Remember to turn down the brightness and mute your phone.

Terug naar het evenement

The Cleveland Orchestra, Welser-Möst & Schultz

8 Okt.'26
- 20:00

Henry Le Boeufzaal

Franz Liszt (1811-1886)

Orpheus, S.98 (1853–1854)


Richard Strauss (1864-1949)

Vier letzte Lieder (1948)

  • Frühling
  • September
  • Beim Schlafengehen
  • Im Abendrot 


pauze


Johannes Brahms (1833-1897)

Symfonie nr. 2, op. 73 (1877)

  • Allegro non troppo
  • Adagio non troppo
  • Allegretto grazioso (quasi andantino)
  • Allegro con spirito 


duur: 105’

The Cleveland Orchestra betuigt zijn oprechte dank aan zijn tourpartner, de Jones Day Foundation.

Orpheus

De met een fenomenale pianovirtuositeit begiftigde Hongaarse componist Franz Liszt leidde een dertigtal jaar een leven als vagebond, wat hem door gans Europa voerde. Zowel in Parijs, Wenen, Rome als Boedapest was hij buitengewoon beroemd. Nochtans ging hij zich in 1842 in Weimar vestigen, waar hij als dirigent van de kapel van de groothertog in dienst was getreden. Dit nieuwe leven zette hem ertoe aan heel wat orkestwerken te gaan schrijven, waaronder een twaalftal symfonische gedichten. Les Préludes en Mazeppa behoren hierbij tot de beroemdste.

Orpheus dateert uit de jaren 1853-1854. Het werk werd eerst opgevat als een proloog, gekoppeld aan een epiloog, die als ouverture voor de opera Orphée et Euridice van Glück moesten dienen. Het idee werd volledig veranderd en het werk heeft op geen enkele manier iets met de opera te maken. Tijdens een bezoek aan het Louvre ontdekte Liszt immers een Etruskische vaas met de voorstelling van de dichter die met zijn lierklanken wilde dieren temt. De verbeelding van de muzikant werd erdoor aangewakkerd en zo ontstond Orpheus. Liszt verwerpt elk descriptief idee en neemt een nogal romantische lyriek aan die doordrongen is van symboliek. Dit is het hoogtepunt van de muzikale kunst die het haalt van de verwildering en de menselijke barbarij. Het werk wordt ingeleid door zachte glissandi op de twee harpen en gaat verder in een poëtische sereniteit, met uitzondering van een kort, meer gespannen stuk dat het wilde instinct van het dier en het barbaarse gedrag van de mens suggereert. Het werk eindigt in alle rust, pianissimo. (1)

Een sereen afscheid

Binnen Strauss’ gigantische œuvre, dat gedomineerd wordt door zijn opera’s en de avontuurlijke symfonische gedichten van zijn jeugd, vormen de Vier letzte Lieder een aangrijpend moment van stralende oprechtheid. Ze werden geschreven aan het einde van een carrière – de Tweede Wereldoorlog was net voorbij – toen Strauss niets meer hoefde te bewijzen. Voor deze orkestliederen koos hij drie gedichten van Hermann Hesse en één van Joseph von Eichendorff. 

In Frühling bezingt de sopraan een pantheïstisch lentegevoel. Extatische melismen en een schitterend orkestpalet, waarin een belangrijke partij is weggelegd voor de hoorn – Strauss’ lievelingsinstrument – bepalen meteen de sfeer van de hele cyclus. Toch contrasteert dit lied met de drie volgende, waarin herfstige melancholie, transcendent geloof en stille gelatenheid overheersen.

September is een decoratief, zwaarmoedig herfstlied; de treurige tuin waarin de zomer sterft, vormt een symbool voor de vergankelijkheid van het ondermaanse. In een brede cantilene mijmert de sopraan over wat onherroepelijk voorbij is, terwijl de harp discreet de ruisende acacia verpersoonlijkt.

Beim Schlafengehen speelt met metafysische overwegingen. De tekst van Hesse beschrijft de avond en de slaap als het domein van de ziel die er “vrij en onbewaakt, diep en duizendvoudig” leeft. Vermoeidheid en een verlangen naar de dood worden hier gesublimeerd tot een hoopvolle, geniaal geïnstrumenteerde droom, die een grote innerlijke vrede uitstraalt; in ijle, lyrische bogen zweeft de sopraan boven het flonkerende filigraan van het orkest, waaruit plots een vioolsolo opstijgt, zoals alleen Strauss die kon schrijven. 

