Welke rol speelde muziek in je kindertijd in Trinidad en Tobago?
Jeanine De Bique: “Muziek was altijd aanwezig in onze familie. Mijn grootmoeder zong regelmatig als soliste in onze Anglicaanse kerk, mijn moeder speelde orgel en piano toen ze nog een kind was, mijn zussen zaten in het schoolkoor, mijn vader luisterde graag naar classic rock en ik herinner me nog steeds het Phantom of the Opera album van mijn zus, waarvan ik alle teksten uit mijn hoofd leerde. Ik volgde een vergelijkbaar pad als mijn zussen wat dansen en pianospelen betreft, waarbij ik zowel klassieke muziek als onze traditionele volksmuziek leerde. Ik had zelfs een mondharmonica!”
Ook de kerk was dus een plek van samenzijn en samen zingen?
De Bique: “Elke zondag zongen we hymnen die gebaseerd waren op de werken van Johann Sebastian Bach en andere barokmeesters, ook al besefte ik dat toen nog niet. Die vroege herinneringen hebben mijn levenslange liefde voor muziek gevormd.
Ik had een déjà vu toen ik voor het eerst Bachs Matthäus-Passion uitvoerde met het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Terwijl ik het voor het eerst in zijn geheel hoorde, voelde het alsof ik thuis een dienst bijwoonde in de Anglicaanse kerk. Toen het koor bepaalde nummers zong, riep ik bijna halverwege de uitvoering uit: “Ik ken dit lied!” Op dat verstilde moment, met een verbaasde blik op de partituur, besefte ik dat het dezelfde muziek was, maar met een andere tekst.”
Het is bijzonder welke reis de muziek gemaakt heeft: eerst vanuit Europa, over de oceaan naar de Engelse koloniën en vervolgens terug naar Rotterdam, waar je was toen je je dit realiseerde.
De Bique: “Precies. En wat mij het meest verbaasde, was hoe nauw onze werelden met elkaar verbonden zijn door kolonisatie, slavernij, industrialisatie ... We proberen ons van elkaar af te zonderen, maar dat lukt ons simpelweg niet. Dat besef is een belangrijk onderdeel geworden van mijn missie: mensen laten zien hoe mooi die verbindingen kunnen zijn, hoeveel we van elkaar kunnen leren en elkaar kunnen waarderen. Muziek is het duidelijkste voorbeeld van deze verbinding.
Mensen vragen me vaak: ‘Is er klassieke muziek in het Caribisch gebied?’ En mijn antwoord is altijd: ‘Natuurlijk!’ Klassieke muziek kwam via de kolonisatie naar het Caribisch gebied. Die geschiedenis is pijnlijk en mag nooit worden vergeten. Wat we hebben geërfd hebben we getransformeerd tot een rijke muziekcultuur die onze veerkracht, diversiteit, creativiteit en eenheid weerspiegelt.”
Klassieke muziek was alom aanwezig in je jeugd, maar is er nog een andere kant aan je muzikale opvoeding die je ons wilt laten zien?
De Bique: “Op school ben ik me gaan wagen aan volksmuziek en calypso. Toen ik zo’n 7 of 8 jaar oud was, won ik zelfs de calypsowedstrijd van mijn basisschool en werd ik gekroond tot Calypso Queen of the Year met een calypso die mijn moeder voor mij had geschreven (lacht)."
"In Trinidad en Tobago is muziek overal. Iedereen zingt, danst en acteert. We zijn een uiterst expressieve, extraverte samenleving."
Er zijn twee projecten waarin je de twee tradities – klassiek en meer traditioneel – zal combineren. Eén daarvan is met het Amerikaanse ensemble Apollo’s Fire.
De Bique: “Met Apollo’s Fire buigen we ons over de vraag: wat gebeurde er in het Caribisch gebied in de achttiende eeuw en wat deden componisten als Händel, Purcell en Vivaldi in diezelfde periode? Jeannette Sorrell – muzikaal directeur van Apollo’s Fire – ontdekte samen met andere collega’s dat Händel via zijn investeringen financiële banden had met de slavenhandel. Voor mij maakt dat het gesprek nog complexer en de muziek nog betekenisvoller. Als zwarte vrouw uit het Caribisch gebied krijgt het uitvoeren van barokmuziek een persoonlijke lading. Ik wil de schoonheid van de muziek omarmen en tegelijkertijd de moeilijke geschiedenis die ermee verbonden is erkennen.”
Hoe ga je dit verhaal aan het publiek vertellen?
