Fabio Luisi en Riccardo Chailly. Als Erda (Das Rheingold, Siegfried) trad ze op in München, Parijs, Londen en Genève; in het seizoen 2025-2026 maakte ze haar debuut bij de Weense Staatsopera en toerde ze door Europa met het Rotterdams Philharmonisch Orkest onder leiding van Nézet-Séguin. Andere hoogtepunten zijn Mahlers Symfonieën nr. 2 (Basel), nr. 3 (Rome, Wenen, St. Florian) en nr. 8 (Kopenhagen, Wenen), Beethovens Missa solemnis (Boston, Parijs), Schumanns Das Paradies und die Peri (Wenen, Parijs) en een liedrecital in Keulen. Haar discografie omvat Bachs Weihnachtsoratorium (Decca) en C. P. E. Bachs Magnificat (Harmonia Mundi).
Antwerp Symphony Orchestra
Het Antwerp Symphony Orchestra is het symfonisch orkest van Vlaanderen en België, met de vermaarde Koningin Elisabethzaal in Antwerpen als thuisbasis. Onder de baton van eredirigent Philippe Herreweghe, dirigent emeritus Jaap van Zweden en geroemde gastdirigenten brengt het orkest concerten op de grootste podia in binnen- en buitenland. Seizoen 2026-2027 is het eerste seizoen van Marc Albrecht als chef-dirigent van het orkest. Dankzij eigen concertreeksen in het Concertgebouw (Brugge), Muziekcentrum De Bijloke (Gent) en BOZAR (Brussel) bekleedt het orkest een unieke positie in Vlaanderen. In het buitenland wordt het Antwerp Symphony Orchestra uitgenodigd door de belangrijkste concertzalen en internationale concertreizen door Europa en Azië vormen een constante in de kalender. Het Antwerp Symphony Orchestra maakt regelmatig opnames voor gerenommeerde klassieke labels waarin het focust op het grote symfonische orkestrepertoire, Belgische muziek en hedendaags klassiek. Naast zijn reguliere concerten creëerde het Antwerp Symphony Orchestra een uitgebreid aanbod aan educatieve en sociale projecten, waarmee het orkest kinderen, jongeren en mensen met verschillende achtergronden doorheen de symfonische klankenwereld gidst.
Koor Opera Ballet Vlaanderen
Het Koor van Opera Ballet Vlaanderen zag in 1989 het licht onder koorleider Peter Burian. Het zette zich meteen op de kaart als professioneel ensemble dat hoge toppen scheert in opera en concert. Vandaag is het ook betrokken bij hybride producties met het balletgezelschap van Opera Ballet Vlaanderen, zoals Satyagraha in een choreografie van Sidi Larbi Cherkaoui en C(H)ŒURS 2022 van Alain Platel. Koorleiders in het verleden waren Simon Halsey, Kurt Bikkembergs en Yannis Pouspourikas. Sinds 2014 staat het Koor van Opera Ballet Vlaanderen onder leiding van dirigent Jan Schweiger. In 2021 werd het genomineerd als ‘Best Chorus’ op de International Opera Awards.
Kinderkoor Opera Ballet Vlaanderen
Het kinderkoor bestaat uit een 40-tal jonge enthousiastelingen tussen 7 en 16 jaar. Ze zingen en acteren in producties van Opera Ballet Vlaanderen en maken allerlei artistieke uitstappen. Zo worden ze geregeld uitgenodigd voor symfonische concerten, bijvoorbeeld door het Belgian National Orchestra, Brussels Philharmonic en het Antwerp Symphony Orchestra. De jonge zangers zijn te horen op diverse cd’s en hebben ook al meerdere (muziek)theaterprojecten achter de rug, onder meer bij NTGent, LOD, Muziektheater Transparant en Kopergietery. Onder leiding van Hendrik Derolez repeteert het kinderkoor iedere zondagochtend in Antwerpen. Naast de zoektocht naar een natuurlijke en zuivere zangtechniek is er veel aandacht voor persoonlijke ontwikkeling en voor de wisselwerking tussen individu en collectief. Dat ieder kind zich thuis voelt in de groep, draagt bij tot het hoge niveau waarop dit koor kan zingen en spelen.
