Il Giardino Armonico
5 Feb.'26
- 19:30
Henry Le Boeufzaal
Georg Friedrich Händel (1685-1759)
Il Trionfo del Tempo e del Disinganno, HWV 46a (1707)
Deel I
pauze
Deel II
Duur: 150'
Spiegeltje, spiegeltje aan de wand ... of ‘De Triomf van de Tijd en de Waarachtigheid'
Reeds kort na zijn aankomst op Italiaanse bodem, begon de lutheraan Händel met een ongezien aanpassingsvermogen werken te componeren die naadloos aansloten bij de katholieke liturgie en de Italiaanse stijl van musiceren. Na een weldoend bad van levendige operarecitatieven en -aria's, en na enkele psalmen (o.a. Laudate Pueri en Nisi Dominus) zette Händels gulzige pen zich aan een volgende uitdaging: het Italiaanse oratorium.
Te Rome werden opera-uitvoeringen in die tijd bij pauselijk edict verboden. Het muziekleven in de heilige stad zocht dientengevolge bevredigende alternatieven in cantates en oratoria, die feitelijk in niets van de opera verschilden, tenzij in het ontbreken van de scenische voorstelling. Händel had al zijn vakkennis bewezen met enkele opera's en de opdracht voor Il Trionfo beantwoorde dan ook volledig aan zijn ambities. Het onderwerp toont vier allegorische personages in een verwoede discussie: Schoonheid, Genot, Tijd en Waarachtigheid. Bellezza (Schoonheid) geeft zich over aan de spiegel van Piacere (Genot) en zweert trouw aan de geneugten van het leven. Tempo (Tijd) houdt haar een andere spiegel voor. De titel verraadt reeds wie als overwinnaar uit het debat zal komen: de tijd triomfeert en de ontnuchtering (Disinganno) volgt.
De aanleiding en de exacte ontstaansgeschiedenis van Händels eerste oratoriumervaring voert ons terug naar Hamburg, anno 1705. Als aankomend componist trok Händel de aandacht van Fernando de Medici, zoon van de groothertog van Toscane. Na veelvuldige gesprekken en na enig aandringen van de prins, die toen te Hamburg verbleef, ging de jonge Händel uiteindelijk in op de uitnodiging deze te vergezellen naar Firenze. Daar zou hij zich kunnen vergewissen van de rijke cultuur, de stijl en de smaak van de uitbundige Italianen. Nochtans was de eigenzinnige componist daar nog niet zo onmiddellijk van overtuigd. Zijn nieuwsgierigheid (of de overredingskracht van de Medici) kreeg evenwel de overhand en kort daarop treffen we Georg Friedrich Händel aan als eregenodigde van de meest vooraanstaande en onwaarschijnlijk gefortuneerde beschermheren. Firenze, Rome, Venetië, Napels, nergens kostte het de nieuwbakken Sakser moeite om zich aan te passen aan een verblijf in de somptueuze paleizen en aan de overdadige en gecultiveerde levensstijl van zijn gastheren.
Begin 1707 woonde Händel te Rome in het paleis van kardinaal Benedetto Pamfili. Deze theoloog, filosoof en dichter zette de componist aan om zijn eigenhandig geschreven libretto Il Trionfo del Tempo e del Disinganno te toonzetten. Het is zeer waarschijnlijk dat dit werk Händels eerste oratorium is geworden. Andere bronnen vermelden een eerste uitvoering in het paleis van de flamboyante kardinaal Pietro Ottoboni. Als kunstverzamelaar en muziekliefhebber bracht deze laatste een aantal dichters, schrijvers en musici (Pasquini, Corelli, Scarlatti) bijeen in de kring Arcadia. Wegens zijn jonge leeftijd kon Händel geen lid worden, maar hij zou toch aan enkele bijeenkomsten hebben deelgenomen. Pas nadat de talentvolle componist successen had geoogst met het oratorium La Resurrezione zou Ottoboni de opdracht hebben gegeven tot Il Trionfo. Voor de tekst deed hij beroep op dichter en collega-kardinaal Pamfili, een gewaardeerd lid van het gezelschap Arcadia. Dit brengt het precieze tijdstip waarop Il Trionfo del Tempo is ontstaan op 1708.
