Belgian National Orchestra, Petrenko & Kobekina
11 Okt.'26
- 15:00
Henry Le Boeufzaal
Antonín Dvořák (1841-1904)
Celloconcerto in b-mineur, op. 104, B. 191 (1895)
I. Allegro
II. Adagio ma non troppo
III. Finale: Allegro moderato
Pauze
Sergei Rachmaninov (1873-1943)
Symfonie nr. 2 in e-mineur, op. 27 (1907)
I. Largo - Allegro moderato
II. Allegro molto
III. Adagio
IV. Allegro vivace
Einde voorzien om 17:10
Dank aan de spelers van de Nationale Loterij, aan de Tax Shelter van de Belgische federale overheid via Casa Kafka Pictures.
Antonín Dvořák – Concerto voor cello en orkest in b-klein, op. 104 (1895)
Het mag verwonderlijk heten dat een componist die zich ooit liet ontvallen dat de cello een instrument is dat “in de hoogte kraakt en in de diepte bromt”, de schepper is geworden van een van de beroemdste celloconcerto’s uit de muziekgeschiedenis. En toch is het niet anders: Dvořáks Celloconcerto behoort inderdaad tot de meest gespeelde en meest bejubelde celloconcerto’s uit het repertoire, een feit waarover Dvořák trouwens zelf zegde “dat niemand daarover meer verwonderd kon zijn dan hijzelf”.
Dvořák componeerde zijn (tweede !) Celloconcerto in de winter van 1894-95, in Amerika. Ofschoon het het laatste werk is dat Dvořák in Amerika schreef, is het Celloconcerto tegelijkertijd het ‘Amerikaanse’ werk dat het minst beïnvloed geworden is door de muzikale stijleigenheden waarvan Dvořák in de Nieuwe Wereld kennis genomen had; veeleer is de compositie dan ook – zoals in essentie trouwens alle werken van Dvořák – schatplichtig aan de muzikale cultuur van het Oude Continent in het algemeen en aan de Germaanse en Tsjechische muzikale beschaving in het bijzonder.
Behalve deze vanzelfsprekende band met de traditie, is ook een biografisch gegeven zeer belangrijk geweest voor de uiteindelijke vormgeving van dit Celloconcerto. Terwijl Dvořák aan het concerto werkte, vernam hij namelijk dat zijn schoonzus Josefina Kaunitzova, die dertig jaar eerder een leerlinge van hem geweest was en waarvoor hij in die tijd zelf een warme liefde gekoesterd had, zwaar ziek was. Dvořák was erg onder de indruk van dit bericht en besloot om in het langzame middendeel van zijn concerto de melodie te verwerken van een lied dat hij enkele jaren eerder geschreven had (Lasst mich allein, op. 82/1) en waarvan hij wist dat Josefina er bijzonder aan gehecht was. Enkele maanden later, nadat hij reeds naar Europa teruggekeerd was, stierf Josefina, wat Dvořák er toe aanzette om ook de coda van het concerto te herschrijven aan de hand van de genoemde lied-melodie.
Dvořáks Celloconcerto ging in première op 19 maart 1896 onder leiding van Dvořák zelf en met Leo Stern als solist. In feite was het concerto geschreven voor (en ook opgedragen aan) Hanus Wihan, doch door praktische problemen (en dus niet, zoals tot voor kort werd aangenomen, ten gevolge van een twist tussen Wihan en Dvořák over het virtuositeitsgehalte van het concerto) was Wihan op de premièredatum niet beschikbaar, zodat Stern hem diende te vervangen. Het concerto was meteen een groot succes, al was het maar omdat de respectabele Johannes Brahms zich zou hebben laten ontvallen dat “indien hij geweten had dat je zo’n celloconcerto kon schrijven, hij het al lang zelf gedaan had.”
