La Fonte Musica
2 Juni'26
- 20:00
Kerk van Onze Lieve Vrouw ter Kapelle
Ancor che col partire
Cipriano de Rore
Ancor che col partire
Girolamo Dalla Casa
Fantazia op ‘Ancor che col partire’
Enrico Onofri
Ricercar ‘Ancor che col partire’
Andrea Gabrieli
Gloria (uit Missa ‘Ancor che col Partire’)
Philippus De Monte
Angelus ad Pastores
Giovan Battista Bovicelli
Ancor che col partire
Giovanni Bassano
Ancor ch’io possa dire
Alessandro Striggio
Ancor che col partire per la Viola Bastarda
Riccardo Rognoni
Ancor ch’al parturire
Orazio Vecchi
Ancor che col partire
Ercole Pasquini
Ancor che col partire per sonar più parti
Jacopo Bassano
Ancor che col partire
Andrea Gabrieli
Ancor che col partire
Lorenzino del Liuto
Ancor che col partire
Giovan Battista Bovicelli
Magnificat ‘Ancor che col partire’
Orlando di Lasso
Ancor che col partire per sonar con ogni sorte di stromento
Riccardo Rognoni
Ancor che col partire
Cipriano de Rore
Duur: 70 min.
Concert zonder pauze
Leaving, Loving, Dying
Ancor che col Partire is het meest succesvolle madrigaal aller tijden. Het werd gekopieerd, verkort, geparodieerd en diende als voorbeeld voor missen, magnificats en instrumentale stukken. De melodieën ervan hebben generaties componisten betoverd, zoals Lassus, Gabrieli, Vecchi, Cabezon, Rognoni, Pasquini, Dalla Casa, Striggio, Galilei, Bassano, Jaquet de Mantua, Bovicelli, Terzi ... Het werd het ideaalbeeld van het madrigaal, het archetype ervan.
De tekst van Ancor che col Partire spreekt over liefde, afscheid nemen en sterven: een duidelijke erotische allegorie, vandaar onze titel Leaving, Loving, Dying. Maar de manier waarop het op muziek is gezet, met melancholie die de toonsoort en de regels doordringt, creëert een unieke charme die zich onttrekt aan definities en schema's. Met ons programma willen we die hypnotiserende kracht opnieuw aanwakkeren, die betovering over ons publiek (en onszelf) uitspreiden door een concert voor te stellen dat uitsluitend bestaat uit Ancor che col Partire en zijn oneindige variaties. Het is opgevat als één lang stuk, een suite zonder pauzes waarin het madrigaal zich transformeert in vocale of instrumentale ‘diminuties’ (viool, viola bastarda, harp, luit, klavecimbel), parodieën, een Magnificat en een Gloria. Een radicale zoektocht naar deze betovering.
De Goddelijke Cipriano
Cipriano werd in 1515 of 1516 geboren in Ronse. Zijn muzikale carrière ontwikkelde zich, net als die van vele andere Vlaamse meesters, in Italië. Hier werd hij simpelweg “Cipriano” genoemd, soms il Divino Cipriano. Tijdens zijn leven onderging zijn stijl, vooral in Italiaanse madrigalen, ingrijpende veranderingen in de richting van een dramatisering van de tekst, wat uiteindelijk leidde tot het idee van Monteverdi dat hij de grondlegger was van de Seconda Prattica (De Rore was leraar van Marc’Antonio Ingegneri, leraar van Monteverdi). Hij reisde waarschijnlijk op jonge leeftijd naar Italië, mogelijk in dienst van Margaretha van Parma (de onwettige dochter van Karel V). Sommige bronnen noemen hem een leerling van Adrian Willaert, de grote Vlaamse meester, destijds maestro di cappella in de San Marco in Venetië. Nadat hij in Brescia had gewoond en Venetië had bezocht, werd Cipriano in 1546 benoemd tot maestro di cappella in Ferrara, aan het hof van de Este. Hij was toen dertig jaar oud en bleef daar tot 1558, enkele jaren voor zijn dood in 1565.
