Remember to turn down the brightness and mute your phone.

Terug naar het evenement

Víkingur Ólafsson

13 Maa.'26
- 20:00

Henry Le Boeufzaal

Johann Sebastian Bach (1685-1750)

Das wohltemperierte Klavier I, BWV 846-869 (1722)

  • Prelude nr. 9 in E, BWV 854


Ludwig van Beethoven (1770-1827)

Sonate voor piano nr. 27, op. 90 (1814)

  • Mit Lebhaftigkeit und durchaus mit Empfindung und Ausdruck
  • Nicht zu geschwind und sehr singbar vorgetragen 


Johann Sebastian Bach

Partita nr. 6 in e, BWV 830

  • Toccata
  • Allemande
  • Corrente
  • Air
  • Sarabande
  • Tempo di Gavotta
  • Gigue


Franz Schubert (1797-1828)

Sonate voor piano in e, D. 566 (1817)

  • Moderato
  • Allegretto


Ludwig van Beethoven

Sonate voor piano nr. 30 in E , op. 109 (1820)

  • Vivace ma non troppo – Adagio espressivo
  • Prestissimo
  • Andante molto cantabile ed espressivo et Variations I à VI


concert zonder pauze
duur: 75’

In het voorjaar van 1723 wordt Bach officieel aangesteld tot cantor van de Sint-Thomaskerk in Leipzig. Tijdens deze periode componeert hij een ononderbroken stroom van meesterwerken, in het bijzonder op het vlak van de gewijde muziek. Hij verliest de instrumentale muziek evenwel niet uit het oog en schrijft ook talrijke werken voor klavier. Uit deze fase stammen de Engelse suites, de Franse suites en de Inventionen.

Hij schreef er ook de reeks van zes Partitas. Elk van de Partitas voor klavecimbel begint met een uitgebreide introductie, gevolgd door een reeks van vier traditionele suitedansen (allemande, courante, sarabande en gigue), die de componist vermengt met uiteenlopende stukjes, ‘galanterieën’ genaamd (menuet, passe-pied, scherzo, burlesca, rondeau of aria), die niet noodzakelijk dansen zijn. Bach gaat in deze Partitas dus zeer vernieuwend te werk en breekt uit het strikte kader van de danssuite.

De Partita nr. 6 in e begint met een weidse Toccata, waarin Bach alle mogelijke tragische kleuren laat horen. Het centrale deel, een driestemmige fuga, bestaat uit geraffineerde polyfonie en wordt omringd door twee stukken vrije improvisatie. De rustige traditionele Allemande vervangt Bach door een plechtig, dramatisch stuk. Deze partituur wordt gekenmerkt door contrasterende ritmes, snelle loopjes en brede akkoorden die een gevoel van verwarde angst teweegbrengen. Dezelfde intensiteit zien we in de gesyncopeerde stijl van de Courante. Hijgend kondigt ze een kronkelend thema aan en wemelt van de harmonische subtiliteiten. Vervolgens mondt een lieflijke Air uit in een opgewekte sfeer. De eenvoud ervan is slechts schijn en de bas getuigt van Bachs onvermoeibare zoektochten op het terrein van het contrapunt. Hij contrasteert met de gekwelde Sarabande, die een improvisatorisch karakter heeft. De rijke ornamenten van dit stuk ondermijnen nooit de expressieve kracht ervan. Dan volgt een joviaal Tempo di gavotta, waarin de triolen van achtste noten een dynamisch contrast vormen met de gepunteerde noten. De afsluitende Gigue kondigt een energiek thema aan, dat wordt onderbroken door rusten. Bach ontwikkelt er een driestemmige fuga in een wondermooie polyfonie.

Tijdens de jaren in Köthen werkte Bach ook aan het eerste boek van Das wohltemperierte Klavier. De Prelude nr. 9 in E heeft een onweerstaanbare pastorale uitdrukking door het gebruik van de maatsoort in 12/8 met haar typische schommelende beweging en zachte schriftuur. 

Vanaf hun creatie, en meer nog in de 19e eeuw, werden Bachs preludes en fuga’s door alle klavierspelers, met bovenaan het lijstje Beethoven, als een echt ‘favoriet’ werk onthaald. Op zijn beurt rekte Beethoven de mogelijkheden van klaviermuziek wijd open. Via de 32 pianosonates van Beethoven kan men een parcours volgen dat de meest persoonlijke gevoelens en de denkwereld van de componist weerspiegelt.