IV. Sehr langsam. Misterioso (Tekst uit Also sprach Zarathustra - Friedrich Nietzsche)
Duits
O Mensch! Gib Acht!
Was spricht die tiefe Mitternacht?
‘Ich schlief, ich schlief –,
Aus tiefem Traum bin ich erwacht.
Die Welt ist tief,
Und tiefer als der Tag gedacht.
Tief ist ihr Weh;
Lust – tiefer noch als Herzeleid.
Weh spricht: Vergeh!
Doch alle Lust will Ewigkeit,
Will tiefe, tiefe Ewigkeit!
Nederlands
O mens, geef acht!
Wat zegt de diepe middernacht?
‘Ik sliep, ik sliep –,
Een diepe droom had me in zijn macht.
De wereld: diep,
En dieper dan de dag ooit dacht.
Diep is haar pijn;
Lust – dieper dan een harte lijdt.
Pijn spreekt: verdwijn!
Maar alle lust wil eeuwigheid,
Wil diepe, diepe eeuwigheid!’
V. Lustig im Tempo und keck im Ausdruck (Tekst uit Des Knaben Wunderhorn)
Duits
Es sungen drei Engel einen süssen Gesang,
Mit Freuden es selig in dem Himmel klang.
Sie jauchzten fr.hlich auch dabei,
Dass Petrus sei von Sünden frei!
Denn als der Herr Jesus zu Tische sass,
Mit seinen zw.lf Jüngern das Abendmal ass,
So sprach der Herr Jesus: ‘Was stehst du denn hier?
Wenn ich dich anseh’, so weinest du mir!’
‘Und sollt ich nicht weinen, du gütiger Gott?’
Du sollst ja nicht weinen!
‘Ich hab übertreten die zehn Gebot,
Ich gehe und weine ja bitterlich!’
Du sollst ja nicht weinen!
‘Ach komm’ und erbarme dich über mich!’
‘Hast du denn übertreten die zehen Gebot,
So fall auf die Kniee und bete zu Gott!
Liebe zu Gott nur alle Zeit,
So wirst du erlangen die himmlische Freud’!’
Die himmlische Freud’ ist eine selige Stadt,
Die himmlische Freud’, die kein End’ mehr hat,
Die himmlische Freude war Petro bereit’t
Durch Jesum und Allen zur Seligkeit!
Nederlands
Drie engelen zongen een zoet gezang,
Dat vreugdevol doorheen de hemel klonk.
Daarbij juichten ze vrolijk
Dat Petrus van zonden verlost was!
Toen de Heer Jezus aan de tafel zat,
En met zijn twaalf leerlingen het avondmaal at,
Sprak de Heer Jezus: ‘Waarom sta je hier?
Wanneer ik je aankijk, ween je!’
‘Waarom zou ik niet wenen, goede God?’
Je moet niet wenen!
‘Ik heb de tien geboden overtreden,
Ik ga heen en ween bittere tranen!’
Je moet niet wenen!
‘Ach kom en ontferm u over mij!’
‘Indien je de tien geboden overtrad,
Val op de knieën en bid tot God!
Heb God altijd lief,
Dan zal je de hemelse vrede ontvangen!’
De hemelse vrede is een gezegende stad,
De hemelse vrede kent geen einde,
De hemelse vrede werd aan Petrus geschonken,
Door Jezus, voor ieders verlossing!