De jaren in Ferrara waren zeer productief. Ancor che col partire behoort tot de eerste fase van zijn madrigaalcomposities, met een vierstemmige zetting - later werd vijfstemmigheid gebruikelijker voor hem -, veelvuldig gebruik van imitatie - later schreef hij veel meer homofoon - en een duidelijke modale structuur. Het werd voor het eerst gepubliceerd in 1547 (Gardano, Venetië) in Perissone Cambio’s Primo libro di madrigali a quattro voci di Perissone Cambio con alcuni di Cipriano Rore. Het gedicht, dat nu als anoniem wordt beschouwd, kan worden gelezen als de beschrijving van een afscheid tussen twee geliefden en de vreugde van hun terugkeer. Maar aangezien partire (vertrekken), ritorni (terugkeer) en morire (sterven) bekende topoi zijn in de erotische poëzie, schetst Ancor che col partire een seksscène. “De minnaar schakelt over van een beschrijving van pijn en genot dat zijn of haar vastberadenheid uitdrukt naar de eindeloze cyclus van vertrek en terugkeer door ‘elk uur’, ‘elk moment’, en uiteindelijk ‘duizend, duizend keer per dag’ te herhalen,” schrijft musicoloog Christopher Reynolds.
Bitterzoete melancholie
Muzikaal is het madrigaal opgebouwd uit de imitatie en herhaling van het eerste motief, waardoor terugkeer in muziek en tekst met elkaar wordt verbonden. Door een systematisch gebruik van zwakke cadensen en suspensies bereikt Cipriano een effect van een eindeloze zoektocht, als echo van een nooit eindigend verlangen tussen de geliefden. Het erotische thema wordt niet behandeld met een populair aandoende muzikale taal (zoals Vecchi en Gabrieli dat zullen doen). Integendeel, een bitterzoete melancholie, eigen aan de toonsoort waarin het madrigaal is geschreven, doordringt de hele compositie en sluit zeer goed aan bij het onvervulde verlangen van de verzwakte cadensen. “Tant’è il piacer ch’io sento” (zo groot is het genot dat ik voel) wordt gezongen met snellere notenwaarden, wat nog meer het geval is bij “et così mille, mille volte il giorno” (en zo duizenden en duizenden keren per dag), waar een gepunteerd ritme verschijnt en energie geeft aan de enthousiaste frase. Het laatste deel, dat begint met deze woorden en eindigt met “Tanto son dolci gli ritorni miei” (o zo zoet zijn mijn terugkomsten), wordt in feite twee keer herhaald, met een sterkere cadens helemaal aan het einde. Dit versterkt nog meer de indruk van “een eindeloze cyclus van vertrek en terugkeer,” aldus Reynolds.
De poging om de betovering van Ancor che col partire en zijn hypnotiserende kracht in woorden te vatten is waarschijnlijk tevergeefs, en al deze indrukken zijn gemakkelijker te horen dan te beschrijven. Het effect ervan op zijn tijdgenoten was wonderbaarlijk: wij voelen hetzelfde. Ancor che col partire werd al snel een favoriet in verhandelingen over diminuties van 1584 tot 1624. Girolamo Dalla Casa, Jacopo Bassano, Riccardo Rognoni, Giovanni Battista Bovicelli, Francesco Rognoni en Giovanni Battista Spadi schreven de belangrijkste daarvan en zij leverden allemaal een versie van Ancor che col partire (vaak meer dan één).
De bastaardversies
We zullen er enkele uitvoeren, te beginnen met een versie van Dalla Casa, gepubliceerd in zijn Il vero modo di dimnuir con tutte le sorte di strumenti di fiato & di corda & di voce humana (Venetië, 1584). Vanaf 1568 vormde Dalla Casa (?-1601?) samen met zijn twee broers het eerste permanente instrumentale ensemble in San Marco, Venetië. In de jaren 1580, toen hij zijn verhandeling schreef, groeide de groep en werd hij benoemd tot capo de’ concerti. De diminutie op Ancor che col partire die we zullen uitvoeren is ontleend aan de sectie Madrigali da cantar in compagnia, & anco co’l Liuto solo. We zullen het uitvoeren begeleid door een luit die de lagere stemmen intabuleert.
Enrico Onofri is een groot kenner van de 16e- en 17e-eeuwse wereld van diminuties. Daarom heb ik hem gevraagd om, naast de historische, een nieuwe diminutie te schrijven op Ancor che col partire. Hij liet zich inspireren door de 17e-eeuwse Engelse divisies en produceerde een prachtige tweestemmige Fantazia upon Anchor che col partire, halverwege tussen een Engelse divisie en een Fantazia in de stijl van Matthew Locke. Het wordt vanavond voor het eerst uitgevoerd!
De Ricercar, een term die oorspronkelijk werd gebruikt voor een stuk met een preludekarakter voor luit of toetsinstrument, evolueerde tijdens de Renaissance tot de imitatieve Ricercar(e). Aan het einde van de 16e eeuw publiceerde Andrea Gabrieli (1532/33-1585), organist in San Marco en collega van Dalla Casa en Bassano, vier delen met ricercares waarin hij veelvuldig gebruikmaakt van “inversie, augmentatie, diminutie en andere fuga-technieken”. Een daarvan is de Ricercar ‘Ancor che col partire’, hier gespeeld op de arpa doppia.