Zijn Sonate nr. 27 in e (op. 90) is een klein, tweedelig werk. Het openingsdeel, Mit Lebhaftigkeit und durchaus mit Empfindung und Ausdruck, staat in de sonatevorm, maar het traditionele schema biedt hier weinig houvast. Na het krachtige eerste thema maken de vlugge loopjes de overgang naar een andere tonale sfeer, maar in plaats van het lyrische tweede thema laat Beethoven eerst nog een passage met hamerende pianoakkoorden volgen. De expositie wordt niet herhaald, maar mondt in een ononderbroken beweging uit in de doorwerking. Vreemd genoeg wordt daar enkel met melodisch materiaal uit het hoofdthema gewerkt, dat trouwens ook voor de coda de muzikale bouwstenen levert. Het lieflijke tweede deel (Nicht zu geschwind und sehr singbar vorgetragen) is als een rondo opgevat, waarbij het refrein (dat vijf keer terugkeert) wordt afgewisseld met thematisch en tonaal variërende strofes. Opmerkelijk is de bijzondere sfeer die Beethoven in dit deel weet te creëren. De dynamiek schommelt voortdurend rond piano of pianissimo (slechts enkele keren wordt forte voorgeschreven) en aanduidingen zoals dolce of teneramente garanderen de uitgesproken lyrische, volksliedachtige sfeer van dit deel.

In zijn laatste drie sonates (opus 109,110 en 111) verlaat Beethoven resoluut het keurslijf van de klassieke sonatestructuur. Het eerste deel van de Sonate nr. 30 in E (op. 109), Vivace ma non troppo, is vrijelijk geïnspireerd op het principe van de sonatevorm: twee onderscheiden ideeën met verschillende ritmische karakteristieken volgen elkaar op. Het eerste van de twee (Sempre legato) heeft een vrij ambigu karakter: het is tegelijk levendig en dromerig, uitgeschreven en geïmproviseerd. Het tweede (Adagio expressivo) heeft een traag tempo, zit vol arpeggio’s en is contrastrijk. De twee ideeën worden vrij vlug geëxposeerd, terwijl ze in de doorwerking beide (lichtelijk getransformeerd) worden hernomen. Het feit dat er geen maatstreep staat tussen het eerste en het tweede deel duidt overtuigend op het verlangen van Beethoven om beide zonder overgang aan elkaar te koppelen en zodoende een bruusk contrast te creëren.

Geheel tegen de conventies bewaart Beethoven de brede ontboezemingen voor het laatste deel, Andante, Gesangvoll, mit innigster Empfindung (zangerig, met de diepste gevoelens). Het zwaartepunt van het werk, normaal aan het eerste deel voorbehouden, is opzettelijk naar de finale verschoven: opnieuw geen sonatevorm, maar een ongewone reeks variaties. Het hoofdthema, rustig van adem en volledig in zichzelf gekeerd, bereikt een perfect evenwicht door een opbouw van tweemaal acht maten. De variaties die er op volgen zijn veel meer dan een decoratief commentaar of een verruimde klankvulling van het thema. Iedere variatie schetst een wisselende gemoedstoestand. De eerste (Molto espressivo) brengt een haast volkomen nieuwe melodie en een ander ritme. De statige sarabande van het begin is getransformeerd tot een soepele schubertiaanse wals, met enkele spaarzame versieringsnoten omringd. De complexe tweede variatie (Leggiermente) bevat niet minder dan drie nieuwe melodische gedaanten. In de derde variatie (Allegro vivace) lijkt het thema onherkenbaar. De staccatonoten van het begin vormen echter de basis waarop de harmonie van het thema steunt en ze zijn ook in de bas van de eerste maten terug te vinden. Beethoven laat vervolgens in de vierde variatie (Un poco meno andante) het thema in een vrije imitatieve beweging oplossen, met een climax in een dramatisch fortissimo. De vijfde variatie (Allegro ma non troppo) is nog vooruitstrevender en vermengt de twee strenge vormen waarin de componist nu bij voorkeur zijn diepste gevoelsleven blootgeeft: de variatie en de fuga. Hoewel men het basismateriaal hier quasi onmogelijk kan onderscheiden, vormt het toch het voedende bestanddeel van de muzikale gedachte. De laatste variatie (Tempo primo del tema) is als een soort coda opgevat en bevat op zichzelf eigenlijk weer vier variaties op het eerste deel van het thema. Tot slot verschijnt een laatste maal, onverbloemd en daardoor nog aangrijpender, de beginmelodie als in een waas van een verre herinnering.

