Belgian National Orchestra, Schønwandt & Gens
17 Apr.'26
- 20:00
Henry Le Boeufzaal
Les nuits d'été, op. 7, H 81 (1841)
- I. Villanelle
- II. Le Spectre de la rose
- III. Sur les lagunes. Lamento
- IV. Absence
- V. Au cimetière. Clair de lune
- VI. L'Île inconnue
Pauze
Gustav Mahler (1860-1911)
Symfonie nr. 5 in cis-mineur (1902)
DEEL 1
- I. Trauermarsch. In gemessenem Schritt. Streng. Wie ein Kondukt
- II. Stürmisch bewegt. Mit größter Vehemenz
DEEL 2
- III. Scherzo: Kräftig, nicht zu schnell
DEEL 3
- IV. Adagietto. Sehr langsam
- V. Rondo-Finale. Allegro — Allegro giocoso. Frisch
Einde voorzien om 22:00
Dank aan de spelers van de Nationale Loterij, aan de Tax Shelter van de Belgische federale overheid via Casa Kafka Pictures.
Hector Berlioz, Les nuits d'été, op. 7, H 81 (1841)
Binnen het vocale oeuvre van Hector Berlioz nemen Les Nuits d’été een bijzondere plaats in. Opvallend genoeg heeft de componist zelf weinig nagelaten over het ontstaan ervan: noch in zijn memoires, noch in zijn brieven gaat hij uitvoerig op deze cyclus in. De zes liederen ontstonden rond 1840 en werden in 1841 eerst gepubliceerd in een versie voor zang en piano. Pas later, vanaf 1843 en vooral in de jaren 1850, orkestreerde Berlioz ze, waardoor ze hun kenmerkende klankrijkdom en expressieve diepte kregen.
De teksten zijn afkomstig uit La Comédie de la mort van zijn vriend Théophile Gautier. In deze zes gedichten verkent Berlioz verschillende facetten van de liefde — van de lichte, frisse sfeer van Villanelle tot de licht ironische melancholie van L’Île inconnue. Toch wordt de hele cyclus doordrongen van een gevoel van verlies en gemis. Wanneer de liederen als geheel worden uitgevoerd, ontstaat een doorlopende emotionele lijn waarin het verlangen uit het begin geleidelijk onbereikbaar wordt.
Die ontwikkeling weerspiegelt ook Berlioz’ persoonlijke leven. Tijdens het componeren liep zijn huwelijk met de actrice Harriet Smithson op zijn einde, en maakte vurige liefde plaats voor medeleven en afstand. Tegelijk ontmoette hij de zangeres Marie Recio, die later zijn partner werd en een belangrijke rol speelde in de verspreiding van onder meer Absence. Zonder expliciet autobiografisch te zijn, ademt de cyclus een sfeer van innerlijke ontgoocheling.
De latere orkestratie is veelzeggend. Hoewel Berlioz vaak werd bekritiseerd om zijn voorkeur voor grote orkestbezettingen, kiest hij hier voor een verfijnde en transparante benadering, waarin het orkest de zang subtiel ondersteunt en verrijkt. De muziek krijgt bijna het karakter van kamermuziek, met een fijnzinnige kleurenpracht: de dromerige sensualiteit van Le Spectre de la rose, de weemoed van Absence, de donkere klankwereld van Sur les lagunes en de verstilde poëzie van Au cimetière.
Als enige liedcyclus van Berlioz die volledig voor solostem is geschreven (in de orkestversie), gelden Les Nuits d’été vandaag als een mijlpaal in het repertoire. Tussen poëzie, nostalgie en verbeelding belichaamt deze cyclus de essentie van de Franse romantiek — een innerlijke wereld waarin droom en herinnering proberen vast te houden wat in de werkelijkheid al verloren is gegaan.
Gustav Mahler, Symfonie nr. 5 in cis-mineur (1902)
In zijn eerste vier symfonieën had Gustav Mahler een grootschalige studie opgezet van de moderne mens in een groeiend nieuw bewustzijn, namelijk de aanvaarding van de onmacht en de onrechtvaardigheid als noodzakelijk onderdeel van het menselijke bestaan. Het uitwerken van die idee in klanken verleent aan Mahlers muziek een op het eerste gezicht bijna humoristisch kantje, dat eigenlijk eerder als sarcasme bedoeld is. Bij Mahler worden de helderheid en diatoniek van de vroege romantiek verstoord door pastiche-achtige opwellingen die met een ruwe ondertoon de naïviteit van die romantiek aan de kaak stellen. Die tweeslachtigheid van Mahlers muziek weerspiegelt zo de gespletenheid van de culturele context in Wenen rond het einde van de negentiende eeuw. De welvaart en decadentie van de Habsburgmonarchie ontmoet hier de groeiende twijfel aan de houdbaarheid van de fragiele politieke luchtkastelen waarop die welvaart was gefundeerd. De gevolgen van die politieke en ideologische instabiliteit zijn in de twintigste eeuw pijnlijk zichtbaar geworden.