Im Abendrot tenslotte, lijkt op een natuuridylle waarin, ver van het gedruis van de wereld, een ouder paar na een wandeling uitrust om het landschap te bekijken. Met enige verwondering volgt het paar twee leeuweriken die nog even opvliegen in de avondlucht. Twee in tertsen trillende fluiten laten hen boven het orkest uitstijgen. En terwijl de zon achter de heuvel verdwijnt, fladderen de vogels verder, over de grenzen van de tijd heen. Even nemen zij vluchtig het thema uit Tod und Verklärung op, maar ook zonder dit citaat uit lang vervlogen dagen is duidelijk dat Im Abendrot de bekroning van een uniek oeuvre vormt. (2)

Brahms’ Tweede

Brahms componeerde het grootste deel van zijn Tweede symfonie tijdens een verblijf aan de oevers van de Karinthische Wörthersee (zomer en herfst 1877). De snelle en ogenschijnlijk gemakkelijke compositie van het werk staat in schril contrast met die van zijn Eerste symfonie, die bijna twee decennia in beslag nam en het jaar daarvoor beëindigd werd. De Tweede symfonie kende onmiddellijk een groot succes. 

Het werk heeft, ongetwijfeld onder invloed van de plaats van compositie, een erg landelijk karakter; niet voor niets kreeg de symfonie de bijnaam “Pastorale”. Het eerste deel valt op door twee elementen. Hoewel Brahms de sonatevorm volgt, wordt deze vorm veel vrijer toegepast dan ooit tevoren. Thematisch gezien wendt Brahms hier – tegen zijn gewoonte in – slechts twee hoofdthema’s aan, en alle gebruikte motieven lijken als het ware uit dezelfde bron voort te vloeien, die bovendien reeds in de eerste maten aanwezig is. Een zachte melodie van de hoorns en houtblazers wordt ondersteund door een trage baslijn. In het tweede thema, met prachtige cello’s en altviolen, herkent men vaag een gelijkenis met Brahms’ bekende Wiegenlied, dat gebaseerd is op een Weens volkslied. Het openingsdeel verliest echter zijn zonnige karakter wanneer drie trombones en een tuba een donkere schaduw over het landelijke tafereel werpen. De doorwerking groeit uit tot een krachtige climax.

Het tweede deel is een Adagio, doordrongen van een diep poëtische uitdrukkingskracht en een knap staaltje van Brahms’ contrapuntisch meesterschap. Het bestaat uit vier thema’s. Na dit prachtige landelijke droombeeld volgt het grillige en vrolijke Allegretto, opgevat in de geest van een scherzo maar met als bijzonderheid dat het twee trio’s bevat.

In de finale, Allegro con spirito, worden zoals in het eerste compositiedeel twee thema’s gebruikt. Het begint met een sotto voce melodie van de strijkers. Maar de forte en later fortissimo passage die erop volgen, zijn veel karakteristieker voor dit energieke en briljante deel. Deze zijn niet alleen onderling met elkaar verwant, maar ook met het thematische materiaal uit de andere delen. De donkere ondertoon die men in de eerste twee delen hoort, is hier volledig verdwenen en maakt plaats voor een opgewekt gemoed. (3)

(1) Naar Bozararchief, (2) Luc Vanackere (3) naar Claude Rostand en Anthony Burton

Richard Strauss

Vier letzte Lieder

Frühling (Herman Hesse)

In dämmrigen Grüften

Träumte ich lang

Von deinen Bäumen und blauen Lüften,

Von deinem Duft und Vogelgesang.
 

Nun liegst du erschlossen

In Gleiss und Zier

Von Licht übergossen

Wie ein Wunder vor mir.
 

Du kennst mich wieder;

Du lockest mich zart,

Es zittert durch all meine Glieder

Deine selige Gegenwart!
 

September (Herman Hesse)

Der Garten trauert,

Külhl sinkt in die Blumen der Regen.

Der Sommer schauert

Still seinem Ende entgegen.
 

