Gepubliceerd op

Exploring Echoes of Brussels

Maar liefst twaalf concerten uit de reeks Echoes of Brussels duiken een seizoen lang in de muziekgeschiedenis van de Zennestad. We struikelen over de kasseien terug in de tijd en lopen sleutelfiguren tegen het lijf. Of staan stil bij memorabele creaties. Met een stadsgids in de hand ging ik op zoek naar tastbare herinneringen.

De eerste bestemming van mijn tijdreis is donker, kil en vochtig. Ik was nochtans niet op zoek naar de Dark Ages. Enkele verdiepingen onder het Koningsplein bevinden zich de overblijfselen van het majestueuze Coudenbergpaleis, waar de Bourgondiërs en later Keizer Karel V regeerden en de kunsten eeuwenlang lieten floreren. Terwijl de tram boven mijn hoofd davert, kan ik me het verbeelden. In de 15e-eeuwse keukens en opslagruimtes onder de verdwenen staatsiezaal zie je de restanten van betegelde vloeren, kolossale zuilen en uitgedoofde haarden. Een aszwarte, horizontale lijn in de muren herinnert aan de brand uit 1731 die het complex helemaal verwoestte, op de kapel na.  

Op 6 december is de Coudenberg het decor voor het concert van ClubMediéval. Pierre de la Rue en Tielman Susato zijn slechts enkele van de componisten die Keizer Karel zou kunnen hebben gehoord tijdens zijn regeerperiode in Brussel. Met hetzelfde ticket kan je vervolgens in de Coudenbergkerk luisteren naar Dionysos Now! met polyfonie van componisten als Johannes Ghiselin, Pedro Ruimonte en Thomas Crecquillon. Samen schetsen de concerten een levendig portret van de Coudenberg: van ingetogen hofkapel tot internationale muzikale ontmoetingsplaats. 

Die andere Karel 

Ik moet niet ver lopen om verder te gaan in de muziekgeschiedenis van Echoes of Brussels. Na de fatale brand uit 1731 namen de Habsburgse landvoogden intrek in het Paleis van Karel van Lotharingen – toen nog bekend als het Paleis van Nassau. Ik kijk Karel van Lotharingen recht in de ogen op het Museumplein, waar zijn bronzen standbeeld met een trotse, tijdloze en ietwat gefronste blik naast 'zijn' Paleis staart. Zijn residentie is niet publiek toegankelijk dus vertoef ik even in zijn schaduw.  

Een handvol toeristen maakt na het nemen van een foto rechtsomkeer. Ze beseffen niet dat dit ooit het centrum was van het Brusselse concertleven, gedragen op de schouders van één bijzondere componist en violist: Pieter van Maldere. Gesteund door Karel van Lotharingen en geïnspireerd door het Parijse Le Concert Spirituel, richtte hij de concertvereniging Le Concert Bourgeois op. Bovendien reisde van Maldere samen met zijn beschermheer doorheen Europa waar hij zijn ‘Brusselse’ muziek met de internationale aristocratie deelde. Het ensemble Les Muffatti duikt op 29 oktober in het repertoire van Le Concert Bourgeois en blaast Karel van zijn sokkel. 

Voor het collectief 

Mijn volgende afspraak staat op naam van Meyerbeer. Rue Meyerbeer in Vorst meer bepaald, want daar woonde componist Frederic Rzewski tot zijn overlijden in 2021. De Amerikaan bracht vanaf 1977 een groot deel van zijn leven door in Brussel. Een uitgebreid en gevarieerd oeuvre staaft zijn productiviteit: van orkestmuziek over kamermuziek en de vele pianowerken die hij vaak zelf uitvoerde. Dat nieuwe muziek moeilijk hoort te zijn, wordt bovendien weerlegd. Rzewski’s werken zijn doelbewust toegankelijk. Vanuit een linkse politieke overtuiging wilde hij zijn muziek verstaanbaar maken voor de arbeidersklasse, in tegenstelling tot de Darmstadt School met Stockhausen en de New Yorkse avant-garde met Cage.     

Zijn belangrijkste wapenfeit is The People United Will Never Be Defeated! . Deze indrukwekkende variatiecyclus voor piano kan terecht geplaatst worden naast de Goldberg- en Diabellivariaties van respectievelijk Bach en Beethoven. Op het Chileense protestlied ¡El pueblo unido jamás será vencido! van Sergio Ortega Alvarado, schreef Rzewski 36 indrukwekkende, maar aartsmoeilijke variaties. Op 28 oktober speelt Daan Vandewalle, vriend van Rzewski, deze beklijvende cyclus bij Bozar. 

Later dit seizoen staan we stil bij de uitvoering van Schönbergs Erwartung in het Paleis voor Schone Kunsten in 1936, toen met décor van Jean Brusselmans! Alsook Expo 58 waar Varèses Poème électronique de bezoekers in het Philipspaviljoen verwonderde en de wereldpremière van Stravinski’s Psalmensymfonie in het Paleis in 1930. Veel te geschieden, veel te beleven!