Mahlers Vijfde Symfonie is na drie symfonieën met vocale partijen opnieuw een volledig instrumentale symfonie. Meteen wijkt deze symfonie ook af van de stijl van zijn drie zogenaamde Wunderhorn-symfonieën. Mahler hanteert een stijl die veel meer geënt is op technische virtuositeit in orkestratie, die zelfs te rade gaat bij de polyfonie. Die verandering in muzikale toonspraak kwam niet uit de lucht gevallen, en sluit aan bij een conceptuele omslag die Mahler maakte in zijn werken. Zijn eerste symfonieën hadden allemaal een boodschap: de Eerste kwam oorspronkelijk als symfonisch gedicht ter wereld, met een vrij specifiek narratief verloop. In de Tweede en Derde (door de overvloedige toevoeging van vocale elementen bijna symfonische cantates) maakte Mahler een analyse van de rol van de mens in het universum, die hij in zijn Vierde hoopvol afrondde met een blik op het hiernamaals. Thematisch was die cyclus afgerond. In zijn Vijfde weerklinkt geen expliciet programma meer (vandaar dat vocale toevoegingen onnodig waren), maar wel een inneres Programm. Mahler gaat steeds autobiografischer schrijven en keert zich voor zijn existentiële analyse voortaan naar binnen.
De Vijfde was grotendeels het product van de voor Mahler erg vruchtbare zomer van 1901, zowel op muzikaal vlak (hij componeerde drie delen van wat zijn Vijfde Symfonie zou worden, en ook enkele liederen), maar ook op persoonlijk vlak. In die periode ontmoette Mahler immers Alma Schindler, de dochter van een landschapsschilder uit de kennissenkring van onder meer Gustav Klimt. Dirigent Bruno Walter beschreef de gemoedstoestand van zijn boezemvriend anno 1901 als volgt: “Hij voelt zich sterk, tegen het leven opgewassen. (…) We bezitten in de Vijfde een meesterwerk, dat zijn schepper toont op het hoogtepunt van zijn leven, zijn kracht, zijn kunnen.” Het is erg waarschijnlijk, althans volgens de legendarische Mahler-dirigent Willem Mengelberg, dat het beroemde Adagietto een liefdesverklaring is aan Alma.
De Vijfde Symfonie van Mahler bestaat uit vijf delen in plaats van de gebruikelijke vier. De symfonie wordt ingezet door de solotrompet, die met een herkenbaar motief de aandacht van de luisteraar vraagt. Het viernotenmotief doet denken aan de iconische openingsgeste van de beroemdste vijfde symfonie uit de orkestliteratuur, namelijk die van Beethoven. Dat is niet toevallig: ook in deze rijpe fase van zijn leven beschouwde Mahler Beethoven als lichtend voorbeeld en entte hij zijn symfonieën, nu abstracter, op het Beethoveniaans model van Kampf und Sieg, van tragedie naar triomf. Het eerste deel van Mahlers Vijfde kreeg de titel ‘Treurmars: als een begrafenisstoet’ mee. Door een werk van dergelijke epische proporties te openen met een treurmars maakt Mahler overigens een statement van formaat. De romantische ondertoon van goede afloop lijkt bij aanvang enigszins zoek. Na het trompetsignaal volgt de eigenlijke treurmars, die bij momenten stroperig tot ronduit sentimentalistisch klinkt: een eerste voorbeeld van Mahlers typische sarcasme. Ook in Mahlers Zesde en Zevende symfonie (die samen met de Vijfde diens middenperiode omspannen) blijkt de militaire mars een cruciale bouwsteen van zijn stijl.