Golden tropft Blatt um Blatt

Nieder vom hohen Akazienbaum. 

Sommer lächelt erstaunt und matt

In den sterbenden Gartentraum.


Lange noch bei den Rosen 

Bleibt er stehen, sehnt sich nach Ruh.

Langsam tut er die grossen

Müd gewordenen Augen zu.


Beim Schlafengehen (Herman Hesse)

Nun der Tag mich müd gemacht,

Soll mein sehnliches Verlangen

Freundlich die gestirnte Nacht

Wie ein müdes Kind empfangen.


Hände lasst von allem Tun,

Stirn vergiss du alles Denken,

Alle meine Sinnen nun

Wollen sich im Schlummer senken.


Und die Seele unbewacht 

Wil in freien Flügen schweben,

Um im Zauberkreis der nacht

Tief und tausendfach zu leben.


Im Abendrot (Joseph von Eichendorff)

Wir sind durch Not und Freude

Gegangen Hand in Hand;

Vom Wandern ruhen wir beide

Nun überm stillen Land.


Rings sich die Täler neigen,

Es dunkelt schon die Luft,

Zwei Lerchen nur noch steigen 

Nachträumend in den Duft.


Tritt her, und lass sie schwirren,

Bald ist es Schlafenszeit,

Dass wir uns nicht verirren

In dieser Einsamkeit.


O weiter, stiller Friede!

So tief im Abendrot.

Wie sind wir wandermüde

- Ist dies etwa der Tod?

Richard Strauss

Vier letzte Lieder

Lente (Herman Hesse)

In krochten vol duister

Droomde ik lang

Van blauwe luchten en bomenluister,

En van jouw geur en vogelzang.

 
Nu lig je ontsloten,

Wijd glanzend, vrij,

Van licht overgoten

Als een wonder vóór mij.

 
Jij lokt mij teder,

Hebt mij herkend,

Ik beef, ja, in al mijn leden,

Dat jij heerlijk weer bij ons bent!


September (Herman Hesse)

De tuin is treurend,

Koel zinkt in de bloemen de regen.

De zomer huivert

Stil naar het eind van zijn leven.

 
Goudgeel drupt blad na blad

Neer van de hoge acaciaboom.

Zomer glimlacht verbaasd en mat

Naar de stervende blaad'rendroom.

 
Talmend nog bij de rozen

Blijft hij staan, rust zoekt hij, moe.

Langzaam doet hij de grote

Zwaar geworden ogen toe.


Bij het slapen gaan (Herman Hesse)

Moeheid heeft de dag gebracht,

En mijn hunkerend verlangen

Moet lief de besterde nacht

Als een doodmoe kind ontvangen.

 
Handen, leg nu alles neer,

Hoofd, vergeet nu alle denken,

Al mijn zinnen, mat en teer,

Willen zich in sluimer drenken.

 
En mijn ziel wil, licht en zacht,

Hoog in vrije vluchten zweven,

Om betoverd door de nacht

Diep en duizendmaal te leven.


In ‘t avondrood (Joseph von Eichendorff)

Wij hebben vreugd en lijden

Doorwandeld, hand in hand;

Van 't zwerven rusten wij

Nu boven 't stille land.

 
Rond ons de dalen nijgen,

Al donker wordt de lucht,

Twee leeuw'riken slechts stijgen

Nadromend in hun vlucht.

 
Kom hier en laat hen zweven,

Het wordt voor slapen tijd,

Opdat wij overleven

In deze eenzaamheid.

 
O wijde, stille vrede!

Zo diep in 't avondrood,

Wat zijn wij moe getreden -

Is dit misschien de dood?

Franz Welser-Möst

muzikale leiding

Als zevende en langstzittende muziekdirecteur heeft Franz Welser-Möst een van de meest vernieuwende artistieke nalatenschappen in de geschiedenis van The Cleveland Orchestra opgebouwd. Nu in zijn 25e en laatste seizoen, heeft hij de klank van het orkest met uitzonderlijke zorg en verbeeldingskracht vormgegeven. Welser-Möst wordt alom geprezen om zijn interpretaties van het Centraal-Europese en Russische repertoire en is daarnaast een groot pleitbezorger van hedendaagse componisten. Zijn artistieke samenwerkingen hebben geleid tot tientallen compositieopdrachten. Aan het einde van het seizoen 2026–27 zal hij The Cleveland Orchestra hebben geleid in 27 wereldpremières en 21 Amerikaanse premières. Ook buiten Cleveland heeft Welser-Möst een vooraanstaande internationale carrière, gekenmerkt door een jarenlange artistieke samenwerking met de Wiener Philharmoniker.

