Gepubliceerd op - Klaas Coulembier

Een venster op de wereld in Brussel

Hoe klonk Brussel door de eeuwen heen? En welke muziek is onlosmakelijk verbonden met de Zennestad? De concertreeks Echoes of Brussels springt op en af de tijdlijn en legt haar oor bij memorabele creaties en inwoners. Op 29 oktober nemen Les Muffatti ons mee naar Le Concert Bourgeois in de 18e eeuw.

Op 750 meter van Bozar vind je vandaag het Dinantplein, een klein parkje omgeven door een groene bomenrij. Het werd vernoemd naar de stad Dinant na de gruwelen van de Eerste wereldoorlog, maar was daarvoor bekend als het Beierenplein. Het oorspronkelijke plein werd immers aangelegd door Maximiliaan van Beieren, gouverneur-generaal van de Spaanse Nederlanden. In 1715 werden de Spaanse Nederlanden de Oostenrijkse Nederlanden, en in 1741 werd Karel van Lotharingen officieel landvoogd van de regio. De erfenis van Karel Van Lotharingen zien we vandaag niet zozeer op het Dinantplein, maar des te meer bovenaan de Kunstberg, waar zijn imposante kasteel uit de jaren 1750 vandaag deel uitmaakt van de Koninklijke Bibliotheek van België.

Toch was Karel ook regelmatig te vinden op het Beierenplein, want daar – in de voormalige Petite Boucherie – huisde vanaf 1756 een unieke organisatie die zijn persoonlijke bescherming genoot: het Concert Bourgeois. Twee jaar eerder was deze burgerlijke organisatie in Brussel opgericht, naar het voorbeeld van Le Concert Spirituel in Parijs. Voor muzikanten, die steeds meer loskwamen van functies in dienst van de kerk of het hof, waren deze concerten een welkome kans. Het Brusselse publiek was dan weer erg enthousiast om elkaar te ontmoeten en te genieten van hoogstaande muziek in hoogstaande uitvoeringen. In de kranten van die tijd wordt vaak het uitzonderlijke talent van de uitvoerders geprezen.

De status van het Concert Bourgeois hing uiteraard nauw samen met de politieke steun vanuit het hof van Karel. Naast de reguliere concerten organiseerde de vereniging ook de muzikale opluistering van grote evenementen zoals militaire overwinningen of de inhuldiging van zijn standbeeld midden op het Koningsplein in 1775, dat weliswaar door de Franse revolutionairen in 1794 al weer werd omgesmolten.

Het Concert Bourgeois kende een enorme bloei tot het moeilijker werd op het einde van de jaren 1770. Er groeiden spanningen binnen de organisatie en er was steeds meer concurrentie van het Concert Noble en andere initiatieven rond muziek en ontspanning in het centrum van Brussel. Toen Karel van Lotharingen stierf in 1780 verloor het gezelschap zijn belangrijkste politieke steun. De politieke situatie rond de Franse Revolutie en de Brabantse Omwenteling zetten de werking nog meer onder druk en geleidelijk aan verdween het Concert Bourgeois helemaal. De gebouwen zouden later nog dienst doen als theater, synagoge en de eerste Brusselse Maison du Peuple, tot het na de Tweede Wereldoorlog werd afgebroken.

"Van Maldere bracht zijn internationale ervaring en netwerk mee naar Brussel en gaf er gestalte aan programma’s met muziek van de groten van zijn tijd zoals Joseph Haydn en Johann Stamitz."

Welke muziek klonk er op dat bijzondere podium in hartje Brussel? De artistieke leiding lag aanvankelijk bij Pieter Van Maldere, geboren en getogen in Brussel, maar bovenal een internationaal gerenommeerde muzikant die het Parijse concertleven goed kende en zelf ook had opgetreden bij Le Concert Spirituel. Hij bracht zijn internationale ervaring en netwerk mee naar Brussel en gaf er gestalte aan programma’s met muziek van de groten van zijn tijd zoals Joseph Haydn en Johann Stamitz. Het was precies op deze plek dat de vernieuwende tendensen uit Wenen en Mannheim de weg naar de Zuidelijke Nederlanden vonden.

Het Concert Bourgeois was niet alleen een venster op de wereld, maar ook een platform voor lokale componisten zoals de iets oudere Henri-Jacques De Croes, in zijn jonge jaren in dienst van prins Anselme-François van Thurn und Taxis en daarna kapelmeester van Karel van Lotharingen. De Croes stond nog met één been in de late barok en wordt soms de Vlaamse Vivaldi genoemd, maar hij was zeker ook niet ongevoelig voor de recente ontwikkelingen in de muziek. Pieter Van Maldere was één van de vele leerlingen van De Croes, en het hoeft dan ook niet te verwonderen dat hij de muziek van zijn leraar graag programmeerde.

Van Maldere werd opgevolgd door Ignace Vitzthumb. Die was als tienjarige in Brussel aangekomen en had enkele jaren later al een vaste positie in de hofkapel. Hij schopte het tot orkestmeester en later directeur van de Muntschouwburg en vormde op die manier een belangrijke schakel tussen beide organisaties. Hij schreef veel gelegenheidsmuziek en zette als componist maar ook als organisator zijn stempel op het geluid van de stad in de tweede helft van de 18de eeuw.

De muziek van Van Maldere en Vitzthumb illustreert hoe de internationale vroeg-klassieke stijl in onze contreien stevig was doorgedrongen. Hun heldere structuren en elegante melodieën tonen een duidelijke verwantschap met de stijl van de Mannheimse school, waarvan Johann Stamitz de grote pionier was. Ze schreven symfonieën en opera’s, in het Frans maar ook in het Nederlands. Hun muziek laat ons vandaag opnieuw horen hoe internationaal het Brusselse muziekleven in de achttiende eeuw klonk.