Gepubliceerd op - Jana Johanna Haeckel

Eli Cortiñas: Aardbeving in het beeldarchief

Kunsthistorica Jana Johanna Haeckel reflecteert op het werk van Eli Cortiñas vanuit een jarenlange dialoog en samenwerking. Aan de hand van haar montage- en collagewerk, onderzoekt ze hoe Cortiñas beeldarchieven ontmantelt en herconfigureert om de machtsstructuren bloot te leggen die in de visuele cultuur verankerd zijn — een benadering die centraal staat in Picture Perfect.

Het moet ergens in 2016 geweest zijn dat ik toevallig de voormalige ruimte van Wouters Gallery aan de Regentschapsstraat in Brussel binnenstapte, waar Eli Cortiñas’ videowerk The Most Given of Givens (2016) mij plotseling trof als een aardbeving.

Een staccato van beelden en geluiden greep mijn zintuigen nog voor ik mijn gedachten kon ordenen. Fragmenten van kleurrijke Disneyfiguren en zwart-witbeelden van maskers botsten en verstrengelden zich, geschiedenissen flitsten op en vielen uiteen, en zelfs de lucht leek geladen met urgentie. Het scherm projecteerde niet simpelweg; het pulseerde. Ik bevond mij tussen fascinatie en desoriëntatie, alsof de grond onder vertrouwde visuele regimes begon te beven.

Het was mijn eerste kennismaking met Cortiñas’ betoverende werk, en ook meteen het begin van een langdurige samenwerking en vriendschap. Wat maakt haar mediakunstpraktijk zo overtuigend? Hoe slaagt zij erin beeldarchieven zo krachtig uit te dagen en te destabiliseren? Vanuit mijn perspectief is het haar gedurfde strategie om beelden, ingebed in ideologische en commerciële contexten, via montage- en collagetechnieken te ontmantelen en opnieuw samen te stellen. In de afgelopen jaren heeft Cortiñas haar onderzoek naar montage/collage als kritisch en analytisch instrument steeds verder uitgebreid en aangescherpt. Een instrument dat niet alleen de ideologische fundamenten van de visuele cultuur blootlegt, maar ook haar fragmenten terugwint om nieuwe, weerbarstige narratieven te construeren.

De driekanaalsinstallatie The Most Given of Givens ondervraagt kritisch de racistische mythologie van de Tarzan-filmsaga en de hardnekkige constructie van Afrika door een westerse filmische lens. Cortiñas plaatst etnografisch ogend beeldmateriaal naast fel belichte studioscènes waarin een volledig witte cast optreedt voor een letterlijk etnografisch decor, en verweeft deze sequenties met fragmenten uit Les Statues meurent aussi (1953) van Chris Marker en Alain Resnais.

Met gebruik van found footage, eigen opnames en animaties van Walt Disney ontmantelt Cortiñas de visuele artefacten van de westerse beschaving en haar imperiale blik. Klassieke Griekse ruïnes worden bijvoorbeeld geplaatst tegenover geïdealiseerde beelden van de natuur, die ontmaskerd worden als landschappen die reeds door menselijke ingrepen gevormd en uitgebuit zijn. Via deze gelaagde, dense montage onthult zij de hardnekkige koloniale machtsstructuren die in het avonturengenre verankerd liggen en bevraagt zij hoe deze visuele regimes vandaag nog steeds racistische percepties van het Afrikaanse continent vormgeven en normaliseren.

Een ander voorbeeld is haar videoinstallatie The Excitement of Ownership (2018), gepresenteerd in de tentoonstelling Resistant Faces, die ik in 2021 cureerde in de Pinakothek der Moderne in München. In dit tweekanaalswerk onderzoekt Cortiñas via onverbiddelijke close-ups de stereotiepe representatie van het vrouwelijke gezicht en lichaam op sociale media, televisie en in speelfilms. Sequenties die reiken van zwart-witcinema tot de verzadigde esthetiek van videogames ontvouwen zich tegen een schurend geluidsdecor dat het gevoel van visuele overrompeling versterkt.

Door de logica van de “male gaze” te benadrukken, in dialoog met Laura Mulvey’s invloedrijke kritiek, legt Cortiñas deze historisch verankerde manier van kijken bloot als een machtsstructuur. Al sinds de beginjaren van Hollywood verschijnt het vrouwelijk lichaam als geseksualiseerd en passief object voor een veronderstelde mannelijke toeschouwer, terwijl mannen het narratief sturen. Vrouwen worden in dit schema gereduceerd tot de “passieve drager van de blik”: ornament in plaats van handelend subject.

Via precieze montage toont Cortiñas hoe deze geënsceneerde clichés voortleven in de hedendaagse cultuur — in het hyperrealistische ontwerp van sekspoppen, in humanoïde robots zoals de met AI uitgeruste Sophia, in digitale avatars in videogames en in gendergebonden rolmodellen binnen de dienstensector. Het werk neemt hybride verschijningsvormen van het digitale beeld aan: het circuleert als een video in loop, breidt zich uit tot monumentale, behangachtige stills en ontvouwt zich als een immersieve audiovisuele omgeving. Door gevonden materiaal te samplen, herhalen en herkaderen maakt Cortiñas de texturen en politiek van digitale beeldvorming zichtbaar en biedt ze een scherpe, subversieve reflectie op het immense, ogenschijnlijk oncontroleerbare internetarchief.

In haar meest recente werken richt ze zich expliciet op artificiële intelligentie — waarbij zij de controlemechanismen ervan tegelijk inzet en ontmantelt. Surrender, Dorothy! (2025) komt voort uit haar langlopende onderzoeksproject I’d Blush if I Could, dat bias in digitale archieven en de hardnekkige feminisering van AI-systemen onderzoekt. Door archiefmateriaal, AI-gegenereerde beelden en commerciële beautify-filters te combineren, bekritiseert de installatie machtsstructuren, surveillance en geweld, terwijl zij speels omgaat met digitale skins, glitches en oppervlakte-effecten.

Opgevat als een audiovisuele collage op meerdere kanalen, verweeft het werk gevonden materiaal met zelf opgenomen performances en breidt het zich uit in de fysieke ruimte via behang, metalen staven en sculpturale elementen. Voortbouwend op Legacy Russells Glitch Feminism onderzoekt Cortiñas hoe digitale fouten, vervormingen en avatars vaste constructies van gender en identiteit kunnen ontregelen.

Cortiñas’ eigen beeld — vervormd via Snapchat-filters — verschijnt naast beelden van tanks, politiemachten en surveillancetechnologieën. De verleidelijke gladheid van verfraaide gezichten botst met de apparaten van staatscontrole, wat weerklank vindt in Beatriz Colomina’s reflecties over hoe surveillance steeds vaker de grenzen tussen publieke en private ruimte doet vervagen. De titel verwijst naar The Wizard of Oz, waar Dorothy’s vrouwelijkheid zorgvuldig geënsceneerd en geproduceerd wordt — een treffende metafoor voor Cortiñas’ scherpe kritiek op esthetiserende controle en systemische macht in het tijdperk van AI.

Het is precies deze onophoudelijke praktijk van ontmantelen en opnieuw samenstellen van beelden die Cortiñas in staat stelt de verborgen machtsarchitecturen binnen de visuele cultuur bloot te leggen — en het archief te openen voor nieuwe, weerbare manieren van kijken.