De twee delen, Moderato en Allegretto, van Schuberts Sonate in e (D. 566) vormen een sonate die volledig in de lijn ligt van Beethovens Sonate nr. 27 in e (op. 90). Het openingsdeel, vol grootse poëzie, schittert door zijn ontrafeling en geconcentreerdheid. Deel twee werd duidelijk beïnvloed door het Rondo uit dezelfde sonate van Beethoven. Schuberts tweede beweging is in feite geen rondo maar een afgezwakte sonatevorm; zonder de spanningen en contrasten die inherent zijn aan deze compositievorm. Dit compositiedeel wordt gekarakteriseerd door een dactylisch ritme dat Schubert nog talloze jaren zou blijven obsederen.

Naar het Bozararchief

Víkingur Ólafsson

piano

Víkingur Ólafsson is een van de meest gevierde klassieke artiesten van het moment. Zijn door Deutsche Grammophon uitgebrachte cd’s Philip Glass Piano Works (2017), Bach Reworks (2018), Debussy/Rameau (2020), Mozart & Contemporaries (2021) en From Afar (2022) vonden wereldwijd diepe weerklank, met meer dan één miljard streams en talrijke onderscheidingen. Zo won Ólafsson voor zijn Goldberg Variations (2023) een Grammy Award. In november 2025 bracht hij zijn nieuwste album, Opus 109, uit waarin Beethovens Pianosonate nr. 30, op. 109 centraal staat. De New York Times noemt hem de ‘Glenn Gould van IJsland’.

20 Maa.'26 - 20:00

Swedish Radio Symphony Orchestra, Salonen & Wang

Ravel, Debussy & Sibelius 7

 

28 Maa.'26 - 20:00

Jan Lisiecki & Orchestre Philharmonique du Luxembourg

Beethoven & Strauss

 

4 Apr.'26 - 20:00

Seong-Jin Cho

Bach, Schumann & Chopin

 

14 Apr.'26 - 20:00

Orchestra dell'Accademia Nazionale di Santa Cecilia & Harding

Brahms & Elgar

 

15 Apr.'26 - 20:30

Thomas Enhco – Maki Namekawa

The Köln Concert / Keith Jarrett

 

3 Mei'26 – 15:00

Belgian National Orchestra, Schønwandt & Say

Protecting Nature

 

19 Mei'26 - 20:00

Six Pianos

12 Hands Play Reich, Eastman & Wolfe

 

7 Juni'26 - 11:00

Giorgi Gigashvili – ECHO Rising Star

Concert Croissant #14

 

12  Juni'26 - 20:00

Belgian National Orchestra, Hermus & Vondráček

Flamboyance

Bozar Maecenas

Patrick Derom Gallery • Monsieur et Madame Bertrand Ferrier • Baron en Barones Marnix Galle-Sioen • Baron Xavier Hufkens • Monsieur et Madame Laurent Legein • Madame Heike Müller • Monsieur et Madame Dominique Peninon • Monsieur et Madame Antoine Winckler • Monsieur et Madame Bernard Woronoff • Chevalier Godefroid de Wouters d'Oplinter

