Collegium Vocale Gent & Daucé
28 Feb.'26
- 20:00
Henry Le Boeufzaal
Georg Friedrich Händel (1685-1759)
Ode for St Cecilia’s Day, HWV 76 (1739): ouverture
Ode for the Birthday of Queen Anne, HWV 74 (1713)
Pauze
Alceste, HWV 45 (1749-50)
- Ouverture
- Grand Entrée
- Ye happy people (Tenor)
- Triumph, Hymen, in the pair (Soprano, Mezzo-Soprano, Chorus)
- Still caressing, and caress'd (Soprano, Chorus)
- Ye swift minutes as ye fly (Tenor)
- O bless, ye pow'rs above (Chorus)
- Gentle Morpheus, son of light'. Largo e mezzo piano - That when bright Aurora's beams (Soprano)
Sinfonia uit Admeto, re di Tessaglia, HWV 22
- Ye fleeting shades, I come (Bass)
- Thrice happy who in life excel (Chorus)
- Enjoy the sweet Elysian grove (Tenor)
Si replica il Coro precedente "Thrice happy"
- Come, Fancy, empress of the brain (Soprano)
- He comes, he rises from below (Tenor)
- All hail, thou mighty son of Jove! (Chorus)
- Symphony
- From high Olympus' top, the seat of God (Tenor)
- Tune your harps, all ye Nine (Tenor)
- Ballo Primo
- L'Ultimo Ballo
- Triumph, thou son of Jove (Chorus)
Duur: 115 min.
Met boventiteling.
Een coproductie van Collegium Vocale Gent en Perpodium. Met de steun van de taxshelter van de Belgische Federale Overheid via uFund.
Due to circumstances: canceled!
De twee hoofdwerken op dit programma worden gescheiden door 36 jaar geschiedenis, maar delen hun uitgesproken Londense setting … en hun geannuleerde premières.
London: place to be
Georg Friedrich Händel werd geboren in Halle (nabij Leipzig), studeerde er aan de universiteit en maakte al vanaf 1702 carrière als kerkorganist en klavecinist. Eind 1706 trok hij naar Italië: daar zou hij tot het voorjaar van 1710 studeren en werken, maar zich vooral ontpoppen tot een toonaangevende figuur op de barokke muziektheaterbühne. In de zomer van 1710 wist Händel een plaats te verzilveren als kapelmeester aan het hof van Hannover, een functie die hij in praktijk echter amper zou uitoefenen. Datzelfde jaar nog ondernam hij immers al een eerste lange reis naar Londen, waar hij zich vanaf de herfst van 1712 ook definitief zou vestigen. De Engelse hoofdstad was geheel in de ban de Italiaanse opera en die opportuniteit greep Händel met beide handen. Al spoedig liet hij zijn naam verengelsen tot George Frideric Handel.
In 1719 richtte een groep Londense aristocraten de Royal Academy of Music op, om structureel tegemoet te komen aan de stijgende vraag naar Italiaanse opera in de Engelse hoofdstad. Gewapend met een koninklijk octrooi, een fikse zak duiten en het leenrecht op het King’s Theatre wist de Academy Handel te overtuigen om de muzikale leiding op zich te nemen, samen met Attilio Arriosti en Giovanni Bononcini. In twee etappes zou de Academy bestaan van 1719 tot 1729 en 1729 tot 1734. Handel componeerde een veertigtal opera’s, waarvan driekwart voor de Londense scène. Het publiek verlangde opera’s in Napolitaanse stijl, wat inhoudt met korte recitatieven en uitgebreide, virtuoze da capo-aria’s.
Medio jaren 1730 bleek de Londense liefde voor de Italiaanse opera bekoeld en ging de Royal Academy of Music op de fles. Handel moest op zoek naar nieuw emplooi: met een ongeziene neus voor zakelijke kansen wierp hij zich tussen 1733 en 1757 op het Engelse oratorium en voegde hij ook in dat genre twintig titels toe aan het repertoire. Structureel vertonen Handels oratoria grote gelijkenissen met zijn opera’s: ook hier gaat het om dramatische composities voor het theater (en dus niet voor de kerk). In tegenstelling tot de opera’s werden de oratoria evenwel niet scenisch uitgevoerd, wat het kostenplaatje aanzienlijk drukte. Door te kiezen voor Engelstalige libretti, kwam Handel bovendien meer tegemoet aan de smaak van de middenklasse dan aan die van de adel en boorde hij een nieuw publiek en dito verdienmodel aan.
Happy Birthday, your Majesty!