De Bique: “Met poëzie tussen de muziekstukken. In plaats van de barokke en Caribische tradities als afzonderlijke werelden te presenteren, leggen we de nadruk op de parallellen daartussen, vooral wat betreft hun verhalen en personages. Een aria uit Händels Alcina schetst het beeld van een tovenares, waarna een Caribisch volksverhaal volgt over het mysterieuze vrouwelijke personage La Diablesse. Als uitdrukking van veerkracht wordt een aria van Pepusch, O welcome gentle death, gecombineerd met een Haïtiaans begrafenislied dat het leven van de spreker viert en niet het verdriet om de dood. Gedurende het hele programma dient poëzie als een brug, waardoor de muziek en de verhalen elkaar weerspiegelen en onverwachte verbanden tussen het barokke Europa en het Caribisch gebied aan het licht brengen.”
De traditionele liederen zijn gearrangeerd voor een barokensemble. Zijn er uitdagingen bij dit proces, of komen er juist onverwachte schoonheden uit voort?
De Bique: “Traditioneel wordt Caribische volksmuziek uitgevoerd met instrumenten zoals de cuatro, gitaar, bongo’s, guiro en contrabas, naast vele andere instrumenten die uniek zijn voor de regio en die destijds waren toegestaan. Een van de vragen die ik me stelde was dus: wat zou er gebeuren als deze muziek opnieuw zou klinken door barokinstrumenten? Wat we ontdekten, was dat de combinatie verrassend natuurlijk aanvoelde. De snaarinstrumenten creëren prachtige nieuwe klankkleuren en texturen. In sommige van de langzamere liederen voegden de luit en de mandoline een echt gevoel van warmte en intimiteit toe. Bovendien hadden de blokfluit en percussie iets heel vertrouwd voor Caribische oren – het gevoel van beweging, het vertellen van verhalen, en zelfs de evocatie van natuur- en vogelgeluiden uit ons dagelijks leven. Uiteindelijk voelde het niet alsof twee verschillende muzikale tradities samenkwamen, maar alsof ze al die tijd al dezelfde taal spraken.”
Op 10 januari treed je samen met het Freiburger Barockorchester op met een uitsluitend Mozart-programma. Händel en Mozart lijken je altijd al te hebben begeleid. Wat trekt je zo aan in hun muziek?
De Bique: “Händel is een van de barokcomponisten die ik het meest uitvoer, hoewel niet de componist wiens werken ik het vaakst op het operapodium heb gebracht. Toen ik ongeveer zestien jaar oud was, was een van mijn eerste stukken van Mozart Alleluia uit Exultate Jubilate – een uitdagend coloratuurstuk dat mijn eerste zangdocent me soms liet zingen. Mozart en Händel hebben altijd aangevoeld als een juiste weg voor mijn stem. Hun muziek leert me wat mijn stem allemaal kan.”
Je hebt een veelzijdig repertoire aan rollen, waaronder Violetta, Micaela, Agathe, Cendrillon, Musetta en Bess. Blijven Mozart en Händel een referentiepunt?
De Bique: “Händel en Mozart helpen me bij elke rol om me zowel emotioneel als technisch te ontwikkelen. Händels Rodelinda is bijvoorbeeld een ware krachttoer, waarin de emotionele reis van een vrouw wordt gevolgd via zes virtuoze aria’s die een buitengewoon bereik aan klankkleur, expressie en vocale behendigheid vereisen. Voordat ik Violetta zong in La Traviata, werd ik gewaarschuwd voor de moeilijkheidsgraad van de rol en de vocale eisen. Daarop zeg ik: ‘er gaat niets boven het zingen van een Händel-heldin, en ik sta open voor nieuwe rollen.’ Ik kijk ernaar uit om componisten te ontdekken die nieuw voor me zijn en waar ik mijn talenten voor kan inzetten.”
Het laatste project is met het Belgisch Nationaal Orkest. Op het programma staat Gorecki’s Derde symfonie, maar ook een prachtige liederencyclus, André Previns Honey and Rue, met teksten van Toni Morrison.
De Bique: “Ik kijk enorm uit naar dit concert! En om André Previns Honey and Rue met orkest te zingen, want ik zing het al mijn hele carrière regelmatig tijdens recitals. Ik had ook het geluk om het stuk persoonlijk met de inmiddels overleden componist te repeteren, wat deze uitvoering voor mij bijzonder betekenisvol maakt. Tegelijkertijd kijk ik ernaar uit om de ‘nieuwe taal’ van Gorecki’s Derde symfonie te leren en de verbanden te ontdekken tussen deze twee opmerkelijke werken, die ons uitnodigen om na te denken over onze geschiedenis, ons lijden, vergeving, veerkracht en liefde. Ik verheug me oprecht op de nauwe samenwerking met dirigente Lidiya Yankovskaya en het orkest om deze krachtige verhalen en hun relevantie met het Belgische publiek te delen.”
Ontdek naast haar portretreeks bij Bozar ook haar concerten in De Munt, waaronder de titelrol in Gounods Roméo et Juliette.