Mahler beschouwde de tweede beweging, ‘Stormachtig, met de grootste hevigheid’, als het fundament van zijn symfonie. In een breed uitgestrekte sonatevorm valt hier vooral het grote contrast op tussen de twee thema’s: het hoofdthema (overigens vol motivische flarden uit het openingsdeel) is ronduit explosief, terwijl het elegische neventhema de hele andere kant van het spectrum bestrijkt. Die strijd tussen extremen mondt uit in een hoopvol koraal, dat evenwel snel getemperd wordt door een dramatische slotpassage.
In het Scherzo komt Mahlers contrapuntisch vernuft uitgesproken uit de verf. Het complexe kluwen van contrasterende passages is nauwkeurig gecoördineerd met de precisie van een architect. In meer dan enkel de plaatsing vormt het Scherzo het centrale deel van de vijfdelige symfonie. Mahler baseerde zich waarschijnlijk op Goethes gedicht An Schwager Kronos, waarin Kronos, de personificatie van de tijd, wordt aangespoord om het rad van het leven sneller te doen draaien, over alle obstakels heen. Doorheen de chaos is de roterende puls in driekwartsmaat onstuitbaar. Van uitzonderlijke kwaliteit is het delicate Adagietto voor strijkers en harp, dat het eigenlijke hart uitmaakt van deze symfonie. Eerder een lied zonder woorden, is dit deel inderdaad bedoeld als liefdesverklaring van Mahler aan Alma Schindler. In die richting wijst ook de thematische verwantschap tussen het hoofdthema van het Adagietto en het ‘liefdesblikmotief’ uit Wagners muziekdrama Tristan und Isolde – een muzikale hint die Alma, zelf ook muzikante, niet zal ontgaan zijn.
De finale van Mahlers Vijfde Symfonie is in alle opzichten tegenovergesteld aan het openingsdeel. Het exclusieve gebruik van grote tertstoonaarden getuigt van een grenzeloze energie die gerust als optimistisch mag worden beschreven. Extra interessant is het feit dat Mahler voor dit muzikale optimisme (voornamelijk) thematische flarden gebruikt van het liefdevolle Adagietto dat aan de finale voorafgaat. Op die manier kan deze symfonie geïnterpreteerd worden als een echt product van Mahlers muziekmetafysica. De componist verwerkt geen concrete buitenmuzikale betekenis in zijn symfonie, maar steunt wel op een abstract programma dat als het ware verinnerlijkt is. De overkoepelende structuur van het werk laat inderdaad de lezing toe van de symfonie als een groot crescendo van de treurmars naar de triomfalistische finale; van de mens die de aardse obstakels overwint en heil vindt in het transcendente, het bovenmenselijke. Het werk is echter geen vlucht voor het aardse leven, maar biedt troost in de gedachte dat ook het lijden, en de dood, onderdeel uitmaken van de zingeving van het leven. Per aspera ad astra: door de doornen naar de sterren.
Arne Herman
Hector Berlioz, Les nuits d'été, op. 7, H 81 (1841)
Naar La Comédie de la mort (1838) van Théophile Gautier
Villanelle
Quand viendra la saison nouvelle,
Quand auront disparu les froids,
Tous les deux nous irons, ma belle,
Pour cueillir le muguet aux bois ;
Sous nos pieds égrenant les perles
Que l'on voit au matin trembler,
Nous irons écouter les merles
Siffler.
Le printemps est venu, ma belle,
C'est le mois des amants béni,
Et l'oiseau, satinant son aile,
Dit des vers au rebord du nid.
Oh ! viens donc, sur ce banc de mousse
Pour parler de nos beaux amours,
Et dis-moi de ta voix si douce :
Toujours !
Loin, bien loin, égarant nos courses,
Faisons fuir le lapin caché,
Et le daim au miroir des sources
Admirant son grand bois penché ;
Puis chez nous, tout heureux, tout aisés,
En paniers enlaçant nos doigts,
Revenons, rapportant des fraises
Des bois.
Le Spectre de la rose
Soulève ta paupière close
Qu'effleure un songe virginal ;
Je suis le spectre d'une rose
Que tu portais hier au bal.
Tu me pris, encore emperlée
Des pleurs d'argent, de l'arrosoir,
Et parmi la fête étoilée
Tu me promenas tout le soir.
Ô toi qui de ma mort fus cause,
Sans que tu puisses le chasser,
Toutes les nuits mon spectre rose
À ton chevet viendra danser.
Mais ne crains rien, je ne réclame
Ni messe ni De profundis :
Ce léger parfum est mon âme,
Et j'arrive du paradis.
