Chamber Orchestra of Europe, Ticciati & Frang
10 Feb.'26
- 20:00
Henry Le Boeufzaal
Sofia Gubaidulina (1931-2025)
Reflections on the theme B-A-C-H (arr. Gidon Kremer, 2006)
Robert Schumann (1810-1856)
Concerto voor viool en orkest, WoO 23 (1853)
pauze
Johann Sebastian Bach (1685-1750)
Ricercar a 6 (arr. Anton Webern, 1935)
Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)
Symphonie n° 41, KV 551, "Jupiter" (1788)
Duur: 105 min.
In de voetstappen van de Thomascantor
Geen componist werpt een langere schaduw dan Johann Sebastian Bach. Nochtans leek de oude Thomascantor voor de aanstormende jonge garde anno 1750 eerder een reliek uit een hopeloos oubollig en gekunsteld verleden. Al zijn compositorisch vernuft stond eenvoud en directe expressie enkel in de weg. Pas eind 18e eeuw leken de geesten rijp voor een geleidelijke herwaardering van de oude Bach en diens meesterschap van het contrapunt (het gelijktijdig combineren van verschillende melodische lijnen). “Bach is de vader, wij zijn de kinderen”, zo had Wolfgang Amadeus Mozart nog naar Johann Sebastians oudste zoon Carl Philipp Emanuel verwezen. Toch verdiepte diezelfde Mozart zich in het laatste decennium van zijn leven intensief in de partituren van Bach senior. Een generatie later zouden de romantici de oude Bach definitief op een voetstuk plaatsen als apostel van de muziek, niet langer een ambacht, maar de meest sublieme van alle kunsten. Meermaals citeerde Robert Schumann een brief van Carl Friedrich Zelter aan Goethe: “Alles in acht genomen is deze Leipzigse Cantor een goddelijke verschijning geweest: dat staat vast, maar is niet te verklaren.” Deze tendens tot verbondenheid met een illuster verleden zette zich door tot in de moderniteit. Componisten die door middel van citaat, parafrase of transcriptie rechtstreeks in dialoog treden met Bach zijn niet langer op één hand te tellen. Doorheen tweeënhalve eeuw muziekgeschiedenis valt dan ook een lijn te trekken van steeds intensievere interactie met de vereerde muzikale aartsvader. Deze tekst volgt die beweging en bespreekt de werken op dit programma in chronologische volgorde.
Kort nadat hij zich in 1781 in Wenen gevestigd had, knoopte Wolfgang Amadeus Mozart een jarenlange vriendschap aan met baron Gottfried van Swieten: diplomaat, keizerlijk bibliothecaris en groot muziekliefhebber. Elke zondagmiddag streek Mozart neer in diens salon om er te grasduinen in een indrukwekkende collectie manuscripten van Bach en Händel. Al snel had Mozart de microbe te pakken en begon hij een eigen partituurverzameling aan te leggen. In 1788 culmineerde zijn intensieve studie van de barokke meesters in wat zijn laatste symfonie zou worden. Deze Symfonie nr 41 in C, KV551 staat in Duitsland bekend als de “symfonie met de slotfuga”. In het opvallend lange en complexe laatste deel komt Mozart immers contrapuntisch ongezien spitsvondig uit de hoek. Niet alleen bouwt hij het hele deel op rond een uit vier noten bestaande cantus firmus van de renaissancecomponist Giovanni Pierluigi da Palestrina, aan het slot slaagt hij er bovendien in om deze melodie te combineren met vier andere thema’s uit verschillende delen van de symfonie. Een waar huzarenstuk!
De hele symfonie baadt in een feestelijke, zelfs aristocratische sfeer: een plechtstatige toonaard (do groot), majestueuze koperfanfares en nobel gepunte ritmes geven het eerste deel een ceremonieel karakter. In het langzame deel verwijst Mozart naar de meest verheven hofdans, de sarabande. Zelfs het anders zo rustieke menuet klinkt hier eerder statig. Met zoveel pomp and circumstance is het niet verwonderlijk dat de symfonie rond 1820 in Groot-Brittannië de bijnaam ‘Jupiter’ kreeg.
