Javier Perianes
23 Jan.'26
- 20:00
Henry Le Boeufzaal
Manuel de Falla (1876-1946)
Nocturne in f (1896)
Frédéric Chopin (1810-1849)
Nocturne nr. 8 in Des, op. 27 nr. 2 (1835)
Manuel de Falla
Mazurka in c (1899)
Frédéric Chopin
Mazurka in a, op. 7 nr. 2 (1830-1831)
Mazurka in G, op. 67 nr. 1 (1835)
Manuel de Falla
Serenata Andaluza
Frédéric Chopin
Grande Valse brillante in a, op. 34 nr. 2 (1831)
Manuel de Falla
Chanson in c (1900)
Frédéric Chopin
Berceuse in Des, op. 57 (1843)
pauze
Manuel de Falla
Quatre Pièces espagnoles (1906-1908)
- Aragonesa in C
- Cubana in A
- Montañesa (Paysage) in D
- Andaluza in e
Isaac Albéniz (1860-1909)
Iberia (1905-1909) (selectie)
- Evocación (nr. 1)
- El Polo (nr. 8)
- Almería (nr. 5)
- Triana (nr. 6)
Duur: 100'
De werken voor solopiano van Manuel de Falla (1876–1946) vertonen een opvallende diversiteit aan inspiratiebronnen en esthetica’s. Ze maken een eigenschap zichtbaar die in zijn hele oeuvre aanwezig is: de afwijzing van oppervlakkige virtuositeit en van het overbodige; alles wat de Falla schrijft is noodzakelijk en staat precies op zijn plaats.
Wanneer we de voltooide werken uit de Falla’s eerste creatieve periode (1896–1904) bekijken, stellen we vast dat de meeste voor piano zijn geschreven en hoofdzakelijk karakterstukken zijn: Nocturne in f mineur (1896), Mazurka in c mineur (ca. 1899), Chanson in c mineur (1900), Wals-Caprice in C majeur (ca. 1900).
In zijn vroege pianowerken is de invloed van Chopin het duidelijkst (vooral in het Nocturne en de Mazurka). Maar er zijn ook duidelijke sporen van Schumann, Liszt, Grieg en Albéniz in de Falla’s eerste werken. Het gaat hier geenszins om plagiaat: de jonge componist drukt zijn persoonlijke stempel op de ontleende elementen en verwerkt ze in zijn eigen stijl. Bovendien tonen deze jeugdwerken aan dat de Falla vanaf zijn eerste creatieve stap oppervlakkige lokale kleur vermeed. In de Andalusische Serenade bijvoorbeeld roept hij heel discreet Andalusische folkloristische elementen op door ze te stileren: aan het einde van het stuk volstaat de subtiele verschijning, in de rechterhand, van een opeenvolging van zestienden om de karakteristieke melismen van de flamencozang te evoceren. De Falla’s Chanson is verder opvallend. Zoals musicoloog Ronald Crichton heel terecht schrijft, zou het begin ervan “kunnen doorgaan voor een verloren Gymnopédie van Satie”. Het klopt dat de akkoorden van de inleiding en het melancholieke karakter van de melodie ons aan Saties Gymnopédies doen denken, maar het geheel van het stuk draagt de poëtische en intieme sfeer over van een woordeloze romance in neoromantische stijl.
De Falla begon de compositie van zijn Quatre pièces espagnoles in Madrid, rond 1906, en voltooide ze in Parijs in 1908, op 32-jarige leeftijd. Deze stukken zijn een perfect voorbeeld van synthese tussen de ‘essentie’ van bepaalde Spaanse volksdansen (letterlijke citaten van volksmelodieën komen in deze werken weinig voor) en de impressionistische technieken die de Falla in Parijs bestudeerde bij meesters als Claude Debussy en Paul Dukas.