Mon destin fut digne d'envie:
Et pour avoir un sort si beau,
Plus d'un aurait donné sa vie,
Car sur ton sein j'ai mon tombeau,
Et sur l'albâtre où je repose
Un poète avec un baiser
Écrivit : Ci-gît une rose,
Que tous les rois vont jalouser.
Sur les lagunes. Lamento
Ma belle amie est morte :
Je pleurerai toujours
Sous la tombe elle emporte
Mon âme et mes amours.
Dans le ciel, sans m'attendre,
Elle s'en retourna ;
L'ange qui l'emmena
Ne voulut pas me prendre.
Que mon sort est amer !
Ah ! sans amour s'en aller sur la mer !
La blanche créature
Est couchée au cercueil.
Comme dans la nature
Tout me paraît en deuil !
La colombe oubliée
Pleure et songe à l'absent ;
Mon âme pleure et sent
Qu'elle est dépareillée !
Que mon sort est amer !
Ah ! sans amour s'en aller sur la mer !
Sur moi la nuit immense
S'étend comme un linceul ;
Je chante ma romance
Que le ciel entend seul.
Ah ! comme elle était belle
Et comme je l'aimais !
Je n'aimerai jamais
Une femme autant qu'elle.
Que mon sort est amer !
Ah ! sans amour s'en aller sur la mer !
Absence
Reviens, reviens, ma bien-aimée !
Comme une fleur loin du soleil,
La fleur de ma vie est fermée
Loin de ton sourire vermeil.
Entre nos cœurs quelle distance !
Tant d'espace entre nos baisers !
Ô sort amer ! ô dure absence !
Ô grands désirs inapaisés !
Reviens, reviens, ma belle aimée !
Comme une fleur loin du soleil,
La fleur de ma vie est fermée
Loin de ton sourire vermeil !
D'ici là-bas que de campagnes,
Que de villes et de hameaux,
Que de vallons et de montagnes,
À lasser le pied des chevaux!
Reviens, reviens, ma belle aimée !
Comme une fleur loin du soleil,
La fleur de ma vie est fermée
Loin de ton sourire vermeil !
Au cimetière. Clair de lune
Connaissez-vous la blanche tombe
Où flotte avec un son plaintif
L'ombre d'un if ?
Sur l'if une pâle colombe
Triste et seule au soleil couchant,
Chante son chant ;
Un air maladivement tendre,
À la fois charmant et fatal,
Qui vous fait mal,
Et qu'on voudrait toujours entendre ;
Un air comme en soupire aux cieux
L'ange amoureux.
On dirait que l'âme éveillée
Pleure sous terre à l'unisson
De la chanson,
Et du malheur d'être oubliée
Se plaint dans un roucoulement
Bien doucement.
Sur les ailes de la musique
On sent lentement revenir
Un souvenir ;
Une ombre une forme angélique
Passe dans un rayon tremblant,
En voile blanc.
Les belles de nuit, demi-closes,
Jettent leur parfum faible et doux
Autour de vous,
Et le fantôme aux molles poses
Murmure en vous tendant les bras :
Tu reviendras ?
Oh ! jamais plus, près de la tombe
Je n'irai, quand descend le soir
Au manteau noir,
Écouter la pâle colombe
Chanter sur la pointe de l'if
Son chant plaintif !
L'Île inconnue
Dites, la jeune belle,
Où voulez-vous aller ?
La voile enfle son aile,
La brise va souffler.
L'aviron est d'ivoire,
Le pavillon de moire,
Le gouvernail d'or fin ;
J'ai pour lest une orange,
Pour voile une aile d'ange,
Pour mousse un séraphin.
Dites, la jeune belle,
Où voulez-vous aller ?
La voile enfle son aile,
La brise va souffler.
Est-ce dans la Baltique ?
Dans la mer Pacifique ?
Dans l'île de Java ?
Ou bien est-ce en Norvège,
Cueillir la fleur de neige,
Ou la fleur d'Angsoka ?
Dites, dites, la jeune belle,
dites, où voulez-vous aller ?
Menez-moi, dit la belle,
À la rive fidèle
Où l'on aime toujours !
Cette rive, ma chère,
On ne la connaît guère
Au pays des amours.
Où voulez-vous aller ?
La brise va souffler.