Van een ware triomf kan nauwelijks sprake zijn geweest, zeker wat het libretto betreft. De plot stelt niet veel voor en de tekst draait steeds rond gelijkaardige uitdrukkingen. Tot op vandaag hebben musicologen het gissen naar precieze gegevens over uitvoeringen, zangers en publieke belangstelling. Toch had de muziek van Händel nooit eerder zo spontaan en fris geklonken. Misschien waren de eerste repetities wel de aanleiding voor het beroemde dispuut met Corelli, die het orkest leidde. Niet bij machte de juiste toon voor de ouverture te treffen, richtte de oudere en zachtmoedige Corelli zich tot een fulminerende Händel: “Mijn beste Sakser, deze ouverture is in Franse stijl (met plechtig en traag begin) geschreven en daar ben ik niet mee vertrouwd". Daarop kwam Händel tegemoet aan Corelli's wensen en zou hij de ouverture vervangen hebben door een Italiaanse sinfonia, die het werk met een gebruikelijk stevig tempo inzet. Verder is er van de ‘stylo francese' geen sprake meer en zien we een partituur die de nieuwe, typisch Italiaanse elementen gretig geabsorbeerd heeft: aanstekelijke virtuositeit bij de vocale hoogtepunten, vooral voor de twee sopranen; instrumentale passages die de vaardigheid van deskundige solisten vereisen en vooral de toevoeging van een concertante orgelsonate na een uitvoerig recitatief (questa è la reggia mia) waarin Piacere zijn gelijk tracht te bewijzen. Händel stelt hiermee zichzelf centraal als sterattractie zijn faam als ongeëvenaarde orgelvirtuoos was reeds een feit en meteen presteert hij het om het eerste orgelconcerto in de geschiedenis neer te zetten. De onderbreking van de handeling is een spitsvondige ingreep die niettemin van weinig bescheidenheid getuigt. In de aansluitende tekst vestigt Piacere de aandacht op een luchthartige jongeman, die genoegen verschaft met bekoorlijke klanken. Het genot van het orgelspel doet Schoonheid uitbarsten in de woorden: “zijn rechterhand is op vleugels geboren...". Later zou Händel er een gewoonte van maken om tijdens de pauze van een oratoriumuitvoering één van zijn orgelconcerti aan het publiek voor te stellen.
Bovenal toont Händel zijn meesterschap in de klankenweelde die hij schijnbaar moeiteloos doorheen het werk laat stromen. Hij geeft zich over aan de verlokking van ritme en effectvolle instrumentatie en aarzelt soms niet om andere elementen, zoals uitdieping van de tekst, op te offeren. Een opmerkelijk hoogtepunt is het kwartet Voglio Tempo in het tweede deel, gevolgd door de aria Lascia la spina. Händel heeft deze aria gedestilleerd uit een reeds eerder geschreven instrumentale Sarabande uit Almira (Hamburg 1704). In 1711 zou hij dezelfde melodie voor de derde maal aanwenden in de opera Rinaldo. Met de gewijzigde tekst Lascia ch'io pianga werd dit één van de succesvolste aria's uit het barokrepertoire. Lascia la spina was echter niet het enige fragment uit dit oratorium dat voor hergebruik vatbaar zou blijken.
Het woord ‘disinganno' is moeilijk in een letterlijke vertaling om te zetten. De betekenis ligt ergens tussen ‘desillusie' en ‘ontnuchtering' of nog algemener: ‘wijze raad'. Händel zelf had last met de titel en bij de grondige herziening van de partituur, dertig jaar later, veranderde hij ‘disinganno' in ‘verità'. Intussen was Händel de incarnatie geworden van het Engelse oratorium en hij leidde jaarlijks, tijdens de vastenperiode, een cyclus oratoriumconcerten in Covent Garden. Nog eens twintig jaar verder, in 1757, maakte Händel de cirkel rond met een derde, ditmaal Engelstalige versie. Il Trionfo del Tempo e della verità werd uitgebreid met enkele toevoegingen uit eerder werk (vooral koordelen en recitatieven) en onder de titel The Triumph of Time and Truth werd Händels eerste oratorium tegelijk zijn laatste. Il Trionfo del Tempo stond als geheel wel niet model voor de vele succesvolle oratoria die nog zouden volgen, maar de muziek zelf diende als thematische bron voor een hele reeks latere werken, waaronder Radamisto, Agrippina, Rinaldo, Deborah en Il Parnasso in festa. Dit proces kan dan ook beschouwd worden als een spiegel die de evolutie van Händels componeerstijl aantoont over een periode van vijftig jaar. Händels laatste jaren werden overschaduwd door ziekte, blindheid en ontgoocheling. De weerklank van de roemrijke oratoriumseizoenen was aan het tanen. Op het einde begon hij toch weer met componeren door te dicteren aan zijn assistent John Christopher Smith. Hij kon terugblikken op een schitterende carrière, met momenten van weergaloze bijval, momenten met professionele hindernissen en met een levensstijl die overduidelijk zijn persoonlijke voorkeur voor Piacere liet blijken, maar de Tijd..., die heeft altijd gelijk.