Gelegenheidsodes behoorden sinds de regeerperiode van Elizabeth I in de tweede helft van de 16de eeuw tot het Engelse hofprotocol. Het was gebruikelijk dat de verjaardag van de zittende vorst luister werd bijgezet middels een ode, die in flatterende bewoordingen de verdienste van de koning of koningin voor kunst, vaderland en volk bezong. Henry Purcells Come ye sons of art away uit 1694 was een bekende verjaardagsode voor de toenmalige Queen Mary, die erin geprezen wordt als patrones van de muziek.
In de winter van 1713 viel de keuze voor het componeren van de verjaardagsode voor Queen Anne op Handel. Dat is enigszins merkwaardig, omdat de componist nog grotendeels een nieuweling was in Londen en bovendien ook geen officiële functie als hofcomponist bekleedde aan de Chapel Royal. Ongetwijfeld speelt echter ook hier Handels aangeboren ondernemingszin een rol: reeds tijdens zijn eerste verblijf in Londen, in 1711, had Handel mogen optreden in de privé-appartementen van de Engelse vorstin. Wat hij precies speelde, is niet bekend: mogelijk ging het om een klavecimbelrecital. Afgezien van Handels sociale en zakelijke vaardigheden speelt allicht ook een dosis politiek-diplomatiek geluk mee. Hoewel hij die functie amper uitoefende, was Handel van medio 1710 tot de zomer van 1713 nominatim ‘Kapellmeister’ van het huis van Hannover. Door gemarchandeer op de internationale dynastieke markt lag vast dat Handels Duitse broodheer de kinderloze en reeds langdurig zieke Britse Queen Anne zou opvolgen. Vanuit Hannoveriaans standpunt werd, minstens officieus, het ‘cultureel ambassadeurschap’ van Handel in Londen aangemoedigd: de schone kunsten werden (en worden) wel vaker ingezet om politieke banden te smeden of aan te trekken. In 1714 zou de Engelse vorstin overigens daadwerkelijk overlijden en opgevolgd worden door Georg van Hannover, die daarmee King George I werd.
Gelet op de steeds frequentere periodes van ziekte waaraan konigin Anne in de vroegdagen van 1713 onderhevig was, trekt onderzoeker Donald Burrows in twijfel of Eternal Source of Light Divine, de verjaardagsode in kwestie, daadwerkelijk werd uitgevoerd op het voorziene verjaardagsfeestje van 6 februari 1713. Het wordt alleszins niet gestaafd door de toenmalige verslaggeving. Vast staat wel dat dit een prachtig werk is. Opvallend is in eerste instantie het refrein van het koor, dat maar liefst zeven maal deze lofprijzing herhaalt: “The day that gave great Anna birth, Who fix'd a lasting peace on Earth.” De vrede waarvan sprake, betreft het Verdrag van Utrecht: daarmee werd het einde bezegeld van de Spaanse Successieoorlog, mede dankzij de tussenkomst van de Britse koningin en bij uitbreiding haar corps diplomatique. Benevens het koor en het orkest doet Handel een beroep op vijf soli, allen leden van de prestigieuze Chapel Royal, en noteert hij hun namen ook in de autograaf. Te oordelen naar de partituur waren deze solisten alle vijf meer dan fraai gevooisd, maar opvallend is toch in het bijzonder de partij van Richard Elford, die omschreven wordt als ‘alto tenore’. Elford was klaarblijkelijk een ‘haute contre à la française’, een zeer hoge tenor zoals die ook in de Franse muziek van Lully en Rameau veelvuldig voorkomt. Reeds in het begin van de ode zingt hij – en hier laat Handels Italiaanse operatemperament zich opmerken – een virtuoos duet met de trompet. Ook de andere aria’s ademen een frisse mix van Engelse pump and circumstance enerzijds en Italiaanse dolcezza anderzijds.
Of deze Birthday Ode al dan niet is uitgevoerd in 1713 blijft vooralsnog onzeker, maar duidelijk is wel dat Handel voortaan op de eerste rij stond wanneer er koninklijke opdrachten werden uitgedeeld: in de zomer van dat jaar zou hij immers ook het Utrecht Te Deum componeren, dat deel uitmaakte van een grootse plechtigheid in Saint Paul’s Cathedral, ter bekrachtiging van het reeds genoemde Verdrag van Utrecht. Enkele jaren later, in 1719, keek de voltallige Engelse aristocratie zijn richting uit om de nieuwbakken Royal Academy of Music te leiden.
