Czech Philharmonic, Bychkov & Gabetta
20 Apr.'26
- 20:00
Henry Le Boeufzaal
Antonín Dvořák (1841-1904)
Carnival Ouverture, op. 92 (1891)
Edward Elgar (1857-1934)
Concerto voor cello en orkest in e klein, op. 85 (1919)
I. Adagio; Moderato
II. Lento; Allegro molto
III. Adagio
IV. Allegro - Allegro, ma non troppo
Pauze
Igor Stravinsky (1882-1972)
Le Sacre du Printemps, Tableaux de la Russie païenne en deux parties (1913)
Duur: 155 min.
Tweetalige inleiding door Klaas Coulembier om 19:15 in de Hortahal.
Uit het leven gegrepen
In 1892 trok Antonín Dvořák naar de Verenigde Staten om er directeur te worden van het National Conservatory of Music. Kort voor zijn trans-Atlantische reis componeerde hij drie concertouvertures, geïnspireerd door respectievelijk de natuur, het leven en de liefde. Carnival is de tweede ouverture in deze reeks. Het idee om muziek te schrijven die bepaalde taferelen uitdrukt vond hij in de symfonische gedichten van Franz Liszt. Dvořák dirigeerde de première in Praag en nam de partituur meteen mee naar de VS, waar hij het werk speelde tijdens zijn eerste concert op Amerikaanse bodem, in Carnegie Hall. De Tsjechische volksmuziek is subtiel aanwezig in de melodieën en akkoorden van het werk, en zo bracht Dvořák een stukje van zijn thuisland mee op zijn internationale avontuur.
Zelf liet hij het volgende optekenen over dit werk: “De eenzame, peinzende wandelaar bereikt bij valavond de stad, waar een carnavalsfeest wordt gehouden. Van overal hoort hij het geluid van muziekinstrumenten, vermengd met vreugdekreten en de ongebreidelde hilariteit van mensen die hun gevoelens uiten in liederen en dansmelodieën.”
Het feestgedruis wordt van bij de eerste noten ingezet door het hele orkest, met een glansrol voor de percussie. Het idee van de eenzame wandelaar vinden we terug in enkele zachte passages, maar de vreugde en festiviteit overheersen. In het langzame middendeel horen we in de meeslepende solo voor althobo al een vooruitblik op de beroemde langzame beweging uit de Negende symfonie "Uit de Nieuwe Wereld".
Met dank aan Jacqueline du Pré
De uitbundigheid van Dvořáks ouverture staat in schril contrast met het overwegend donkere celloconcerto van Edward Elgar. Dit was het laatste grootschalige werk dat de Britse componist aan het muziekpapier toevertrouwde. Wie Elgar associeert met de opgewekte en patriottistische muziek van de Pomp and Circumstance marsen, leert bij het beluisteren van dit concerto een heel andere kant van de man kennen. Die melancholie en tristesse heeft alles te maken met het moment waarop Elgar het idee kreeg voor dit concerto. De inspiratie voor de openingsmaten kwam plots in maart 1918, toen hij het ziekenhuis verliet na een ingreep aan zijn amandelen. De Eerste Wereldoorlog liep toen op zijn einde en had de wereld danig op zijn kop gezet. Hij kon in het landelijke Sussex verder werken aan de partituur en zette de dubbele maatstreep in augustus 1919. In de eerste beweging zijn er enkele momentjes van hoop, maar de sfeer blijft beladen. Ondanks alle melancholie eindigt het werk eerder optimistisch. Het einde van de oorlog bracht opnieuw hoop, maar toch zou Elgar na 1920 geen grote werken meer componeren. Hij leed zwaar onder de dood van zijn vrouw Alice en moest ook vaststellen dat zijn muziek niet meer zo goed in de markt lag. Hij bleef wel nog actief, en maakte volop gebruik van de recent ontwikkelde technologie rond grammofoonopnames, maar grote meesterwerken zouden niet meer volgen.
