Gepubliceerd op

David Hockney op het operatoneel

Wandel door zijn dubbeltentoonstelling bij Bozar en je ontdekt dat David Hockney een geweldige tekenaar en (iPad-)schilder is. Maar wist je dat hij ook een grote muziekliefhebber is? Hij ontwierp decors voor heel wat opera’s van onder meer Wagner en Stravinsky. We zetten enkele van zijn mooiste ensceneringen op een rijtje.

Hockney 1992

Dit artikel kadert in

Alles over David Hockney

Hockney Rake's Progress decors
David Hockney, Drop Curtain for “The Rake’s Progress,” 1975–79, Collection of the David Hockney Foundation. © David Hockney.

The Rake’s Progress (Stravinsky) – 1974

In 1974 kreeg Hockney zijn eerste opdracht voor de opera, en al meteen een van formaat: The Rake’s Progress (1951) van Igor Stravinsky in opdracht van het jaarlijkse Glyndebourne Festival. De moderne componist baseerde zijn idee voor de opera op een reeks gravures van de 18e-eeuwse kunstenaar William Hogarth. Het werd de allereerste en meteen ook de enige opera die Stravinsky ooit schreef. In 1975 ging hij in première maar in 1992 kon je Hockneys decors in onze Brusselse Muntschouwburg opnieuw bewonderen. Net als Stravinsky liet ook Hockney zich inspireren door de gravures van Hogarth. Hij bedacht een spel van lijnen in sobere kleuren voor zowel de decors als de kostuums: alsof je naar een grote bewegende gravure kijkt en luistert.

De reeks van Hogarth brengt het achttiende-eeuwse Engeland op satirische wijze in beeld. Hockney baseerde zich op de gravures voor het gelijknamige A Rake’s Progress (1961-63), waarvan je de etsen in de tentoonstelling kan ontdekken. Door Hockneys vroege commerciële succes kon hij een eerste trip naar de Verenigde Staten maken. Tussen 1961 en 1963 bracht hij zijn reis in beeld in dit werk, waarin hij als een hedendaagse Hogarth vertelt wat het voor hem betekende om als jonge homoseksuele man aan te komen in New York.

Die Zauberflöte (Mozart) – 1978

Enkele jaren na de première van The Rake’s Progress, gaat Hockney opnieuw aan de slag voor het Glyndebourne Festival. Hij ontwerpt de decors en kostuums voor Mozarts Die Zauberflöte (1791). Waar hij bij The Rake terugkijkt naar Hogarth, vormen nu een aantal 14e-eeuwse Italiaanse schilderijen van onder meer Giotto en Uccello, en de kunst van het Oude Egypte de uitgangspunten voor zijn ontwerp. Het resultaat waren maar liefst 34 gigantische decorpanelen, waarin iconische personages als De Koningin van de Nacht, Tamino en de vogelvanger Papageno prachtig tot hun recht kwamen.

Paolo Uccello, Saint George and the Dragon, c. 1470.

"Ik wilde het sober houden en werkte daarom met bewegende decorpanelen zoals in Mozarts tijd. Ik besloot - vooral in het eerste stuk - dat de muziek helder en duidelijk was, met veel kleur en plezier. In de 19e eeuw dacht men dat De Toverfluit zwaarwichtig was. Ik dacht te beginnen als een Italiaans schilderij, waarbij alles in focus staat. Dus schilderde ik het rotsachtige landschap voor de openingsscène zonder enige perspectieftrucs, en ik nam de draak van Uccello uit de National Gallery." - David Hockney

Tristan und Isolde (Wagner) – 1986

In 1986 krijgt Hockney  van de Los Angeles Music Center Opera de vraag om een opera te ensceneren van zijn stokpaardje onder de componisten: Richard Wagner. Hij hapt meteen toe: “ik hou niet alleen van Wagner, ik ben eraan verslaafd. Bovendien is Tristan und Isolde een relatief statisch en ongemeen innerlijk drama. Het speelt zich volledig buiten af. De natuur in scène zetten, leek mij een interessante uitdaging.” Waar hij in zijn vroege toneelwerk tekeningen gebruikte, vertrekt hij nu meteen van maquettes op schaal, gehuld in het licht en de kleuren van Californië.

“Het eerste wat we deden, was het licht in de maquettes uittesten. […] En we bleven maar naar de muziek luisteren, nachten lang. We konden immers alleen ’s nachts werken omdat tijdens de dag mijn studio niet kon worden verduisterd.” – David Hockney

Het licht wordt als het ware een leidraad voor de emotie, iets wat bij Wagner al doorschemerde in zijn libretto. ‘Das Licht! Das Licht! O dieses Licht’, zingt Tristan in het 2e bedrijf, waarmee hij het daglicht vervloekt en naar het schemerdonker van de nacht verlangt.

Achter het stuur met Wagner  

“Ik behoor tot die mensen die kleuren kunnen horen en klanken kunnen zien. In Los Angeles heb ik de Wagner Drive ontwikkeld. Ik raas dan door de bergen met mijn cabrio, die omwille van mijn steeds erger wordende doofheid met 18 luidsprekers is uitgerust. Achter elke bocht maak ik met een ander licht kennis, terwijl na elke bocht de muziek ook anders klinkt. Wagners muziek, die ik boven alles liefheb, schreeuwt erom om op een dergelijk zinnelijke manier te worden ervaren. Iedereen die ik op zo een tocht heb meegenomen, is na afloop een ander mens. En precies zulke belevenissen wil ik op het toneel overbrengen.” – Hockney in Der Spiegel, 1997

In de jaren 90 besloot Hockney een strandhuisje te kopen aan de voet van de Las Floras Canyon in Californië. Niet veel later ontstond zijn audiovisuele meesterwerk Wagner Drive, een route die je met de auto kan volgen op de Pacific Coast Highway en in de bergen van Santa Monica. Hockney maakte ook prachtige schilderijen van deze indrukwekkende Californische landschappen. Je zou er zo in willen verdwalen. En dat kan nog tot en met 23 januari in de dubbeltentoonstelling bij Bozar. 

 

Beluister onze playlist!

Het muziekteam van Bozar stelde een playlist samen bij de dubbeltentoonstelling van David Hockney. Beluister hem hier.