Recycling Alceste
Hoewel Handel vanaf 1734 het opera-avontuur grotendeels achter zich liet en hij zijn aandacht vooral wijdde aan het oratorium, bleef zijn interesse voor scenische producties bestaan. In de herfst van 1749 werd hij uitgenodigd om muziek te schrijven bij het toneelstuk Alceste van Tobias Smollett (1721-1771). De première was voorzien in het daaropvolgende voorjaar; voor Handel lonkte een rentrée door de grote poort. Over het waarom tast men in het duister, maar zeker is alleszins dat de productie te elfder ure werd afgeblazen, op het ogenblik waarop de repetities zelfs al ten dele waren aangevat.
Smolletts Alceste was gebaseerd op de Griekse mythe en gelijknamige tragedie van Euripides over Alkestis, die zich opoffert om te sterven in de plaats van haar echtgenoot Admetos. Die wordt op zijn beurt verteerd door wroeging en daalt af in de onderwereld om er zijn echtgenote terug te halen. Het verhaal vertoont enige verwantschap met dat van Orpheus en Eurydice. De – afgeblazen – muziekproductie betrof in dit geval geen Italiaanse opera, noch een Engelstalig oratorium; Smollett en Handel knoopten opnieuw aan bij de ‘masque’, een Engelstalig genre uit de 17de eeuw, waarin gesproken toneelteksten en gezongen nummers elkaar afwisselen. In tegenstelling tot de Franse opéra comique, het Duitse Singspiel, of zelfs de hedendaagse musical worden de gesproken en de gezongen partijen niet door dezelfde vertolkers uitgevoerd. Handels muziek voor het eerste en het vierde bedrijf bleef weliswaar bewaard, maar Smolletts toneeltekst ging verloren: dat maakt het moeilijk om zicht te krijgen op het dramaturgische verloop van het geheel. Om het hypothetische gehalte van deze onderneming nog wat meer te voeden, liet tot slot ook een zekere Thomas Morell een claim gelden op de teksten van de gezongen delen; vooralsnog blijft ook die onbevestigd.
Zeker is wel – en ook ditmaal blijkt Handels zakelijke instinct – dat het compositieproces geenszins een maat voor niets was: verschillende koor- en solopartijen uit Alceste werden gerecycleerd uit vroegere, dan wel in latere werken: het gaat daarbij om de Chandos Anthem Let God arise, de opera Arminio en de oratoria Hercules en Jephta. Mede door het ontbreken van Smolletts toneeltekst ontbeert Alceste de dramaturgische continuïteit die in veel andere muziektheaterwerken van Handel wel aanwezig is. Dat neemt echter niet weg dat ook deze partituur door en door functioneel is en de typische energieke pedigree ademt van Handels hoogdagen.
Steven Marien
Deze programmatekst werd geschreven voor DE SINGEL. We danken hen voor het gebruik van de tekst.
Collegium Vocale Gent
Collegium Vocale Gent werd opgericht in 1970 op initiatief van Philippe Herreweghe samen met een groep bevriende studenten. Het ensemble paste als één van de eerste de nieuwe inzichten inzake de uitvoering van barokmuziek toe op vocale muziek. De authentieke, tekstgerichte en retorische aanpak zorgde voor een transparant klankidioom waardoor het ensemble in nauwelijks enkele jaren tijd wereldfaam verwierf en te gast was op alle belangrijke podia en muziekfestivals van Europa, de Verenigde Staten, Rusland, Zuid-Amerika, Azië en Australië. Sinds 2017 organiseert het ensemble in Toscane een eigen zomerfestival: Collegium Vocale Crete Senesi.
Het Collegium Vocale Gent geniet de steun van de Vlaamse Gemeenschap, de stad Gent en de Nationale Loterij.
Sébastien Daucé
leiding
Sébastien Daucé is een Franse organist, klavecinist, dirigent en onderzoeker. Hij studeerde aan het Conservatoire National Supérieur de Musique in Lyon, waar hij in 2009 het Ensemble Correspondances oprichtte: samen met dat gezelschap geniet hij internationale erkenning voor zijn werk rond de Franse barokmuziek. Daucé en Correspondances zijn graag geziene gasten op de internationale barokbühne. Hun discografie bij het label Harmonia Mundi viel talrijke internationale onderscheidingen te beurt.
Manon Lamaison
sopraan
De Franse sopraan Manon Lamaison studeerde musicologie aan de Sorbonne en vatte daarna een zangopleiding aan in Montréal en in Lyon, waar ze studeerde bij Mireille Delunsch. Ze volgde masterclasses bij toonaangevende artiesten als Philippe Jaroussky. Lamaison legt zich momenteel toe op uitgesproken lyrische rollen als Susanna (Le nozze di Figaro), Mélisande (Pelléas et Mélisande), Pamina (Die Zauberflöte), Constance (Dialogues des Carmélites) en Marie (La fille du régiment). Ze treedt vaak op in Europa en verruimt sinds kort haar horizon ook met engagementen in de Verenigde Staten en Canada.