Eerste viool
Meruert Karmenova
Eric Baeten
Giannis Antonopoulos
Hui Cao
Filipe Costa Raposo
Nana Hiraide
Laie Lee
Mara Mikelsone
Roberto Quartararo
Minori Yamato
Delejan Brynaert
Ophélie Sanchez Schluchter
Anna Buevich
Isabelle Rowland
Eva Vermeeren
Emily Wu
Tweede viool
Miki Tsunoda
Herlinde Verjans
Ilse Pasmans
Marjolijn Van der Jeught
Maartje van Eggelen
Frederic Van Hille
Hanneke Verbueken
Pierre Vopat
Eva Ackerman
Iola Cornelis
Merlijn De coorde
Alma Defoort
Sophie Hutnik
Zhazira Ukeyeva
Altviool
Sander Geerts
Ayako Ochi
Elaine Ng
Wu Di
Dino Dragovic
Marija Krumes
Lisbeth Lannie
Carlo Allegri Rodriguez
Liesbeth Lambrecht
Edgar Perestrelo
Iris Roggeman
Duleen van Gunsteren
Cello
Raphael Bell
Marc Vossen
Olivier Robe
Dieter Schützhoff
Mar Bonet Silvestre
Volodymyr Fedorov
Diego Liberati
Maria Mudrova
Julia Kotarba
Mikko Pablo
Contrabas
Vlad Raţiu
Jaroslaw Mroz
Carlos Navarro Herrero
Julita Fasseva
Jeremiusz Trzaska
Ben Faes
Mariana Fernandes
Fluit
Edith Van Dyck
Charlène Deschamps
Peter Verhoyen
Ana Mondéjar Amat
Hobo
Louis Baumann
Dimitri Mestdag
Sébastien Vanlerberghe
Nikhil Sharma
Klarinet
Benjamin Dieltjens
Luz Sedeño
Raül Verdú Sellés
Benoît Viratelle
Fagot
Oliver Engels
Graziano Moretto
Tobias Knobloch
Juan Ruiz Bandoux
Hoorn
Michaela Bužková
Eliz Erkalp
Koen Cools
Jean-Baptiste Humbert
Ana María Muñoz Koniarska
Koen Thijs
Koen De wael
Fanny Bogaert
Evi Baetens
Trompet
Alain De Rudder
Senne La Mela
Luc Van Gorp
Steven Verhaert
Arne Van Eenoo
Trombone
Lucas Tiefenthaler
Roel Avonds
Adrián Castro Capuz
Daniel Quiles Cascant
Tuba
Bernd Van Echelpoel
Pauken
Pieterjan Vranckx
Slagwerk
Elias Blanco
Dámaso Escauriaza
Renato Dias Penêda
Tom Pritchard
Daan Wilms
Harp
Samia Bousbaïne
Roberta Brambilla
Bozar Maecenas
Patrick Derom Gallery • Monsieur et Madame Bertrand Ferrier • Baron en Barones Marnix Galle-Sioen • Baron Xavier Hufkens • Monsieur et Madame Laurent Legein • Madame Heike Müller • Monsieur et Madame Dominique Peninon • Monsieur et Madame Antoine Winckler • Monsieur et Madame Bernard Woronoff • Chevalier Godefroid de Wouters d'Oplinter
Bozar Fine Art Circle Founding Members
Mr and Mrs Ravi Bhansali • Monsieur Hubert Bonnet (Fondation CAB) • De heer en Mevrouw Dirk Cavens • De heer Simon Devolder • Monsieur Eric Everard • Madame Anne Gangsted • Baron Xavier Hufkens • Monsieur Augustin Lippens • Monsieur Michel Moortgat • Madame Lucy Jane Pereira • Monsieur Charles Riva
Bozar Patrons
Monsieur et Madame Charles Adriaenssen • Madame Joséphine d’Ansembourg • Monsieur Werner d’Ansembourg • Comtesse Laurence d'Aramon • Art By Goralska S.à.r.l. • Monsieur Jean-François Bellis • Docteur Amine Benyakoub • Baron et Baronne Berghmans • De heer Stefaan Bettens • Monsieur Philippe Bioul • Mevrouw Roger Blanpain-Bruggeman • Madame Laurette Blondeel • Comte et Comtesse Boël • Monsieur et Madame Thierry Bouckaert • Monsieur Thierry Boutemy • Comte et Comtesse Emmenuel de Briey • Ecuyer Maximilien du Bus de Warnaffe • Madame Marion Bywater • Madame Anny Cailloux • Madame Valérie Cardon de Lichtbuer • Madame Catherine Carniaux • Madame Paloma Castro Martinez de Tejada • Prince et Princesse de Chimay • Monsieur Jim Cloos et Madame Véronique Arnault • Mevrouw Chris Cooleman • Monsieur Emile Culot • Madame Marguerite Culot • Monsieur et Madame Denis Dalibot • Madame Bernard Darty • De heer en mevrouw Philippe De Baere • Madame Louise Descamps • Madame Hélène Deslauriers • Monsieur Amand-Benoit D'Hondt • De heer Bernard Dubois • Mevrouw Sylvie Dubois • Madame Claudine Duvivier • Madame Barbara Eggers • Madame Dominique Eickhoff • Baron et Baronne William Frère • Monsieur François Gérard et Madame Jessica Parser • Baron et Baronne Pierre Gurdjian • De heer en mevrouw Philippe Haspeslagh - Van den Poel • Madame Susanne Hinrichs et Monsieur Peter Klein • Monsieur Jean-Pierre Hoa • Madame Bonno H. Hylkema • Madame Fernand Jacquet • Baron Edouard Janssen • Madame Elisabeth Jongen • Monsieur et Madame Jean-Louis Joris • Monsieur et Madame Adnan Kandiyoti • Monsieur Sander Kashiva • Monsieur Sam Kestens • Monsieur et Madame Klaus Körner • Madame Marleen Lammerant • Monsieur Pierre Lebeau • Monsieur et Madame François Legein • Monsieur et Madame Charles-Henri Lehideux • Monsieur et Madame Philippe le Hodey • Madame Gérald Leprince Jungbluth • Monsieur Xavier Letizia • Monsieur Bruno van Lierde • Madame Florence Lippens • Monsieur et Madame Clive Llewellyn • Monsieur et Madame Thierry Lorang • Madame Denise Louterman • Madame Valeria Onofrj • Madame Olga Machiels-Osterrieth • De heer Peter Maenhout • Monsieur et Madame Alain Mallart • De heer en mevrouw Frederic Martens • Monsieur et Madame Dominique Mathieu-Defforey • De heer en mevrouw Frank Monstrey (urbion) • Madame Philippine de Montalembert • Madame Nelson • Dr. Bram Peeters et Monsieur Lucas Van Molle • Famille Philippson • Monsieur Gérard Philippson • Comte et Comtesse Antoine de Pracomtal • Monsieur Bernard Respaut • De heer en mevrouw Guy en Martine Reyniers • Madame Elisabetta Righini et Monsieur Craig Finch • Monsieur et Madame Michael Rosenthal • Monsieur et Madame Frédéric Samama • Monsieur et Madame Philippe Schöller • Monsieur et Madame Olivier Solanet • Monsieur Eric Speeckaert • Monsieur Jean-Charles Speeckaert • Madame Apolline de Spoelberch • Monsieur Guillaume de Spoelberch • Monsieur Paul de Spoelberch • Vicomte Philippe de Spoelberch et Madame Daphné Lippitt • Madame Anne-Véronique Stainier • Monsieur Didier Staquet et Madame Lidia Zabinski • De heer Karl Stas • Mevrouw Caroline Steyaert • Monsieur et Madame Philippe Stoclet • Monsieur Nikolaus Tacke et Madame Astrid Cuylits • De heer en mevrouw Coen Teulings • Monsieur et Madame Philippe Tournay • Dr. Philippe Uytterhaegen • Monsieur et Madame Xavier Van Campenhout • De heer Marc Vandecandelaere • De heer Alexander Vandenbergen • Mevrouw Barbara Van Der Wee en de heer Paul Lievevrouw • Monsieur Michel Van Huffel • De heer Koen Van Loo • De heer en mevrouw Anton Van Rossum • De heer Johan Van Wassenhove • Monsieur et Madame Albert Wastiaux • Madame Nathalie Waucquez • Monsieur et Madame Jacques Zucker
Bozar Circle
Monsieur Axel Böhlke et Madame Clara Huizink • Monsieur et Madame Paul De Groote • Monsieur Rodolphe Dulait • Madame Liliane Gam • Mevrouw Natasja Peeters • De heer en mevrouw Remi en Evelyne Van Den Broeck • Monsieur Guillaume van Doorslaer et Madame Emily Defreyne
En al onze Leden die anoniem wensen te blijven