Ancor che col partire inspireerde niet alleen diminuties en instrumentale bewerkingen, maar ook sacrale muziek. De Vlaamse meester Philippus De Monte (1521-1603) was de meest productieve madrigaalcomponist van zijn tijd, maar hier presenteren we een Gloria uit zijn Missa ‘Ancor che col partire’. Het behoort tot het genre van de parodiemissen, geschreven met muzikaal materiaal uit een reeds bestaand chanson, madrigaal of motet. Ancor che col partire is volledig herkenbaar in dit prachtige Gloria.
Terug naar de diminuties (in Italiaanse bronnen vaak passaggi genoemd): Giovan Battista Bovicelli (fl. 1592-94) is een autoriteit op het gebied van vocale diminuties. Zijn Angelus ad pastores, ontleend aan Regole, passaggi di musica, madrigali et motetti passeggiati (Venetië, 1594) is een virtuoze vocale diminutie op Ancor che col partire, maar tevens een contrafactum, aangezien hij de oorspronkelijke tekst verving door een sacrale. Niet helemaal hetzelfde ...
Na de viool en de harp komt de dulciaan, die in het laatrenaissance-Italië al fagotto werd genoemd, aan bod met een diminutie van Giovanni Bassano (1560/61-1617). Giovanni stamt uit een beroemde muzikantenfamilie uit Bassano del Grappa die later actief was in Venetië en Engeland. Hun band met de blaasmuziek in Venetië gaat terug tot de “Piffari del Doge” aan het begin van de 16e eeuw. Hij volgde in 1601 Girolamo Dalla Casa op als capo de concerti in de basiliek van San Marco. Zijn instrumentale diminutie op Ancor che col partire is ontleend aan Motetti, madrigali et canzon francese (Venetië, 1591).
Ancor ch’io possa dire is een zeer bijzondere compositie. Het kan worden omschreven als een risposta op Ancor che col partire, geschreven door Alessandro Striggio (ca. 1536/7-1592), een virtuoos uitvoerder en toonaangevend componist van madrigalen en toneelmuziek van zijn tijd.
Christopher Reynolds heeft de relatie tussen dit madrigaal en zijn model grondig bestudeerd. In zijn woorden: “De niet ongebruikelijke praktijk om een gedicht of een op dat gedicht gebaseerd madrigaal – een proposta – te beantwoorden met een antwoordgedicht en een antwoordmadrigaal – een risposta – resulteerde in vele paren liederen die putten uit verwante muzikale elementen, terwijl ze tegelijkertijd een zekere mate van contrast creëerden, zoals in het contrast tussen de afzonderlijke stemmen van twee geliefden. […] Maar het was voor een componist ook mogelijk om op het madrigaal van een andere componist te reageren door een gedicht te zetten dat zelf was geschreven als antwoord op het gedicht van het eerdere madrigaal. Dat gedicht, dat nu als anoniem wordt beschouwd, leidde tot een reactie, Ancor ch’io possa dire, van Girolamo Parabosco, eveneens gepubliceerd in 1547. Enkele jaren later zette Alessandro Striggio het gedicht van Parabosco op muziek. Zijn madrigaal, voor het eerst gepubliceerd in 1560, was evenzeer een reactie op De Rores muziek als Paraboscos verzen op het eerdere anonieme gedicht waren geweest. […] Striggio’s madrigaal reageert op De Rores muziek op een manier die analoog is aan hoe Paraboscos verzen op het eerdere anonieme gedicht hadden gereageerd. De hoofdpersoon van Parabosco is een minnaar wiens opvattingen lijnrecht tegenover die van de figuur in De Rore’s madrigaal staan. Striggio doet zijn best om Parabosco’s tegenstrijdige risposta te ondersteunen met muziek die al even tegengesteld is. Frase voor frase keert hij de motieven van Ancor che col partire om, evenals De Rore’s gebruik van cadensen.”