Dat dit concerto als een meesterwerk gezien wordt, is trouwens ook iets wat Elgar zelf niet meer meemaakte. De première op 27 oktober 1919 was een regelrechte mislukking. Elgar had te weinig tijd gekregen om met het orkest te werken. De partituur oogt niet bijzonder complex, maar vraagt wel een doorleefde uitvoering. Bovendien had het toenmalige publiek ook andere verwachtingen bij een concerto. De virtuositeit en bravoure is in dit werk immers ondergeschikt aan intimiteit en emotionele diepgang. Pas toen Jacqueline du Pré het werk in de jaren 1960 voor het voetlicht bracht, werd het concerto naar waarde geschat en werd het een volwaardig deel van het repertoire.
De vier bewegingen van het concerto zijn per twee gegroepeerd, waarbij de eerste twee naadloos in elkaar overlopen. Muzikale motieven komen ook doorheen het werk terug, wat zorgt voor een sterk gevoel van eenheid. Het markante begin van het eerste deel, met akkoorden in drie- en vierdubbelgrepen, zet meteen de aandacht op scherp en wordt gevolgd door een wiegend thema. Via diezelfde akkoorden in pizzicato komen we in de tweede beweging terecht, waar nieuw muzikaal materiaal voor een nerveus scherzo-karakter zorgt.
In het derde deel, de klassieke langzame beweging, wordt het lyrisch potentieel van de cello ten volle benut. Met zijn gevoel voor harmonie creëert Elgar de perfecte klankomgeving voor een aangrijpende melodie die haast Wagneriaans is in proportie en spankracht. De overgang tussen het derde en vierde deel wordt wat vertroebeld door een uitgebreide cadens voor de cello, waarna uiteindelijk de hoopgevende finale wordt ingezet. Hier en daar horen we zelfs kleine echo’s van Pomp and Circumstance Nr. 1, alsof Elgar toch even teruggrijpt naar de ongeschonden wereld van voor de Eerste Wereldoorlog.
Schandaal!
Liep de première van Elgars celloconcerto af met een sisser, dan was het tegendeel waar voor Le Sacre du Printemps van Igor Stravinski. De muziek en choreografie verhitte op 29 mei 1913 de gemoederen in het gloednieuwe Parijse Théâtre des Champs-Élysées. De verhalen over de eerste uitvoering nemen vaak mythische proporties aan en Stravinski zelf liet niet na om het schandaal in de verf te zetten. Liet Le Sacre du Printemps echt een schokgolf door het Europese muziekleven gaan? Was de partituur echt zo revolutionair dat ze de toeschouwers op slag verdeelde? Werd er echt fysiek geweld gebruikt in de zaal? Het antwoord op die vragen is wel degelijk ‘ja’, maar zoals in elk overgeleverd verhaal speelt er meer mee dan je op het eerste gezicht zou vermoeden.
Zo kan de verdeeldheid onder het publiek dat die avond was samengekomen in het gloednieuwe Théâtre niet los gezien worden van de sociologische situatie in Parijs. In de loges vond je de rijke bourgeoisie, voor wie het bij ballet en muziek zowel om de kunst zelf ging als om het ‘zien en gezien worden’. Op de goedkopere plaatsen vond je de bohémiens: gedreven door een artistieke impuls, hongerig naar de nieuwste trends. De voorstelling van Le Sacre, die op meer dan één manier afstand nam van de geldende waarden binnen de ballet- en muziekwereld, had dan ook een fundamenteel andere uitwerking op beide groepen.
Le Sacre du Printemps werd in het programmaboekje aangekondigd als Tableaux de la Russie païenne en deux actes: beelden van een heidens Rusland. Het verhaal verwijst naar volkse groepsdansen in adoratie van de natuur, waarbij één vrouw geofferd wordt aan Moeder Aarde en zichzelf de dood in danst. Het Parijse publiek was gek op dit soort exotische thema’s, waarin impliciet de primitieve Russische cultuur ondergeschikt werd gemaakt aan de meer ontwikkelde Franse cultuur. De grote paradox van Le Sacre du Printemps is dat een werk dat zich zo sterk op een primitief folkloristisch uitgangspunt richt, zou uitgroeien tot een startschot voor het modernisme.