Sabien Van Dale
Giulia Semenzato
Bellezza (sopraan)
Giulia Semenzato is een internationaal erkende sopraan, vooral bekend omwille van haar vertolkingen van barokrepertoire en de muziek van Mozart. Na haar afstuderen met onderscheiding aan het Conservatorio B. Marcello in Venetië specialiseerde zij zich verder in barokmuziek bij Rosa Dominguez aan de Schola Cantorum in Basel. Als vertolkster van het Italiaanse repertoire uit de 17e en 18e eeuw kroop Semenzato in de huid van onder meer Poppea in Monteverdi’s L’Incoronazione di Poppea bij de Opéra du Rhin, Venus in Ercole Amante in de Opéra Comique in Parijs en Salome in San Giovanni Battista van A. Stradella in het Concertgebouw van Amsterdam. In concertverband werd ze uitgenodigd voor Mozarts Requiem, Messiah van Händel, evenals voor Poulencs Gloria. Semenzato werkt regelmatig samen met dirigenten als René Jacobs, Giovanni Antonini en anderen. Ze nam haar eerste soloalbum Angelica Diabolica voor Alpha (Outhere).
Julia Lezhneva
Piacere (sopraan)
De Russische sopraan Julia Lezhneva studeerde zang in Moskou en Cardiff en volgde masterclasses bij onder meer Kiri Te Kanawa en Rebecca Evans. Sindsdien bouwde ze een indrukwekkende internationale carrière uit. Lezhneva werkte samen met toonaangevende dirigenten als Paavo Järvi en Vladimir Jurowski en trad op met vooraanstaande orkesten waaronder het Gewandhausorchester Leipzig, het Mariinsky Orchestra en het Seattle Symphony Orchestra. In de Staatsoper Hamburg was ze te horen als Morgana (Alcina), Rosina (Il barbiere di Siviglia) en als Poppea in Händels Agrippina. Verdere rollen omvatten onder meer Angelica (Orlando furioso), Susanna en Barbarina (Le nozze di Figaro), en Zerlina (Don Giovanni).
Carlo Vistoli
Disinganno (alt)
Carlo Vistoli werd in 1987 geboren in het Italiaanse Lugo en studeerde eerst piano en klassieke gitaar. Tijdens zijn studie musicologie aan de universiteit van Bologna volgde hij ook barokzang en bekwaamde hij zich met masterclasses bij Monica Bacelli, Romina Basso, Marijana Mijanović en Sara Mingardo. In slechts enkele jaren heeft Carlo Vistoli de belangrijkste internationale podia veroverd: La Scala in Milaan, het Royal Opera House Covent Garden, de Weense Staatsoper en het Theater an der Wien, ... Hij zong onder leiding van vooraanstaande dirigenten als William Christie, Philippe Jaroussky, Giovanni Antonini en John Eliot Gardiner. Händel en Vivaldi nemen een centrale plaats in zijn repertoire in. Van Händel vertolkte hij op voortreffelijke wijze de titelrollen in Rinaldo, Giulio Cesare, evenals Ruggiero in Alcina. Vistoli heeft een omvangrijke discografie bij verschillende labels, waaronder Harmonia Mundi, Brilliant Classics, Tactus, Arcana, La Música en Bongiovanni.