Als er één musicus is die verstrikt is geraakt in het web van de betovering van Ancor che col partire, dan is het Riccardo Rognoni (ca. 1550-vóór 1620). In zijn Il Vero modo di diminuire con tutte le sorte di stromenti (Venetië, 1592) geeft hij acht voorbeelden van diminuties: de helft daarvan is op Ancor che col partire. Deze is per la Viola Bastarda, een aanduiding die een instrument – een viola da gamba – definieert dat bijzonder geschikt is voor een stijl van diminutie (alla bastarda) die niet beperkt blijft tot één enkele stem, maar door verschillende registers en stemmen loopt. Diminuire alla bastarda (waarbij bastarda ‘gemengd’ betekent) was niet alleen eigen aan de viola da gamba: het komt ook voor bij ‘orgels, luiten, harpen en soortgelijke instrumenten’, zoals Francesco Rognoni (de zoon van Riccardo) uitlegt in zijn invloedrijke Selva di varii passaggi (1620). Alla bastarda-diminuties werden ook door zangers beoefend, bijna uitsluitend door de basstem.
Prachtige parodieën
Diminuties, sacrale stukken, contrafacta, instrumentale bewerkingen, maar ook parodieën. Het bewijs van succes was wanneer een stuk aanleiding gaf tot parodieën. Oratio Vecchi (1550-1605) staat bekend om zijn satirische inslag, zijn aansluiting bij de volkssmaak en zijn ritmische vitaliteit. L’Amfiparnaso (1597), zijn beroemdste werk, bevat Ancor ch’al parturire, een parodie op Ancor che col partire. De humoristische tekst verdraait de betekenis van het oorspronkelijke gedicht volledig, van de erotische context naar de geneugten van eten en drinken, opgeroepen in een komische taal. Een soort serenade gezongen door Graziano, een masker dat wordt gekenmerkt door onzinnige taal, rommelige formuleringen die identieke metriek en een vergelijkbare klank hebben, maar bizarre en absurde concepten bevatten. De muziek van De Rore is, hoewel getransformeerd, herkenbaar, en er is een vijfde stem aan toegevoegd.
Orgel en klavecimbel tellen een groot aantal bewerkingen van Ancor che col partire. Ercole Pasquini (?-1608/19) was een belangrijke organist in Ferrara en Rome, een voorganger van Frescobaldi. Zijn instrumentale vertolking van Cipriano’s madrigaal is een triomf van virtuositeit, waarin de meeste voor het klavier eigen versieringen, samen met indrukwekkende tirate, worden getoond.
We hebben de “alla bastarda”-stijl al geïntroduceerd in de instrumentale diminutie van Riccardo Rognoni en erop gewezen dat deze stijl ook door zangers werd uitgevoerd, vooral in de basstem. Dit is het geval bij Bassano’s tweede diminutie op Ancor che col partire. Deze is gelabeld per sonar a più parti, wat betekent dat, hoewel de compositie zich rond de baspartij beweegt, er ook regelmatig tenor- of zelfs altfrasen tot bloei komen. Bassano’s Mottetti, Madrigali et canzon francese is de belangrijkste bron voor alla bastarda-zang en -spel in de 16e eeuw. Deze diminutie zoekt, net als die van Rognoni voor de viola bastarda, naar de meraviglia, het wonder van een stem – of instrument – die zich in extreme registers waagt.
Een andere parodie is een giustiniana voor drie stemmen van Andrea Gabrieli, die precies hetzelfde heet als het madrigaal van De Rore. In de tweede helft van de 16e eeuw waren giustiniane het Venetiaanse antwoord op de Napolitaanse villanelle, eenvoudige polyfonie die volksliederen, thema’s en taal nabootste. Vaak, zoals in die van Gabrieli, wordt een komisch effect nagestreefd door middel van herhalingen die stotteren nabootsen en zeer expliciete, zelfs obscene taal. De parodie ligt qua structuur dicht bij het oorspronkelijke gedicht, maar verdraait het vocabulaire – en daarmee de betekenis – naar een laag, vulgair, komisch register.
Om ter luitst
De luit is een van de belangrijkste instrumenten van de 16e eeuw, en de literatuur erover staat vol met vertolkingen van Ancor che col partire. Hier presenteren we de intavolatura van Lorenzino del Liuto, ontleend aan Besards Thesaurus Harmonicus. Lorenzino Trajetti of Tracetti (1550/1552-1590) was een internationaal gerenommeerde luitvirtuoos die voornamelijk in Rome actief was, zoon van een Vlaamse musicus. Zijn intabulatie van Ancor che col partire is een van de mooiste stukken uit het repertoire van de late 16e eeuw.
Een musicus die tegelijkertijd kon zingen en spelen was vrij gebruikelijk in de renaissance. Maar toen – net als tegenwoordig – waren degenen die dit op hetzelfde virtuoze niveau konden doen zeldzaam en werden ze gevierd. Giovanna Baviera zal in haar eentje de cantuspartij zingen en een reductie van de andere stemmen spelen op de viola da gamba van een vocale diminutie van Ancor che col partire, ontleend aan Bovicelli’s Regole, passaggi di musica, madrigali et motetti passeggiati.