Michael Schønwandt
Dirigent
Michael Schønwandt, geboren in Kopenhagen, geldt als een van de meest vooraanstaande Scandinavische dirigenten van zijn generatie. Hij was van 2000 tot 2011 muziekdirecteur van het Koninklijk Deens Orkest en de Koninklijke Opera, waarmee hij al sinds 1979 nauw verbonden is. Tussen 2015 en 2023 stond hij aan het hoofd van het Opéra Orchestre National de Montpellier, en sinds 2022 is hij associate conductor van het Belgian National Orchestra.
Hij werkte met tal van toporkesten wereldwijd, waaronder de Berliner en Wiener Philharmoniker, het Royal Concertgebouw Orchestra en het London Symphony Orchestra. Daarnaast is hij een vaste gast op grote operapodia zoals Covent Garden in Londen, de Opéra de Paris, De Munt in Brussel en de Wiener Staatsoper. Zijn operarepertoire is bijzonder breed en omvat werken van Mozart, Wagner, Verdi en Strauss tot Berg en Janáček.
Naast zijn operacarrière is Schønwandt ook een veelgevraagd symfonisch dirigent. Hij staat bekend als een toonaangevende vertolker van Deense muziek, en in het bijzonder van Carl Nielsen, van wie hij alle symfonieën en concerti opnam. Ook hedendaagse muziek neemt een belangrijke plaats in zijn werk in, met talrijke wereldcreaties op zijn naam.
Met een uitgebreide en bekroonde discografie en een blijvende internationale aanwezigheid blijft Schønwandt een belangrijke figuur op de concert- en operapodia wereldwijd.
Véronique Gens
Mezzosopraan
Véronique Gens behoort tot de meest geliefde Franse sopranen van haar generatie. Ze heeft een indrukwekkende carrière uitgebouwd in opera, concert, recital en opname, en geldt als een toonaangevende vertolkster van Mozart en het Franse repertoire.
Recente en toekomstige operaprojecten omvatten onder meer de Marschallin in Der Rosenkavalier in het Théâtre des Champs-Élysées, Emilia Marty in The Makropulos Case in Lille, en Madame Lidoine in Dialogues des Carmélites in München en Parijs. Daarnaast vertolkt ze belangrijke rollen in werken van Berlioz, Offenbach, Gluck en Charpentier op internationale podia zoals La Fenice, het Festival van Aix-en-Provence en het Teatro Real in Madrid.
Haar internationale doorbraak kwam met de rol van Donna Elvira in Don Giovanni, in de productie van Peter Brook onder leiding van Claudio Abbado. Haar repertoire omvat zowel de grote Mozartrollen (de Gravina, Vitellia, Fiordiligi) als de heldinnen uit de Franse tragédie lyrique (Iphigénie, Armide, Alceste), maar ook latere rollen zoals Alice Ford (Falstaff), Eva (Die Meistersinger) en Hanna Glawari (Die lustige Witwe). Daarnaast is ze wereldwijd actief als concert- en recitalzangeres.
Ze stond op de belangrijkste operapodia ter wereld, waaronder de Opéra national de Paris, Covent Garden in Londen, de Wiener Staatsoper, de Bayerische Staatsoper, De Munt in Brussel en festivals als Salzburg en Glyndebourne.
Haar uitgebreide discografie (meer dan tachtig opnames) werd bekroond met talrijke internationale prijzen. Zo ontving ze onder meer een Gramophone Award voor haar album Néère en werd ze in 2023 uitgeroepen tot “Artist of the Year” door Gramophone.
Véronique Gens werd onderscheiden als Chevalier in het Legioen van Eer, Commandeur des Arts et des Lettres en Officier in de Ordre national du Mérite.
Belgian National Orchestra
Het Belgian National Orchestra (BNO), dat werd opgericht in 1936, is de geprivilegieerde partner van Bozar. Het orkest staat sinds september 2022 onder leiding van chef-dirigent Antony Hermus, met Michael Schønwandt als geassocieerd dirigent. Het BNO is een trouwe partner van de Koningin Elisabethwedstrijd en treedt op met solisten van wereldformaat als Hilary Hahn, Thomas Hampson, Wynton Marsalis, Sergey Khachatryan en Roberto Alagna. Verder investeert het Belgian National Orchestra in de toekomstige generatie luisteraars en deinst het niet terug voor vernieuwende projecten, zoals met pop-rock-artiesten Ozark Henry en Stromae, en recent met Zaho de Sagazan en de Brusselse rapper Scylla. Het Belgian National Orchestra wordt ondersteund door de spelers van de Nationale Loterij en de Tax Shelter van de Belgische Federale Overheid via Casa Kafka Pictures.