Alex Potter
alt
Alex Potter voert muziek uit de 17e en 18e eeuw uit met dirigenten als Lars Ulrik Mortensen, Jordi Savall en Philippe Herreweghe. Naast Bach, Händel en Telemann zoekt hij ook graag onbekender repertoire op: met La Festa Musicale tourde hij met solocantates van Vivaldi, Lotti en Caldara, in Vancouver zong hij in Brittens Abraham and Isaac, en met het ensemble Vespres d’Arnadí bracht hij een programma rondom tijdgenoten van Händel. Potter was koorknaap aan Southwark Cathedral in Londen, en werd daarna Scholar aan het New College in Oxford, waar hij ook muziekwetenschap studeerde.
Guy Cutting
tenor
De Britse tenor Guy Cutting studeerde aan het New College, Oxford en zong sindsdien bij verschillende toonaangevende ensembles, waaronder de Tallis Scholars, het Monteverdi Choir, de Academy of Ancient Music en de Nederlandse Bachvereniging. In de loop van zijn jonge carrière werkte Cutting reeds samen met een groot aantal gereputeerde dirigenten onder wie Marcus Creed, John Eliot Gardiner, Philippe Herreweghe, Christoph Prégardien en Jos van Veldhoven. Naast een focus op barokmuziek, legt hij zich als lid van het Damask Vocal Quartet eveneens toe op muziek uit de negentiende en twintigste eeuw.
Florian Störz
bas-bariton
De Duitse bas-bariton Florian Störz bestormde de Europese concertscène met overwinningen op de International Handel Singing Competition en de Helmut Deutsch Song Competition, beide in 2023. Hiernaast won hij ook de Prix de mélodie met pianist Mark Rogers op de Lili et Nadia Boulangerwedstrijd van datzelfde jaar, alsook het Young Artist Platform op de International Song Festival Zeist in Nederland in 2024. In het seizoen 25-26 zingt hij de Mattheüspassie met Collegium Vocale Gent onder leiding van Philippe Herrewege, maar ook Solomon met het Orchestra of the Age of Enlightenment onder John Butt. Daarnaast maakt hij dit seizoen ook zijn operadebuut in L’Orfeo op Glyndebourne festival en geeft hij recitals in Newbury Festival en Wigmore Hall. De voorbije seizoenen tourde hij al internationaal met het Constellation Choir onder Sir Eliot Gardiner en het Monteverdi Choir onder Chirstophe Rousset, maar gaf hij ook recitals met onder meer Graham Johnson, Helmut Deutsch en Renée Fleming. Störz studeerde aan de Royal Academy of Music en vervolledigde het Britten Pears Young Artist Porgramme.
Solisten & koor
Sopraan
Manon Lamaison (soliste)
Aisling Kenny
Magdalena Podkościelna
Chiyuki Riem
Alt
Alex Potter (solist)
Daniel Folqué
Cécile Pilorger
Bart Uvyn
Tenor
Guy Cutting (solist)
Malcolm Bennett
Peter di Toro
Thomas Köll
Bas
Florian Störtz (solist)
Philip Kaven
Julian Millán
Bart Vandewege
Orkest
Konzertmeister
Christine Busch
Eerste viool
Felicia Graf
Maria Roca
Isabelle Schmid
Tweede viool
Dietlind Mayer
Marieke Bouche
Anna Magdalena Ghielmi
Paul Wicke
Altviool
Deirdre Dowling
Kaat De Cock
Cello
Ageet Zweistra
Harm-Jan Schwitters
Contrabas
Miriam Shalinsky
Hobo
Jasu Moisio
Taka Kitazato
Fagot
Carles Cristobal
Trombone
Alain De Rudder
Yorick Roscam
Luit
Johannes Otzbrügger
Orgel
François Guerrier
Dirigent
Sébastien Daucé
Bozar Maecenas
Patrick Derom Gallery • Monsieur et Madame Bertrand Ferrier • Baron en Barones Marnix Galle-Sioen • Baron Xavier Hufkens • Monsieur et Madame Laurent Legein • Madame Heike Müller • Monsieur et Madame Dominique Peninon • Monsieur et Madame Antoine Winckler • Monsieur et Madame Bernard Woronoff • Chevalier Godefroid de Wouters d'Oplinter
Bozar Honorary Patrons
Comte Etienne Davignon • Madame Léo Goldschmidt
Bozar Patrons