Naast de revolutionaire choreografie is er natuurlijk de waanzinnige partituur van Stravinski. Als je zijn eerdere werken bekijkt, met name De Vuurvogel en Petroesjka, komt de vernieuwing van Le Sacre niet uit de lucht gevallen. Wel is het zo dat aspecten van zijn vroegere muziek (dissonante akkoorden, asymmetrische ritmes, hyperexpressiviteit) nu veel radicaler uitgewerkt worden. De aanhoudende ritmische energie en onvoorspelbare impulsen bereiken een hoogtepunt op het einde van het ballet, waar de uitverkorene zichzelf volledig uitput en bezwijkt.
Klaas Coulembier
Czech Philharmonic
Het Czech Philharmonic is het toonaangevende symfonieorkest van Tsjechië en een van de meest vooraanstaande culturele ambassadeurs van het land. Het orkest, dat zijn thuisbasis heeft in het historische Rudolfinum in Praag, zet zich al jarenlang in voor muziek van Tsjechische componisten uit heden en verleden, en oogst internationale lof voor optredens in binnen- en buitenland, evenals voor opnames van het symfonische repertoire. Het Czech Philharmonic, dat in 2024 door Gramophone werd uitgeroepen tot Orkest van het Jaar, staat onder leiding van chef-dirigent en muzikaal directeur Semyon Bychkov, met Sir Simon Rattle en Jakub Hrůša als eerste gastdirigenten. Vanaf het seizoen ’28-’29 zal Jakub Hrůša de functie van chef-dirigent en muzikaal directeur op zich nemen.
Semyon Bychkov
muzikale leiding
Semyon Bychkov werd in Leningrad geboren en emigreerde naar de Verenigde Staten in 1975. Na engagementen bij de New York en Berlin Philharmonic keerde hij in 1989 terug naar Sint-Petersburg om er Eerste Gastdirigent van het Filharmonisch Orkest te worden. In hetzelfde jaar werd hij muziekdirecteur van het Orchestre de Paris, in 1997 chef-dirigent van de WDR Sinfonieorchester en in 1998 van Dresden Semperoper. Sinds 2018 is hij chef-dirigent van Czech Philharmonic. Deze zomer wordt hij benoemd tot muziekdirecteur van de Parijse opera toto 2028. Bychkov werd tot Dirigent van het jaar benoemd op de International Opera Awards in 2015 en opnieuw in 2022 door Musical America.
Sol Gabetta
cello
Sol Gabetta studeerde cello in Madrid en Basel, en rondde haar opleiding af bij David Geringas aan de Hochschule für Musik Hanns Eisler in Berlijn. Gabetta treedt op met toonaangevende orkesten als de Berliner Philharmoniker, Wiener Philharmoniker, het Philadelphia Orchestra en concerteert in zalen als Wigmore Hall en het Lincoln Center. Kamermuziek blijft een centrale pijler van haar werk. Zo treedt ze regelmatig op met Isabelle Faust, Bertrand Chamayou, Kristian Bezuidenhout en Alexander Melnikov. Tot haar meest recente albums behoren Mendelssohn (2024) met Bertrand Chamayou en Lise Cristiani (2025), een 19e-eeuwse cello-virtuoos en een van de eerste vrouwen die het cellopodium veroverde.
Sol Gabetta is dit seizoen portretartiest bij Bozar. Lees hier het interview met haar.