Konzertmeister
Misako Akama
Eerste violen
Lev Adamov
Isabelle Chardon
Sarah Guiguet
Maria-Elena Boila
Defne Ekmekci
Annija Endija Kolerta
Anastasia Filippochkina
Françoise Gilliquet
Philip Handschoewerker
Akika Hayakawa
Andre Hosszu
Keika Kawashima
Timur Kolesnikov
Isabelle Rowland
Serge Stons
Tweede violen
Filip Suys
Ignacio Rodríguez Martínez de Aguirre
Nathalie Lefin
Marie Danielle Turner
Mickael Bonnay
Sophie Demoulin
Isabelle Deschamps
Pierre Hanquin
Anouk Lapaire
Oscar Lerma Barrero
Julien Olive
Sarah Orero
Ekaterina Philippovich
Ana Spanu
Altviolen
Ewelina Bielarczyk
Mihoko Kusama
Lucas Aerts
Frederik Camacho
Abraham Constantino Noguera
Sophie Destivelle
Katelijne Onsia
Daniel Poncela Montalban
Jorge Ramos
Silvia Tentori Montalto
Alberto Saldana
Edouard Thise
Cello’s
Dmitry Silvian
Harm Van Rheeden
Taras Zanchak
Solène Beaudet
Célia Brunet
Lesya Demkovych
Corentin Faure
Elisabeth Lefèbvre
Frederika Mareels
Duarte Matos
Contrabassen
Svetoslav Dimitriev
Miguel Meulders
Patricio Arias
Bruno Arteaga
Grecia Crehuet Ramos
Aykut Dursun
Dan Ishimoto
Tania Torres
Fluiten
Jérémie Fèvre
Federico La Rosa
Emmanuelle Blessig
Laurence Dubar
Hobo’s
Dimitri Baeteman
Irene Martin Sanchez
Bram Nolf
Klarinetten
Thierry Musotte
Lena La Mela
Vladimir Pavtchinsky
Fagotten
Bert Helsen
Rob Laethem
Filip Neyens
Hoorns
Anthony Devriendt
Bernard Wasnaire
Katrien Vintioen
Bart Cypers
Alexander Bosh Bert
Dries Laureyssens
Joannes Van Duffel
Trompetten
Leo Wouters
Andreu Vidal Siquier
Ward Opsteyn
Javier Navarro Elizari
Alvaro Garcia
Trombones
Guido Liveyns
Bruno De Busschere
Wim Matheeuwese
Tuba
Stephan Vanaenrode
Pauken
Nico Schoeters
Slagwerk
Katia Godart
Jun Daems
Koen Maes
Sander Vanderkloot
Harp
Annie Lavoisier
FRI 24.04 – 20:00
Classical Charisma
SUN 3.05 – 15:00
Protecting Nature
WED 13.05 – 20:00
Gala concert with Lea Desandre
An evening with Mozart and Rossini
25 → 30.05
Cello 2026
Bozar Maecenas
Patrick Derom Gallery • Monsieur et Madame Bertrand Ferrier • Baron en Barones Marnix Galle-Sioen • Baron Xavier Hufkens • Monsieur et Madame Laurent Legein • Madame Heike Müller • Monsieur et Madame Dominique Peninon • Monsieur et Madame Antoine Winckler • Monsieur et Madame Bernard Woronoff • Chevalier Godefroid de Wouters d'Oplinter
Bozar Fine Art Circle Founding Members
Mr and Mrs Ravi Bhansali • De Heer en Mevrouw Dirk Cavens • Monsieur Simon Devolder • Baron Xavier Hufkens • Monsieur Charles Riva
Bozar Patrons
Monsieur et Madame Charles Adriaenssen • Madame Marie-Louise Angenent • Madame Joséphine d’Ansembourg • Monsieur Werner d’Ansembourg • Comtesse Laurence d'Aramon • Monsieur Jean-François Bellis • Docteur Amine Benyakoub • Baron et Baronne Berghmans • De heer Stefaan Bettens • Monsieur Philippe Bioul • Mevrouw Roger Blanpain-Bruggeman • Madame Laurette Blondeel • Comte et Comtesse Boël • Monsieur et Madame Thierry Bouckaert • Monsieur Thierry Boutemy • Madame Anny Cailloux • Madame Valérie Cardon de Lichtbuer • Madame Catherine Carniaux • Madame Paloma Castro Martinez de Tejada • Monsieur Jim Cloos et Madame Véronique Arnault • Mevrouw Chris Cooleman • Monsieur Emile Culot • Madame Marguerite Culot • Monsieur et Madame Denis Dalibot • Madame