De discussie tussen Dvořák en Wihan enerzijds en de appreciatie van Brahms anderzijds geven aan dat Dvořáks concerto geenszins een werk is waarin de solist zich tot het orkest verhoudt zoals een meester tot zijn slaaf. Integendeel, Dvořáks werk kan veeleer getypeerd worden als een symfonie met een obligate cellopartij: de cello domineert het orkest immers niet echt, maar treedt eerder vanuit het orkest op de voorgrond. Karakteristiek in dit opzicht is bijvoorbeeld hoe Dvořák tal van thema’s laat voor- of naspelen door andere soloinstrumenten, waardoor een zeer kleurrijke orkestratie en een voortdurende sonore vernieuwing optreedt.
Niet alleen in de orkestratie toont Dvořák zich erg vindingrijk, ook de vormgeving is inventief en gevarieerd. Zo is er bijna voortdurend een afwisseling van heroïsche en lyrische passages, van lapidaire en uitgesponnen melodieën, van gejaagde en rustgevende ritmieken, zonder dat dit ook maar ergens ten koste gaat van het voorname evenwicht dat zo typerend is voor Dvořáks Celloconcerto (evenals voor zijn symfonieën trouwens.)
Mede hierdoor mag gesteld worden dat het een typisch voorbeeld is van een groot laatromantisch werk, dat zich weliswaar niet waagt aan de baanbrekende escapades die in hetzelfde decennium bijvoorbeeld in de symfonieën van Gustav Mahler plaatsvinden, maar dat daarentegen wel een aantal van de belangrijkste compositorische evoluties uit de negentiende eeuw (de vergroting van het orkest, de uitbreiding en versoepeling van de vormschema’s, de toenemende belangstelling voor sonoriteit en koloriet, de integratie van nationale muziekkarakteristieken, ...) op weergaloze wijze tot synthese brengt.
Pieter Bergé (Bozar archief)
Sergei Rachmaninov – Symfonie nr. 2 in e-mineur, op. 27 (1907)
Op zoek naar een inspirerende, rustige omgeving waar hij zich volledig op zijn compositiewerk kon concentreren, besloot Rachmaninov in 1905 om Rusland te verlaten. Ver weg van de politieke oproer die zijn landgenoten in de revolutie zou storten, vestigde hij zich in Dresden. In die vruchtbare periode ontstonden naast de Tweede symfonie onder meer Het dodeneiland, een bundel Russische volksliederen, en de Eerste pianosonate. Net als Tchaikovsky beschikte Rachmaninov over het vermogen om zijn aangeboren lyrische natuur te verbinden met een hechte structurele samenhang. De Tweede symfonie wordt gekenmerkt door een grote motivische eenheid.
Toch was de componist niet onmiddellijk tevreden met het resultaat. Zijn onzekerheid had vooral te maken met de ronduit negatieve ontvangst van zijn Eerste symfonie, negen jaar eerder. Hij bleef maandenlang herzieningen doorvoeren aan zijn tweede symfonische werkstuk en dirigeerde ten slotte zelf de première in Sint-Petersburg op 8 februari 1908. De partituur droeg hij op aan Sergej Tanejev.
Wellicht meer nog dan de smeulende melancholie of de elegische thema’s, demonstreert Rachmaninov met dit vierdelige orkestwerk zijn verknochtheid aan de orthodoxe liturgie. Dit is het duidelijkst in de mystieke, langzame inleiding van het eerste deel en aan het einde van het tweede deel, wanneer de kopersectie de registers opentrekt voor een plechtige koraalmelodie. De verwantschap met het gregoriaanse Dies irae waarvan tevens het hoofdthema van deze beweging is afgeleid, is geen toeval. Doorheen gans het oeuvre van Rachmaninov is het Dies irae-motief een centrale rol blijven spelen (onder meer in de Variaties op een thema van Paganini, Het dodeneiland, de Derde symfonie en de Symfonische dansen).
Ook in de derde beweging van de Tweede symfonie zal Rachmaninov het hoofdthema verder afleiden van hetzelfde Dies irae. In het laatste deel worden de voornaamste thema’s en motieven van de voorgaande bewegingen collectief opnieuw opgesomd. Deze techniek leunt volledig aan bij de Russische symfonische traditie. De opeenstapeling van ideeën biedt als het ware een synthese van de hele symfonie, maar is ook een middel om alle instrumentengroepen mee te slepen in een triomfantelijke climax.