Yvan Nommick (cd harmonia mundi)
De twee Nocturnes, op. 27 van Frédéric Chopin, gecomponeerd in 1835, werden het jaar daarop gelijktijdig gepubliceerd in Leipzig, Londen en Parijs. De Engelse uitgever gaf hun een aanlokkelijke ondertitel: Les Plaintives! Ze zijn opgedragen aan gravin d’Apponyi, de echtgenote van de Oostenrijkse ambassadeur in Frankrijk, wier muzikale salon zich vaak mocht verheugen in de aanwezigheid van Chopin. Mendelssohn hield vooral van het Nocturne in Des majeur, op. 57 nr. 2. Chopin drijft hierin zijn kunst van ornamentatie zeer ver; maar onder de decoratieve arabesken blijkt de opbouw relatief eenvoudig. Het sierlijke thema wordt drie keer uiteengezet, maar elke terugkeer gaat gepaard met een andere expressie en een gevarieerde versiering. Alles wordt gedragen door een gemurmel van zestienden, als in het ritme van een barcarolle.
De Vijf Mazurka’s, op. 7 werden geschreven in Wenen tussen 1830 en 1831 en in 1832 uitgegeven. De melancholieke melodie van de poëtisch Mazurka in a mineur, op. 7 nr. 2 vloeit merkwaardig uit over de ritmische levendigheid van de bas. In het midden vermengt een majeur-episode twee ideeën: het thema van het eerste wordt begeleid door het delicate chromatisme van een tussenstem en door de zachte stijging van de bas. Het tweede idee heeft de onbevangenheid van een ritmische dans.
Op. 67 en 68 bestaan uit Acht Mazurka’s die postuum in 1855 werden uitgegeven door Julian Fontana, een naar Parijs geëmigreerde Poolse musicus, vriend en kopiist van Chopin (en bezorger van een editie van een deel van zijn werk). Deze acht Mazurka’s zijn in verschillende perioden van het leven van de componist geschreven. De Mazurka in G majeur, op. 67 nr. 1 werd in 1835 gecomponeerd. Het is een divertimento van volkse ritmes en accenten, waarvan sommige motieven aan de stijl van de Ländler verwant zijn.
De Berceuse in Des majeur, op. 57, vermoedelijk gecomponeerd in 1843, is een van de meesterwerken uit de late jaren. Chopin speelde haar voor het eerst in concert op 2 februari 1844, maar herzag het werk de volgende zomer in Nohant. De linkerhand tekent in de bas, op een gelijkmatig ritme van tonica- en dominantakkoorden, begeleidingsfiguren die een zeer soepele handspreiding vereisen. Het pedaal speelt hier een beslissende rol. Tegen deze wiegende achtergrond en in een lange reeks van zestien variaties ontvouwt zich de transparante melodie: eerst zacht en strelend, daarna levendiger en geornamenteerd —arabesken, cascades van lichte noten, reeksen chromatische tertsen waarvoor Chopin het overlappen van de derde, vierde en vijfde vinger eiste (een vingerzetting die toen revolutionair leek). Enkele maten voor het einde brengt een vreemde, dissonante ces een vleug mysterie; en het werk eindigt als in een ongrijpbaar gefluister.
Adélaïde de Place
Met Iberia barst eindelijk het lang ingehouden genie van Isaac Albéniz los. Deze cyclus blijft Albéniz’ onbetwiste meesterwerk én is tevens een meesterwerk van de pianoliteratuur. Iberia omvat twaalf ‘impressies’, gecomponeerd tussen 1905 en 1908, en verdeeld over vier cahiers van telkens drie stukken. Een dertiende, onvoltooide compositie, Navarra (op een vurige jota-ritmiek), werd voltooid door Déodat de Séverac als eerbetoon. Opmerkelijk is dat Albéniz Iberia opvatte als een ‘afscheid’ van Spanje, terwijl hij, teleurgesteld door de ontvangst in zijn geboorteland, zichzelf als balling beschouwde. Alles in Iberia ademt ‘folklore’: maar een kunstmatige, heruitgevonden folklore.
Het eerste stuk – Evocación – is gezet in de vorm van een fandanguillo (van Baskische oorsprong) is dit een soort preambule met het karakter van een andantino. Er zijn twee thema’s met een uiterst beknopte ontwikkeling (een korte melodische passage) vóór de herneming. Het eerste, in as, verschijnt in sprankelende staccato’s; nog opmerkelijker is het tweede thema in de verwante toonsoort (Ces) dat wordt doorspekt met de karakteristieke gruppetti van de cante jondo. In de coda volgt een helder As majeur op het mineur en voltooit dit wonderlijke poëtische stuk in pianissimo. Een zacht akkoord met toegevoegde sext sluit impressionistisch af met een lichte trilling van de stilte.