Bozar Honorary Patrons

Comte Etienne Davignon • Madame Léo Goldschmidt

Bozar Patrons

Monsieur et Madame Charles Adriaenssen • Madame Marie-Louise Angenent • Comtesse Laurence d'Aramon • Monsieur Jean-François Bellis • Baron et Baronne Berghmans • De heer Stefaan Bettens • Monsieur Philippe Bioul • Mevrouw Roger Blanpain-Bruggeman • Madame Laurette Blondeel • Comte et Comtesse Boël • Monsieur et Madame Thierry Bouckaert • Monsieur Thierry Boutemy • Madame Anny Cailloux • Madame Valérie Cardon de Lichtbuer • Madame Catherine Carniaux • Monsieur Jim Cloos et Madame Véronique Arnault • Mevrouw Chris Cooleman •  Monsieur et Madame Denis Dalibot • Madame Bernard Darty • De heer en mevrouw Philippe De Baere • Prince et Princesse de Chimay • De heer Frederic Depoortere en mevrouw Ingrid Rossi • Madame Louise Descamps • Madame Hélène Deslauriers • Monsieur Amand-Benoit D'Hondt • De heer Bernard Dubois • Madame Claudine Duvivier • Madame Dominique Eickhoff • Baron et Baronne William Frère • Baron et Baronne Pierre Gurdjian • De heer en mevrouw Philippe Haspeslagh - Van den Poel • Madame Susanne Hinrichs et Monsieur Peter Klein • Monsieur Jean-Pierre Hoa • Madame Bonno H. Hylkema • Madame Fernand Jacquet • Baron Edouard Janssen • Madame Elisabeth Jongen • Monsieur et Madame Jean-Louis Joris • Monsieur et Madame Adnan Kandiyoti • Monsieur Sander Kashiva • Monsieur Sam Kestens • Monsieur et Madame Klaus Körner • Monsieur Pierre Lebeau • Monsieur et Madame François Legein • Monsieur et Madame Charles-Henri Lehideux • Monsieur et Madame Philippe Le Hodey • Madame Gérald Leprince Jungbluth • Monsieur Xavier Letizia • Monsieur Bruno van Lierde • Madame Florence Lippens • Monsieur et Madame Clive Llewellyn • Monsieur et Madame Thierry Lorang • Madame Denise Louterman • Madame Olga Machiels-Osterrieth • De heer Peter Maenhout • Monsieur et Madame Alain Mallart • De heer en mevrouw Frederic Martens • Monsieur et Madame Dominique Mathieu-Defforey • De heer en mevrouw Frank Monstrey (urbion) • Madame Philippine de Montalembert • Madame Nelson • Monsieur Laurent Pampfer • Dr. Bram Peeters et Monsieur Lucas Van Molle • Madame Christine Perpette • Famille Philippson • Monsieur Gérard Philippson • Comte et Comtesse Antoine de Pracomtal • Monsieur Bernard Respaut • Madame Elisabetta Righini et Monsieur Craig Finch • Monsieur et Madame Michael Rosenthal • Monsieur et Madame Frédéric Samama • Monsieur et Madame Philippe Schöller • Monsieur et Madame Hans C. Schwab • Monsieur et Madame Tommaso Setari • Monsieur et Madame Olivier Solanet • Monsieur Eric Speeckaert • Monsieur Jean-Charles Speeckaert • Vicomte Philippe de Spoelberch et Madame Daphné Lippitt • Madame Anne-Véronique Stainier • Monsieur Didier Staquet et Madame Lidia Zabinski • De heer Karl Stas • Monsieur et Madame Philippe Stoclet • Monsieur Nikolaus Tacke et Madame Astrid Cuylits • De heer en mevrouw Coen Teulings • Monsieur et Madame Philippe Tournay • De heer en mevrouw Koen en Anouk Van Balen-Stulens • Monsieur et Madame Xavier Van Campenhout • De heer Marc Vandecandelaere • De heer Alexander Vandenbergen • Mevrouw Barbara Van Der Wee en de heer Paul Lievevrouw • Monsieur Michel Van Huffel • De heer Koen Van Loo • De heer en mevrouw Anton Van Rossum • De heer Johan Van Wassenhove • Monsieur et Madame Albert Wastiaux • Monsieur Luc Willame • Madame Danuta Zedzian • Monsieur et Madame Jacques Zucker 

Bozar Circle

Monsieur Axel Böhlke et Madame Clara Huizink • Monsieur et Madame Paul De Groote • Monsieur Rodolphe Dulait Madame Liliane Gam Madame Valeria Onofrj Sir Gabriel Smit Pergolizzi • De heer en mevrouw Remi en Evelyne Van Den Broeck• Monsieur Guillaume van Doorslaer et Madame Emily Defreyne  

En onze Leden die anoniem wensen te blijven