Sabien Van Dale (Bozar archief)
Belgian National Orchestra
Het Belgian National Orchestra (BNO), opgericht in 1936, is de geprivilegieerde partner van Bozar. Het BNO is een trouwe partner van de Koningin Elisabethwedstrijd en treedt op met solisten van wereldformaat als Hilary Hahn, Thomas Hampson, Wynton Marsalis, Sergey Khachatryan en Roberto Alagna. Verder investeert het Orkest in de toekomstige generatie luisteraars en deinst het niet terug voor vernieuwende projecten, zoals met pop-rock-artiest Ozark Henry, met Stromae voor zijn laatste album Multitude, en recent met Scylla en Zaho de Sagazan. Het Okrest wordt ondersteund door de spelers van de Nationale Loterij en de Tax Shelter van de Belgische Federale Overheid via Casa Kafka Pictures.
Vasily Petrenko
dirigent
Vasily Petrenko is sinds 2021 muziekdirecteur van het Royal Philharmonic Orchestra, een samenwerking die door publiek en critici wereldwijd lovend werd ontvangen. In datzelfde jaar werd hij benoemd tot chef-dirigent laureaat van het Royal Liverpool Philharmonic Orchestra, na een bijzonder succesvolle periode van vijftien jaar als chef-dirigent, van 2006 tot 2021. Daarnaast is hij associate conductor van het Orquesta Sinfónica de Castilla y León. Eerder was hij chef-dirigent van het European Union Youth Orchestra (2015–2024), het Oslo Philharmonic Orchestra (2013–2020) en principal conductor van het National Youth Orchestra of Great Britain (2009–2013). In 2022 beëindigde hij zijn mandaat als artistiek directeur van het State Academic Symphony Orchestra of Russia « Evgeny Svetlanov », waar hij vanaf 2016 principal guest conductor en vanaf 2020 artistiek directeur was.
Petrenko werkte samen met tal van toonaangevende orkesten wereldwijd, waaronder de Berliner Philharmoniker, het London Symphony, het London Philharmonic, de Philharmonia, het Orchestre National de France en het Czech Philharmonic, evenals de symfonieorkesten van Philadelphia, Los Angeles, Cleveland, Boston en Chicago. Hij was te gast op gerenommeerde festivals zoals het Edinburgh Festival, het Grafenegg Festival en de BBC Proms. Ook in de operawereld is hij actief en dirigeerde hij onder meer in Glyndebourne, de Opéra National de Paris, de Bayerische Staatsoper en de Metropolitan Opera.
In het seizoen 2026/27 vieren Petrenko en het Royal Philharmonic hun 80e verjaardag, met daarnaast internationale tournees in Japan, Turkije en China. Petrenko keert ook terug naar het Singapore Symphony Orchestra, de Dresdner Philharmonie, het Orquesta Nacional de España, het Symfonieorkest van São Paulo, het Netherlands Radio Philharmonic Orchestra en het Czech Philharmonic tijdens het Janáček Festival in Brno.
Petrenko is ook een gerenommeerd opnamekunstenaar. Dit seizoen werkt hij aan nieuwe projecten met het Oslo Philharmonic, het Royal Liverpool Philharmonic en het Royal Philharmonic. Zijn uitgebreide discografie omvat veelgeprezen cycli met werken van Shostakovich, Rachmaninov en Elgar. Zijn samenwerking met Harmonia Mundi wordt voortgezet met nieuwe opnames van Strauss, Bartók en Stravinsky.
Vasily Petrenko werd geboren in 1976 en studeerde aan de Muziekschool van de Capella van Sint-Petersburg en het Conservatorium van Sint-Petersburg. In 2017 werd hij uitgeroepen tot Gramophone Artist of the Year en in 2010 tot Classical BRIT Male Artist of the Year. Hij ontving eredoctoraten van de drie universiteiten van Liverpool. In 2024 richtte hij een nieuwe academie voor jonge dirigenten op, een initiatief van de Primavera Foundation Armenia en het Armenian National Philharmonic Orchestra.