Bernard Darty • De heer en mevrouw Philippe De Baere • Prince et Princesse de Chimay • De heer Frederic Depoortere en mevrouw Ingrid Rossi • Madame Louise Descamps • Madame Hélène Deslauriers • Monsieur Amand-Benoit D'Hondt • De heer Bernard Dubois • Madame Claudine Duvivier • Madame Dominique Eickhoff • Baron et Baronne William Frère • Baron et Baronne Pierre Gurdjian • De heer en mevrouw Philippe Haspeslagh - Van den Poel • Madame Susanne Hinrichs et Monsieur Peter Klein • Monsieur Jean-Pierre Hoa • Madame Bonno H. Hylkema • Madame Fernand Jacquet • Baron Edouard Janssen • Madame Elisabeth Jongen • Monsieur et Madame Jean-Louis Joris • Monsieur et Madame Adnan Kandiyoti • Monsieur Sander Kashiva • Monsieur Sam Kestens • Monsieur et Madame Klaus Körner • Monsieur Pierre Lebeau • Monsieur et Madame François Legein • Monsieur et Madame Charles-Henri Lehideux • Monsieur et Madame Philippe le Hodey • Madame Gérald Leprince Jungbluth • Monsieur Xavier Letizia • Monsieur Bruno van Lierde • Madame Florence Lippens • Monsieur et Madame Clive Llewellyn • Monsieur et Madame Thierry Lorang • Madame Denise Louterman • Madame Olga Machiels-Osterrieth • De heer Peter Maenhout • Monsieur et Madame Alain Mallart • De heer en mevrouw Frederic Martens • Monsieur et Madame Dominique Mathieu-Defforey • De heer en mevrouw Frank Monstrey (urbion) • Madame Philippine de Montalembert • Madame Nelson • Dr. Bram Peeters et Monsieur Lucas Van Molle • Famille Philippson • Monsieur Gérard Philippson • Comte et Comtesse Antoine de Pracomtal • Monsieur Bernard Respaut • Madame Elisabetta Righini et Monsieur Craig Finch • Monsieur et Madame Michael Rosenthal • Monsieur et Madame Frédéric Samama • Monsieur et Madame Philippe Schöller • Monsieur et Madame Hans C. Schwab • Monsieur et Madame Tommaso Setari • Monsieur et Madame Olivier Solanet • Monsieur Eric Speeckaert • Monsieur Jean-Charles Speeckaert • Madame Apolline de Spoelberch • Monsieur Guillaume de Spoelberch • Monsieur Paul de Spoelberch • Vicomte Philippe de Spoelberch et Madame Daphné Lippitt • Madame Anne-Véronique Stainier • Monsieur Didier Staquet et Madame Lidia Zabinski • De heer Karl Stas • Mevrouw Caroline Steyaert • Monsieur et Madame Philippe Stoclet • Monsieur Nikolaus Tacke et Madame Astrid Cuylits • De heer en mevrouw Coen Teulings • Monsieur et Madame Philippe Tournay • De heer en mevrouw Koen en Anouk Van Balen-Stulens • Monsieur et Madame Xavier Van Campenhout • De heer Marc Vandecandelaere • De heer Alexander Vandenbergen • Mevrouw Barbara Van Der Wee en de heer Paul Lievevrouw • Monsieur Michel Van Huffel • De heer Koen Van Loo • De heer en mevrouw Anton Van Rossum • De heer Johan Van Wassenhove • Monsieur et Madame Albert Wastiaux • Monsieur Luc Willame • Madame Danuta Zedzian • Monsieur et Madame Jacques Zucker
Bozar Circle
Monsieur Axel Böhlke et Madame Clara Huizink • Monsieur et Madame Paul De Groote • Monsieur Rodolphe Dulait • Madame Liliane Gam • Madame Valeria Onofrj • Mevrouw Natasja Peeters • Sir Gabriel Smit Pergolizzi • De heer en mevrouw Remi en Evelyne Van Den Broeck • Monsieur Guillaume van Doorslaer et Madame Emily Defreyne
En onze Leden die anoniem wensen te blijven