Het derde stuk sacrale muziek geïnspireerd door ons madrigaal is een werk van de grote Orlando di Lasso. Verleid door de schoonheid van Ancor che col partire, schreef hij er een prachtig Magnificat op, waarin hij gregoriaanse zang afwisselt met vijfstemmige polyfonie die het madrigaal van Cipriano citeert en herwerkt.
De laatste diminutie in het programma is opnieuw van Riccardo Rognoni, maar ditmaal “per sonar con ogni sorte di stromento” (te spelen op elk soort instrument). Het is een diminutie van de bovenste stem en kan worden gespeeld op een cantusinstrument: viool, cornetto en fluit zijn de beste kandidaten. De viool lijkt er bijzonder goed bij te passen, aangezien Rognoni de eerste auteur was die schreef over de “Violino da brazzo” – destijds nog een opkomend instrument –, een meester op de viool en wiens zoon Francesco een gevierd violist was.
Ons cyclische programma begint en eindigt met het madrigaal geschreven door Cipriano de Rore, het begin en einde van de hele zoektocht, de start en finish van de hypnose.
La fonte musica
Ancor che col partire
Ancor che col partire
io mi sento morire,
partir vorrei ogn’hor, ogni momento:
tant’è il piacer ch’io sento
de la vita ch’acquisto nel ritorno:
et così mille e mille volte il giorno
partir da voi vorrei:
tanto son dolci gli ritorni miei.
NL
Hoewel ik bij mijn vertrek
het gevoel heb dat ik sterf,
zou ik elk uur, elk moment willen vertrekken:
Zo groot is het genot dat ik voel
in het leven dat ik bij mijn terugkeer terugkrijg;
En dus zou ik je duizenden en duizenden keren per dag
willen verlaten:
Zo heerlijk zijn mijn terugkomsten.
Gloria
Gloria in excelsis Deo et in terra pax hominibus bonae voluntatis. Laudamus te, benedicimus te, adoramus te, glorificamus te, gratias agimus tibi propter magnam gloriam tuam, Domine Deus, Rex caelestis, Deus Pater omnipotens. Domine Fili unigenite, Iesu Christe, Domine Deus, Agnus Dei, Filius Patris, qui tollis peccata mundi, miserere nobis; qui tollis peccata mundi, suscipe deprecationem nostram. Qui sedes ad dexteram Patris, miserere nobis. Quoniam tu solus Sanctus, tu solus Dominus, tu solus Altissimus, Iesu Christe cum Sancto Spiritu in Gloria Dei Patris. Amen
NL
Ere zij God in de hoogste hemelen, en vrede op aarde aan de mensen van goede wil. Wij loven U, wij zegenen U, wij aanbidden U, wij verheerlijken U, wij danken U voor Uw grote glorie, Heer God, hemelse Koning, almachtige God de Vader. Heer, eniggeboren Zoon, Jezus Christus, Heer God, Lam van God, Zoon van de Vader, die de zonden van de wereld wegneemt, ontferm U over ons; die de zonden van de wereld wegneemt, verhoor ons gebed. Die aan de rechterhand van de Vader zit, ontferm U over ons. Want U alleen bent Heilig, U alleen bent Heer, U alleen bent de Allerhoogste, Jezus Christus, met de Heilige Geest in de glorie van God de Vader. Amen.
Angelus ad pastores
Angelus ad pastores ait:
annuntio vobis gaudium magnum,
quia natus est vobis hodie Salvator mundi.' Alleluia.
NL
De engel zei tegen de herders:
“Ik breng jullie groot nieuws, want vandaag is er voor jullie een Verlosser geboren, de Verlosser van de wereld.” Alleluia.
Ancor ch’io possa dire
Ancor ch’io possa dire
che d’haver vita il cor soltanto sente
quant’a voi son presente,
poi che non m’è concesso
esservi ogn’hor appresso
mai non vorrei venire,
mia vita, innanzi a voi,
tant’ho dolor de la partita poi.
NL
Hoewel ik kan zeggen
dat mijn hart alleen maar voelt dat het leeft
wanneer ik bij jou ben,
aangezien het mij niet is toegestaan
altijd bij je te zijn,
zou ik nooit willen komen,
mijn leven, in jouw aanwezigheid,
zo groot is mijn verdriet om het afscheid daarna.