Anastasia Kobekina
cello
Door Le Figaro omschreven als een « ongeëvenaarde muzikante » staat Anastasia Kobekina bekend om haar uitzonderlijke muzikaliteit en techniek, haar buitengewone veelzijdigheid en haar stralende persoonlijkheid.
Anastasia Kobekina neemt exclusief op voor Sony Classical International. Bij het verschijnen van haar debuutalbum Venice in februari 2024 werd ze door OpusKlassik uitgeroepen tot « Ontdekking van het jaar ». In september 2025 verscheen haar integrale opname van Bachs Suites voor solocello.
Na haar veelgeprezen debuut tijdens de BBC Proms in 2024, waar ze het Concerto van Dvořák uitvoerde met de Tsjechische Philharmonie, keerde ze in 2025 terug naar de Royal Albert Hall voor From Dark Till Dawn, op uitnodiging van Anna Lapwood, en vervolgens voor Shostakovich’ Eerste celloconcerto met het BBC Scottish Symphony Orchestra.
Tot haar recente hoogtepunten behoren concerten met de Tsjechische Philharmonie, het Konzerthausorchester Berlin en Iván Fischer, het Mahler Chamber Orchestra, het Belgian National Orchestra, het Orchestre Royal Philharmonique de Liège, het Royal Philharmonic Orchestra, het Philharmonia Orchestra en het BBC Philharmonic. Daarnaast bracht ze het Celloconcerto van Bryce Dessner in première, waarvan zij de opdrachtgeefster en dedicatee is.
Anastasia Kobekina treedt op in de belangrijkste concertzalen en op gerenommeerde festivals wereldwijd, waaronder Wigmore Hall, het Concertgebouw Amsterdam, Lincoln Center, het Konzerthaus Wien, de Philharmonieën van Parijs en Berlijn en de Elbphilharmonie Hamburg. Ze was te gast op onder meer het Menuhin Festival Gstaad, de festivals van Verbier, Saint-Denis, Menton en Rheingau, het Festival de Pâques in Aix-en-Provence en het Prague Spring International Music Festival. In 2024 was ze hoofdartieste van het Rheingau Musik Festival; het jaar daarop was ze artist in residence bij de Festspiele Mecklenburg-Vorpommern en het Beethovenfest Bonn.
Ze werkt samen met gerenommeerde dirigenten als Paavo Järvi, Krzysztof Penderecki, Vasily Petrenko, Benjamin Levy, Jean-Christophe Spinosi en Pierre Bleuse.
Anastasia Kobekina was laureate van het XVIe Internationaal Tchaikovsky Concours (Sint-Petersburg, 2019) en van het Enescu Festival (Boekarest, 2016). Van 2018 tot 2021 was ze BBC New Generation Artist en in 2022 werd ze onderscheiden door de Borletti-Buitoni Trust.
Kobekina werd geboren in Rusland en begon op vierjarige leeftijd met cello. Ze vervolmaakte haar opleiding in Duitsland bij Frans Helmerson en professor Jens Peter Maintz, en in Frankrijk bij Jérôme Pernoo. Vervolgens studeerde ze barokcello bij Kristin von der Goltz in Frankfurt. Ze speelt op de Stradivarius-cello « Bonamy Dobree-Suggia » uit 1717, die haar genereus ter beschikking wordt gesteld door de Stradivari Foundation (Habisreutinger-Huggler-Coray).
