Gepubliceerd op - María Inés Rodríguez

Edith Dekyndt: “Materie heeft een eigen gedachtegang en taal”

"The Fabric Decides", een uitspraak van Cristóbal Balenciaga, sluit aan bij het werk van Edith Dekyndt. Ook zij stelt namelijk de materie centraal in het creatieve proces: kracht, geheugen, oriëntatie van het oeuvre. Ter gelegenheid van de expo 'Cristóbal Balenciaga x Edith Dekyndt' zoomt curator María Inés Rodríguez samen met de artiest in op een praktijk waarin textiel een actief materiaal is.

Je hecht veel belang en betekenis aan textiel. Vanwaar die interesse?
Edith Dekyndt: Het is een praktijk die heel ver teruggaat: ik heb nooit een onderscheid gemaakt tussen borduren en tekenen, naaien en ineenzetten. Textiel kan een drager zijn, maar is ook de taal van materialen die samengaan met de lucht, de wind, het water, de zee, het fijne zand. Het is een basiselement van de menselijke beschavingen: je moet je aankleden, beschutting zoeken, eten. Met steen en metaal maakten we gereedschap, wapens en recipiënten. En met die werktuigen en wapens konden we jagen, en huiden en vachten versnijden. Duizenden jaren later werden de vachten vervilt, en nog eens millennia later werden ze gesponnen en geweven. Knopen en borduren spelen een rol in de cultussen, verhalen en mythen van alle bekende beschavingen. Het gedrag van die materialenfamilie interesseert me. Een stof “valt” goed, zeggen we. Textiel genereert valbewegingen, watervallen, golven. Ik duik in de strategieën die dat veroorzaken.

De titel, The Fabric Decides, stelt de materie centraal. Je vertrekt vanuit Balenciaga’s archieven. Hoe heeft het textiel je werk beïnvloed?
Dekyndt: Ik was geraakt door de stille aanwezigheid van lichamen in de kleren. Ze waren er niet, en toch zag je ze in de vouwen, spanningen en vervormingen van de stof, als een herinnering aan de beweging en het dragen van het kledingstuk. Die voorwerpen dragen herinneringen in zich: in de materie krijgt de relatie tussen lichaam, tijd en omgeving vorm. Creatie ontstaat dan minder uit de wil om te beheersen dan uit een dialoog met wat de materie aanreikt of laat ontstaan.

De tentoonstelling roept het idee op van een materiaal dat de wording van het werk kan beïnvloeden. Er staan dan ook drie dimensies voorop in je praktijk: de context, het proces en de tijd.
Dekyndt: Als je een context ontdekt, is het wat alsof je in je eentje in een bos of een onbekende stad rondloopt. Je verzwelgt een landschap, je stelt je ervoor open en je keert je in jezelf. Een wat dierlijke staat, waarbij alle zintuigen gericht zijn op de tussenruimten, de hoeken, de afwisselingen tussen kracht en zachtheid. Zowel het fysieke als het mentale is erbij betrokken: een staat van volledige overgave aan de intuïtie, de ontregeling, het zintuigelijke. Het proces vloeit voort uit verkenningen en omzwervingen waarbij materialen, objecten en media worden gecombineerd. Het is een langzaam en continu leerproces op basis van ontmoetingen en toevalligheden. Ik geef de elementen hun plaats afhankelijk van hun interactie met het licht, de temperatuur, de vochtigheid, de geur, de akoestiek van de ruimte. Het zijn assemblages die, afhankelijk van hun aard, van toestand veranderen: van vast naar vloeibaar, van vloeibaar naar gasvormig. Ze zullen verbleken, roesten, uiteenvallen en soms verdwijnen. Ik kan hun gedrag maar deels sturen, want de materie heeft een eigen gedachtegang en taal die ik volg op basis van wat ik ervan weet.

Wie was Cristóbal Balenciaga?

Balenciaga (1895–1972) richtte zijn huis in 1917 in San Sebastián op en werd vanaf de jaren 1930 een boegbeeld van de Spaanse haute couture. In 1937, tijdens de Spaanse burgeroorlog, ging hij in Parijs wonen. Vanaf de jaren 1940 oogstte hij lof met de poëtische strakheid van zijn lijnen. In de jaren 1950 en 1960 bereikte hij zijn hoogtepunt. Hij veranderde het vrouwelijke silhouet radicaal met nieuwe vormen – zakjurk, babydoll, tuniek, semi-fitted – en een ontwerp dat losstaat van het lichaam. Als meester van de snit belichaamde hij een moderniteit die gebaseerd was op onderzoek, precisie en textielinnovatie. Hij genoot de bewondering van zijn collega’s – Christian Dior noemde hem “de meester van ons allen”, voor Gabrielle Chanel was hij “de enige echte couturier” – en kleedde de iconen van zijn tijd, zoals Grace Kelly, Ava Gardner en Marlene Dietrich. Hij was veeleisend, meed het voetlicht, weigerde toegevingen te doen aan de confectiekleding, en sloot in 1968 zijn huis omdat hij zijn visie trouw wou blijven. Hij overleed vier jaar later en liet een intussen mythisch oeuvre na.