In El Puerto (De haven) gaat het om een polo, een Andalusisch danslied dat in vrolijkheid rondtolt op heupwiegende ritmes en in plotselinge uitbarstingen (het slaan en hameren worden precies en doeltreffend aangegeven: “sterk en zeer naar voren”, “zeer abrupt”, enz.). Ook hier herkennen we de sonatevorm met twee thema’s: het eerste in een jubelend Des, het tweede “donker en sonoor, soepel en strelend”, gevolgd door een “zeer languissante” doorwerking. De reprise gaat vooraf aan een vertraagde coda.
Almería is meest uitgebreide stuk van het tweede cahier en staat bol van de zigeunerritmes van de taranta uit de stad Almería. “Dit hele stuk moet op een nonchalante en slappe manier worden gespeeld, maar goed geritmeerd” (Albéniz). Het eerste thema, versierd met delicate acciaccatura’s (zeer korte ornamenten), lijkt zich in wellust te verlengen, terwijl de expressieve melodie van een copla zich gaandeweg in het hoge register van de piano ontvouwt. De piano werkt dit tweede thema uitvoerig uit en laat het eerste pas helemaal op het einde opnieuw verschijnen.
Het energieke pasodoble-thema van Triana, in fis mineur, roept een buitenwijk van Sevilla op. Een bolero-ritme vormt de harmonisch complexe en gedurfde overgang naar een tweede onderwerp in stralend A, een marcha torera.
François-René Tranchefort
Javier Perianes
piano
Javier Perianes studeerde piano aan het Conservatorium van Sevilla bij Ana Guijarro en vervolmaakte zich vervolgens bij Josep Colom, Richard Goode, Alicia de Larrocha en Daniel Barenboim. Perianes’ carrière bracht hem naar de meest prestigieuze concertzalen, waar hij optrad met toonaangevende orkesten onder gerenommeerde dirigenten zoals Charles Dutoit, Zubin Mehta, Gustavo Dudamel en Klaus Mäkelä. Javier Perianes brengt exclusief albums uit bij het label harmonia mundi. In 2011 nam hij een ruime selectie werken voor solopiano van Falla op, evenals diens Nuits dans les jardins d’Espagne. Tot Perianes’ meest recente uitgaven behoren een selectie sonates van Scarlatti en de Goyescas van Granados.
Bozar Maecenas
Patrick Derom Gallery • Monsieur et Madame Bertrand Ferrier • Baron en Barones Marnix Galle-Sioen • Baron Xavier Hufkens • Monsieur et Madame Laurent Legein • Madame Heike Müller • Monsieur et Madame Dominique Peninon • Monsieur et Madame Antoine Winckler • Monsieur et Madame Bernard Woronoff • Chevalier Godefroid de Wouters d'Oplinter
Bozar Honorary Patrons
Comte Etienne Davignon • Madame Léo Goldschmidt
Bozar Patrons
Monsieur et Madame Charles Adriaenssen • Madame Marie-Louise Angenent • Comtesse Laurence d'Aramon • Monsieur Jean-François Bellis • Baron et Baronne Berghmans • De heer Stefaan Bettens • Monsieur Philippe Bioul • Mevrouw Roger Blanpain-Bruggeman • Madame Laurette Blondeel • Comte et Comtesse Boël • Monsieur et Madame Thierry Bouckaert • Monsieur Thierry Boutemy • Madame Anny Cailloux • Madame Valérie Cardon de Lichtbuer • Madame Catherine Carniaux • Monsieur Jim Cloos et Madame Véronique Arnault • Mevrouw Chris Cooleman • Monsieur et Madame Denis Dalibot • Madame Bernard Darty • Monsieur Jimmy Davignon • De heer en mevrouw Philippe De Baere • Prince et Princesse de Chimay • De heer Frederic Depoortere en mevrouw