Konzertmeister
Misako Akama
Eerste violen
Nadja Nevolovitsch
Isabelle Chardon
Sarah Guiguet
Maria-Elena Boila
Natsumi Dempo
Philip Handschoewerker
Akika Hayakawa
Keika Kawashima
Timur Kolesnikov
Julien Olive
Ariane Plumerel
Isabelle Rowland
Nicolas De Harven
Tweede violen
Filip Suys
Nathalie Lefin
Sophie Demoulin
Isabelle Deschamps
Pierre Hanquin
Anouk Lapaire
Oscar Lerma Barrero
Louis Noël
Sarah Orero
Ekaterina Philippovich
Jacqueline Preys
Ana Spanu
Altviolen
Born Lau
Mihoko Kusama
José Azevedo
Frederik Camacho
Abraham Constantino
Sophie Destivelle
Illia Lanevych (Orchestra Academy)
Katelijne Onsia
Jorge Ramos
Alberto Saldana
Cello’s
Dmitry Silvian
Taras Zanchak
Cèlia Brunet
Duarte Matos
Uros Nastic
Lucia Otero
Noah Schmitz (Orchestra Academy)
Harm Van Rheeden
Contrabassen
Svetoslav Dimitriev
Gergana Terziyska
Miguel Meulders
Bruno Arteaga
Serghei Gorlenko
Tina Zhao (Orchestra Academy)
Fluiten
Jérémie Fèvre
Caroline Simon
Irene Mata Tejero (Orchestra Academy)
Hobo’s
Dimitri Baeteman
Irene Martin Sanchez
Bram Nolf
Klarinetten
Julien Bénéteau
Lena La Mela
Ricardo Matarredona
Fagotten
Bert Helsen
Filip Neyens
Hoorns
Anthony Devriendt
Kristina Mascher-Turner
Bernard Wasnaire
Katrien Vintioen
Joannes Van Duffel
Trompetten
Leo Wouters
Andreu Vidal Siquier
Sander Kintaert
Ward Opsteyn
Trombones
Guido Liveyns
Bruno De Busschere
Pierre Duclos
Tuba
Isaak Cotrofe
Pauken
Nico Schoeters
Slagwerk
Katia Godart
Koen Maes
Jasmijn Vandecaetsbeek
Sander Vanderkloot
Zat 17 Okt.'26 – 20:00
After Us
A Radioactive Reminder
Vrij 23 Okt.'26 – 20:00
Two Romantic Giants
Brahms & Tchaikovsky
Don 19 Nov.'26 – 20:00
Cécile McLorin Salvant
With Every Breath I Take
Zon 29 Nov.'26 – 15:00
Eroica
Mozart meets Beethoven
Bozar Maecenas
Patrick Derom Gallery • Monsieur et Madame Bertrand Ferrier • Baron en Barones Marnix Galle-Sioen • Baron Xavier Hufkens • Monsieur et Madame Laurent Legein • Madame Heike Müller • Monsieur et Madame Dominique Peninon • Monsieur et Madame Philippe Tournay • Monsieur et Madame Antoine Winckler • Monsieur et Madame Bernard Woronoff • Chevalier Godefroid de Wouters d'Oplinter
Bozar Fine Art Circle Founding Members
Mr and Mrs Ravi Bhansali • Monsieur Hubert Bonnet (Fondation CAB) • De heer en Mevrouw Dirk Cavens • De heer Simon Devolder • Monsieur Eric Everard • Madame Anne Gangsted • Baron Xavier Hufkens • Monsieur Augustin Lippens • Monsieur Michel Moortgat • Madame Lucy Jane Pereira • Monsieur Charles Riva
Bozar Patrons & Young Patrons
Monsieur et Madame Charles Adriaenssen • Comtesse Laurence d'Aramon • Art By Goralska S.à.r.l. • Monsieur Jean-François Bellis • Docteur Amine Benyakoub • Baron et Baronne Jean-Pierre Berghmans • De heer Stefaan Bettens • Monsieur Philippe Bioul • Mevrouw Roger Blanpain-Bruggeman • Madame Laurette Blondeel • Comte et Comtesse Boël • Monsieur et Madame Thierry Bouckaert • Monsieur Thierry Boutemy • Comte et Comtesse Emmanuel de Briey • Ecuyer Maximilien du Bus de Warnaffe • Madame Marion Bywater • Madame Anny Cailloux • Madame Valérie Cardon de Lichtbuer • Madame Catherine Carniaux • Madame Paloma Castro