Dick is een portrettist die van menselijkheid houdt. Haar vroege werk is het bekendst, zoals Guérillère Talks (1978), geïnspireerd door de roman Les Guérillères van Monique Wittig. Ze filmde haar vrienden elk een hele filmrol lang op Super 8. Ze speelden zichzelf en dat leverde beelden op die zowel gewoon als buitengewoon zijn. Guérillère Talks legde de basis voor de aanpak die ze haar hele carrière lang volgde, en waarbij ze de Franse feministische filosofie, geschiedenis en politiek verweeft met de gefilmde banale waarnemingen.
In die periode ontwikkelde Dick ook een eigen filmtaal door de documentaire met de speelfilm te vermengen. Zo wisselde ze in Liberty’s Booty (1980) interviews met sekswerkers af met gesprekken met haar vrienden die zich in een denkbeeldig bordeel voordeden als sekswerkers.
In 1985 verhuisde Dick naar Londen. Ze bleef films maken en liet haar vrienden erin acteren, zoals in London Suite: Getting Sucked In (1990). De geacteerde portretten worden vermengd met banale documentaire beelden, zoals fragmenten van straattaferelen, vrienden in kraakpanden, of haar jonge zoon die met overgave op de sofa staat te dansen.
De politiek is nooit ver weg. Ze treedt niet op de voorgrond, maar zit vervat in het alledaagse en in de ervaringen van haar onderwerpen. In Visibility: Moderate (1981) sijpelt de politiek door in het verhaal van een Amerikaan die Ierland bezoekt. Dick becommentarieert zowel het imago van Ierland als de complexe realiteit van de antikoloniale oorlog in het noorden, de oude tradities die nog voortleven in, pakweg, de Puck Fair en de Blarney Stone, en bewerkte voorstellingen in advertenties en materiaal van de toeristische dienst.
In 1999 keerde Dick terug naar Ierland. De films die ze na 2000 uitbracht, zijn contemplatiever en staan stil bij het geweld van de genderongelijkheid, zoals Red Moon Rising (2015) waarin vrienden, performers en muzikanten ’s nachts in een felverlicht bos acteren. Het beeldwerk zit vervat in een landschap, want “we maken er deel van uit. Als we dat verloochenen, verloochenen we alles.”
Ook deze prent kent geen ontknoping, maar wel een reeks poëtische, gefragmenteerde proposities, een virtuoos camerawerk en een genuanceerde geluidsregie die meer diepgang verleent aan de emotie die haar unieke filmstijl oproept. Plezier, politiek en humor lopen als “gemismatchte invoegsels” door Dicks films heen. Ze verrassen en verrukken ons, maar herinneren ons tegelijkertijd aan de urgentie van de ervaring die we vandaag beleven.