Ancor ch’al parturire
Ancor ch’al parturire
Al se stenta à murire,
Patir vorrei agn’hor senza tormiente
Tant’è ‘l piaser Vincenze
L’acqua vita m’ha pist’e pur ai torne
E così mille mele al far del zorne
Padir agn’hor vurrei
Tanto son dolci i Storni ai denti miei.
NL
Zelfs als men tijdens het baren
Het risico loopt te sterven,
Zou ik altijd willen lijden zonder kwelling
Zo groot is het genot, Vincenze
De brandewijn heeft me verslagen, maar toch grijp ik ernaar terug
En zo, bij het aanbreken van de dag, duizend appels
Zou ik altijd willen bakken
Zo zoet zijn de spreeuwen voor mijn tanden.
Ancor che col partire
Ancor che col partire
me sento sgagiolire;
scamper vorave ogn’ora, ogni momento
Tant’è ‘l furor che sento,
che córo intorno intorno.
E cusì mille schite schito al zorno,
E qualche volta ogn’ora,
buto per vu, crudel cara signora.
NL
Hoewel ik bij mijn vertrek
me vernietigd voel door mijn verlangen
zou ik elk uur, elk moment willen vluchten:
Zo groot is de razernij die ik voel
dat ik in cirkels rondren.
En zo spuit ik duizend keer per dag
En soms, elk moment
gooi ik het weg voor jou, lieve wrede dame.
Magnificat
Magnificat anima mea Dominum,
et exultavit spiritus meus in Deo salutari meo
quia respexit humilitatem ancillae suae, ecce enim ex hoc beatam me dicent omnes generationes
quia fecit mihi magna, qui potens est: et Sanctus nomen eius
et misericordia eius a progenie in progenies timentibus eum.
Fecit potentiam in brachio suo, dispersit superbos mente cordis sui,
deposuit potentes de sede, et exaltavit humiles;
esurientes implevit bonis, et divites dimisit inanes.
Suscepit Israel, puerum suum, recordatus misericordiae suae,
sicut locutus est ad patres nostros, Abraham et semini eius in saecula.
Gloria Patri et Filio et Spiritui Sancto
sicut erat in principio et nunc et semper et in secula seculorum. Amen.
NL
Mijn ziel verheft de Heer,
en mijn geest verheugt zich in God, mijn Redder.
Want Hij heeft neergezien op de nederigheid van Zijn dienstmaagd;
want zie, vanaf nu zullen alle geslachten mij zalig prijzen;
want de Machtige heeft grote dingen aan mij gedaan;
en heilig is Zijn naam.
En Zijn barmhartigheid strekt zich uit van geslacht tot geslacht
over hen die Hem vrezen.Hij heeft macht getoond met zijn arm; hij heeft de hoogmoedigen verstrooid in hun diepste gedachten,
hij heeft de machtigen van hun tronen gestoten en de nederigen verheven;
hij heeft de hongerigen met goede dingen verzadigd, en de rijken heeft hij met lege handen weggezonden.
Hij heeft zijn dienaar Israël geholpen, ter herinnering aan zijn barmhartigheid,
zoals hij tot onze vaderen gesproken heeft, tot Abraham en zijn nageslacht voor altijd.Eer zij de Vader, en de Zoon, en de Heilige Geest. Zoals het was in het begin, zo is het nu, en zo zal het altijd zijn, in eeuwigheid. Amen.
Vertaling met behulp van AI.
In het kader van de tentoonstelling Bellezza e Bruttezza verkent Bozar samen met drie topensembles de fascinerende spanning tussen schoonheid en lelijkheid in de muziek van de 16e en 17e eeuw. Graindelavoix onderzoekt het begrip lelijkheid aan de hand van Cipriano de Rore, de vernieuwende componist die volgens artistiek leider Björn Schmelzer met zijn gewaagde chromatiek een nieuwe, rauwe kracht in de muziek introduceerde. Want kan lelijkheid niet net een bron van schoonheid zijn, vraagt Schmelzer zich af. Het Italiaanse la fonte musica richt zich op Anchor che col partire, een van de meest invloedrijke madrigalen uit de renaissance en een tijdloos symbool van schoonheid. Dirigent Michele Pasotti verweeft De Rores meesterwerk met bewerkingen van tijdgenoten tot een doorlopende suite waarin schoonheid steeds rijkere vormen aanneemt. Met Fieri Consort brengt artistiek leidster Hannah Ely een vrouwelijk perspectief op het thema schoonheid. Haar programma verenigt werken van onder anderen Maddalena Casulana, Raphaella Aleotti en Francesca Caccini – drie uitzonderlijke componistes die hun stem lieten klinken in een muziekwereld die nog grotendeels door mannen werd gedomineerd.