Krystian Adam
Tempo (tenor)
Krystian Adam studeerde af aan de Muziekacademie in Wrocław. Vervolgens zette hij zijn studies voort aan het Conservatorium “G. Verdi” in Milaan. Hij debuteerde als graaf Almaviva in Il Barbiere di Siviglia, gevolgd door La Clemenza di Tito (titelrol) en Il Matrimonio Segreto (Paolino). Adam werkt regelmatig samen met vooraanstaande dirigenten en ensembles, waaronder Claudio Abbado, Giovanni Antonini en Il Giardino Armonico, Theodor Currentzis en Musica Aeterna, Václav Luks en Collegium 1704, evenals Ian Adamus en Capella Cracoviensis.
Giovanni Antonini
muzikale leiding
Giovanni Antonini studeerde aan de Civica Scuola di Musica en aan het Centre de Musique Ancienne in Genève. Hij is medeoprichter van het barokensemble Il Giardino Armonico, dat hij sinds 1989 leidt. Met dit ensemble trad hij op als dirigent én als solist op blokfluit en barokke dwarsfluit in Europa, de Verenigde Staten, Canada, Zuid-Amerika, Australië, Japan en Maleisië. Antonini werkte samen met vele toonaangevende artiesten, waaronder Cecilia Bartoli, Kristian Bezuidenhout, Isabelle Faust en Sol Gabetta. Antonini is ook een vaste gast bij orkesten als de Berliner Philharmoniker, het Concertgebouworkest, het Tonhalle Orchester, het Mozarteum Orchester, ... Met Il Giardino Armonico nam Antonini talrijke cd’s op voor Teldec met instrumentale werken van Vivaldi, J.S. Bach, Biber en Locke. Antonini is tevens artistiek leider van het Haydn2032-project.
Il Giardino Armonico
Opgericht in 1985 door Giovanni Antonini heeft Il Giardino Armonico zich gevestigd als een de toonaangevende ensembles op historische instrumenten. Hun repertoire omvat de muziek van de 17e en 18e eeuw. Het ensemble ontving veel lof voor zowel concerten als operaproducties, waaronder Monteverdi’s L’Orfeo, Vivaldi’s Ottone in Villa en Händels Giulio Cesare met Cecilia Bartoli. Het ensemble maakt deel uit van het Haydn2032-project, waarbij alle symfonieën van Haydn worden opgenomen en een reeks thematische concerten worden gepresenteerd. Sinds 2015 verschenen al 19 delen. Il Giardino Armonico’s discografie omvat daarnaast veelgeprezen opnames van Mozarts vijf vioolconcerti met Isabelle Faust, een project rond P. A. Locatelli en muziek van Telemann en Vivaldi.
eerste viool
Stefano Barneschi*
Anna Maddalena Ghielmi
Ayako Matsunaga
Liana Mosca
tweede viool
Angelo Calvo*
Francesco Colletti
Gabriele Pro
Jamiang Santi
altviool
Ernest Braucher*
Jamiang Santi
cello
Giulio Padoin*
Elena Russo
contrabas
Giancarlo De Frenza
hobo
Thomas Meraner
Priska Comploi
fagot
Michele Fattori
theorbe
Michele Pasotti
harp
Margret Köll
klavecimbel
Riccardo Doni
klavecimbel en orgel
Deniel Perer
* aanvoerder
Bozar Maecenas
Patrick Derom Gallery • Monsieur et Madame Bertrand Ferrier • Baron en Barones Marnix Galle-Sioen • Baron Xavier Hufkens • Monsieur et Madame Laurent Legein • Madame Heike Müller • Monsieur et Madame Dominique Peninon • Monsieur et Madame Antoine Winckler • Monsieur et Madame Bernard Woronoff • Chevalier Godefroid de Wouters d'Oplinter
Bozar Honorary Patrons
Comte Etienne Davignon • Madame Léo Goldschmidt
Bozar Patrons