Ondanks haar uitgesproken optimistische karakter dateert de symfonie uit een waar annus horribilis. Op 29 juni 1788 verloren Mozart en zijn vrouw Constanze immers voor de derde maal een kindje. Hun dochtertje Theresia was amper zes maanden oud. Bovendien leek het Weense publiek wat uitgekeken op Mozarts pianoconcerten en opera’s. Voor het eerst moest hij de creatie van een nieuw concerto annuleren wegens tegenvallende ticketverkoop. Ook zijn opera Don Giovanni was in mei maar lauw onthaald. Gewend als hij was aan de riante levensstijl van een grootverdiener, had Mozart moeite om zich aan te passen aan een nieuwe financiële realiteit. In juni schreef hij de eerste van ruim twintig smeekbrieven om geldelijke hulp aan zijn logebroeder Michael Puchberg.
Het lijkt dan ook nauwelijks te vatten dat Mozart in deze crisiszomer van 1788 in een rotvaart maar liefst drie symfonieën (nrs 39-41) neerpende: een verbluffende uitbarsting van creativiteit. Dat er geen enkel bewijs van een compositieopdracht of een uitvoering tijdens Mozarts leven is overgeleverd, heeft waarnemers lang tot de conclusie geleid dat hij deze symfonieën louter uit artistieke noodzaak zou hebben geschreven. Dit lijkt echter weinig waarschijnlijk. Wellicht wilde Mozart, nu hij met zijn pianoconcerti veel moeilijker aan de bak bleek te komen, zich met dit drieluik heroriënteren in een competitieve markt. Hoe dan ook schiep Mozart met zijn Jupitersymfonie een onbetwist meesterwerk dat generaties latere componisten tot poolster zou dienen als het “onsterfelijke en ideale model van de symfonie” (dixit Felix Mendelssohn).
Hoewel Bach al sinds Robert Schumanns tienerjaren op diens muzikale landkaart verscheen, duurde het geruime tijd eer die interesse zich tot diepe liefde ontpopte. Herstellend van een diepe psychologische crisis stortte hij zich medio jaren 1840 met kenmerkende overgave in een ware ‘Fugenpassion’. Deze doorgedreven studie had zelfs tot gevolg dat Schumann zijn werkmethode veranderde: voortaan componeerde hij volledig in het hoofd, zonder piano. In de jaren nadien bleef Bach een constante metgezel: met zijn koren in Dresden en Düsseldorf voerde hij diens vocale meesterwerken uit, en samen met Mendelssohn ijverde hij voor wat de eerste integrale uitgave van Bachs oeuvre zou worden. Bovenal drong Bachs geest diep door in zijn muziek, die in de tweede helft van zijn leven op steeds klassiekere leest geschoeid werd, weg van de grillige excessen van zijn vroege werken. Zo schreef hij niet alleen een aanzienlijk corpus aan fuga’s bijeen (waaronder één gebaseerd op het BACH-motief), maar voorzag hij in 1853 Bachs Sonates en Partita’s voor viool solo ook van eigen klavierbegeleidingen.
De interesse in het werk van Bach en diens tijdgenoten laat zich ook voelen in het Vioolconcerto in d dat Schumann eveneens in 1853 schreef. Zo refereert het statige openingsthema – net als de opening van de Jupitersymfonie – aan de barokke ouverture en lijkt de opvallend strikte scheiding tussen solo- en orkestpassages eerder terug te kijken naar Vivaldi dan naar Schumanns eigen Pianoconcerto waar solist en orkest nog veel hechter verweven waren. Schumann schreef het concerto voor de 22-jarige virtuoos Joseph Joachim, wiens interpretatie van Beethovens Vioolconcerto Robert en zijn echtgenote Clara diep had geraakt. Joachim had Schumann zelfs de partituur van het Beethovenconcerto cadeau gegeven met de bede “dat Beethovens voorbeeld u mag inspireren uit uw diepe bron een werk voor de arme violisten die het zo aan het verhevene voor hun instrument ontbeert te laten opborrelen.”