La fonte musica
ensemble
La fonte musica is een ensemble voor oude muziek dat op historische instrumenten speelt, opgericht en geleid door Michele Pasotti. Het repertoire van la fonte musica reikt van de 14e tot de 17e eeuw, met een bijzondere nadruk op Italiaanse muziek. Het ensemble is regelmatig te gast in vooraanstaande Europese zalen zoals het Konzerthaus in Wenen, de Boulez Saal in Berlijn, het Concertgebouw in Brugge en ging in 2024 op tournee door de VS en Canada. De belangrijkste festivals voor oude muziek waar la fonte musica heeft opgetreden zijn onder andere Oude Muziek (Utrecht), Resonanzen (Konzerthaus, Wenen), MA Festival Brugge, Brighton Early Music Festival en Monteverdi Festival (Cremona). La fonte musica neemt op voor Alpha Classics. Hun album Enigma Fortuna is de alleereerste opname van het integrale oeuvre van Antonio Zacara da Teramo en won de Diapason d’Or en de Preis der Deutschen Schallplattenkritik.
Michele Pasotti
luit en leiding
Michele Pasotti is oprichter en leider van la fonte musica, het middelpunt van zijn muzikale leven. Als luitspeler heeft hij ruime ervaring in de basso continuo-praktijk bij de beste Europese ensembles voor oude muziek, zoals Il Giardino Armonico, Les Talens Lyriques en Akademie für Alte Musik Berlin. Met la fonte musica ontving hij de “Premio Abbiati” van de Italiaanse critici als beste ensemble van het jaar 2022. Naast zijn activiteiten met la fonte musica wordt hij gevraagd om andere ensembles te dirigeren, zoals Capella Cracoviensis en Harmonia Cordis, en als assistent van dirigent Giovanni Antonini. Als solist (luiten, theorbe, barokgitaar) strekt zijn repertoire zich uit van de middeleeuwen tot de late achttiende eeuw. Hij nam een album op gewijd aan de grote 17e-eeuwse gitarist Francesco Corbetta (Dynamic) en speelde mee op meer dan 80 opnames. Momenteel is hij docent luit aan het Conservatorio “Maderna” in Cesena en aan het Koninklijk Conservatorium van Brussel. Hij heeft lesgegeven aan de Civica Scuola di Musica di Milano en aan het Conservatorio “Vittadini” in Pavia. Hij geeft regelmatig lezingen, zowel over musicologische onderwerpen als ter introductie en verspreiding van kennis over luiten en oude muziek, ook via radio-uitzendingen (Rai Radio 3). Hij behaalde tevens een eerste graad in theoretische filosofie met een scriptie over Martin Heidegger.
Alena Dantcheva, sopraan
Giovanna Baviera, sopraan & viola da gamba
Bernd Froehlich, alt
Massimo Altieri, tenor
Gianluca, tenor
Roberto Rilievi, tenor
Mauro Borgioni, bass
Enrico Onofri, viool
Teodoro Baù, viola da gamba
Giulia Genini, dulciaan
Margret Koell, tripelharp
Federica Bianchi, klavecimbel & orgel
Michele Pasotti, luiten & leiding
Bozar Maecenas
Patrick Derom Gallery • Monsieur et Madame Bertrand Ferrier • Baron en Barones Marnix Galle-Sioen • Baron Xavier Hufkens • Monsieur et Madame Laurent Legein • Madame Heike Müller • Monsieur et Madame Dominique Peninon • Monsieur et Madame Antoine Winckler • Monsieur et Madame Bernard Woronoff • Chevalier Godefroid de Wouters d'Oplinter
Bozar Fine Art Circle Founding Members
Mr and Mrs Ravi Bhansali • De Heer en Mevrouw Dirk Cavens • Monsieur Simon Devolder • Baron Xavier Hufkens • Monsieur Charles Riva
Bozar Patrons