Golda Schultz

sopraan

De Zuid-Afrikaanse sopraan Golda Schultz, geprezen als een van de meest getalenteerde en veelzijdige artiesten van vandaag, voelt zich evenzeer thuis in grote operarollen als bij de meest vooraanstaande orkesten en dirigenten. Schultz wordt alom geroemd om haar “warme klank en gevoelige frasering”. Ze studeerde aan de Juilliard School en de Opernstudio van de Bayerische Staatsoper en boekte met haar eerste operaoptredens meteen succes aan beide zijden van de Atlantische Oceaan. Schultz’ eerste soloalbum, This Be Her Verse, verkent de werelden en inspiratiebronnen van vrouwelijke componisten, van de romantiek tot vandaag. De opvolger, Mozart, You Drive Me Crazy!, sleepte in 2025 de prestigieuze Opus Klassik Award voor Solo Vocal Recording of the Year in de wacht.

The Cleveland Orchestra

The Cleveland Orchestra, sinds 2002 onder leiding van Franz Welser-Möst, is een van de meest gevraagde ensembles ter wereld. Jaar na jaar onderscheidt het orkest zich door uitzonderlijke artistieke kwaliteit, een creatieve programmering en een sterke betrokkenheid bij de gemeenschap. De afgelopen jaren omschreef The New York Times het orkest uit Cleveland als “het beste van Amerika”. Sinds 1918 hebben zeven muziekdirecteurs — Nikolai Sokoloff, Artur Rodziński, Erich Leinsdorf, George Szell, Lorin Maazel, Christoph von Dohnányi en Franz Welser-Möst — de ontwikkeling en de klank van het orkest geleid en vormgegeven. Dankzij concerten, radio- en televisie-uitzendingen en een catalogus van veelgeprezen opnames bereikt The Cleveland Orchestra vandaag een steeds groter publiek van muziekliefhebbers over de hele wereld.

eerste viool 
Joel Link, Konzertmeister
Elizabeth Fayette, eerste plaatsvervangend Konzertmeister
Philip Marten, plaatsvervangend Konzertmeister 
Zhan Shu, assistent Konzertmeister 
Stephen Tavani, assistent Konzermeister
Wei-Fang Gu 
Kim Gomez 
Chul-In Park 
Miho Hashizume 
Jeanne Preucil Rose 
Alicia Koelz 
Yu Yuan 
Isabel Trautwein 
Katherine Bormann
Analise Handke 
Genevieve Smelser 

tweede viool 
Stephen Rose 
Eli Matthews1 
Jason Yu2 
Sonja Braaten Molloy 
Carolyn Gadiel Warner 
Elayna Duitman
Ioana Missits 
Jeffrey Zehngut^ 
Kathleen Collins 
Beth Woodside 
Emma Shook 
Yun-Ting Lee
Jiah Chung Chapdelaine
Liyuan Xie
Gawon Kim
Dustin Wilkes-Kim

altviool
Wesley Collins* 
Gareth Zehngut1^
Stanley Konopka2 
Lisa Boyko 
Lembi Veskimets 
Eliesha Nelson^
William Bender
Sean Juhl
Gabriel Napoli^

cello
Mark Kosower* 
Richard Weiss1 
Charles Bernard2 
Bryan Dumm 
Tanya Ell 
Brian Thornton 
David Alan Harrell 
Martha Baldwin 
Dane Johansen
Paul Kushious 

contrabas 
Maximilian Dimoff* 
Charles Paul1 
Derek Zadinsky2 
Mark Atherton 
Thomas Sperl 
Henry Peyrebrune 
Charles Carleton 
Scott Dixon 
Brandon Mason