Monsieur et Madame Charles Adriaenssen • Madame Marie-Louise Angenent • Comtesse Laurence d'Aramon • Monsieur Jean-François Bellis • Baron et Baronne Berghmans • De heer Stefaan Bettens • Monsieur Philippe Bioul • Mevrouw Roger Blanpain-Bruggeman • Madame Laurette Blondeel • Comte et Comtesse Boël • Monsieur et Madame Thierry Bouckaert • Monsieur Thierry Boutemy • Madame Anny Cailloux • Madame Valérie Cardon de Lichtbuer • Madame Catherine Carniaux • Monsieur Jim Cloos et Madame Véronique Arnault • Mevrouw Chris Cooleman • Monsieur et Madame Denis Dalibot • Madame Bernard Darty • De heer en mevrouw Philippe De Baere • Prince et Princesse de Chimay • De heer Frederic Depoortere en mevrouw Ingrid Rossi • Madame Louise Descamps • Madame Hélène Deslauriers • Monsieur Amand-Benoit D'Hondt • De heer Bernard Dubois • Madame Claudine Duvivier • Madame Dominique Eickhoff • Baron et Baronne William Frère • Baron et Baronne Pierre Gurdjian • De heer en mevrouw Philippe Haspeslagh - Van den Poel • Madame Susanne Hinrichs et Monsieur Peter Klein • Monsieur Jean-Pierre Hoa • Madame Bonno H. Hylkema • Madame Fernand Jacquet • Baron Edouard Janssen • Madame Elisabeth Jongen • Monsieur et Madame Jean-Louis Joris • Monsieur et Madame Adnan Kandiyoti • Monsieur Sander Kashiva • Monsieur Sam Kestens • Monsieur et Madame Klaus Körner • Monsieur Pierre Lebeau • Monsieur et Madame François Legein • Monsieur et Madame Charles-Henri Lehideux • Monsieur et Madame Philippe Le Hodey • Madame Gérald Leprince Jungbluth • Monsieur Xavier Letizia • Monsieur Bruno van Lierde • Madame Florence Lippens • Monsieur et Madame Clive Llewellyn • Monsieur et Madame Thierry Lorang • Madame Denise Louterman • Madame Olga Machiels-Osterrieth • De heer Peter Maenhout • Monsieur et Madame Alain Mallart • De heer en mevrouw Frederic Martens • Monsieur et Madame Dominique Mathieu-Defforey • De heer en mevrouw Frank Monstrey (urbion) • Madame Philippine de Montalembert • Madame Nelson • Monsieur Laurent Pampfer • Dr. Bram Peeters et Monsieur Lucas Van Molle • Madame Christine Perpette • Famille Philippson • Monsieur Gérard Philippson • Comte et Comtesse Antoine de Pracomtal • Monsieur Bernard Respaut • Madame Elisabetta Righini et Monsieur Craig Finch • Monsieur et Madame Michael Rosenthal • Monsieur et Madame Frédéric Samama • Monsieur et Madame Philippe Schöller • Monsieur et Madame Hans C. Schwab • Monsieur et Madame Tommaso Setari • Monsieur et Madame Olivier Solanet • Monsieur Eric Speeckaert • Monsieur Jean-Charles Speeckaert • Vicomte Philippe de Spoelberch et Madame Daphné Lippitt • Madame Anne-Véronique Stainier • Monsieur Didier Staquet et Madame Lidia Zabinski • De heer Karl Stas • Monsieur et Madame Philippe Stoclet • Monsieur Nikolaus Tacke et Madame Astrid Cuylits • De heer en mevrouw Coen Teulings • Monsieur et Madame Philippe Tournay • De heer en mevrouw Koen en Anouk Van Balen-Stulens • Monsieur et Madame Xavier Van Campenhout • De heer Marc Vandecandelaere • De heer Alexander Vandenbergen • Mevrouw Barbara Van Der Wee en de heer Paul Lievevrouw • Monsieur Michel Van Huffel • De heer Koen Van Loo • De heer en mevrouw Anton Van Rossum • De heer Johan Van Wassenhove • Monsieur et Madame Albert Wastiaux • Monsieur Luc Willame • Madame Danuta Zedzian • Monsieur et Madame Jacques Zucker
Bozar Circle
Monsieur Axel Böhlke et Madame Clara Huizink • Monsieur et Madame Paul De Groote • Monsieur Rodolphe Dulait • Madame Liliane Gam • Madame Valeria Onofrj • Sir Gabriel Smit Pergolizzi • De heer en mevrouw Remi en Evelyne Van Den Broeck• Monsieur Guillaume van Doorslaer et Madame Emily Defreyne
En onze Leden die anoniem wensen te blijven