Konzertmeister
Jan Mráček
Jan Fišer
Ivan Vokáč
eerste viool
Irena Jakubcová
Otakar Bartoš
Luboš Dudek
Jan Jouza
Lenka Machová
Viktor Mazáček
Pavel Nechvíle
Helena Skopová
Zdeněk Starý
Milan Vavřínek
Miroslav Vilímec
Antonín Kratochvíl
Marko Čaňo
Michaela Pondělíčková
tweede viool
Markéta Vokáčová
Milena Kolářová
Zuzana Hájková
Petr Havlín
Jitka Kokšová
Marcel Kozánek
Veronika Kozlovská
Vítězslav Ochman
Václav Prudil
Jiří Ševčík
Helena Šulcová
Libor Vilímec
Klára Klánská
David Kubita
altviool
Eva Krestová
Pavel Ciprys
Dominik Trávníček
Kateřina Jelínková
Jaroslav Pondělíček
Ondřej Kameš
Jan Šimon
Jan Mareček
Jiří Poslední
Jiří Řehák
Pavel Hořejší
Jaroslav Kroft
cello
Ivan Vokáč
Matěj Štěpánek
Adam Klánský
Eduard Šístek
Jakub Dvořák
Tomáš Hostička
Josef Špaček
Aneta Šudáková
Peter Mišejka
Jan Holeňa
contrabas
Adam Honzírek
Petr Ries
Lukáš Holubík
Ondřej Balcar
Roman Koudelka
Pavel Nejtek
Jindřich Konvalinka
Jakub Amcha
fluit
Naoki Sato
Eliška Bošková
Roman Novotný
Petr Veverka
Jan Machat (piccolo)
Lucija Horvat (piccolo)
hobo
Jana Brožková
Barbora Trnčíková
Kamila Moťková
Štěpánka Andělová
Jiří Zelba (cor anglais)
Vladislav Borovka (cor anglais)
klarinet
Jan Mach
Lukáš Dittrich
Jana Dvořáková
Tomáš Kopáček
Petr Sinkule (bas·se)
Jan Brabec (E♭)
fagot
Ondřej Roskovec
Tomáš Františ
Martin Petrák
Emilie Smoláková (contrafagot · contrebasson)
Ondřej Šindelář (contrafagot · contrebasson)
hoorn
Jan Vobořil
Ondřej Vrabec
Kateřina Javůrková
Mikuláš Koska
Zdeněk Vašina
Kamila Kolářová
Jindřich Kolář (Wagnertuba · Tuba wagnérien)
Petra Čermáková (Wagnertuba · Tuba wagnérien)
trompet
Stanislav Masaryk
Walter Hofbauer
Martin Chodl
Marek Vajo
Jaroslav Halíř
trombone
Jan Perný
Lukáš Besuch
Robert Kozánek
Karel Kučera
Bohumil Tůma (bas·se)
tuba
Jakub Chmelař
Václav Steklý
pauken
Michael Kroutil
Petr Holub
percussie
Daniel Mikolášek
Pavel Polívka
Miroslav Kejmar
harp
Barbara Pazourová
Bozar Maecenas
Patrick Derom Gallery • Monsieur et Madame Bertrand Ferrier • Baron en Barones Marnix Galle-Sioen • Baron Xavier Hufkens • Monsieur et Madame Laurent Legein • Madame Heike Müller • Monsieur et Madame Dominique Peninon • Monsieur et Madame Antoine Winckler • Monsieur et Madame Bernard Woronoff • Chevalier Godefroid de Wouters d'Oplinter
Bozar Fine Art Circle Founding Members
Mr and Mrs Ravi Bhansali • De Heer en Mevrouw Dirk Cavens • Monsieur Simon Devolder • Baron Xavier Hufkens • Monsieur Charles Riva
Bozar Patrons
Monsieur et Madame Charles Adriaenssen • Madame Marie-Louise Angenent • Madame Joséphine d’Ansembourg • Monsieur Werner d’Ansembourg • Comtesse Laurence d'Aramon • Monsieur Jean-François Bellis • Docteur Amine Benyakoub • Baron et Baronne Berghmans • De heer Stefaan Bettens • Monsieur Philippe Bioul • Mevrouw Roger Blanpain-Bruggeman • Madame Laurette Blondeel • Comte et Comtesse Boël • Monsieur et Madame Thierry Bouckaert • Monsieur Thierry Boutemy • Madame Anny Cailloux • Madame Valérie Cardon de Lichtbuer • Madame Catherine Carniaux • Madame Paloma Castro Martinez de Tejada • Monsieur Jim Cloos et Madame Véronique Arnault • Mevrouw Chris Cooleman • Monsieur Emile Culot • Madame Marguerite Culot • Monsieur et Madame Denis Dalibot • Madame Bernard Darty • De heer en mevrouw Philippe De Baere • Prince et Princesse de Chimay • De heer Frederic Depoortere en mevrouw Ingrid Rossi • Madame Louise Descamps • Madame Hélène Deslauriers • Monsieur Amand-Benoit D'Hondt • De heer Bernard Dubois • Madame Claudine Duvivier • Madame Dominique Eickhoff • Baron et Baronne William Frère • Baron et Baronne Pierre Gurdjian • De heer en mevrouw Philippe Haspeslagh - Van den Poel • Madame Susanne Hinrichs et Monsieur Peter Klein • Monsieur Jean-Pierre Hoa • Madame Bonno H. Hylkema • Madame Fernand Jacquet • Baron Edouard Janssen • Madame Elisabeth Jongen • Monsieur et Madame Jean-Louis Joris • Monsieur et Madame Adnan Kandiyoti • Monsieur Sander Kashiva • Monsieur Sam Kestens • Monsieur et Madame Klaus Körner • Monsieur Pierre Lebeau • Monsieur et Madame François Legein • Monsieur et Madame Charles-Henri Lehideux • Monsieur et Madame Philippe le Hodey • Madame Gérald Leprince Jungbluth • Monsieur Xavier Letizia • Monsieur Bruno van Lierde • Madame Florence Lippens • Monsieur et Madame Clive Llewellyn • Monsieur et Madame Thierry Lorang • Madame Denise Louterman • Madame Olga Machiels-Osterrieth • De heer Peter Maenhout • Monsieur et Madame Alain Mallart • De heer en mevrouw Frederic Martens • Monsieur et Madame Dominique Mathieu-Defforey • De heer en mevrouw Frank Monstrey (urbion) • Madame Philippine de Montalembert • Madame Nelson • Dr. Bram Peeters et Monsieur Lucas Van Molle • Madame Christine Perpette • Famille Philippson • Monsieur Gérard Philippson • Comte et Comtesse Antoine de Pracomtal • Monsieur Bernard Respaut • Madame Elisabetta Righini et Monsieur Craig Finch • Monsieur et Madame Michael Rosenthal • Monsieur et Madame Frédéric Samama • Monsieur et Madame Philippe Schöller • Monsieur et Madame Hans C. Schwab • Monsieur et Madame Tommaso Setari • Monsieur et Madame Olivier Solanet • Monsieur Eric Speeckaert • Monsieur Jean-Charles Speeckaert • Madame Apolline de Spoelberch • Monsieur Guillaume de Spoelberch • Monsieur Paul de Spoelberch • Vicomte Philippe de Spoelberch et Madame Daphné Lippitt • Madame Anne-Véronique Stainier • Monsieur Didier Staquet et Madame Lidia Zabinski • De heer Karl Stas • Mevrouw Caroline Steyaert • Monsieur et Madame Philippe Stoclet • Monsieur Nikolaus Tacke et Madame Astrid Cuylits • De heer en mevrouw Coen Teulings • Monsieur et Madame Philippe Tournay • De heer en mevrouw Koen en Anouk Van Balen-Stulens • Monsieur et Madame Xavier Van Campenhout • De heer Marc Vandecandelaere • De heer Alexander Vandenbergen • Mevrouw Barbara Van Der Wee en de heer Paul Lievevrouw • Monsieur Michel Van Huffel • De heer Koen Van Loo • De heer en mevrouw Anton Van Rossum • De heer Johan Van Wassenhove • Monsieur et Madame Albert Wastiaux • Monsieur Luc Willame • Madame Danuta Zedzian • Monsieur et Madame Jacques Zucker
Bozar Circle
Monsieur Axel Böhlke et Madame Clara Huizink • Monsieur et Madame Paul De Groote • Monsieur Rodolphe Dulait • Madame Liliane Gam • Madame Valeria Onofrj • Mevrouw Natasja Peeters • Sir Gabriel Smit Pergolizzi • De heer en mevrouw Remi en Evelyne Van Den Broeck • Monsieur Guillaume van Doorslaer et Madame Emily Defreyne
En onze Leden die anoniem wensen te blijven