harp 
Trina Struble* 

fluit 
Joshua Smith* 
Saeran St. Christopher 
Jessica Sindell2^ 
Mary Kay Fink 

piccolo  
Mary Kay Fink 

hobo 
Frank Rosenwein* 
Corbin Stair 
Jeffrey Rathbun2 
Robert Walters 

Engelse hoorn
Robert Walters 

klarinet 
Afendi Yusuf* 
Robert Woolfrey 
Daniel McKelway2
Amy Zoloto 

es-klarinet 
Daniel McKelway

basklarinet
Amy Zoloto 

fagot 
John Clouser* 
Gareth Thomas 
Catherine Van Handel2

hoorn 
Nathaniel Silberschlag* 
Michael Mayhew§ 
Jesse McCormick-Stepp 
Hans Clebsch
Richard King
Meghan Guegold Hege^

trompet 
Michael Sachs* 
Jack Sutte 
Lyle Steelman2^
Michael Miller 

kornet
Michael Sachs* 
Michael Miller 

trombone
Brian Wendel* 
Richard Stout 
Shachar Israel2 

bastrombone 
Luke Sieve 

eufonium, bastrompet
Richard Stout 

tuba 
Yasuhito Sugiyama* 

pauken 
Peter Nichols2

percussie   
Marc Damoulakis* 
Thomas Sherwood 
Tanner Tanyeri 
Peter Nichols

toetsinstrumenten  
Carolyn Gadiel Warner 

* eerste solist
§ plaatsvervangend solist 
1 eerste assistant solist 
2 assistent solist
^  Alumnus van het Cleveland Orchestra Youth Orchestra 

30 Oct.'26 - 20:00

Camerata Salzburg & Vox Luminis

Mozart. Requiem

 

14 Nov.'26 - 20:00

City of Birmingham Symphony Orchestra & Chorus

Britten. War Requiem

 

10 Dec.'26 - 20:00

Die Deutsche Kammerphilharmonie Bremen, Järvi & Mørk

Schubert & Schumann

 

10 Jan.'27 - 19:00

Freiburger Barockorchester & Jeanine De Bique

Mozart

 

14 Jan.'27 - 20:00

London Philharmonic Orchestra, Bihlmaier & Grosvenor

Grieg & Sibelius

 

22 Jan.'27 - 20:00

Lithuanian National Symphony Orchestra, Grigorian & Montvidas

Wagner, Čiurlionis, Puccini & Ponchielli

 

12 Feb.'27 - 20:00

Orchestre National de Lyon & Szeps-Znaider

Shostakovich & Mozart

 

11 Maa.'27 - 20:00

Koninklijk Concertgebouworkest & Mäkelä

Missa Solemnis

Bozar Maecenas

Patrick Derom Gallery • Monsieur et Madame Bertrand Ferrier • Baron en Barones Marnix Galle-Sioen • Baron Xavier Hufkens • Monsieur et Madame Laurent Legein • Madame Heike Müller • Monsieur et Madame Dominique Peninon • Monsieur et Madame Philippe Tournay • Monsieur et Madame Antoine Winckler • Monsieur et Madame Bernard Woronoff • Chevalier Godefroid de Wouters d'Oplinter

Bozar Fine Art Circle Founding Members

Mr and Mrs Ravi Bhansali • Monsieur Hubert Bonnet (Fondation CAB) • De heer en Mevrouw Dirk Cavens • De heer Simon Devolder • Monsieur Eric Everard • Madame Anne Gangsted • Baron Xavier Hufkens • Monsieur Augustin Lippens • Monsieur Michel Moortgat • Madame Lucy Jane Pereira • Monsieur Charles Riva