Monsieur et Madame Charles Adriaenssen • Madame Marie-Louise Angenent • Comtesse Laurence d'Aramon • Monsieur Jean-François Bellis • Baron et Baronne Berghmans • De heer Stefaan Bettens • Monsieur Philippe Bioul • Mevrouw Roger Blanpain-Bruggeman • Madame Laurette Blondeel • Comte et Comtesse Boël • Monsieur et Madame Thierry Bouckaert • Monsieur Thierry Boutemy • Madame Anny Cailloux • Madame Valérie Cardon de Lichtbuer • Madame Catherine Carniaux • Monsieur Jim Cloos et Madame Véronique Arnault • Mevrouw Chris Cooleman • Monsieur et Madame Denis Dalibot • Madame Bernard Darty • De heer en mevrouw Philippe De Baere • Prince et Princesse de Chimay • De heer Frederic Depoortere en mevrouw Ingrid Rossi • Madame Louise Descamps • Madame Hélène Deslauriers • Monsieur Amand-Benoit D'Hondt • De heer Bernard Dubois • Madame Claudine Duvivier • Madame Dominique Eickhoff • Baron et Baronne William Frère • Baron et Baronne Pierre Gurdjian • De heer en mevrouw Philippe Haspeslagh - Van den Poel • Madame Susanne Hinrichs et Monsieur Peter Klein • Monsieur Jean-Pierre Hoa • Madame Bonno H. Hylkema • Madame Fernand Jacquet • Baron Edouard Janssen • Madame Elisabeth Jongen • Monsieur et Madame Jean-Louis Joris • Monsieur et Madame Adnan Kandiyoti • Monsieur Sander Kashiva • Monsieur Sam Kestens • Monsieur et Madame Klaus Körner • Monsieur Pierre Lebeau • Monsieur et Madame François Legein • Monsieur et Madame Charles-Henri Lehideux • Monsieur et Madame Philippe Le Hodey • Madame Gérald Leprince Jungbluth • Monsieur Xavier Letizia • Monsieur Bruno van Lierde • Madame Florence Lippens • Monsieur et Madame Clive Llewellyn • Monsieur et Madame Thierry Lorang • Madame Denise Louterman • Madame Olga Machiels-Osterrieth • De heer Peter Maenhout • Monsieur et Madame Alain Mallart • De heer en mevrouw Frederic Martens • Monsieur et Madame Dominique Mathieu-Defforey • De heer en mevrouw Frank Monstrey (urbion) • Madame Philippine de Montalembert • Madame Nelson • Monsieur Laurent Pampfer • Dr. Bram Peeters et Monsieur Lucas Van Molle • Madame Christine Perpette • Famille Philippson • Monsieur Gérard Philippson • Comte et Comtesse Antoine de Pracomtal • Monsieur Bernard Respaut • Madame Elisabetta Righini et Monsieur Craig Finch • Monsieur et Madame Michael Rosenthal • Monsieur et Madame Frédéric Samama • Monsieur et Madame Philippe Schöller • Monsieur et Madame Hans C. Schwab • Monsieur et Madame Tommaso Setari • Monsieur et Madame Olivier Solanet • Monsieur Eric Speeckaert • Monsieur Jean-Charles Speeckaert • Vicomte Philippe de Spoelberch et Madame Daphné Lippitt • Madame Anne-Véronique Stainier • Monsieur Didier Staquet et Madame Lidia Zabinski • De heer Karl Stas • Monsieur et Madame Philippe Stoclet • Monsieur Nikolaus Tacke et Madame Astrid Cuylits • De heer en mevrouw Coen Teulings • Monsieur et Madame Philippe Tournay • De heer en mevrouw Koen en Anouk Van Balen-Stulens • Monsieur et Madame Xavier Van Campenhout • De heer Marc Vandecandelaere • De heer Alexander Vandenbergen • Mevrouw Barbara Van Der Wee en de heer Paul Lievevrouw • Monsieur Michel Van Huffel • De heer Koen Van Loo • De heer en mevrouw Anton Van Rossum • De heer Johan Van Wassenhove • Monsieur et Madame Albert Wastiaux • Monsieur Luc Willame • Madame Danuta Zedzian • Monsieur et Madame Jacques Zucker
Bozar Circle
Monsieur Axel Böhlke et Madame Clara Huizink • Monsieur et Madame Paul De Groote • Monsieur Rodolphe Dulait • Madame Liliane Gam • Madame Valeria Onofrj • Sir Gabriel Smit Pergolizzi • De heer en mevrouw Remi en Evelyne Van Den Broeck• Monsieur Guillaume van Doorslaer et Madame Emily Defreyne
En onze Leden die anoniem wensen te blijven