Ondanks een aanval van ischias bleef Schumann met grote energie componeren zodat de première van het werk gepland kon worden voor oktober 1853. Het zou echter nooit zo ver komen. Schumanns groeiende onvermogen om zijn taken als muziekdirecteur van de stad Düsseldorf naar behoren te volbrengen, manifesteerde zich steeds nadrukkelijker. Concerten werden onder druk van het bestuur van de plaatselijke muziekvereniging afgelast en in november kreeg hij zelfs een verbod opgelegd nog muziek van andere componisten te dirigeren. In februari 1854 volgde de grote crisis: na dagen van helse mentale kwellingen trachtte Schumann zich in de Rijn te verdrinken. Na deze mislukte zelfmoordpoging bracht hij de twee jaar die hem nog restten door in een instelling in Endenich.
Schumanns geestesziekte heeft het lot van zijn Vioolconcerto volledig bepaald. Hoewel Joachim het werk tweemaal met orkest repeteerde, besloot hij dat “een zeker verbleken van Schumanns geestkracht helaas onmiskenbaar is.” Samen met Johannes Brahms overtuigde hij Clara om het concerto dan ook niet te laten uitgeven. Pas in 1937 zou Yehudi Menuhin in New York eindelijk de première spelen. Verontwaardigd dat een Joodse solist de primeur van een herontdekt Arisch meesterwerk voor hun neus zou wegkapen, besloten de Nazi’s hem de loef af te steken. Op 26 november 1937 hield Georg Kulenkampff het concerto boven het doopvont, te midden van veel door Joseph Goebbels georkestreerde bombarie. Zowel de goedbedoelde censuur van Schumanns naasten als de Arische kaping hebben Schumanns Vioolconcerto geen dienst bewezen. Gelukkig zijn de geesten intussen rijp om de partituur op haar eigen merites te beoordelen.
Ook Anton Webern koesterde een levenslange devotie aan oude polyfonie (getuige zijn doctoraat over de muziek van Heinrich Isaac). Zijn orkestratie van het zesstemmige ricercar uit Bachs contrapuntische magnum opus Das musikalisches Opfer dateert uit 1934-35. In lijn met de zogenaamde ‘Klangfarbenmelodie’ van zijn leraar Schönberg zet zijn arrangement in op voortdurend evoluerende klankkleuren en kamermuzikale effecten, weg van de massiviteit van het 19de-eeuwse orkest.
Op haar beurt adoreerde Sofia Gubaidulina zowel Bach als Webern als “de twee persoonlijkheden in de muziekgeschiedenis die de grootste indruk op me hebben nagelaten.” Reflections on the Theme B-A-C-H is haar muzikale antwoord op Bachs andere grote samenvatting van zijn contrapuntisch kunnen, de Kunst der Fuge. Gubaidulina neemt drie thema’s uit de onvoltooide fuga waarmee Bachs laatste manuscript eindigt als vertrekpunt voor haar eigen compositie. Het derde van deze thema’s is de muzikale verklanking van de letters van Bachs naam, een melodie die eerder ook Schumann, Liszt en Busoni tot hun eigen Bach-hommages had geïnspireerd.
Elias Van Dyck
Geschreven in opdracht van de Singel. We danken hen voor het gebruik van deze tekst.
Chamber Orchestra of Europe
In 1981 richtte een groep jonge alumni van het European Community Youth Orchestra (EUYO) een nieuw orkest op: het Chamber Orchestra of Europe. Het orkest telt momenteel 60 leden die stuk voor stuk parallelle carrières als orkestaanvoerder of kamermusicus onderhouden. Het orkest heeft geen vaste dirigent, maar werkt samen met gastdirigenten met wie het een bijzonder hechte artistieke relatie opbouwt: o.a. Claudio Abbado, Nikolaus Harnoncourt en Bernard Haitink. Vandaag zijn Sir Simon Rattle, András Schiff, Yannick Nézet-Séguin, Antonio Pappano en Robin Ticciati ereleden. Het Chamber Orchestra of Europe is orkest in residentie in Schloss Esterházy in Eisenstadt en het Casals Forum in Kronberg.
Robin Ticciati
muzikale leiding
Robin Ticciati is muziekdirecteur van het Glyndebourne Festival en erelid van het Chamber Orchestra of Europe. Van 2007 tot 2018 was hij chef-dirigent van het Scottish Chamber Orchestra en van 2017 tot 2024 leidde hij het Deutsches Symphonie-Orchester Berlin. Daarnaast is hij een graag geziene gast bij het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, het Budapest Festival Orchestra en het London Philharmonic. Ticciati dirigeerde in de operahuizen van Milaan, Wenen, Berlijn en New York. Robin Ticciati studeerde muziek aan de universiteit van Cambridge en beschouwt Sir Colin Davis en Sir Simon Rattle als belangrijke mentoren in zijn dirigeercarrière.
