Gepubliceerd op - Emma Dumartheray & Anamaria Pazmino

De toekomst is ancestraal

De Colombiaanse kunstenaar Delcy Morelos bouwt voor de volgende Bozar Monumental in de iconische Hortahal een multisensorische installatie op basis van lokale, groene materialen. Ze verwelkomt de bezoekers in een ruimte die bezield is door de inheemse kennis en de ecologische harmonie, en die het sluitstuk vormt van het onderzoek dat ze een jaar lang samen met BC Architects & Studies & Materials heeft verricht. In dit interview blikken Morelos en Nicolas Coeckelberghs van BC Architects terug op dat avontuur.

Aarde is niet zomaar een materiaal in uw werk. Hoe vond je aansluiting op de bodem en vezels van Brussel? 

Delcy Morelos: “Voor mij is materie iets levends. De aarde creëert en voedt het leven, ze is niet inert. Door dat inzicht heb ik me laten leiden tijdens mijn eerste bezoek aan Brussel voor dit project. Ik liep door de stad, op zoek naar lokale vezels, zoals de traditionele rieten daken in Gent me hadden geïnspireerd. Ik ben geïnteresseerd in de lokale bouwmethoden op basis van natuurlijke materialen en in de kennis van planten die mettertijd verloren is gegaan. Ik wil dat de mensen opnieuw voeling krijgen met de bodem en planten, en met hun toepassingen.” 

Nicolas Coeckelberghs: “Mijn band met aarde in een stedelijke context is ontstaan in oktober 2016, toen ik samen met Ken De Cooman (n.v.d.r. medeoprichter van BC) in het Pavillon de l’Arsenal in Parijs de tentoonstelling Terre de Paris bezocht. Op dat moment is de kiem voor BC Materials gelegd. We beseften dat er ook in het samengepakte stadsleven plaats is voor lokale, natuurlijke materialen. Van meet af aan wilden we ons verdiepen in de manier waarop de bodem van de stad kon worden omgezet in gezonde, circulaire materialen met een kleine CO2-voetafdruk. 

Samen met BC Studies, een non-profitorganisatie die mijn collega Jasper Van der Linden runt, proberen we de visie van BC te verspreiden via het onderwijs. Zo kreeg Delcy Morelos in 2025 de hulp van achttien studenten van de Aachen University, waar BC Studies met Act of Building een leerstoel voor op duurzaamheid gerichte architectuur heeft. Samen brachten ze de verschillende soorten vezels van de bioregio Brussel in kaart: wilg, riet, Japanse duizendknoop, noem maar op. Ze maakten materiaalstalen aan die haar artistieke proces ondersteunden. Dat noemden we de “Materialenbibliotheek” van de Brusselse regio.” 

Delcy Morelos, jouw in-situ-installaties zijn vaak een reactie op de architectuur. Welke vorm neemt dat aan in de Hortahal van Bozar? 

Morelos: “Veel mensen lopen door deze hal wanneer ze op weg zijn naar een concert, tentoonstelling, filmvoorstelling of debat, of als ze een bezoekje willen brengen aan de Bookshop. De uitdaging bestaat er dan ook in hen ertoe aan te zetten even halt te houden, de ogen op te slaan en het licht en de architectuur om hen heen echt in zich op te nemen. Het contrast tussen de verfijnde en elegante hal van Victor Horta en mijn onbewerkte organische materialen is treffend, maar van beide gaat een unieke schoonheid uit. De Hortahal is ook een berg. Het gepolijste marmer van Bozar weet nog waar het vandaan komt.”  

Jouw werk prikkelt alle zintuigen. Wat wil je de bezoekers laten voelen? 

Morelos: “Ik ben geïnteresseerd in liminale toestanden, in momenten tussen bewustzijn en droom. Duisternis, een geur … je kunt via verschillende wegen een liminale staat bereiken. Uit de verhalen van inheemse hardlopers en klimmers komt de kracht van het fysieke contact met de aarde naar voren. Als je de jungle betreedt, de duisternis, en in contact treedt met iets nieuws, is dat net zo. Blootsvoets lopen, kwetsbaar maar toch geaard … Het herstelt de band tussen het lichaam en de oude herinneringen en de planeet.” 

Hoe sluit jouw praktijk aan op de plaatselijke bouwtradities? 

Morelos: “Alles is voortdurend in verandering. Ook onze ideeën over luxe verschuiven aldoor. Bouwen met aarde en stro was ooit goedkoop. Nu is het de duurdere optie. Wat ooit ‘armemensenbouw’ was, is een luxe geworden. Futureproof bouwen met natuurlijke materialen is duur.”  

Coeckelberghs: “In veel delen van de wereld leert de traditie ons hoe we in harmonie met de natuur te werk kunnen gaan. Als we dat implementeren in de hedendaagse architectuur kunnen we ruimten creëren die het verleden respecteren, het heden dienen, en duurzaam blijven in de toekomst”. 

Hoe sta je tegenover de samenwerking tussen kunst en wetenschap in dit project? 

Morelos: “Mijn project belicht de ‘andere wetenschap’, niet de officiële, academische wetenschap, maar wel de voorouderlijke, ingebedde kennis die inheemse gemeenschappen nog altijd inzetten. In de samenwerking met BC Materials konden die vormen van kennis, de academische wetenschap en het onderzoek naast elkaar bestaan. Het gaat om de waardering van uiteenlopende vormen van kennis die lang over het hoofd gezien zijn, maar die we nu dringend moeten toepassen.” 

Coeckelberghs: “Ik geloof niet echt in een duidelijk scheidslijn tussen kunst en wetenschap, of tussen research en creativiteit. Voor mij kan kunst complexe ideeën vertalen in visuele verhalen of ervaringen, en de samenleving er zo toe aanzetten de verandering in de armen te sluiten. Kunst en wetenschap hebben niet alleen maar raakvlakken. Ze werken samen en versterken elkaar in hun onafgebroken streven naar een duurzame wereld.” 

Welke raad zou je meegeven aan jonge architecten en kunstenaars die onderzoek verrichten naar materialen en duurzaamheid? 

Morelos: “Ik vind het geweldig hoe chef-koks spreken vanuit hun ervaring, hoe ze herinneringen ophalen aan hun kindertijd, aan hun grootmoeders die stonden te koken, alsof ze een diepgewortelde band met voeding hebben. Dat heeft mijn verhouding tot materialen sterk beïnvloed. Anders dan veel kunstenaars of architecten, die op een rationele en steriele manier werken, gaan chefs-koks op een organische en passionele manier aan de slag met hun producten. Ik zie jonge architecten die met aarde werken, en als er dan een echte band met het materiaal tot stand komt, zijn hun vreugde en toewijding tastbaar. We kunnen niet zonder voorouderlijke kennis als we een duurzame toekomst willen creëren. Om het met Ailton Krenak te zeggen: ‘Als de mensheid een toekomst heeft, dan is die ancestraal’.”