Bozar Patrons & Young Patrons

Monsieur et Madame Charles Adriaenssen • Comtesse Laurence d'Aramon •  Art By Goralska S.à.r.l. • Monsieur Jean-François Bellis • Docteur Amine Benyakoub • Baron et Baronne Jean-Pierre Berghmans • De heer Stefaan Bettens • Monsieur Philippe Bioul • Mevrouw Roger Blanpain-Bruggeman  •  Madame Laurette Blondeel • Comte et Comtesse Boël • Monsieur et Madame Thierry Bouckaert • Monsieur Thierry Boutemy • Comte et Comtesse Emmanuel de Briey • Ecuyer Maximilien du Bus de Warnaffe • Madame Marion Bywater • Madame Anny Cailloux • Madame Valérie Cardon de Lichtbuer • Madame Catherine Carniaux • Madame Paloma Castro Martinez de Tejada • Prince et Princesse de Chimay  •   Monsieur Jim Cloos et Madame Véronique Arnault • Mevrouw Chris Cooleman •  Monsieur et Madame Denis Dalibot • De heer en mevrouw Philippe De Baere  •  Madame Louise Descamps • Madame Hélène Deslauriers • Monsieur Amand-Benoit D'Hondt • De heer Bernard Dubois • Mevrouw Sylvie Dubois •  Madame Claudine Duvivier • Madame Barbara Eggers • Madame Dominique Eickhoff • Baron et Baronne William Frère • Monsieur François Gérard et Madame Jessica Parser •  Baron et Baronne Pierre Gurdjian • De heer en mevrouw Philippe Haspeslagh - Van den Poel • Madame Susanne Hinrichs et Monsieur Peter Klein • Monsieur Jean-Pierre Hoa • Madame Bonno H. Hylkema • Madame Fernand Jacquet • Baron Edouard Janssen • Madame Elisabeth Jongen • Monsieur et Madame Jean-Louis Joris • Monsieur et Madame Adnan Kandiyoti • Monsieur Sam Kestens • Monsieur et Madame Klaus Körner • Madame Marleen Lammerant • Monsieur Pierre Lebeau • Monsieur et Madame François Legein • Monsieur et Madame Charles-Henri Lehideux • Monsieur et Madame Philippe le Hodey • Madame Gérald Leprince Jungbluth • Monsieur Bruno van Lierde  •  Monsieur et Madame Clive Llewellyn • Madame Denise Louterman  • Madame Valeria Onofrj • Madame Olga Machiels-Osterrieth  •  De heer Peter Maenhout  •  Monsieur et Madame Alain Mallart  •  De heer en mevrouw Frederic Martens • Monsieur et Madame Dominique Mathieu-Defforey • De heer en mevrouw Frank Monstrey (urbion) • Madame Philippine de Montalembert • Madame Nelson • Dr. Bram Peeters et Monsieur Lucas Van Molle  •  Famille Philippson • Monsieur Gérard Philippson • Comte et Comtesse Antoine de Pracomtal • Monsieur Bernard Respaut • De heer en mevrouw Guy en Martine Reyniers •  Monsieur et Madame Michael Rosenthal • Monsieur et Madame Frédéric Samama • Monsieur et Madame Philippe Schöller • Monsieur et Madame Olivier Solanet • Monsieur Eric Speeckaert • Monsieur Jean-Charles Speeckaert • Vicomte Philippe de Spoelberch et Madame Daphné Lippitt • Madame Anne-Véronique Stainier • Monsieur Didier Staquet et Madame Lidia Zabinski  •  De heer Karl Stas  •  Mevrouw Caroline Steyaert • De heer en mevrouw Jan en Anne Steyaert • Monsieur et Madame Philippe Stoclet • Monsieur Nikolaus Tacke et Madame Astrid Cuylits • De heer en mevrouw Coen Teulings • Dr. Philippe Uytterhaegen • Monsieur et Madame Xavier Van Campenhout • De heer Marc Vandecandelaere • De heer Alexander Vandenbergen • Mevrouw Barbara Van Der Wee en de heer Paul Lievevrouw • Monsieur Michel Van Huffel • De heer Koen Van Loo  •  De heer en mevrouw Anton Van Rossum • De heer Johan Van Wassenhove • Monsieur et Madame Albert Wastiaux  • Madame Nathalie Waucquez • Monsieur et Madame Jacques Zucker 

Bozar Circle & Young Circle

Madame Ivana Ajkoviq • Monsieur Axel Böhlke et Madame Clara Huizink • Madame Chiara Bortoluzzi • Monsieur et Madame Paul De Groote • Monsieur Rodolphe Dulait • Prince Rahim Khan Samii • Madame Liliane Gam • De heer Sander Kashiva • Mevrouw Natasja Peeters • Madame Sophie Tournay • De heer en mevrouw Remi en Evelyne Van Den Broeck 

En onze Leden die anoniem wensen te blijven