Vilde Frang
viool
Vilde Frang behoort tot de voorhoede van de grote violisten van vandaag. Ze treedt op met alle internationale toporkesten, van de Wiener en Berliner Philharmoniker tot het Los Angeles Philharmonic en het NHK Symphony Orchestra, en onder leiding van uiteenlopende dirigenten als Sir Simon Rattle, Esa-Pekka Salonen en René Jacobs. Haar opnamen verschijnen exclusief bij Warner Classics en kregen talrijke onderscheidingen als de Grand Prix du Disque, Edison Klassiek, Diapason d’Or en Gramophone Award. Op haar meest recente opname, Elgars Vioolconcerto werd ze bijgestaan door Robin Ticciati en het DSO Berlin. Vilde Frang bespeelt de ‘Rode’ Guarnerius uit 1734.
viool
Marieke Blankestijn (Leader Chair Supported by Dasha Shenkman)
Maia Cabeza
Sophie Besancon
Fiona Brett
Christian Eisenberger
Lucy Gould
Rosa Hartley
Mairead Hickey
Sarah Kapustin
Fiona Mccapra
Stefano Mollo
Peter Olofsson
Joseph Rappaport
Håkan Rudner
Henriette Scheytt
Martin Walch
Elizabeth Wexler
Katrine Yttrehus
altviool
Pascal Siffert
Göran Fröst
Claudia Hofert
Wouter Raubenheimer
Riikka Repo
Dorle Sommer
cello
Richard Lester (Principal Cello Chair Supported by an Anonymous Donor)
Marie Bitlloch
Henrik Brendstrup
Luise Buchberger
Sally Pendlebury
contrabas
Enno Senft (Principal Bass Chair Supported by Sir Siegmund Warburg’s Voluntary Settlement)
Håkan Ehren
Philip Nelson
fluit
Clara Andrada (Principal Flute Chair Supported by The Rupert Hughes Will Trust)
Maria Ose
hobo
Philippe Tondre (Principal Oboe Chair Supported By The Rupert Hughes Will Trust)
Camilla Del Pozo
klarinet
Kevin Spagnolo
Marie Lloyd
fagot
Rie Koyama (Principal Bassoon Chair Supported by The 35th Anniversary Friends)
Christopher Gunia
hoorn
Benoît De Barsony
Elizabeth Randell
trompet
Neil Brough (Principal Trumpet Chair Supported by The Underwood Trust)
Julian Poore
trombone
Karl Frisendahl
pauken
John Chimes (Principal Timpani Chair Supported by The American Friends)
harp
n.n.
management
Peter Readman, voorzitter
Simon Fletcher, algemeen directeur
Tiago Carvalho, project- en regiemanager
Camilla Follett, manager planning en personeel
Coralia Galtier, manager ontwikkeling
Derri Lewis, project- en tourmanager, bibliothecaris
Giovanni Quaglia, project- en financieel manager
Bozar Maecenas
Patrick Derom Gallery • Monsieur et Madame Bertrand Ferrier • Baron en Barones Marnix Galle-Sioen • Baron Xavier Hufkens • Monsieur et Madame Laurent Legein • Madame Heike Müller • Monsieur et Madame Dominique Peninon • Monsieur et Madame Antoine Winckler • Monsieur et Madame Bernard Woronoff • Chevalier Godefroid de Wouters d'Oplinter
Bozar Honorary Patrons
Comte Etienne Davignon • Madame Léo Goldschmidt
Bozar Patrons
Monsieur et Madame Charles Adriaenssen • Madame Marie-Louise Angenent • Comtesse Laurence d'Aramon • Monsieur Jean-François Bellis • Baron et Baronne Berghmans • De heer Stefaan Bettens • Monsieur Philippe Bioul • Mevrouw Roger Blanpain-Bruggeman • Madame Laurette Blondeel • Comte et Comtesse Boël • Monsieur et Madame Thierry Bouckaert • Monsieur Thierry Boutemy • Madame Anny Cailloux • Madame Valérie Cardon de Lichtbuer • Madame Catherine Carniaux • Monsieur Jim Cloos et Madame