Onlangs las ik de jongste essaybundel van Zadie Smith, Dood en levend. Daarin kruiste ik een gedachte aan die lang bleef nazinderen: "Dankzij de romans, schilderijen, gedichten en muziek van anderen word ik me ervan bewust dat iedereen anders is, ook al zitten we allemaal vast in deze kooi van vlees." Met dit in het achterhoofd stellen we bij Bozar ons programma samen. Niet vanuit het eigen grote gelijk maar vanuit nieuwsgierigheid en meerstemmigheid. Net als het leven is kunst tegelijk radicaal solitair én solidair. Kunst viert ons anders-zijn. Kunst viert ons samen-zijn. Tegelijk herinnert Smith er ons aan dat kunstenaars nooit op zichzelf staan. Wat oorspronkelijk en geniaal lijkt, schrijft Smith, is hooguit een herschikking van bestaande elementen.
Herschikken. Reassembling. Het is het motto van het nieuwe seizoen bij Bozar. Elk jaar nodigen we een Grand Invité uit als centrale gast. Die mag in de verschillende kamers van ons paleis logeren en daar andere gasten uitnodigen. William Kentridge en The Centre of the Less Good Idea bijten de spits af. De naam van de artistieke werkplek zegt het al. Vaak zijn het niet de geniale ideeën maar de omwegen – de ogenschijnlijk ‘minder goede ideeën’ – die nieuwe mogelijkheden openen.
Reassembling. Het betekent zowel anders samenstellen als opnieuw samenkomen. De retrospectieve Jean Brusselmans, de postume ontmoeting tussen Edith Dekyndt en modeontwerper Balenciaga, het actualiteitsprogramma Checkpoint Brussels dat Nederlands- en Franstaligen samenbrengt, de herdenking van John & Alice Coltrane in het gezelschap van zoon Ravi, het muziekfestival Total Immersion: het zijn evenzovele uitnodigingen om samen te komen en ons de wereld anders te verbeelden. Solidair in ons anders-zijn.