Monsieur et Madame Charles Adriaenssen • Madame Marie-Louise Angenent • Madame Joséphine d’Ansembourg • Monsieur Werner d’Ansembourg • Comtesse Laurence d'Aramon • Monsieur Jean-François Bellis • Docteur Amine Benyakoub • Baron et Baronne Berghmans • De heer Stefaan Bettens • Monsieur Philippe Bioul • Mevrouw Roger Blanpain-Bruggeman • Madame Laurette Blondeel • Comte et Comtesse Boël • Monsieur et Madame Thierry Bouckaert • Monsieur Thierry Boutemy • Madame Anny Cailloux • Madame Valérie Cardon de Lichtbuer • Madame Catherine Carniaux • Madame Paloma Castro Martinez de Tejada • Monsieur Jim Cloos et Madame Véronique Arnault • Mevrouw Chris Cooleman • Monsieur Emile Culot • Madame Marguerite Culot • Monsieur et Madame Denis Dalibot • Madame Bernard Darty • De heer en mevrouw Philippe De Baere • De heer Frederic Depoortere en mevrouw Ingrid Rossi • Madame Louise Descamps • Madame Hélène Deslauriers • Monsieur Amand-Benoit D'Hondt • De heer Bernard Dubois • Madame Claudine Duvivier • Madame Dominique Eickhoff • Baron et Baronne William Frère • Baron et Baronne Pierre Gurdjian • De heer en mevrouw Philippe Haspeslagh - Van den Poel • Madame Susanne Hinrichs et Monsieur Peter Klein • Monsieur Jean-Pierre Hoa • Madame Bonno H. Hylkema • Madame Fernand Jacquet • Baron Edouard Janssen • Madame Elisabeth Jongen • Monsieur et Madame Jean-Louis Joris • Monsieur et Madame Adnan Kandiyoti • Monsieur Sander Kashiva • Monsieur Sam Kestens • Monsieur et Madame Klaus Körner • Madame Marleen Lammerant • Monsieur Pierre Lebeau • Monsieur et Madame François Legein • Monsieur et Madame Charles-Henri Lehideux • Monsieur et Madame Philippe le Hodey • Madame Gérald Leprince Jungbluth • Monsieur Xavier Letizia • Monsieur Bruno van Lierde • Madame Florence Lippens • Monsieur et Madame Clive Llewellyn • Monsieur et Madame Thierry Lorang • Madame Denise Louterman • Madame Olga Machiels-Osterrieth • De heer Peter Maenhout • Monsieur et Madame Alain Mallart • De heer en mevrouw Frederic Martens • Monsieur et Madame Dominique Mathieu-Defforey • De heer en mevrouw Frank Monstrey (urbion) • Madame Philippine de Montalembert • Madame Nelson • Dr. Bram Peeters et Monsieur Lucas Van Molle • Madame Christine Perpette • Famille Philippson • Monsieur Gérard Philippson • Comte et Comtesse Antoine de Pracomtal • Monsieur Bernard Respaut • De heer en mevrouw Guy en Martine Reyniers • Madame Elisabetta Righini et Monsieur Craig Finch • Monsieur et Madame Michael Rosenthal • Monsieur et Madame Frédéric Samama • Monsieur et Madame Philippe Schöller • Monsieur et Madame Hans C. Schwab • Monsieur et Madame Olivier Solanet • Monsieur Eric Speeckaert • Monsieur Jean-Charles Speeckaert • Madame Apolline de Spoelberch • Monsieur Guillaume de Spoelberch • Monsieur Paul de Spoelberch • Vicomte Philippe de Spoelberch et Madame Daphné Lippitt • Madame Anne-Véronique Stainier • Monsieur Didier Staquet et Madame Lidia Zabinski • De heer Karl Stas • Mevrouw Caroline Steyaert • Monsieur et Madame Philippe Stoclet • Monsieur Nikolaus Tacke et Madame Astrid Cuylits • De heer en mevrouw Coen Teulings • Monsieur et Madame Philippe Tournay • Dr. Philippe Uytterhaegen • De heer en mevrouw Koen en Anouk Van Balen-Stulens • Monsieur et Madame Xavier Van Campenhout • De heer Marc Vandecandelaere • De heer Alexander Vandenbergen • Mevrouw Barbara Van Der Wee en de heer Paul Lievevrouw • Monsieur Michel Van Huffel • De heer Koen Van Loo • De heer en mevrouw Anton Van Rossum • De heer Johan Van Wassenhove • Monsieur et Madame Albert Wastiaux • Monsieur Luc Willame • Madame Danuta Zedzian • Monsieur et Madame Jacques Zucker
Bozar Circle
Monsieur Axel Böhlke et Madame Clara Huizink • Monsieur et Madame Paul De Groote • Monsieur Rodolphe Dulait • Madame Liliane Gam • Madame Valeria Onofrj • Mevrouw Natasja Peeters • Sir Gabriel Smit Pergolizzi • De heer en mevrouw Remi en Evelyne Van Den Broeck • Monsieur Guillaume van Doorslaer et Madame Emily Defreyne
En al onze Leden die anoniem wensen te blijven