Véronique Arnault • Mevrouw Chris Cooleman • Monsieur et Madame Denis Dalibot • Madame Bernard Darty • De heer en mevrouw Philippe De Baere • Prince et Princesse de Chimay • De heer Frederic Depoortere en mevrouw Ingrid Rossi • Madame Louise Descamps • Madame Hélène Deslauriers • Monsieur Amand-Benoit D'Hondt • De heer Bernard Dubois • Madame Claudine Duvivier • Madame Dominique Eickhoff • Baron et Baronne William Frère • Baron et Baronne Pierre Gurdjian • De heer en mevrouw Philippe Haspeslagh - Van den Poel • Madame Susanne Hinrichs et Monsieur Peter Klein • Monsieur Jean-Pierre Hoa • Madame Bonno H. Hylkema • Madame Fernand Jacquet • Baron Edouard Janssen • Madame Elisabeth Jongen • Monsieur et Madame Jean-Louis Joris • Monsieur et Madame Adnan Kandiyoti • Monsieur Sander Kashiva • Monsieur Sam Kestens • Monsieur et Madame Klaus Körner • Monsieur Pierre Lebeau • Monsieur et Madame François Legein • Monsieur et Madame Charles-Henri Lehideux • Monsieur et Madame Philippe Le Hodey • Madame Gérald Leprince Jungbluth • Monsieur Xavier Letizia • Monsieur Bruno van Lierde • Madame Florence Lippens • Monsieur et Madame Clive Llewellyn • Monsieur et Madame Thierry Lorang • Madame Denise Louterman • Madame Olga Machiels-Osterrieth • De heer Peter Maenhout • Monsieur et Madame Alain Mallart • De heer en mevrouw Frederic Martens • Monsieur et Madame Dominique Mathieu-Defforey • De heer en mevrouw Frank Monstrey (urbion) • Madame Philippine de Montalembert • Madame Nelson • Monsieur Laurent Pampfer • Dr. Bram Peeters et Monsieur Lucas Van Molle • Madame Christine Perpette • Famille Philippson • Monsieur Gérard Philippson • Comte et Comtesse Antoine de Pracomtal • Monsieur Bernard Respaut • Madame Elisabetta Righini et Monsieur Craig Finch • Monsieur et Madame Michael Rosenthal • Monsieur et Madame Frédéric Samama • Monsieur et Madame Philippe Schöller • Monsieur et Madame Hans C. Schwab • Monsieur et Madame Tommaso Setari • Monsieur et Madame Olivier Solanet • Monsieur Eric Speeckaert • Monsieur Jean-Charles Speeckaert • Vicomte Philippe de Spoelberch et Madame Daphné Lippitt • Madame Anne-Véronique Stainier • Monsieur Didier Staquet et Madame Lidia Zabinski • De heer Karl Stas • Monsieur et Madame Philippe Stoclet • Monsieur Nikolaus Tacke et Madame Astrid Cuylits • De heer en mevrouw Coen Teulings • Monsieur et Madame Philippe Tournay • De heer en mevrouw Koen en Anouk Van Balen-Stulens • Monsieur et Madame Xavier Van Campenhout • De heer Marc Vandecandelaere • De heer Alexander Vandenbergen • Mevrouw Barbara Van Der Wee en de heer Paul Lievevrouw • Monsieur Michel Van Huffel • De heer Koen Van Loo • De heer en mevrouw Anton Van Rossum • De heer Johan Van Wassenhove • Monsieur et Madame Albert Wastiaux • Monsieur Luc Willame • Madame Danuta Zedzian • Monsieur et Madame Jacques Zucker
Bozar Circle
Monsieur Axel Böhlke et Madame Clara Huizink • Monsieur et Madame Paul De Groote • Monsieur Rodolphe Dulait • Madame Liliane Gam • Madame Valeria Onofrj • Sir Gabriel Smit Pergolizzi • De heer en mevrouw Remi en Evelyne Van Den Broeck• Monsieur Guillaume van Doorslaer et Madame Emily Defreyne
En onze Leden die anoniem wensen te blijven