Gepubliceerd op - Cedric Feys

Het (voeten)werk van Jlin dat niemand onbewogen laat

Van lange shifts in een staalfabriek in Gary, Indiana naar finalist in de Pulitzerprijs voor muziek – dat is het ongewone pad van Jerrilynn Patton, alias Jlin. Met felle polyritmieken en een rauwe, duistere sound ontpopte ze zich tot een unieke stem in de wereld van de hedendaagse elektronische muziek.

Jlin begon haar muzikale carrière als producer van footwork, een stijl die opbloeide in Chicago en nauw samenhangt met de gelijknamige dansvorm. Typerend voor de muziek zijn een érg hoog tempo (van 150 tot 165 beats per minuut), onregelmatige en sterk gesyncopeerde ritmes, prominente sub-bassen, een lo-fi productiestijl en samples uit R&B en pop. Zo ontstaat energieke muziek, vol ritmische veranderingen en onverwachte accenten, waarbij dansers elkaar met complexe en razendsnelle voetbewegingen proberen te overtreffen. 

Erotic Heat (2011), Jlins eerste gereleasete track, staat nog volop in de traditie van het footwork. Vanuit de sample “The sweet seduction is haunting my dream” ontvouwt ze een compromisloos nummer, waarbij een sample wordt omgetoverd tot intens pulserend ritme. Gaandeweg rekt ze de mogelijkheden van het genre verder uit. Haar debuutalbum Dark Energy (2015) vormt hiertoe al een opmaat. In het alom bejubelde Black Origami (2017), maakt Jlin de structuren nog complexer en minder voorspelbaar en beweegt ze van footwork naar een abstracter geheel voorbij genreconventies. Samenwerkingen met William Basinski en Holly Herndon getuigen hiervan. Ook op Akoma (2024) strikt Jlin enkele grootheden: Björk en Philip Glass. Op het slotnummer The Precision Of Infinity hoor je hoe de welbekende arpeggio’s van Glass schuren langs Jlins bruisende electronica.  

Ritme is voor Jlin existentieel: “The original drum is the heartbeat, and without it you have nothing. So for me, rhythm is love and love is rhythm. I’m a walking rhythmic person or being.” Tegelijk vormt het ook de kern van haar muziek. Haar tracks zijn opgebouwd uit gedetailleerde – vaak metaalachtige – percussie, asymmetrische patronen en verschuivende accenten. Exacte herhaling maakt er plaats voor constante transformatie. Zelf huldigt ze de mantra “CPU – Clean, Precise, Unpredictable”. 

Jlins grimmige geluid krijgt ook steeds meer een akoestische vertaling. In opdracht van het Kronos Quartet schreef ze Little Black Book (2018), een indringend strijkkwartet aangevuld met basdrum. In Bozar hoor je een arrangement voor ensemble gespeeld door het Extended Music Collective. Je ziet haar ook aan het werk met Third Coast Percussion. Hun eerdere samenwerking Perspective (2023) bracht Jlins elektronische wereld tot leven via een indrukwekkend arsenaal aan slagwerkinstrumenten en was meteen goed voor een Pulitzernominatie.