Martinez de Tejada • Prince et Princesse de Chimay • Monsieur Jim Cloos et Madame Véronique Arnault • Mevrouw Chris Cooleman • Monsieur et Madame Denis Dalibot • De heer en mevrouw Philippe De Baere • Madame Louise Descamps • Madame Hélène Deslauriers • Monsieur Amand-Benoit D'Hondt • De heer Bernard Dubois • Mevrouw Sylvie Dubois • Madame Claudine Duvivier • Madame Barbara Eggers • Madame Dominique Eickhoff • Baron et Baronne William Frère • Monsieur François Gérard et Madame Jessica Parser • Baron et Baronne Pierre Gurdjian • De heer en mevrouw Philippe Haspeslagh - Van den Poel • Madame Susanne Hinrichs et Monsieur Peter Klein • Monsieur Jean-Pierre Hoa • Madame Bonno H. Hylkema • Madame Fernand Jacquet • Baron Edouard Janssen • Madame Elisabeth Jongen • Monsieur et Madame Jean-Louis Joris • Monsieur et Madame Adnan Kandiyoti • Monsieur Sam Kestens • Monsieur et Madame Klaus Körner • Madame Marleen Lammerant • Monsieur Pierre Lebeau • Monsieur et Madame François Legein • Monsieur et Madame Charles-Henri Lehideux • Monsieur et Madame Philippe le Hodey • Madame Gérald Leprince Jungbluth • Monsieur Bruno van Lierde • Monsieur et Madame Clive Llewellyn • Madame Denise Louterman • Madame Valeria Onofrj • Madame Olga Machiels-Osterrieth • De heer Peter Maenhout • Monsieur et Madame Alain Mallart • De heer en mevrouw Frederic Martens • Monsieur et Madame Dominique Mathieu-Defforey • De heer en mevrouw Frank Monstrey (urbion) • Madame Philippine de Montalembert • Madame Nelson • Dr. Bram Peeters et Monsieur Lucas Van Molle • Famille Philippson • Monsieur Gérard Philippson • Comte et Comtesse Antoine de Pracomtal • Monsieur Bernard Respaut • De heer en mevrouw Guy en Martine Reyniers • Monsieur et Madame Michael Rosenthal • Monsieur et Madame Frédéric Samama • Monsieur et Madame Philippe Schöller • Monsieur et Madame Olivier Solanet • Monsieur Eric Speeckaert • Monsieur Jean-Charles Speeckaert • Vicomte Philippe de Spoelberch et Madame Daphné Lippitt • Madame Anne-Véronique Stainier • Monsieur Didier Staquet et Madame Lidia Zabinski • De heer Karl Stas • Mevrouw Caroline Steyaert • De heer en mevrouw Jan en Anne Steyaert • Monsieur et Madame Philippe Stoclet • Monsieur Nikolaus Tacke et Madame Astrid Cuylits • De heer en mevrouw Coen Teulings • Dr. Philippe Uytterhaegen • Monsieur et Madame Xavier Van Campenhout • De heer Marc Vandecandelaere • De heer Alexander Vandenbergen • Mevrouw Barbara Van Der Wee en de heer Paul Lievevrouw • Monsieur Michel Van Huffel • De heer Koen Van Loo • De heer en mevrouw Anton Van Rossum • De heer Johan Van Wassenhove • Monsieur et Madame Albert Wastiaux • Madame Nathalie Waucquez • Monsieur et Madame Jacques Zucker
Bozar Circle & Young Circle
Madame Ivana Ajkoviq • Monsieur Axel Böhlke et Madame Clara Huizink • Madame Chiara Bortoluzzi • Monsieur et Madame Paul De Groote • Monsieur Rodolphe Dulait • Prince Rahim Khan Samii • Madame Liliane Gam • De heer Sander Kashiva • Mevrouw Natasja Peeters • Madame Sophie Tournay • De heer en mevrouw Remi en Evelyne Van Den Broeck
En onze Leden die anoniem wensen te blijven