Ingrid Rossi • Madame Louise Descamps • Madame Hélène Deslauriers • Monsieur Amand-Benoit D'Hondt • De heer Bernard Dubois • Mevrouw Sylvie Dubois • Madame Claudine Duvivier • Madame Dominique Eickhoff • Baron et Baronne William Frère • De heer Frederick Gordts • Baron et Baronne Pierre Gurdjian • De heer en mevrouw Philippe Haspeslagh - Van den Poel • Madame Susanne Hinrichs et Monsieur Peter Klein • Monsieur Jean-Pierre Hoa • Madame Bonno H. Hylkema • Madame Fernand Jacquet • Baron Edouard Janssen • Madame Elisabeth Jongen • Monsieur et Madame Jean-Louis Joris • Monsieur et Madame Adnan Kandiyoti • Monsieur Sander Kashiva • Monsieur Sam Kestens • Monsieur et Madame Klaus Körner • Madame Marleen Lammerant • Monsieur Pierre Lebeau • Monsieur et Madame François Legein • Monsieur et Madame Charles-Henri Lehideux • Monsieur et Madame le Hodey • Madame Gérald Leprince Jungbluth • Monsieur Xavier Letizia • Monsieur Bruno van Lierde • Madame Florence Lippens • Monsieur et Madame Clive Llewellyn • Monsieur et Madame Thierry Lorang • Madame Denise Louterman • Madame Olga Machiels-Osterrieth • De heer Peter Maenhout • De heer en mevrouw Frederic Martens • Monsieur Yves-Loïc Martin • Monsieur et Madame Dominique Mathieu-Defforey • De heer en mevrouw Frank Monstrey (urbion) • Madame Philippine de Montalembert • Madame Nelson • Monsieur Laurent Pampfer • Dr. Bram Peeters et Monsieur Lucas Van Molle • Madame Christine Perpette • Philippson • Monsieur Gérard Philippson • Comte et Comtesse Antoine de Pracomtal • Monsieur Bernard Respaut • Madame Fabienne Richard • Madame Elisabetta Righini et Monsieur Craig Finch • Monsieur et Madame Michael Rosenthal • Monsieur et Madame Frédéric Samama • Monsieur et Madame Philippe Schöller • Monsieur et Madame Hans C. Schwab • Monsieur et Madame Tommaso Setari • Monsieur et Madame Olivier Solanet • Monsieur Eric Speeckaert • Monsieur Jean-Charles Speeckaert • Vicomte Philippe de Spoelberch et Madame Daphné Lippitt • Madame Anne-Véronique Stainier • Monsieur Didier Staquet et Madame Lidia Zabinski • De heer Karl Stas • Monsieur et Madame Philippe Stoclet • Monsieur Nikolaus Tacke et Madame Astrid Cuylits • De heer en mevrouw Coen Teulings • Monsieur et Madame Philippe Tournay • De heer en mevrouw Koen en Anouk Van Balen-Stulens • Monsieur et Madame Xavier Van Campenhout • De heer Marc Vandecandelaere • De heer Alexander Vandenbergen • Mevrouw Barbara Van Der Wee en de heer Paul Lievevrouw • Monsieur Michel Van Huffel • De heer Koen Van Loo • De heer en mevrouw Anton Van Rossum • De heer Johan Van Wassenhove • Monsieur et Madame Michel Wajs-Goldschmidt • Monsieur et Madame Albert Wastiaux • Monsieur Luc Willame • Madame Danuta Zedzian • Monsieur et Madame Jacques Zucker
Bozar Circle
Monsieur et Madame Paul De Groote • Mevrouw Greet Puttaert • De heer Stefaan Sonck Thiebaut • De heer en mevrouw Remi en Evelyne Van Den Broeck
Bozar Young Circle
Monsieur Axel Böhlke et Madame Clara Huizink • Monsieur Rodolphe Dulait • Madame Ana Fota • De heer Koen Muyle • De heer Sander Muyle • Madame Valeria Onofrj • Sir Gabriel Smit Pergolizzi • Monsieur Guillaume van Doorslaer et Madame Emily Defreyne
En onze Leden die anoniem wensen te blijven